Het lijkt wel oorlog

Hij draagt nog net geen gebroken geweertje, de Duitse minister van Defensie Franz Josef Jung. Maar de christen-democraat praat als een pacifist.

Berlijn - Ook na de dood van drie Duitse soldaten in Afghanistan deze maand houdt Jung vol dat zijn land geen oorlog voert. De Duitse ‘vredestroepen’ nemen deel aan een ‘stabiliseringsoperatie’. Een woordvoerder van zijn ministerie voegde eraan toe dat de Taliban geen vijandelijke soldaten zijn, maar ‘misdadigers, terroristen en criminelen’. Duitsers vallen de Taliban bovendien niet aan. Volgens het officiële discours is hooguit sprake van ‘inzet van gepast geweld’.
De regeringsretoriek botst met de werkelijkheid. De Duitse missie in Afghanistan is uitgebreid tot 4500 manschappen, er vliegen Tornado-vliegtuigen en het dodental is opgelopen tot boven de dertig. Terwijl de minister blijft spreken van een vredesmissie signaleert Der Spiegel een ‘sluipende militarisering’. Beetje bij beetje worden de speciale regels waaraan de Duitse soldaten zich te houden hebben, opgerekt. Sinds april mogen zij bijvoorbeeld ook geweld gebruiken als ze niet direct worden aangevallen. Sociaal-democraat Peter Struck, vóór Jung Defensie-minister, eist van bondskanselier Angela Merkel dan ook dat zij man en paard noemt. De Bundeswehr voert oorlog tegen de Taliban, aldus Struck, en daarbij vallen doden.
Klare taal, maar ook een boodschap waar de Duitse kiezers in dit verkiezingsjaar niet warm voor lopen. Zeventig procent van hen wil een snelle terugtrekking van de troepen. Niet vreemd dat de minister van Defensie weigert het woord oorlog in de mond te nemen. Bovendien zou volgens sommige commentaren een officiële oorlog in Afghanistan mogelijk zelfs strijdig zijn met de pacifistische Duitse grondwet. Daarmee zou het fameuze Bundesverfassungsgericht, de rechterlijke instantie die over de grondwet waakt, een stokje kunnen steken voor de missie.
Bij de internationale bondgenoten leidt het tot irritatie. De Duiters gedragen zich als softies, klinkt het. Tegenover buitenlandse journalisten benadrukte bevelhebber generaal Glatz vorige maand dan ook hoe zwaar zijn mensen het hebben in Afghanistan. Hij wees herhaaldelijk op de Duitse verliezen en hekelde het volgens hem kunstmatige onderscheid tussen een ‘onrustig zuiden’, waaronder de ‘Nederlandse’ provincie Uruzgan, en een door de Duitsers bevolkt ‘rustig noorden’.
Het is de vraag hoe lang Duitsland kan volharden in die spagaat. Terwijl de minister van Defensie zich voor de binnenlandse consumptie als pacifist voordoet, presenteren de Duitse strijdkrachten zich tegenover hun bondgenoten als ijzervreters. Beide rollen verliezen daardoor aan geloofwaardigheid. In Die Zeit gooide schrijver Martin Walser onlangs olie op het vuur met een open brief aan Angela Merkel. ‘Waarom nemen er zo weinig Afghanen deel aan deze oorlog, die wij voor hen voeren?’ vroeg hij provocerend.
Minister van Defensie Jung kan Walsers pleidooi voor terugtrekking eenvoudig pareren. Hoe moet hij de strijd staken, als er helemaal geen oorlog is? Maar vanuit zijn eigen leger raakt het geduld met die newspeak op. Jung zou geen recht doen aan de heftige ervaringen van de Bundeswehr in Afghanistan. Aan zijn ‘oorlog om woorden’ willen ook de soldaten niet meer meedoen, meldde de voorzitter van hun belangenvereniging.