München heeft een imagoprobleem

Het linkse hart van Stoiberland

München staat bepaald niet bekend als een progressieve enclave in het Bundesland van CDU/CSU-voorman Edmund Stoiber. En ook al is de SPD in München verzadigd van macht, dat doet de stad niet bruisen van links leven.

«De SPD? Diewerdoabschoafft. Joaboanixan.» Zo ongeveer klinkt een verveelde Münchense ijscoman, wanneer hij zich in de voetgangers zone bij het stadhuis aan het zoveelste spontane politieke debatje waagt. De sociaal-democratie kan worden afgeschaft, want «je hebt er niks aan». Het zal in de Beierse hoofdstad zo’n vaart niet lopen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart van dit jaar was de SPD met 41,9 procent de grootste partij en met de bijna tien procent van de Grünen erbij kreeg links zelfs de absolute meerderheid. München is al sinds de oorlog nagenoeg permanent in linkse handen.

Heeft de stad wellicht een imagoprobleem? Berlijn heeft de naam links, bruisend en vernieuwend te zijn, maar na 1975 was dat een christen-democratische Frontstadt, waar zelfs na de hereniging met haar oostelijke stadshelft de CDU op afstand de grootste partij bleef — tot de financiële schandalen van het afgelopen jaar. Terwijl München nu juist niet bekend staat als de progressieve enclave in de Vrijstaat Beieren die de stad feitelijk is. Dat stond de stad enkel even in de jaren zeventig, toen Rainer Werner Fassbinder er de belangrijkste exponent was van het vrije, anarchistische levensgevoel. Zijn Stammtisch Die Deutsche Eiche wordt nu vooral door bejaarde homo’s gefrequenteerd. Wanneer een van hen in een waterbak voor de hond stapt, vloekt hij over het gebrek aan orde in de tent.

Het linkse levensgevoel laat zich in München niet zomaar betrappen. In elk geval pulseert het niet in de gangen van de SPD-partijcentrale, aan een van de vele grauwe asfaltwegen die dwars door het centrum lopen. Morgen komt Gerhard Schröder op verkiezingstournee naar de Marienplatz, maar in de zetel van de Münchense en de Beierse sociaal-democratie heerst een lome, nazomerse stilte. In de DDR-achtige setting van vervallen fineer met verbleekt rood plastic, waar zelfgefröbelde kamerbordjes voor wat knusheid moeten zorgen, is slechts een drietal jongeren aan het telefoneren. Een van hen wil alles weten over Pim Fortuyn. Schröder vindt zijn weg wel, morgen in München.

Om de hoek, in de parallelstraat, huist tussen drukke winkels het partijbureau van Bündnis 90/Die Grünen, zoals Duits GroenLinks formeel heet. Het kopieerapparaat ratelt. De lokale partijkopstukken bevinden zich op straat. «Onze partijbestuurder Florian Roth vind je een eindje verderop, in het voetgangersgebied bij het stadhuis.» Er is zowaar een oploopje rond de Grünen-tafel bij de Marienplatz, hartje stad. Een tanige oude vrouw heeft het over het milieu aan de stok met twee in traditioneel Beiers zeemleer gestoken mannen van middelbare leeftijd.

«Milieuverwoesting is in deze deelstaat hausgemacht», zegt ze. «Ik zie het toch al veertig jaar, vanaf het moment dat ik lid werd van de Bond voor Natuurbescherming, de voorgangster van de Grünen. Hoeveel moerasgebied is er niet drooggelegd voor de landbouw? Of neem het Mainz-Donaukanaal. De Bond heeft niets bereikt. Beieren blijft zwart en bruin gebied, christelijk en fascistisch, waar de industrie en Stoibers politieke maffia elk milieubeleid blokkeren.» Ze kijkt provocerend om zich heen, in haar sas.

Een droef ogende man orakelt over der Jude zus en der Jude zo, maar brengt onder de debatterenden slechts schouderophalen teweeg waar je verontruste blikken zou verwachten. Blijkbaar kennen ze hem als de Marienplatzgek; zelfs de felle oude mevrouw lacht hem toe. En concentreert zich dan weer op de serieus te nemen zaken. De opinies op de Marienplatz vliegen alle kanten uit: de speels-liberale Süddeutsche Zeitung wordt een «anti-deutsche Medienterroristenbande» genoemd, de overstromingen van de Elbe de schuld van de Tsjechen, hasjthee helpt tegen groene staar en zou bij de drogist naast de Kneipp-producten moeten liggen, de waarheid over Helmut Kohls illegale partijgelden zal nooit boven komen en de SPD heult met «Oost-Duitse communisten». Dan zegt iemand: «Ik geloof niet meer in sociale gerechtigheid», allen knikken en ieder gaat welgemoed zijns weegs.

Grünen-bestuurslid Florian Roth merkt van de hele verbale kermis niks. Een eindje verderop deelt hij folders uit, uren achtereen. «Ik ben slechts een verstandsecoloog, hoor», zegt hij later op een terrasje. Niet het milieu, maar het vluchtelingen- en immigratiebeleid is zijn spe cialisme. Hij werkt als opleidingsadviseur voor buitenlanders en verzon de verkiezingsleus Für ein weltoffen München. Ruim twintig procent van de 1,27 miljoen inwoners zijn buitenlanders, merendeels Turken en mensen uit het voormalige Joegoslavië. «Velen zijn hier al decennia lang, volkomen geïntegreerd. Daardoor kunnen ze nieuwkomers uit hun land ook goed opvangen, zoals bleek bij vluchtelingen van de oorlog in Joegoslavië.»

Zelf kwam Roth op zijn derde met zijn ouders uit Roemenië, ruim dertig jaar geleden. Hij promoveerde op de naoorlogse politiek in de Bondsrepubliek. Op zijn website staat zijn collegeserie Liefde en eros in de filosofie aangekondigd. Maar ja, de politieke praktijk, verzucht hij. «Een zaaltje vol krijgen op een Grünen-avond… Een travestieprogramma, dan wil er nog wel eens honderd man komen.» De Grünen-quizavond Welk geurtje hoort bij welke politicus? liep ook aardig. «Bij Schröder was het goede antwoord: geen enkel geurtje.» Omdat hij van zichzelf al mannelijk genoeg is? «Nee, omdat hij vlees noch vis is. Voor Joschka Fischer vonden we Calvin Klein geschikt. Hé, daar hebben we het Münchense SPD-bestuur.»

Een vijftal dertigers groet gretig en zet zich aan het aanpalende tafeltje. Geen van hen heeft het regionale accent. Ze zijn ooit naar München gekomen om te studeren. De man met de grootste mond stelt zich voor als Urban Hilgers («ik ben nu enkel nog wijkbestuurder»). Misschien doet hij extra opgewonden omdat Schröder morgen komt? «Nee, hoezo?» In een lange, onnavolgbare monoloog zet Hilgers uiteen waarom de komst van de bondskanselier helemáál niet belangrijk is voor de Münchense SPD. Omdat de sociaal-democratie grotendeels in Dachau, het concentratiekamp bij München, ten onder ging. En de partij na de oorlog, in die grote Duitse volksverhuizing, is heropgebouwd door vluchtelingen uit alle windstreken. «Dus is Schröders komst slechts een zuchtje in de partijgeschiedenis.» Hij vervolgt met de blik op de jonge dr. Roth: «Bovendien zijn wij van de SPD Profis, én we zijn katholiek. Ergo: we hebben de voorbereidingen voor morgen zojuist in een half uurtje rond gemaakt. Bij de Grünen moeten ze nog leren organiseren.»

Florian Roth lacht maar mee. Even later zal hij wraak nemen door uitgebreid te citeren uit de lokale Abendzeitung. Onder de kop Ude laat Schröder in de steek spreekt de krant er schande van dat burgemeester Christian Ude op vakantie is nu zijn grote partijgenoot Schröder komt. De Münchense Grünen steunen Joschka, hun eigen minister, tenminste door dik en dun, zegt Roth. Dan kijkt hij pas echt zorgelijk: hij is erachter gekomen dat hij zonet de wedstrijd FC Bayern München-Partizan Belgrado heeft gemist.

De rivier de Isar doorsnijdt München in de lengte met elegante groene weiden, bruisende stromen en witte kiezelstrandjes. Overal wordt naakt gebaad, zelfs in hartje stad. Ten oosten van de rivier strekt de wijk Haidhausen zich uit met gevarieerde buurtjes die de geallieerde bombardementen goeddeels hebben doorstaan. De Siemens-arbeider woont er bij zijn fabriek, de jonge kunst-scene rond kleine winkeltjes, galerietjes en cafés. Het is een brave variant van een grootstedelijke multicultiwijk, dankzij het Null Toleranz-beleid dat Franz Josef Strauss twintig jaar geleden invoerde. Geen gekraakt huis of andersoortige vrijplaats werd langer dan een dag gedoogd. Immers, was Beieren niet zelf al één grote vrijplaats? «Agent, hoe loop je ’s nachts het veiligst van het station naar de Goethe-straat?» «Maar mevrouw, het is hier toch overal even veilig.» Beieren als veilige vrijplaats in een harteloze wereld. Veiligheidspolitiek wordt in de protserige Staatskanzlei te München als veruit de belangrijkste staatstaak gezien.

Voor het Ostbahnhof in Haidhausen werft het sekteachtige partijtje BüSo (Bürgerrechts bewegung Solidarität) voor meer kernenergie en industriële gigaprojecten. Liefst in samenwerking met China, want «de Chinezen bouwen dammen, terwijl de Duitsers hun huizen aan de natuur offeren». Dan afficheert de PDS zich helderder in de wijk: als «Nieuw Links». Dat deze socialistische partij haar wortels in het DDR-communisme heeft, hoeft in München niet te worden benadrukt. En evenmin dat de PDS in Berlijn adverteert met Maak het Oosten sterk.

De Deutsche Kommunistische Partei is hiermee tot «Oud Links» gemaakt. De in 1968 opgerichte partij heeft haar lokale kantoor in Haidhausen. «Komm Treff DKP», staat op een naambordje in een vervallen woonblok. Het verwijst naar een verlaten hok op de begane grond. Enkele straten verder moet het Nieuwste Linkse grut zich ophouden, rond de Infowinkel van de Autonomen. Een buurtbewoner: «Auto’s?» Zijn vrouw trekt de neus op. «Autonomen, die zijn hier niet!» De betreffende infoplek bestaat, in een kelder, maar toont geen teken van leven.

In Haidhausen houdt de PDS vanavond een verkiezingsbijeenkomst. Het achterzaaltje van een treurig buurtcafé herbergt de Beierse PDs-lijsttrekster en tevens Bondsdaglid Eva Bulling-Schröter, alsmede een twintigtal toehoorders, waarvan de helft er als arbeider uitziet en de andere helft als student. Als discussieleider is een gepensioneerde Amerikaanse econoom en marxist aangetrokken, die een inleiding van een half uur op het thema arbeidsmarktpolitiek ten beste geeft. Gelukkig hebben de meeste aanwezigen een bord café-eten voor zich dat ook niet binnen een kwartier is weg te werken.

Bulling-Schröter, een Beierse met een zangerig accent, heeft zich via de lopende band en de DKP in de politiek opgewerkt. «Maar na de val van de Muur wilde ik bij een partij voor héél Duitsland.» Ze bedoelt dus de PDS, hoewel de socialisten met één zetel in de Münchense Raad en nog belabberder resultaten op het Beierse land op hun grenzen in Zuidwest-Duitsland lijken te zijn gestuit. Nu wil Bulling-Schröter de PDs-werknemerspolitiek gaan toelichten. Maar waar het socialistisch voetvolk in Oost-Berlijn nog altijd urenlang kan luisteren, zoals het Bondsdaglid heeft mogen ervaren, komt het in München vooral langs om de eigen stem eens te horen. Of dat nu met een persoonlijke werk ervaring is of met een traktaat over het kapitalisme, Eva Bulling-Schröter komt er vanavond nauwelijks tussen.

Het aantal werklozen mag in Beieren onder Stoibers leiding dan «gigantisch zijn gestegen» en Siemens München zal ook nog eens drieduizend arbeidsplaatsen afbouwen, zoals net bekend werd, maar de doemscenario’s van de PDS vinden weinig aftrek in de stad met 4,4 procent werkloosheid – voor West-Duitse begrippen al een schijntje, voor heel Duitsland een utopie. Een van de tien proletariërs op de PDs-bijeenkomst verzucht even later aan de bar: «Ik weet voor het eerst niet wat ik ga stemmen.» Van de SPD heeft hij zijn buik vol, van de Grünen gruwelt hij, de DKP is veel te klein en de PDS, nou ja…

Trachten is de laatste jaren in. Het grote warenhuis op de Marienplatz etaleert de nieuwste klederdrachtmode: met een beletterde juten zak als rok en als dirndl een gerafeld indianenhesje ga je het helemaal maken op het Oktoberfest, Münchens jaarlijkse bierfestijn. SPD-wijk bestuurder Urban Hilgers staat er, helemaal vooraan, ontspannen bij als Gerhard Schröder het podium betreedt. Binnenkort staat Hilgers zelf op het podium, als het aan hem ligt. Minis ter van Binnenlandse Zaken Otto Schily staat met zichtbare tegenzin op dat podium. Als de SPD-Spitzenkandidat in Beieren moet Schily voor applausmachine spelen, terwijl Schröder in hemdsmouwen een eind weg bazelt over solidariteit. Maar ja, in welke deelstaat zou Schily, als man van law and order, beter op zijn plek zijn dan hier? Vanaf morgen tot de verkiezingen op 22 september zal hij, oude ’68’er, nog zalen vol Beierse gepensioneerden toespreken.

Vijftienduizend Münchenaren kwamen om Schröder te zien. «Zoals bij Franz Josef Strauss in zijn beste tijd», commentarieert een lokale krant. Schröders verrassingsgast, oud-burgemeester van München (en later nog luttele maanden van Berlijn) Hans-Jochen Vogel wordt in de krant slechts genoemd. Toch is het hedendaagse aanzien van München door niemand méér bepaald dan door Vogel, eerste burger van 1960 tot 1972. Hij haalde in 1966 de Olympische Spelen van 1972 binnen. En daarmee een economische boom die zelfs bestand was tegen de wereldcrisis van de jaren zeventig. Dat «Isar Valley» nu Duitslands belangrijkste en Europa’s tweede Standort voor biotechnologie is, werd door de investeringen voor de Spelen bepaald, niet in de laatste plaats die in de infrastructuur.

De Münchense sociaal-democraten herbouwden hun gebombardeerde stad met de verkeersslagader als structurerend principe. Als jaar ringen trekken deze racebanen cirkels door München; de middelste is 28 kilometer lang. Ertussen kregen fabrieken, bedrijfsterreinen en kale vlakten alle ruimte. Maar waar bleven de woningen? Grote stukken van het centrum maken een naargeestige indruk. Waar wel woningen zijn gebouwd, of nog voorhanden waren, zijn deze bijkans onbetaalbaar.

«Als ik niet het appartement van mijn ouders had geërfd en als de sociaal-democratie niet gul en behulpzaam was geweest voor alleenstaande ouders zonder veel inkomsten, had ik me München niet meer kunnen veroorloven», zegt vertaalster en auteur van boeken over Italië dr. Friederike Hausmann. Dan had ze misschien nog in Italië geleefd, waar ze halverwege de jaren zeventig naartoe trok na een politiek beroepsverbod in Berlijn. Daar had ze rond 1968 gestudeerd en was er dermate geradicaliseerd dat ze een hekel kreeg aan alles wat Duits was. Niet zo vreemd, want medestudent Benno Ohnesorg stierf in haar armen tijdens een demonstratie tegen de Sjah van Perzië. Hij werd getroffen door een politiekogel.

«Wanneer ik het kon opbrengen, zou ik geen SPD stemmen», zegt Hausmann. «Het is een laffe partij, die voor yuppen opkomt. Anderen worden uit het centrum geweerd.» Zoals de vele arme studenten. Bulling-Schröters PDS werft actief onder deze groep.

München had in 1968 niet zo’n sterke linkse scene als Berlijn of Frankfurt. «Als je een echte Münchense Oud-Linkser wilt spreken», had Grünen-bestuurslid Roth gezegd, «moet je naar Klaus Schreer. Die is al veertig jaar actievoerder.» Schreer (64) is een grafisch ontwerper die in zijn Verbond tegen Racisme allerlei partijtjes en groeperingen verenigt. Hij is ook de man met de sleutels van het DKP-kantoortje in Haidhausen. «We hebben in München 180 leden. Nee, daar zitten niet zo veel jongeren bij.» Maar Schreer bezweert dat hij regelmatig met jonge autonomen samenwerkt. En met antiglobalisten. Waar zitten al die linkse jongeren toch? «Was er niemand in de Infowinkel? Het gaat niet zo goed daar, geloof ik. Met onze acties tegen militair ingrijpen in Joegoslavië hadden ze ook niet zo veel op.»

Op verzoek begint Schreer aan een opsomming van zijn politieke werk. «Dienstweigeraar in 1960, Vietnam-demonstraties, de Duitse beroepsverboden, de putsch in Griekenland, de woningpolitiek in München… Nu ik zo terugblik, moet ik zeggen: het heeft allemaal niet geholpen. München had bijvoorbeeld in de jaren zestig een paar honderdduizend sociale woningen. Daar zijn er nog zo’n vijftigduizend van over.» Zijn oordeel over de kanselier en de kandidaat is verrassend. «Edmund Stoiber zal het niet slechter doen dan Schröder. Die ontslagen bij Siemens, daar kan hij ook niks aan doen. Regeringen hebben nu eenmaal geen invloed op de economische wetmatigheden.»