Over debutanten en coryfeeën

Het literaire seizoen

Over debutanten, coryfeeën en ander schrijversvolk en wat we dit najaar van ze mogen verwachten.

De zogeheten najaarsaanbieding is voor uitgevers de belangrijkste gelegenheid om vertegenwoordigers, boekhandelaren en pers alvast warm te maken voor de boeken die van september tot ongeveer februari zullen verschijnen. Schrijvers, dichters, journalisten en vertalers zijn nog druk in de weer, maar de dummy’s zijn al ontworpen, de auteursfoto’s zijn gemaakt, en in luxe prospectussen wordt alvast een voorzetje genomen op wat soms nog niet meer dan halffabrikaten zijn.

Omdat alles op hosannatoon wordt gebracht, slaat de overvoerdheid onmiddellijk toe. In de filmwereld schijnt het een liefhebberij te zijn: trailers van speelfilms-op-komst achter elkaar te bekijken. Iedere keer weer het sonore stemgeluid dat de held introduceert («There was a man…»), zijn eenzame gevecht, zijn angst, zijn zoektocht. Uiteindelijk blijkt zo’n beetje iedere film te herleiden tot het simpele, aansprekende gegeven van de eenling die een klus geklaard moet krijgen. In romans is dat misschien wel niet zo heel anders, denk je wanneer je de samengebalde teksten in de verschillende uitgeversprospectussen aan je voorbij laat trekken. Telkens weer moet een verhaal worden samengevat, zo ronkend mogelijk. Meeslepend! Hilarisch! Aangrijpend niet te vergeten!

Bladerend door de verschillende catalogi die de literaire uitgevers deze nazomer rondsturen, lijkt het alsof, tussen alle opzwepende regels door, een pas op de plaats gemaakt wordt. Niet zo vreemd, als er misschien niet eens zozeer minder wordt gelezen, als wel minder boeken worden verkocht. Boekhandelaren sturen eerder dan ooit restanten terug naar de uitgever, soms al na drie maanden. Alleen wat op de tafels midden in de boekhandel, of bij de kassa, in stapels ligt opgetast, verkoopt. De rest, datgene wat in de boekenkasten staat, is behang. Uitgevers denken niet meer drie, maar vier keer na voor ze iets uitgeven, aldus Joost Nijsen in het voorwoord van de prospectus van zijn uitgeverij, Podium.

De pas op de plaats vertaalt zich in een aantal tendensen. Vergeleken met andere jaren zijn er maar weinig debutanten in de Nederlandse literatuur. De tegenhanger daarvan is dat het stel coryfeeën en goedverkopende auteurs dat in de recycling gaat, immer groeiende lijkt. Uitgevers mikken op zekerheid. De meest kwetsbare groep, schrijvers die met hun tweede roman komen, is kleiner dan ooit. Thematisch gezien blijven liefde, oorlog en geschiedenis de pijlers waarop de Nederlandse literatuur wordt gebouwd. Wel lijkt er in navolging van het succesvolle Schaduwkind van P.F. Thomése een kleine hausse op komst van boeken over dode, zieke of verdwenen kinderen.

Aleid Truijens, zo’n 25 jaar recensent Nederlandse literatuur bij verschillende kranten, de laatste jaren bij de Volkskrant, debuteert bij uitgeverij Cossee met zo’n roman over kinderen en ziekte. Geen nacht zonder is volgens de uitgever «een trefzeker en ontroerend boek over zelfbedrog, valse hoop en troost». Andere nieuwsgierig makende debutanten zijn Cathelijn Schilder en Walter Kraut. De laatste is ook al recensent (voor Trouw) en debuteert met «een meeslepende roman over een kortstondige liefde met langdurige gevolgen», Blauwe ogen, bij Prometheus. Schilder komt in januari met de roman De eenling: «een ontroerende, geestige roman over dat ene allesbeslissende jaar in je leven» (Veen).

Verheugend feit is dat Gijs IJlander, die zich zo te lezen tegenwoordig kortweg met IJlander laat aanduiden, met een nieuwe roman komt. Het heeft de intrigerende titel ALVB (van ars longa, vita brevis). «Dit verhaal gaat over ouders die eerst hun kind en dan zichzelf kwijtraken; de dramatische ontreddering van een gezin, onverbiddelijk verbeeld.» Het verschijnt in januari bij Veen. Ook Aat Ceelen schrijft prettig door. In januari verschijnt van hem bij dezelfde uitgeverij Aan mijn vrouw. «Een meeslepend verhaal dat even wrang als hilarisch is.» Zeker lezen moeten we ook het literaire uitstapje van Nelleke Noordervliet, Mevrouw Gigengack. Uit de omschrijving valt op te maken («hilarische avonturen en hemel bestormende bespiegelingen van een filosofe pur sang») dat ze een soort Damesleed heeft geschreven. Het verschijnt bij uitgeverij Augustus, waar ook de nieuwe Maarten Asscher zal uitkomen. Het uur en de dag is «een ambitieuze en spannende roman over oude schuld en nieuwe liefde».

Hun vorige werk maakt benieuwd naar de weg die zij nu zullen inslaan. Zowel Kees van Beijnum als Joke J. Hermsen komt met een nieuwe roman, de eerste in oktober bij De Bezige Bij (Het verboden pad, «beklemmend en ontroerend») en Hermsen in november bij De Arbeiderspers. De profielschets belooft een «hilarisch, vilein en spannend» inkijkje in de academische wereld te bieden. Bas van Putten lijkt zijn Vestdijkvergelijking waar te maken, want komt wéér met een nieuwe roman, Liefdesgeschiedenis. Verslag van het vergaan. Een beetje het omgekeerde geldt voor Theodor Holman: gaat hij er eindelijk komen, een heuse roman? Nijgh & Van Ditmar kondigt in ieder geval met trots De kleine oorlog van grote Tjon aan: «ontroerend, wreed maar ook geestig».

De meest opvallend en uitbundig gerecyclede auteur van het moment is Tom Lanoye. Prometheus pakt uit met eindeloze heruitgaven, het ene boek ziet er nog hipper uit dan het andere, en voor de prospectus is zijn bebrilde hoofd in alle standen gekiekt. Zelfs de toch tamelijk onleesbare Monster trilogie wordt dit keer in cassette uitgebracht. Wie koopt zoiets? Of is dit alvast met het oog op de eeuwigheid? Iets anders geldt voor boekenweek auteur Jan Wolkers. Van Wolkers mag iedere grassprietobservatie in facsimile worden uitgebracht. De Bezige Bij pakt flink uit met dagboeken en herdrukken. Dick Matena waagt zich aan een stripbewerking van Kort Amerikaans.

Van de post-debutanten kan vooral uitgekeken worden naar het tweede boek van Sasja Jansen. In Teresa zegt probeert een jonge vrouw een man voor zich te winnen, altijd een mooi onderwerp, zeker als ze zoals vermeld «in haar jaloezie erg ver gaat…». Bij dezelfde uitgeverij, Querido, verschijnt de nieuwe roman van Wanda Reisel, geïnspireerd op het levensverhaal van haar moeder, Witte liefde: «een gloedvolle roman over een grote liefde die niet mocht zijn.» Annejet van der Zijl heeft een soortgelijk onderwerp te pakken, maar dan als literair journalistieke geschiedschrijving. Sonny Boy is «het waargebeurde verhaal van een onmogelijke liefde die toch kon» (Nijgh & Van Ditmar). Ook Oscar van den Boogaard komt met een nieuwe roman, voor het eerst bij zijn nieuwe uitgever De Bezige Bij: Het Verticale Strand belooft «urgente levensvragen over mannelijkheid en vrouwelijkheid» te behandelen, «even onontkoombaar als sensitief.»

Tot slot nieuw werk van een paar coryfeeën. Van Tim Krabbé gaat verschijnen de roman Drie slechte schaatsers, volgens zijn uitgever Prometheus «een ontroerend verhaal over ijs en liefde». Van Cees Nooteboom publiceert Atlas dit najaar de roman Paradijs Verlooren. En fijn voor de Dorrestein -fans: Zolang er leven is belooft een lekker gemeen boek te worden over hartsvriendinnen op vakantie. En écht tot slot ons nationale wonderkind, die in bijna iedere prospectus opduikt, hetzij als romancier, hetzij als essayist, als inleider, uitleider, wat al niet. Uitgeverij Vassallucci heeft Arnon Grunberg weten te strikken voor zijn Jiddische Bibliotheek. De joodse messias wordt aangeprezen als «apocalyptisch en controversieel maar ook hilarisch». Daarmee kan de term «hilarisch» definitief tot meest uitgemolken term voor dit literaire seizoen worden uitgeroepen. Waarmee overigens niets gezegd is over de opschudding die dit boek in september ongetwijfeld zal gaan veroorzaken. En dan moet het echte seizoen nog beginnen, meeslepend en wel.