Toneel - Endspiel

‘Het loopt misschien ten einde’

Berlijn – Ook het Berliner Ensemble aan Bertolt-Brecht-Platz krijgt een nieuwe artistieke leiding. Claus Peymann (1937) vertrekt na bijna achttien jaar. Tot begin juli is er hier een ‘vlootschouw’ van wat in die jaren is gemaakt. Ook het werk van vaste gastregisseurs, zoals de Amerikaanse beeldend kunstenaar, performer en regisseur Robert Wilson (1941). Zijn laatste Berlijnse productie, Eindspel van Samuel Beckett, blijft onder de nieuwe leiding op het repertoire. Fin de Partie, Endgame, Endspiel speelt zich af in een postapocalyptisch landschap van as en dorre takken. Openingszin: ‘Einde, het is ten einde, het loopt ten einde, het loopt misschien ten einde.’ Een blinde, lamme man in een rolstoel, Hamm, wordt verzorgd door clown Clov, die niet meer zitten maar nog slechts lopen kan. De ouders van Hamm, Nell en Nagg, hebben hun onderlijf verloren bij een autocrash en kwebbelen zichzelf als in vaten opgeborgen rompen naar hun einde toe. Niets is grappiger dan ongeluk, is de kernzin van dit meesterwerk. Dat in Berlijn een omarmde toneeltekst is gebleven, al sinds de Duitse oerpremière in 1957, in de regie van de schrijver, in West-Berlijn. In de ddr was het stuk verboden.

Medium toneel eindspel
Martin Schneider als Hamm, Jürgen Holtz als Nagg en Georgios Tsivanoglou als Clov in Endspiel van Beckett © Lovis Ostenrik

Niemand anders dan Wilson kan een kale ruimte zo mooi optuigen met gestileerde leegheid. Het begint bij eerste aanblik nog eenvoudig. Hoog boven twee getekende raampjes, rechtsonder een speelgoedladdertje dat uit de grond oprijst. Achter is een kleine deur uitgespaard in het gaas. Waar Clov steeds zijn hoofd aan stoot. Dan klinkt off stage staalhard ‘deng’ of ‘ploink’. Wanneer Hamm, stram gezeten in zijn hoogwielige rolstoelmachine, het glas van zijn zonnebril schoonmaakt, knerpt en piepst het poetsen meervoudig versterkt. Dat is de gimmick van de avond: elk zinnetje krijgt een bijbehorende grimas, gestileerde geste, of geluidseffect. Voor de Wilson-fanclub vast een must, voor de liefhebbers van de taalmuziek van Beckett een nachtmerrie. Wilson schrapt de toneeltekst ook nog eens naar zijn concept toe. Met een rood potlood bouwt hij zijn effectenmachine. Becketts partituur, een kernfusie van troosteloosheid en woordclownerie, heeft geen schijn van kans. Van de tekst is sowieso niet veel te volgen. Alles moet snel. En door elkaar. Voor de fijnzinnige terloopsheid en de door merg en been krakende wanhoop van Endspiel hebben de acteurs nauwelijks concentratie over.

En, o ja, er is er altijd eentje die ontsnapt. Ook hier. Jürgen Holtz heet hij, 85 jaar binnenkort, de jongste grijsaard van het ensemble. Hij doet de verwekker Nagg. Met witte vingertjes, als speelt hij de variété-muziek die we op dat moment horen, zoekt hij de weg omhoog uit zijn vuilstortkoker. Grandioos, die wijze vlerk vanonder de circusschmink. Maar in deze tekenfilm vrij naar Beckett delft ook hij op den duur het onderspit. Ik wens Robert Wilson nog een lange carrière toe. Maar van Samuel Beckett mag hij voortaan afblijven.


Endspiel is in het Berliner Ensemble nog te zien op 11 en 12 juni om 19.30 uur; theaterkasse@berliner-ensemble.de