Het lot negeren

Imre Kertész
Dossier K.
Uit het Hongaars (2006) vertaald door Mari Alföldy
De Bezige Bij, 223 blz., € 18,50

In de loop van 2003/04 had Zoltan Hafner, een redacteur en vriend van Kertész, hun gesprekken op band vastgelegd. Toen deze de tekst onder ogen kreeg, legde hij hem na een paar zinnen al opzij om zijn eigen levensverhaal op schrift te stellen. Leven en werk zet hij in het gelid; voor een Nederlandse lezer geen luxe omdat de vertalingen lange tijd in een lukrake volgorde zijn uitgegeven. Het hele werk draait om het pas in 1995 vertaalde Onbepaald door het lot, geschreven toen fictie niet lukte en hij uit armoede naar eigen belevenissen greep. De andere boeken staan in de schaduw daarvan. Opmerkelijk is de stelligheid waarmee hij alle biografische gegevens als louter materiaal afdoet, anekdotes die weinig voorstellen zolang hij er niet schrijvend vorm aan heeft gegeven. Dat geldt voor wat hij vertelt over ouders en grootouders, zijn jeugd tot hij als veertienjarige gedeporteerd werd; het geldt zelfs voor de tijd in het kamp: ‘In de roman moest ik Auschwitz verzinnen en creëren. Ik kon niet teruggrijpen op de zogenaamde feiten buiten de roman.’ Het ging hem minder om de feiten dan om wat hij eraan kon toevoegen: hoe maakte hij er zijn eigen verhaal van? Dat werd des te moeilijker omdat hij per se wilde dat het een universeel verhaal zou zijn.

Tot dan is het heel zinnig wat Kertész schrijft over de verhouding feit en fictie, ongeschreven en geschreven werkelijkheid. Maar zodra hij het over zijn vaste thema’s heeft, raakt hij verstrikt in abstracte redeneringen en zijn nogal particuliere terminologie. Vooral rond het begrip ‘lot’ heeft hij een hele, nogal idiosyncratische denkwereld opgebouwd. Als ‘Onbepaald door het lot’ suggereert dat de hoofdpersoon in 1945 aan het lot ontsnapt zou zijn, is dat het tegendeel van wat Kertész bedoelde. De titel betekende letterlijk ‘Lotloosheid’, een negatieve term. De tragische mens, die worstelde met zijn lot, heeft in de moderne totalitaire staat plaatsgemaakt voor de functionele mens, de marionet.

Een oplossing is niet aanvaarding van het lot, maar het negeren van het lot, of volkomen passiviteit. Om die gedachte draait heel het verdere werk. Auschwitz heerst nog steeds, stelt hij, omdat het moderne leven er de oorzaak én het gevolg van is; de moderne wereld is één concentratiekamp. In Europa worden we allemaal tot moordenaar en slachtoffer opgevoed. Wat betekenen dan nog woorden? Voor iemand die zo denkt is het niet verwonderlijk dat hij zegt te snakken naar een echte conservatieve partij.