Het lot van iedere wereldoorlog

Sinds begin dit jaar regent het bij onze oosterburen Münster-memorabilia. De driehonderdvijftigste verjaardag van de fameuze vrede die een eind maakte aan de Dertigjarige Oorlog wordt gevierd met gekostumeerde zwelgfeesten, vredespenningen in roestvrij Kruppstaal en rijk geïllustreerde monografieën in vetlederen prachtband. Afgezien van een stemmig gruwelkamertje dat ternauwernood aan de overzichtstentoonstelling in de bisschopsstad mocht worden toegevoegd, herinnert niets meer aan de bloedige ernst waarmee de tijdgenoten het krijgsgeweld bedreven of ondergingen.

Toch was de machtsstrijd die de Duitse vorsten en hun Europese bondgenoten op Duits grondgebied uitvochten de meest genadeloze en verwoestende die Europa tot dan toe had gekend. Een derde van de bevolking kwam om het leven door geweld, plundering, honger en ziekten. De Dertigjarige Oorlog gold een eeuw later nog als afschrikwekkend voorbeeld van wat godsdienstig fanatisme vermag.
Ook de Tweede Wereldoorlog valt vroeg of laat ten prooi aan de totale banalisering, al is het moeilijk om je daar nu al iets bij voor te stellen. Het jongste nummer van het Historisch Nieuwsblad bevat twee opmerkelijke artikelen die de voortgang in dit proces markeren.
Het eerste, dat enige aandacht in de media trok, doet verslag van een enquête naar de kennis over de Tweede Wereldoorlog onder tweehonderd zorgvuldig geselecteerde Nederlanders. Die kennis houdt niet over en beperkt zich in veel gevallen reeds tot clichés, ook bij de generatie die het nog heeft meegemaakt.
Het tweede artikel bestaat uit interviews met journalisten en historici die qualitate qua beter zouden moeten weten. Maar wat blijkt? De geïnterviewden zijn de schaamte voorbij. Zij zijn de oorlog gewoon beu. Al die schandalen, van de ‘drie van Breda’ tot en met de Liro-affaire, waren eigenlijk maar hypes waar zij tegen wil en dank aan mee hebben gedaan.
Voor Nico Haasbroek, hoofdredacteur van het NOS-journaal, is de berichtgeving over oorlogskwesties een 'automatisme’ geworden. Adjunct-hoofdredacteur Jan Tromp van de Volkskrant noemt de telkens opflakkerende aandacht voor de oorlog 'griezelig’, en zijn collega Laura Starink van NRC Handelsblad vindt onthullingen over de bezettingsjaren 'gewoon een soort rondedans waar je als massamedium aan mee moet doen’.
Er valt enig begrip voor die houding op te brengen, althans als je ervan uitgaat dat de sprekers bedoelen dat hysterische en eenzijdige berichtgeving juist banalisering in de hand werkt. Indien de oorlog nog steeds een moreel ijkpunt voor hen was, zou je verwachten dat zij streven naar zorgvuldiger berichtgeving teneinde de clichés te ontkrachten. Dat doen zij echter niet, ze willen gewoon van het gelazer af en ze worden op hun wenken bediend door Riod-directeur Hans Blom. Het moet maar eens afgelopen zijn met dat schuldgevoel over de Nederlandse houding tegenover de joden, zegt hij, want 'we moeten niet vergeten dat er ook zestienduizend joden gered zijn uit handen van de Duitsers’.
Zo strijdt Nederland anno 1998 tegen de vergetelheid: maak je niet dik, het is onze oorlog niet meer. Het wachten is op de eerste handige jongen die het merk 'Auschwitz’ wettig deponeert.