Eurostat vijftig jaar

Het lustrum van de leugen

Eurostat bestaat vijftig jaar. Het jubileum van het statistisch bureau van de Europese Unie was echter geen feest. Een schandaal rond financieel wanbeheer en nepotisme plaatst de Europese Commissie vier jaar na de val van Jacques Santer in een dubieus daglicht.

Stoeien met cijfers, daar zijn ze goed in bij Eurostat. Al jaren doen geruchten de ronde dat er in de boekhouding van het Europese bureau voor statistiek en zijn onderaannemers nogal creatief met cijfers wordt omgesprongen. Die geruchten worden ook beschreven in interne auditrapporten en bevestigd door onderzoeken van de Europese antifraudedienst Olaf. Door het vermeende gesjoemel met miljoenen euro’s brengt het bestuur van Eurostat de Europese Commissie in een zeer lastig parket.

Centrale vraag is wat de bevoegde eurocommissarissen op welk tijdstip van de zaak wisten en wat ze met die kennis deden. «Ze keken gewoon de andere kant op», zegt Herbert Bösch, Oostenrijks europarlementslid en frauderapporteur van de commissie begrotingscontrole (Cocobu). «De Europese Commissie heeft niets geleerd van de vorige golf fraudezaken.»

De parallellen met de financiële schandalen die in 1999 leidden tot het aftreden van de Commissie-Santer, zijn inderdaad legio en maken velen in de Europese vergadercircuits nerveus. Voorlopige balans van de Eurostat-affaire: twee overgeplaatste directeuren, drie juridische onderzoeken in Parijs en Luxemburg, een mentaal gebroken klokkenluidster en een Vlaamse interimdirecteur die nu enkele uren per week krijgt om bij Eurostat puin te ruimen.

Voor (inmiddels voormalig) directeur-generaal Yves Franchet en directeur Daniël Byk moest 16 mei 2003 een feestelijke hoogdag worden. «Hun» organisatie Eurostat vierde in Luxemburg haar vijftigste verjaardag in aanwezigheid van tal van prominenten, onder wie de groothertog Henri van Luxemburg. Voor Franchet, liefst zestien jaar lang aan het hoofd van Eurostat, moest het jubileum waarschijnlijk de kers op de carrièretaart worden. Hij zou volgend jaar met pensioen gaan als grote bezieler van Eurostat, dat zeker met de Europese monetaire unie en de invoering van de euro alleen maar aan belang had gewonnen. Zijn cijfers worden veelvuldig gebruikt om Europees beleid op te baseren.

Begon het in 1953 met welgeteld zeven ambtenaren, nu is de producent van karrenvrachten Europese statistieken een apart directoraat-generaal van de Europese Commissie met ruim zevenhonderd medewerkers en een jaarlijks budget van 140 miljoen euro, in het ver van het Brusselse strijdtoneel verwijderde Luxemburg. Na een dag van ronkende toespraken en bij dit soort gelegenheden gebruikelijke borstklopperij, zou er ’s avonds een cocktailparty in een Luxemburgs museum zijn, de dag nadien gevolgd door een diner dansant in het Hilton Hotel. Kosten: zeventigduizend euro.

Dat er bij Eurostat niet op een euro wordt gekeken bleek ook vorig jaar al. Het Duitse televisieprogramma Europa Magazin liet beelden zien van een «vijfsterren Eurostat-seminarie» in Griekenland, waar de statistici onder meer genoten van champagne aan een met palmbomen omzoomd zwembad.

Helaas kwamen drie journalisten van The Financial Times de feestvreugde bederven. Exact op de verjaardag van Eurostat pakte de serieuze Britse krant uit met het bericht dat de twee topmannen, Franchet en Byk, werden genoemd in verband met ernstig finan cieel gesjoemel. De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker zegde zijn bezoek aan het Eurostat-feest te elfder ure af. Hij moest plots nog een speech voor een andere gelegenheid voorbereiden.

The Financial Times meldde dat na onderzoek van Olaf het Franse parket begin april een strafrechtelijk onderzoek had geopend naar betrokkenheid van Franchet en Byk bij het wegsluizen van bijna een miljoen euro naar een anonieme Luxemburgse bankrekening. Byk bevestigde aan de Britse krant het bestaan van die privé-rekening, waar volgens hem niets louche aan was. Er staat geld op dat afkomstig is van de verkoop van Eurostat-cijfers aan bedrijven, door het Franse economische onderzoeksbureau Planistat. De rekening wordt beheerd door een extern bureau en het geld dient volgens de twee beklaagden onder andere om salarissen te betalen. Een nogal ondoorzichtige manier van salarisadministratie. Volgens het Olaf-onderzoek echter is er sprake van het plunderen van Europees overheidsgeld en zou er ook een en ander zijn misgelopen bij de samenwerking met verschillende onderaannemers van Eurostat, bedrijven die via lucratieve contracten in opdracht onderzoek uitvoeren.

De Europese Commissie reageert aanvankelijk niet op de zaak. Maar op verzoek van Commissie-voorzitter Romano Prodi, die de zaak «heel ernstig» neemt, verspreidt ze op 19 mei toch een persbericht waarin wordt gemeld dat er «binnen enkele dagen stappen worden genomen om deze zaak op te helderen en de financiële belangen van de EU veilig te stellen». En «op verzoek van Franchet en Byk zélf», zijn de twee voorlopig en in het belang van het onderzoek als «adviseurs» overgeplaatst naar het directoraat-generaal (DG) voor de Administratie. Dat is diplomatieke taal voor het afvoeren van onbetrouwbare ambtenaren. Maar, stelt de Commissie, de twee zijn nog niet schuldig bevonden aan bijvoorbeeld persoonlijke verrijking.

Niettemin rijst de verdenking dat Eurostat zijn budgetten niet correct beheert en de aanbestedingsregels niet correct naleeft. Kortom, een reeds jarenlange traditie van nepotisme en financieel wanbeheer. Precies datgene waar het Brusselse parket voormalig commissaris Edith Cresson dit voorjaar van beschuldigde. Vooral de affaires rond Cresson leidden tot de val van de vorige Commissie-Santer.

Twee weken geleden meldde de voor Eurostat verantwoordelijke commissaris Pedro Solbes tijdens een kruisverhoor voor de begrotingscommissie Cocobu in het Europees Parlement dat «alle contracten die tussen 1992 en 2002 met Planistat werden gesloten in totaal 41,3 miljoen euro vertegenwoordigen, plus acht miljoen euro voor contracten met andere DG’s». Solbes zei dat de Commissie «buitengewoon bezorgd is en de Eurostat-affaire zeer serieus neemt».

Drie eurocommissarissen verklaarden tegelijkertijd pas in februari en begin mei van dit jaar op de hoogte te zijn gebracht van de volledige omvang van de Eurostat-affaire. Naast Solbes waren dat de commissarissen Michaela Schreyer, verantwoordelijk voor financieel beheer en fraudebestrijding, en Neil Kinnock, verantwoordelijk voor personeelsbeleid en hervorming van de Commissie. Schreyer erkende dat haar diensten in februari een rapport hadden ontvangen, maar dat was haar niet onder ogen gekomen. Al in 1999 beschikte de Europese Commissie over een eerste interne audit over Eurostat waar wanbeheer werd vastgesteld. Maar Franchet had Solbes verzekerd dat er geen sprake was van fraude. De eurocommissaris liet het daarbij. «Ik moest hem geloven.» Schreyer verklaarde dat, nadat de afdeling financiële controle van de Commissie de interne audit had gelezen, meteen Olaf was ingeschakeld. Maar ook daarvan waren de commissarissen niet op de hoogte. Olaf hoeft niet te melden welke onderzoeken er lopen, maar de Commissie had het kunnen weten. Solbes moest toegeven dat «het systeem niet goed heeft gewerkt» en dat de informatie-uitwisseling binnen de Europese Commissie chaotisch verloopt.

Ondanks allerlei rinkelende alarmbellen liepen de contracten met Planistat tot enkele weken geleden gewoon door. Planistat is misschien het belangrijkste, maar zeker niet het enige probleem bij Eurostat. Op 8 juli 2002 stuurde Olaf twee andere onderzoeksdossiers over Eurostat naar het Luxemburgse parket. Die hadden ook te maken met mogelijke fraude bij het afsluiten van contracten met private bedrijven. Olaf maakte dat zelfs bekend via een persbericht op de website. Het is bizar dat de Europese Commissie daarvan niet op de hoogte zou zijn.

Volgens The Financial Times wist zelfs Prodi van een en ander, zonder iets te ondernemen. «Onzin», reageerde de EU-woordvoerder Reijo Kemppinen deze week. Maar uit een briefwisseling tussen Prodi en het Deense europarlementslid Freddy Blak, ondervoorzitter van de Cocobu, blijkt dat Prodi wel degelijk op de hoogte was van de problemen met Eurostat. Het was bijzonder pijnlijk toen Franchet onlangs in een kort televisie-interview verklaarde dat hij de drie eurocommissarissen inclusief voorzitter Prodi «altijd volledig op de hoogte heeft gehouden van de interne problemen bij Eurostat».

«Een van beide partijen liegt», stelt europarlementslid Bösch. «Het is ook bijzonder storend dat de commissarissen die politiek verantwoordelijk zijn zich verschuilen achter ambtenaren die bepaalde informatie niet zouden hebben doorgegeven en dat ze niet op de hoogte waren. Waarom hebben we Europese commissarissen? We hebben politiek leiderschap nodig dat ook echt leiding geeft. Prodi is zijn belofte aan de Europese kiezers van zero tolerance ten aanzien van fraude niet nagekomen. Er is geen wijziging in de ambtelijke cultuur binnen de Commissie geweest en men is nog steeds niet pro-actief met fraude bezig. Men moet zo lang zamerhand toch weten dat er met honderd miljard euro op de Europese begroting erg veel op het spel staat.»

Fraudedienst Olaf diende eveneens een dossier in bij de Luxemburgse justitie over het bedrijf Eurocost, ooit gesticht door Yves Franchet die er nog altijd een rol speelde. Ook rond een ander door Franchet gesticht bedrijf (CESD-Communitaire, voor statistisch onderzoek in de nieuwe lidstaten), vindt nu een fraudeonderzoek plaats.

Olaf diende bij het Luxemburgse parket ook een dossier in betreffende het bedrijf Eurogramme, opgericht door voormalig Eurostat-werknemer Edward Ojo. Hij verkreeg eind 1999 een contract om een statistisch onderzoek te doen. Eurostat-ambtenaar en klokkenluidster Dorte Schmidt-Brown, die dit programma moest begeleiden, ontdekte dat Eurogramme in de offerte valse cijfers over zichzelf had verstrekt om het contract te krijgen. Maar op het moment dat ze dit begin 2000 intern aankaartte begon voor haar een lijdensweg. In haar eigen woorden werd ze «moreel onder druk gezet» door haar diensthoofd met wie ze eerst goed samenwerkte. Plots begonnen de pesterijen, werd ze geweerd bij vergaderingen en werd haar harde schijf gewist. Volgens europarlementslid Freddy Blak, die de zaak van Schmidt-Brown altijd heeft verdedigd en aangekaart, heeft zij «nooit begrepen waarom de vijandigheden zijn begonnen nadat zij zich terecht kritisch opstelde in de zaak-Eurogramme en dat bedrijf een intimiderende brief naar Eurostat stuurde».

Europarlementslid Bart Staes, lid van Cocobu en momenteel werkend aan een boek over Europese fraude, heeft wel vermoedens. Volgens Staes blijkt uit interne documenten dat er sprake is van vergaande belangenverstrengeling en vertakt nepotisme bij Eurostat: «De vorige klokkenluider, Paul van Buitenen, schreef in augustus 2001 een uitgebreide nota aan de Commissie waarin ook gegevens over Eurostat stonden. Olaf nam die elementen vervolgens mee in het lopende onderzoek. In die Olaf-nota van februari 2002 staat bijvoorbeeld dat er al een intern EU-rapport uit 1993 is waarin werd geadviseerd om de samenwerking tussen Eurostat en privé-bedrijfjes als Eurocost en CESD af te bouwen. De heer Franchet — toen al baas bij Eurostat — was voorzitter van de raad van bestuur van CESD en de toenmalige Luxemburgse minister Robert Goebbels was vice-voorzitter. Tes, een andere contractant van Eurostat, werd geleid door Rudolf Teekens, wiens vrouw Lidia Barreiros tussen ’94 en ’97 een directeursfunctie had bij Eurostat. En zo zijn er nog veel voorbeelden van nepotisme. Al op 31 januari 1997 schreef Michel Thierry, secretaris van de Union Syndicale in Luxemburg, een gedetailleerde brief naar toenmalig eurocommissaris Erkki Liikanen over het wanbeheer op grote schaal bij Eurostat. Hij had dat al eerder in oktober 1996 gedaan. De problemen gingen onder meer over nepcontracten om externe bedrijven te bevoordelen, externe bedrijven die invloed uitoefenen op Eurostat-personeel, Eurostat-ambtenaren die bijklussen op kosten van de gemeenschap, onwettige openbare aanbestedingen, enzovoort. Liikanen antwoordde dat de meeste problemen rond bijvoorbeeld belangenvermenging inmiddels opgelost waren. Nu blijkt dat dat niet het geval was.»

Op 21 mei, twee dagen na het eerste persbericht, kondigde de Europese Commissie aan dat ze maatregelen zou nemen om de Eurostat-zaak uit te klaren. Dat gebeurde wederom in een vreemde spagaat. De Commissie zou de twee overgeplaatste ambtenaren «helpen hun reputatie te beschermen en te zorgen voor hun verdediging». Maar ook diende de Europese Commissie bij het Franse gerecht een klacht in tegen onbekenden «om de financiële belangen van de EU te vrijwaren». Met andere woorden: de Europese Commissie erkent door deze stap dat er is gefraudeerd en stelt zich op als burgerlijke partij. Maar de topverantwoordelijken bij Eurostat, die volgens verschillende bronnen én Olaf op zijn minst van het dossier op de hoogte moeten zijn geweest, worden met alle egards behandeld en krijgen bescherming. Kinnock ontkende dat er niets tegen de twee werd ondernomen omdat ze een toppositie hebben: «Er is zoiets als het vermoeden van onschuld. We konden ze niet direct betrappen op een strafrechtelijk feit.»

Kinnock reageerde scherp op de beschuldigingen in het Europese Parlement dat, in tegenstelling tot de directeuren, klokkenluidster Schmidt-Brown binnen Eurostat is afgemaakt en als dank door de Europese Commissie is gedumpt. Kinnock: «Zij is nooit geschorst geweest.» Hij stelde zelfs dat de Europese Commissie haar heeft geholpen: «Ik zeg u dat ze zeer goed werk heeft gedaan en een uitstekend ambtenaar was. Zij kreeg op een gegeven moment een volstrekt verwerpelijke brief van het bedrijf Eurogramme, die zij beschouwde als laster en smaad. Ze heeft ons in augustus vorig jaar om financiële hulp gevraagd voor het aanspannen van een rechtszaak en wij hebben haar die hulp ook gegeven. Inmiddels is het tot een schikking gekomen. Schmidt-Brown krijgt nu een invaliditeitsuitkering.» Kinnock gaf wel toe dat men de klokkenluidster beter wat eerder had geholpen.

Freddy Blak: «Dat zij als 37-jarige vrouw van een invaliditeitsuitkering moet leven is het rechtstreekse gevolg van de slechte psychische arbeidsomstandigheden bij Eurostat. Het topkader daar, onder wie Byk, Franchet en haar rechtstreekse diensthoofd Adrien Lhomme, hebben haar voortdurend zwart gemaakt, beledigd, geïntimideerd, kortom kapot gemaakt. Op haar afscheids receptie was niemand aanwezig omdat het iedereen verboden was daar naartoe te gaan. En mag ik erop wijzen dat de steun van Kinnock pas vorige week is gekomen?»

Schmidt-Brown laat weten dat ze erg blij is met de officiële rehabilitatie bij monde van Kinnock. Maar een nieuwe job bij de Europese Commissie ziet ze niet meer zitten. «Als ik ook maar in de buurt van een Europees gebouw kom, beginnen mijn benen te bibberen.»