Het luxe maatwerk van de arbeidsbureaus

De arbeidsbureaus willen hun activiteiten voor 172 duizend kansloze werklozen staken. Het bericht veroorzaakte een klein stormpje. Politici van alle gezindten riepen foei en schande over dit afschrijven van een hele categorie mensen. Vertegenwoordigers van werkgevers en werknemersorganisaties, sinds 1991 met de overheid verantwoordelijk voor het beleid van de arbeidsbureaus, riepen terug dat er helemaal geen mensen worden afgeschreven, maar integendeel, juist geholpen.

Over wie gaat het eigenlijk? Kansloos zijn naar de opvatting van het arbeidsbureau werklozen die ‘om redenen die in de persoon gelegen zijn’ niet in staat zijn een opleiding te volgen of werkervaring op te doen. Onder die redenen vallen psychische en sociale problemen, maar ook het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal. Voor deze werklozen deden de arbeidsbureaus feitelijk al niets meer. Ze beperken zich sinds de bestuurlijke verantwoordelijkheid overging in handen van werkgevers en werknemers tot kansrijk geachte werkzoekenden. Veruit het grootste deel van de kleine twee miljard die we met z'n allen aan de arbeidsbureaus uitgeven, wordt in die groep gestoken.
Tegelijk ontwikkelde zich naast de arbeidsbureaus een nieuw type arbeidsbemiddeling. In allerlei gemeenten ontstonden stichtingen die via intensieve individuele begeleiding 'kanslozen’ aan het werk helpen. Gehandicapt, ex-verslaafd, zwakbegaafd, het maakt niet uit: als iemand gemotiveerd is om te werken, lukt dat ook. Essentieel in de benadering is de vrijwillige deelname van de werkzoekende en diens eigen ambities. Op deze wijze ontstond langzamerhand een tweedeling in de arbeidsbemiddeling tussen de direct bemiddelbare en de moeilijker bemiddelbare werkzoekenden.
Typerend voor de gang van zaken is de geschiedenis van het werkgelegenheidsproject Helmond. Dat maakte een paar jaar geleden als eerste landelijk furore met de individuele trajectbegeleiding. Inmiddels is het project gesplitst. De ene helft valt onder het arbeidsbureau en houdt zich bezig met het behandelen van 'direct bemiddelbaar aanbod’, de andere helft, het moeilijk bemiddelbare aanbod, is uitbesteed aan de gemeente.
Precies dat onderscheid wensen de arbeidsbureaus nu structureel door te voeren. Iedereen die niet direct bemiddelbaar is omdat er psychisch, sociaal of qua taalbeheersing nog aan moet worden gesleuteld, kan niet meer bij het arbeidsbureau terecht maar dient zich te vervoegen bij de gemeente. Tegen de tijd dat de client weer bemiddelbaar is, ziet het arbeidsbureau hem of haar graag weer terug.
Natuurlijk is het een illusie te veronderstellen dat deze groep mensen op die manier aan het werk komt. Er zijn immers domweg niet voldoende banen. Arbeidsbemiddeling is niets anders dan het verdelen van schaarste. De maatwerkbenadering kan niet iedereen aan het werk helpen, maar wel voorkomen dat de lasten van de werkloosheid eenzijdig terechtkomen bij de zwaksten. Die benadering kan echter niet zonder de marktinformatie en contacten met werkgevers die de arbeidsbureaus hebben.
Hebben de arbeidsbureaus gelijk? Ja, voor zover ze aangeven dat zij niet voor iedereen een baan kunnen vinden. Nee, omdat ze bij de verdeling van de schaarse werkgelegenheid een categorie mensen uitsluiten.