Het maakbare kind van tineke netelenbos

‘De laatste Oost-Europese planbureaucraat die op deze wereld rondloopt.’ Zo werd onderwijsminister Ritzen in De Groene van vorige week getypeerd. Maar hij is niet de laatste. Vlak in zijn buurt, en vaak voor zijn voeten, loopt er nog zo eentje: collega Tineke Netelenbos.

De energieke PvdA-staatssecretaris van Onderwijs gelooft heilig in de maakbare samenleving. Dus ook in het maakbare kind, te vormen en te sturen op een maakbare school. Die school wordt gemaakt door Tineke Netelenbos. Met een stortvloed aan plannen, wetten, onderzoeken, voorschriften en maatregelen maakt zij duidelijk hoe zij het hebben wil, in het basis- en voortgezet onderwijs. En in haar carriŠre. Want behalve idealen heeft Netelenbos ook ambities. Zij keert graag terug, kondigde zij onlangs aan - als minister.
Dat was even schrikken voor ‘het veld’. Want in het onderwijs hapt men naar adem. Het is nauwelijks meer te bevatten wat Netelenbos de afgelopen vier jaar heeft bedisseld, gesouffleerd door een leger van commissies en projectgroepen. Een kleine poging. Het voortgezet onderwijs kreeg het meest voor de kiezen: invoering van de basisvorming en het computeronderwijs, zelfstandig leren in het 'studiehuis’, verplichte vakkenpakketten ('profielen’) in havo en vwo. Het voorbereidend beroepsonderwijs en het mavo zijn geheel op de helling gezet. Er moet opeens een 'theoretische leerweg’ en een 'gemengde leerweg’ komen, naast een 'praktijkschool’ voor zwakke leerlingen. De Onderwijsraad waarschuwt dat scholen veel te weinig tijd en geld hebben voor de vernieuwingsoperatie, maar Netelenbos wil het in augustus geregeld hebben.
En de klassen in het basisonderwijs gaan verkleind worden. Toen de paarse coalitie dit besloot, beleefde de staatssecretaris haar finest hour.
Het 'monitoren’ van vierjarigen is van de baan. Netelenbos’ plannetje om ’s lands kleuters te testen en om op basis van hun knip- en plakvaardigheden alvast te beginnen met het bijsturen van hun latere schoolloopbaan, is door een onderzoekscommissie smalend verworpen. Wel komt er een onderwijsnummer voor alle leerlingen, zoals elke koe in Nederland een eigen streepjescode heeft. Als Netelenbos haar kroost dan niet mag sturen, wil zij het tenminste kunnen volgen van kleuterklas tot universiteit.
Verder gaat zij seksueel misbruik op school voortvarend te lijf middels gedragsregels en verplichte vertrouwenspersonen, en hebben alle scholen van haar een 'calamiteitenwaaier’ ontvangen met instructies over hoe te handelen bij diverse rampen.
Het laatste wetsvoorstel: een verplichte schoolgids en een 'kwaliteitskaart’ waarmee scholen publiekelijk verantwoording moeten afleggen over hun beleid en prestaties. Het laatste proefballonnetje: het opvoedcontract, experimentje van de staatssecretaris dat scholen opdraagt een contract met de ouders te sluiten. Die moeten, in ruil voor goed onderwijs, schriftelijk beloven hun kinderen op tijd naar bed te sturen en regelmatig voor te lezen.
Tineke Netelenbos noemt zichzelf een decentralist. Trots vertelt ze hoe zij er persoonlijk voor zorgt dat de scholen zelfstandig worden. Die moeten het nu 'zelf doen’, zonder betutteling vanuit het Zoetermeerse. Ondertussen gaat de staatssecretaris zelf het liefst op de rand van het bed van de leerlingetjes zitten om ze tijdig onder te stoppen.
Wie het nog snapt, mag het zeggen.
Volgens PvdA-fractievoorzitter Wallage moeten een staatssecretaris en een minister op een departement voortaan van dezelfde politieke kleur zijn. Dat zou makkelijker werken. Maar terwijl bewindslieden als Zalm (VVD) en Vermeend (PvdA) op Financi‰n uitstekend met elkaar overweg kunnen, hebben de partijgenoten Ritzen en Netelenbos het moeilijk op de tandem van Onderwijs. Zodra hun portefeuilles overlappen, botst het tussen die twee.
Dat zie je wel vaker bij mensen die veel op elkaar lijken.
Zij kunnen zich geen van beiden losmaken van hun verleden als respectievelijk vakgroepsvoorzitter en lerares. Zij willen nog altijd alles tot in het klaslokaal regelen, en kunnen dan ook niet besturen op hoofdlijnen. Zij introduceren allerlei gruwelijk jargon, zoals 'studeerbaarheid’ , 'doorstroomprofielen’ en 'het schoolkritisch moment’. En zij hebben in het hoger, in het basis- en in het voortgezet onderwijs een enorme bureaucratie teweeggebracht. Hetgeen logisch voorvloeit uit maakbaarheidsidealen van Oost-Europese snit. Hele bossen ambtenaren moeten worden aangerukt om alles op papier te zetten: al die tussentijdse toetsen en testen, de ritsen normen en waarden die scholen geacht worden over te brengen, de volgsystemen voor zwakke leerlingen, de voortdurende wijzigingen in de studiefinanciering en de talloze goede voornemens voor het achterstandenbeleid.
Ondertussen gebeurt er op dat laatste punt veel te weinig: nog een overeenkomst tussen de beide bewindslieden. Ooit stonden sociaal-democraten voor spreiding van kennis en het 'verheffen van het volk’. Maar Netelenbos praat over zwarte scholen alsof ze zich daarbij allang heeft neergelegd. En collega Ritzen ziet geen kans om fatsoenlijke aantallen allochtonen te laten doorstromen naar de universiteit.
Maar waar Ritzen financieel wordt afgeknepen, heeft Netelenbos het tij mee. Er gaan gigantische bedragen naar de verkleining van de klassen, zonder echt goede argumenten. Nooit is een duidelijke analyse op tafel gekomen over het verband tussen groepsgrootte en schoolprestaties, terwijl wel duidelijk is dat het huidige lesmateriaal krakkemikkig is. Unverfrohren wordt toegegeven dat dit onderwerp goed ligt bij Paars omdat zo veel bewindslieden kinderen hebben. Zoals Zalm, de minister met de portomonnee. In de verkiezingsprogramma’s is klassenverkleining inmiddels braaf opgenomen want volgens de consensus is dit nu een politieke prioriteit.
Die werkwijze mag typerend heten voor het Paarse kabinet, dat zich weinig moeite getroost het beleid met deugdelijk onderzoek te onderbouwen maar uit de losse pols bedenkt dat straatgeweld bestreden kan worden door het happy hour af te schaffen. Veel plannetjes, weinig visie.
Ondertussen kan het onderwijs er geen plannetjes meer bij hebben. Het is de hoogste tijd voor rust in de tent. Zoals iemand laatst zei: 'Dat bewindslieden voortdurend nieuwe dingen bedenken, is het slechtste wat het onderwijs kan overkomen.’ Curieus genoeg was het Tineke Netelenbos die deze wijze woorden sprak.