Het machteloze Westen

De laatste cijfers uit Syrië. Na meer dan twee jaar burgeroorlog is de werkloosheid vervijfvoudigd: nu meer dan 2,5 miljoen op een bevolking van 20 miljoen. Verliezen in de publieke sector en de schade aan gebouwen wordt geschat op 15 miljard dollar.

De economie is met 35 procent gekrompen. Dagelijks bereiken stromen vluchtelingen de buurlanden. Dit alles en nog meer van dezelfde orde volgens de Syrische regering en bevestigd door de Verenigde Naties. Wat hadden we anders verwacht? Deze burgeroorlog heeft zich ontwikkeld tot een chronische verstoring van de wereldorde. Op de televisie zien we praktisch dagelijks de ‘schokkende beelden’ en dat heeft weer een ander gevolg. We zijn eraan gewend geraakt. Zolang we de consequenties van die ramp niet voelen, beschouwen we de beelden als een onderdeel van ons visuele avondmenu.

De afgelopen weken werd Syrië verdrongen door de staatsgreep in Egypte. Het Tahrirplein in Caïro werd bezet door tegenstanders van president Morsi die zich te nauw verwant zou voelen met de Moslimbroederschap. Het leger greep in. Morsi zit achter de tralies, het plein staat nu van tijd tot tijd vol met zijn aanhangers. Soldaten openden het vuur. Er werd ‘excessief geweld’ geconstateerd. We zagen het op tv en zijn overgegaan tot de orde van de dag.

The Economist vraagt zich deze week af of de Arabische lente mislukt is. Er wordt geen duidelijk antwoord gegeven. Ja, het was de aanzet tot een moderne revolutie. Onder de vrouwen heerst een verlangen naar een moderne emancipatie. Een groeiend deel van de burgerij wil een werkelijke democratie in plaats van een op de islam gebaseerde dictatuur. Bij het ontluiken van de lente hebben internet, de sociale media, satelliettelevisie en het verlangen naar een betere opleiding een belangrijke rol gespeeld. Als er dan miljoenen protesterende burgers op straat verschijnen, mag dat een hoopvol teken zijn, maar het vestigen van een goed functionerende democratie is nog iets anders. ‘Dat kan nog tientallen jaren duren’, concludeert het gezaghebbende weekblad.

Dat klinkt niet onredelijk, maar daarbij blijft een belangrijke vraag onbeantwoord. Wat zal onder deze omstandigheden de politiek van het Westen zijn? Dat hangt ervan af hoe de toestand in het Westen zich ontwikkelt. En dit is weer mede afhankelijk van wat er de komende jaren in het Midden-Oosten zal gebeuren. Het is een vrijwel onvoorspelbare wisselwerking. Bij al die onzekerheden staat één punt vast. Het Westen zal zich niet meer in een militaire interventie begeven. Daarvoor staan de catastrofes in Afghanistan en Irak garant. Als we van de oorlogen in deze eeuw iets hebben geleerd, dan is het dat onze traditionele strijdwijzen in die streken ten slotte tot niets anders dan verlies hebben geleid. Bij het begin van de Arabische lente heeft president Obama een nieuwe strategie bedacht, leading from behind, toegepast in Libië. Een bondgenootschap in zijn allerbescheidenste vorm.

Intussen heeft de zich steeds vernieuwende problematiek van het Midden-Oosten nog een andere kant. In hoeverre hebben die eindeloze godsdiensttwisten, de stammenstrijd, de burgeroorlogen invloed op de verhoudingen in het Westen? Zou het er bij ons anders uitzien als die regio bestond uit een conglomeraat van ordelijke, min of meer welvarende democratieën? Natuurlijk. Slechte leefomstandigheden veroorzaken emigratie. Dat wordt ook ervaren door de bevolking van het land waar de uitgewekenen zich vestigen. Aan Paul Scheffer hebben we wat dit aangaat de eerste openbaring te danken. In januari 2000 verscheen in NRC Handelsblad zijn historische essay ‘Het multiculturele drama’. De volgende mijlpaal is het interview in de Volkskrant met Pim Fortuyn. Hij liet weten dat de islam ‘een achterlijke godsdienst is’. Een maand later volgde de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk die het over ‘kut-Marokkanen’ had. Daarna kwam Geert Wilders die van de anti-islam een politieke industrie heeft gemaakt. Hij gelooft dat Nederland ‘geïslamiseerd’ wordt.

Drie jaar geleden baarde de econoom en sociaal-democraat Thilo Sarrazin opzien met zijn boek Deutschland schafft sich ab, waarvan 1,2 miljoen exemplaren zijn verkocht. In Frankrijk hoort het Front National tot de gevestigde orde. Overal in Europa zijn de afgelopen decennia grote partijen van een rechts-populistische signatuur ontstaan. Allemaal hebben ze hun opkomst te danken aan de permanente crisis in het Midden-Oosten die een golf van immigratie heeft veroorzaakt. En natuurlijk zijn er in die massa onaangepasten die misdaden plegen en daarmee meer publiciteit veroorzaken dan de ‘autochtonen’ die het verkeerde pad op gaan.

Een indirect resultaat van de voortdurende crisis in het Midden-Oosten is dat in West-Europa een populistisch alarmisme wortel heeft geschoten. Het zaait angst, maar het heeft geen uitvoerbare oplossing. Die ligt in het Midden-Oosten, in de landen die voor het vredestichtende Westen onbereikbaar zijn geworden, zoals de praktijk heeft bewezen.