Over leiders die hun volgelingen volgen

Het marionettenkabinet

De financiële crisis, de sombere vooruitzichten voor de Nederlandse economie en de ingrepen in de AOW beloven kijkers een waar politiek drama. Hoe zijn de acteerkwaliteiten der Nederlandse politici? Een recensie van het spel.

TOEN KEIZER NAPOLEON in de verlaten salons van het Kremlin verbleef, besprak hij met zijn officieren het werk van Corneille, de Franse toneelschrijver die geldt als de grondlegger van de Franse tragedie. Napoleon liet zich inspireren door Corneille’s helden en zei in Moskou tegen zijn officieren: ‘In het leven bestaat veel dat onwaardig is en de kunst zou moeten weglaten; onzekerheden en getwijfel; alles moet verdwijnen in de representatie van de held. We moeten hem zien als een standbeeld waarin de zwakte en rillingen van het vlees niet langer zichtbaar zijn.’
Politici die zichzelf wensen neer te zetten als gestileerde helden – ze zijn van alle tijden. Despoten en kerkelijke leiders poogden zichzelf door branding als apostelen van God neer te zetten, maar ook moderne politici voeren een strakke regie over hun verschijning. Sinds de televisie de belangrijkste ontmoetingsplek is voor de politicus met zijn achterban spelen ministers en Kamerleden de hoofdrol in diverse televisieprogramma’s. De grote hoeveelheden politici die kijkers ontmoeten in programma’s als De wereld draait door, maar ook op YouTube, doen vermoeden dat dit de komende jaren alleen maar meer wordt.
Enkelen zien in deze televisieoptredens de teloorgang van onze representatieve democratie. Woorden als ‘dramademocratie’ of ‘toeschouwerdemocratie’ gaan gepaard met een zucht van irritatie: is onze democratie echt zo leeg of plat geworden? Ja: onze democratie is zo plat als een televisie. Dat is altijd zo geweest en is een van de wezenskenmerken van de representatieve democratie. Het is dan ook niet het acteurschap dat bekritiseerd moet worden, maar de wijze waarop Kamerleden en ministers hun rol invullen. De pogingen van politici om ‘gewoon over te komen’, het liefst zo ‘authentiek’ mogelijk, lijken goede verklaringen voor de vormeloosheid van de Nederlandse politiek.
Wie de hedendaagse politiek wenst te begrijpen, leze het werk van Nicolo Machiavelli (1459-1527). In zijn boek De heerser schrijft hij: ‘Want zoals zij die landen in tekening brengen, beneden in de vlakte staan om de aard van de bergen en hooggelegen plaatsen in ogenschouw te nemen en omgekeerd hoog op de bergen postvatten om te bekijken hoe de lager gelegen stukken land eruitzien, zo moet men de heerser zijn om de aard van volkeren te leren kennen en tot het volk behoren om de heersers te leren kennen.’ Volk en leider kennen elkaar door een door henzelf geschilderd portret, waarin noodzakelijkerwijs de schildertechniek en voorkeuren voor stijl het beeld bepalen. Politici en bestuurders zijn zich daarvan bewust en proberen met behulp van imagomanagement het door de kiezer gecreëerde portret te beïnvloeden.
Ook in Nederland. Exacte cijfers ontbreken, maar in 2004 concludeerden de UvA-onderzoekers Van Vree en Prenger dat tegenover dertienduizend journalisten ongeveer vijftienduizend pr-medewerkers werkzaam zijn. Waarschijnlijk is dit de laatste jaren alleen maar toegenomen. Niet alleen de aantallen veranderen, ook de functie van de communicatieafdelingen verschuift naar het ‘hart van het beleid’ – een populaire zegswijze binnen departementen. De boodschap is duidelijk: wat zich intern afspeelt op ministeries spiegelt zich aan de externe representatie ervan. In de media zijn, betekent vergaren van draagvlak en het positioneren van de politicus.
Dit komt door de veranderende verhouding tussen kiezer en politicus. Enkele decennia geleden omspanden heldere dogma’s of doctrines stilzwijgend het bestaan van de burger en zijn politicus, maar dat fundament is door secularisering verdwenen. Meer dan vroeger gelden internet, televisie en krant als bron voor de collectieve meningsvorming.
En beelden verbinden. Politici die kiezers aan zich proberen te binden hebben zichtbaarheid nodig en hier ontstaat de belangenoverlap tussen media en politiek – ook wel omschreven als het ‘publiek-publicitair complex’: media en politici hebben allebei belang bij een groot bereik en veel publiek. Vanuit dit perspectief valt eenvoudig te begrijpen waarom Kamerleden zo graag, zo snel en schijnbaar zo luidruchtig reageren op wat er dagelijks gebeurt, ook wel ‘incidentenpolitiek’ genoemd. Voor politici is zichtbaarheid een belangrijk onderdeel van de professionaliteit.

POLITICI EN BESTUURDERS geven inhoud aan zichtbaarheid. Dat is niet nieuw, want het ligt besloten in de aard van de politiek. Maar hoe doen ze dat?
Een klein voorbeeld. De gemeente Den Haag geeft ambtenaren het boekje Helder Haags, dat ambtelijk taalgebruik wil tegengaan. Ambtelijke taal is schijnbaar lelijk en ontoegankelijk. Het boekje geeft hilarische vertalingen: ‘beleidsimpuls’ heet binnen de gemeente Den Haag voortaan een ‘goed plan’; een ‘quick scan’ kan men vertalen in ‘natte-vingerwerk’. Het is een klein voorbeeld met grote betekenis: het illustreert hoezeer politici en hun dienaren pogen ‘gewone-mensen-taal’ te spreken. Wie daar eens goed op let, ontwaart hoezeer de ‘gewone-mensen-taal’ binnendringt in het jargon van vele politici. Lees eens de ‘Bosblog’ of surf naar de website www.hierisministerverhagen.nl.
Politici werken via deze communicatiekanalen aan hun imago. Interessant zijn de rekwisieten die zij gebruiken. Sms’jes naar volkszangers, ‘Jip-en-Janneke-taal’, oneliners op tv – met deze rekwisieten willen politici op gewone mensen lijken. Omdat journaals tegenwoordig ook de ‘gewone burgers’ om hun mening vragen, moeten Kamerleden in hun uitleg of verantwoording concurreren met deze burgers. Zij passen hun taalgebruik aan, uit angst onbegrijpelijk over te komen, of leggen moeilijke kwesties voor de camera gewoonweg niet uit.
Een opmerkelijk rekwisiet is dat van de authenticiteit, veel genoemd als kernwaarde van modern leiderschap. Wie op internet zoekt, ontdekt dat er zelfs trainingen bestaan om authentiek over te komen. Authenticiteit is een dubbelzinnig begrip. Politici van confessionele en dan vooral protestantse huize krijgen snel het stempel van authenticiteit. Dat ligt voor katholieken al weer wat lastiger, terwijl partijen als PVDA of GroenLinks en D66, die zich laten voorstaan op hun intellectuele inbreng in het maatschappelijk debat, nagenoeg nooit als zodanig worden herkend. Maar D66-fractieleider Pechtold is weer een uitzondering.
In het verlangen naar authenticiteit herkennen we de aanklacht tegen de Verlichting van Jean-Jacques Rousseau, vader van de Romantiek. Veel kennis zou de mens volgens de Franse denker laten afdrijven van zijn ‘pure’ en ‘authentieke’ Ik. Deze stellingname leverde Rousseau hoon op van Voltaire, die andere grote Franse denker, die zei dat hij bij het lezen van zo’n gedachte het liefst op ‘vier poten wilde lopen’.
Gewoon-zijn en authenticiteit vormen een interessant rekwisietenpaar dat politici van allerlei gezindten zich met wisselend succes proberen toe te eigenen. Het lijkt vooral een reactie op populistische partijen, die menen de gewone man te representeren. Dat is merkwaardig, want populisten lijken helemaal niet ‘gewoon’. Pim Fortuyn zag zichzelf als kunstwerk en ook aan Geert Wilders is niet alles helemaal natuurlijk.

IS HET WILLEN LIJKEN op de gewone burger zo’n slechte keuze? Op het eerste gezicht niet: in de vertegenwoordigende democratie is de volksvertegenwoordiging een representatie van de bevolking. Het is echter de vraag of het representeren van ‘de wil van het volk’ van politici vraagt dat ze lijken op het volk.
Voor het antwoord gaan we te rade bij de Britse acteur, toneelschrijver, producer en decorontwerper Edward Gordon Craig (1872-1966), die zich bij de keuze van kostuums afvroeg op welke wijze de acteur zo goed mogelijk uitdrukking geeft aan de soul van zijn personage. Craig schreef in A Note on Mask (1907) dat acteurs het best maskers konden dragen in de representatie van het personage. Acteurs spelen immers iemand anders dan zichzelf. Wanneer zij echter geen maskers droegen en pretendeerden het personage te zijn, waren zij in de ogen van Craig marionetten.
Geldt dat niet ook voor diegenen die uitdrukking geven aan de soul van de kiezers? De politicus zonder masker, die wel probeert zo veel mogelijk te lijken op de burger die hij representeert, heeft veel weg van een marionet van het volk. Zo’n politicus is gebonden aan touwen en zijn bewegingsruimte wordt gedicteerd door de idee dat hij of zij het verlengstuk is van de kiezer. Dat biedt weinig vrijheid.
Veel politici doen het en stellen zichzelf in de schaduw van diegene die zij representeren. Maar wie zich opstelt in de schaduw van de ander ziet nooit zijn eigen contouren. Evenmin herkennen anderen hun vorm, waardoor de toeschouwer de politicus leegte of vormeloosheid zal verwijten, wat bekende politicologen als De Beus of Blokland ook deden.
En toch lijkt de schaduw aantrekkelijk: politieke partijen, departementen en hun ministers laten zich voortdurend beïnvloeden door opiniepeilingen en beleidsmonitoren. Zij behandelen hun standpunten als etalageproducten, waarvan wordt gehoopt dat ze een rage ontketenen. Rages ontstaan echter nooit door kopieergedrag.

‘GIVE HIM A MASK, and he will tell you the truth’, schreef Oscar Wilde. Mensen met een masker kun je vertrouwen. Een expliciete en dramaturgische benadrukking van het eigene van de politiek, een masqué politique, zou daarom de autoriteit van het instituut van de Kamer als geheel kunnen versterken. Denk aan de advocatuur en de rechtspraak, waarin vertegenwoordigers van het recht zich opvallend en afwijkend kleden. Advocaten praten prachtig, maar hun vocabulaire is alles behalve ‘gewone-mensen-taal’. Zij grossieren in ingewikkelde taalconstructies en ondoorgrondelijke zinnen. Ook dominees en priesters kleden zich volgens eigen kledingcodes, die uitdrukking geven aan de bijzonderheid van hun functie.
Veel politici daarentegen grijpen vooral naar het rekwisietenpaar gewoon-zijn en authenticiteit, maar benadrukken op deze manier ongewild hun overbodigheid. Een kleine vergelijking: wanneer een arts tijdens een afspraak begint te googelen of de patiënt volgt in een zelfdiagnose heft de arts het verschil tussen hem en zijn patiënt op, terwijl dat verschil onophefbaar is. Als hij dan ook nog zijn witte jas uittrekt, verliest hij filosofisch gezien zijn ‘alterniteit’, zijn andersheid. En dus zijn autoriteit.
De onttovering van de politiek en de leegheid van politieke partijen lijken ons het gevolg van het feit dat politici zich moedwillig opstellen als marionetten van de gerepresenteerde. Zij zijn ‘gewoon’, zoals Jij en Ik. Ze vinden wat de burger ook vindt en zijn leiders die hun volgelingen volgen. Opiniepeilingen helpen hen in de meningsvorming, maar de opmars van de opiniepeiling duidt erop dat bestuurders en politici onvoldoende bij machte zijn op gepaste wijze hun rol te spelen als representant van het volk. Zij proberen zo dicht mogelijk bij het volk te komen om te vernemen of zij het wel goed genoeg doen. Politici en samenleving zitten elkaar de laatste jaren enorm op de lip.
Maar politiek draait om afstand. Om andersheid. En het maken van verschil.
Fortyun wist dat, en Wilders is, geheel tegen zijn bedoeling, daarvan het bewijs.

Jaap van der Spek en Paul Frissen zijn verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur