Profiel: Mahmoed Ahmedinejad

Het mechanisme van de botsing

BEIROET – «Ik ben er klaar mee. Ik ga naar Istanbul», zegt een bezorgde Saoedisch-Amerikaanse intellectueel in Beiroet. Over een tijdje vertrekt hij uit Libanon. Zijn vriendin valt hem bij. Ze heeft gehoord dat de meeste van de betogers voor het Deense consulaat niet uit Beiroet kwamen. Ze worden aangespoord door salafisten, die sowieso een ieder die geen moslim is beschouwen als potentiële vijand. Merwan op zijn beurt heeft ook gehoord dat Pullmans vol demonstranten uit Aleppo naar de hoofdstad waren gereden. «De soennitische paranoia steekt weer de kop op en dit is georchestreerd vanuit Syrië», zegt hij. «Toen mijn zus de Deense ambassade in Damascus in brand zag staan, waarschuwde ze me dat hetzelfde hier ook ging gebeuren», vertelt een vierde.

Zelfs de meest verlichte kunstenaars vinden dat door de cartoons de gemoederen op een onnodige manier zijn opgehitst. «Als Al Jazeera er niet zo mee was gaan leuren», zegt de Saoedische jongen, «dan was het fikkie nooit zo hoog opgestookt geweest.» Hetzelfde vinden ze van de islamitische verontwaardiging aan de andere kant. Die is buitenproportioneel, hysterisch en contraproductief. Maar het sterkst voelen ze dat ze gevangen zitten, verlamd tussen twee verschillende debatten: geloof versus vrijheid van meningsuiting en binnenlandse situatie versus buitenlandse krachten.

«De krant wist dat ze een heel vreemd pad opging toen ze die cartoons publiceerde», vertelt een videokunstenares met wie ik in de bergen een biertje drink. «Ik ben geen moslim en heb niets met geloof, maar op dit moment is elke vorm van aanraken van de islam door niet-moslims koren op de molen van de mensen die geloven dat het mechanisme van de botsing der beschavingen in volle gang is.»

«Maar begrijpt de massa niet dat je onmogelijk excuses kunt vragen van een regering voor iets wat een krant heeft gepubliceerd?» vraag ik.

«Dat is heel moeilijk aan het verstand te brengen als de vlam eenmaal in de pan geslagen is.»

Met een zucht ploft een docent videokunst, die zich bij ons voegt, in zijn stoel. We stellen ons aan elkaar voor.

«Kom je uit Denemarken?» vraagt hij.

«Nee. Hoezo?»

«Nederland? Oké, dat is goed. Als je uit Denemarken was gekomen had ik je even gevraagd waarom je niet was gaan demonstreren tegen die verschrikkelijke tekeningen.»

«Je kunt toch niet de Denen verantwoordelijk houden?»

«De Denen moesten iets laten zien. Een teken.»

«Zou jij op Euronews in een debat gaan zitten over je verontwaardiging?»

«Ik? Waarom? Ik heb niets te vertellen.»

«Misschien willen de Denen wel dolgraag horen dat je boos op ze bent.» Ik denk dat de Denen hem met open armen zouden ontvangen, hem zouden doodknuffelen.

«Misschien.»

De teneur van alle gesprekken is dat de regimes in het Midden-Oosten door positie te kiezen voor de verontwaardigde groene generatie (de groeiende jonge, religieus geïnspireerde post-11-september-moslims die zich soms met een baard tooien en soms in een Juventus-shirt gekleed gaan) proberen de fundamentalisten de wind uit de zeilen te nemen. Maar de angst ligt op de loer dat de verhoudingen weer richting extremisten opschuiven. Want dit soort incidenten is koren op de molen van de fundamentalisten die nogmaals bevestigd zien dat hun religie voer voor de westerse honden is.

«Ik heb het zien aankomen in 1979», vertelt de 41-jarige Omar in een café, «toen in Bahrein na de inval van de sovjets in Afghanistan plotseling in mijn schoolgebouw, een publieke school, gebedsruimtes werden ingericht. Het viel samen met de neergang van het panarabisme. De islamisten sponnen er garen bij. Saddam Hoessein heeft een tijdlang de rug gerecht tegen Iran, maar nu die weg is, gaat iets dat vacuüm opvullen.»

Syrië en Iran zien hun kans namelijk schoon. Als Syrië de controle niet krijgt over Libanon zal het vermoedelijk met Iran in zee gaan, dat op dit moment zijn huisgemaakte bom uit de grond aan het stampen is. Dreigen met het zwaard van Damocles is het summum van Midden-Oosten-politiek. «Na de moord op Hariri hingen jullie praatjes over nationale eenheid op», zegt Omar. «Maar die demonstranten hebben nu een duidelijke boodschap afgegeven: kijk eens tot wat we in staat zijn!»

De betogingen zijn een teken van machts vertoon. Ze hebben een eigen functie waarvan geen van de Deense tekenaars in zijn diepste nachtmerrie iets bevroed zou kunnen hebben. «Er is een stukje niemandsland hier in Zuid-Libanon», legt Omar uit. «De inwoners zijn vluchtelingen en ontberen een status. Een warlord die daar zijn toevlucht zocht, kan naar Europa vertrekken en terugkomen als hitsige imam vol van takfir-ideologie die elke ongelovige als vijand ziet.»

De vrijheid van meningsuiting, zo belangrijk in Europa, verandert in Libanon in een slang die de sektarische gemoederen van binnenuit opvreet. Europa is voor de Arabische wereld een doos van Pandora geworden waaruit de meest waanzinnige gedrochten aanvliegen om hier de boel verder te verduisteren.