Het medisch beroepsgeheim is al lang aangetast

Woede is er over de parlementaire goedkeuring van een wetswijziging waardoor zorgverzekeraars ‘bij een vermoeden van fraude’ nu de declaraties van alle verzekerden mogen controleren. Het klopt niet dat de Tweede Kamer hiermee het medisch beroepsgeheim afschaft, zoals critici roepen, maar het wordt wel verder aangetast. De onrust is dus terecht. Alleen, waarom nu pas?

Medium beroepsgeheim

Minister Schippers ondermijnt al jaren sluipenderwijs samen met de zorgverzekeraars de vertrouwensrelatie tussen artsen en patiënten. Het vergt enige technische toelichting, die misschien slaapverwekkend is maar wel relevant. De wetswijziging op het medisch beroepsgeheim en de privacy van patiënten heeft impact op iedereen.

Het gaat om de reeds bestaande Wet marktordening gezondheidszorg. Die geeft zorgverzekeraars sinds 2011 de mogelijkheid om ‘de rechtmatigheid en doelmatigheid van geleverde zorg’ te controleren bij cliënten met een naturapolis of met een restitutiepolis. Voor de laatste groep mocht dossiercontrole alleen in het geval van gecontracteerde zorgaanbieders. Straks, als ook de Eerste Kamer akkoord is, geldt dat eveneens voor verzekerden met een (dure) restitutiepolis die ook zorg verzekert van een medisch specialist waarmee een zorgverzekeraar géén contract heeft. De parlementariërs die daar vorige week ja tegen zeiden, steunen ‘slechts’ het gelijktrekken van alle polissen en vinden Schippers’ missie prima. Alle verzekerden kunnen immers oplichters zijn, alle artsen kunnen daaraan meewerken.

Hier zit het principiële bezwaar. Het middel tot het doel is buitenproportioneel: fraudebestrijding, terwijl misbruik maar een fractie is van de totale zorgkosten. Bovendien geldt de wet ook voor degenen die bewust een restitutiepolis hebben genomen die ook ongecontracteerde zorg verzekert omdat zij de vrijheid willen hebben om zelf te kiezen voor een arts of een zorginstelling. Op die eigengereide groep wil Schippers al lang greep krijgen – denk aan de eerdere reuring over het afschaffen van de vrije artsenkeuze.

En dan de uitvoering van deze wet. Hoe veilig is dat voor de privacy en het beroepsgeheim? Uiteraard is het hele traject keurig geregeld in een protocol en de Nederlandse Zorgautoriteit houdt daarop strikt toezicht. De artsenfederatie knmg tekende indertijd geen fundamenteel bezwaar aan. Dat is onbegrijpelijk, zelfs op papier zijn de valkuilen zichtbaar. De zorgverzekeraar moet eerst met middelen die zo min mogelijk inbreuk maken op de privacy proberen declaraties te controleren. Als met de verzamelde gegevens aantoonbaar sprake blijft van een redelijk vermoeden van ondoelmatig of onrechtmatig handelen mag de zorgverzekeraar een stap verder gaan. Die stap bestaat dan in het uiterste geval uit inzage in het relevante deel van het patiëntendossier door een medisch adviseur (een arts) van de zorgverzekeraar die rapporteert. Die arts, zo staat er nadrukkelijk bij, heeft een medisch beroepsgeheim, dus dat zit wel snor. Het beroepsgeheim van de behandelende artsen is zo maximaal mogelijk gewaarborgd volgens het principe ‘het minst zware middel eerst’. Ondertussen valt het verstrekken van patiëntgegevens aan zorgverzekeraars onder het medisch beroepsgeheim en zijn artsen verplicht mee te werken door inzage te verlenen in patiëntendossiers.

Bij fraude is dat toch niet erg? Want rommelen met nota’s, dat doet de buurvrouw en van mijn dossier blijven ze af. Maar het ligt breder. Met de legitimatie van het aanpakken van fraude, criminaliteit en terrorisme worden met een eventuele winst voor een heel kleine groep de grondrechten van iedereen aangetast. Het is een glijdend proces, dat begint met een pilot, een wet, die vervolgens wordt opgerekt, en dan pas volgt onrust.