Het meest naamloze

Achteraf denk ik dat het de drank was. Hoe vaak heb ik, lokale variaties inbegrepen, die zin al niet gelezen? Waar een wel zeer loze verontschuldiging in schuilt. Makkelijk, achteraf. Voor een gezond mens telt alleen vooraf. Maar bovendien, wat zou het?

Achteraf, zo dacht ik met een aangenaam in veel niets eindigende voldoening, denk ik dat het de drank was. Die mij tot bemoeienis had aangezet ten aanzien van het meest naamloze slachtoffer van de strubbeling. Terwijl de andere partij, wel naamhebbend en zelfs al behoorlijk van heb ik jou daar, de trap af kloste, met medeneming van zijn partner, succesvol zangeres met struisvogelknieën, meer laat ik daar niet over los, stoomde het resterende tweetal mijn richting op. Op het moment dat ik ze in close-up had ging het beeld over in een freeze, als een ps-je van de nouvelle vague. Alsof het eind van de projectietijd bereikt was. De tevreden kenners van het meesterwerk stonden op het punt de jas dicht te knopen en de warme bioscoopzaal te verruilen voor het druilerige buiten. Mijn laatste shot loog er niet om, was het waard om bijgezet te worden in de hogere ikonosfeer. Naast de vrouw met twee kolossale machineblauwe ogen en rozerood geverfde, teder vibrerende glimlach, waarvoor met uitzondering van lichte paniek geen natuurlijke oorzaak was aan te geven, de man. De man, tot straatjongetje weergekeerd, met aan alle kanten averechts haar en door eigen bloed bespat voorhoofd. Zijn boord, althans aan de kant het dichtst bij zijn hart, stak scheef omhoog uit zijn stropdas. De punten van zijn kameelkleurige zomerschoenen wezen naar binnen, zijn handen had hij los van elkaar voor de borst alsof daartussen zojuist een jonge donzige vogel was opgevlogen. Achteraf denk ik dat ik op dat moment iets terug wilde doen. Tegenwicht bieden aan het spektakel dat denken deed aan een wreed vertrapt kaleidoscopisch visioen, gezien door een welwillende sluier van drankgebruik. Daarom en daarom alleen.