Robinson, chroniqueur van den multinationale maffia

Het meesterbrein van de slangenkop

Dit is de gouden eeuw voor internationaal opererende criminelen, zegt misdaadchroniqueur Jeffrey Robinson. Justitie en politici zijn niet in staat de macht van de multinationale maffia te breken. «Europa wordt een Disneyland voor de georganiseerde misdaad.»

Londen — «Let’s meet at Harrod’s, and we’ll catch some Russians», lacht Jeffrey Robinson aan de telefoon. Robinson, een in Londen wonende Amerikaan en chroniqueur van de hedendaagse internationaal georganiseerde misdaad, kent akelig veel ontluisterende verhalen over Londens beroemdste en meest exclusieve warenhuis. En hij wil graag enkele van de hoofdrolspelers in levenden lijve aanwijzen. Zo ontvouwt Robinson in zijn boek The Merger, onlangs in vertaling uitgekomen onder de titel De fusie, een miljoenenzwendel die typerend is voor de werkwijze van de hedendaagse internationaal georganiseerde misdaad.
Die zwendel gaat als volgt. Een doodgewone man koopt in Vancouver een kistje wijn. Hij geeft bij de kassa zijn creditcard aan de Vietnamese winkelbediende, die vervolgens aan de koper vraagt of hij misschien geïnteresseerd is in een aanbieding die op een plank achter hem staat. De koper draait zich om en kijkt naar de afgeprijsde flessen champagne, en ondertussen haalt de verkoper de creditcard door een lezer onder de toonbank. Nee dank u, zegt de koper. De verkoper knikt vriendelijk en haalt de creditcard door een lezer die boven de toonbank staat. De koper tekent het afschriftje.
Nog voordat de man de eerste fles wijn heeft kunnen openen, worden de cruciale gegevens van de creditcard, die door de lezer onder de toonbank ontcijferd zijn, per e-mail naar Hong Kong gestuurd. Daar worden soortgelijke gegevens van honderden andere kaarten gecontroleerd en naar Maleisië gestuurd.
Vierentwintig uur later liggen tweehonderd spiksplinternieuwe kaarten klaar om naar een klant in Italië gesmokkeld te worden, ditmaal verstopt in een slof sigaretten. Drie dagen later worden daarvan 25 kaarten volgens bestelling bij een Rus in Praag afgeleverd, die vervolgens enkele van zijn kompanen naar Harrod’s stuurt om met de creditcards Hermes-sjaals, designer-horloges en alles wat maar exorbitant luxe is te kopen. Een week later liggen al deze spullen — goed voor 25 keer het maximum besteedbare bedrag van een creditcard, meestal twintigduizend dollar — te koop in het befaamde warenhuis Gum aan het Rode Plein.
Een week later ziet de Canadees dat hij een Rolex in Harrod’s heeft gekocht. Maar aangezien hij glashelder kan bewijzen dat hij en zijn creditcard op dat moment in Vancouver waren, herstelt de creditcardmaatschappij de «fout». Pas maanden later hebben de rechercheurs van de creditcardmaatschappij achterhaald wat er is gebeurd: Vietnamese bendes worden door maffiose Chinese triades betaald om de creditcardgegevens te verzamelen. Deze worden doorverkocht aan de Italiaanse camorra, die vervolgens weer zaken doet met een gezant van de Russische maffia.
Wereldwijd speelt dezelfde oplichterij zich volgens Robinson nog dagelijks af, want geen politieonderdeel heeft het geld om zijn agenten op een dergelijk omvangrijk internationaal onderzoek te zetten en geen rechtszaal heeft de jurisdictie in huis voor zo’n complexe zaak.
Jeffrey Robinson: «De internationaal georganiseerde misdaad is succesvoller, machtiger en gevaarlijker dan ooit. Ondertussen verliest justitie overal ter wereld vrijwel alle greep op de grote transnationale criminaliteit. Terwijl de drugs dealers, de mensensmokkelaars en de wapen handelaren voluit profiteren van de globalisering, blijft justitie hopeloos gevangen achter haar eigen landsgrenzen. Dit wordt de gouden eeuw van de internationale misdaad.»

Daar zitten we dan, in het chique Georgische restaurant van Harrod’s. Het kostte enige overtuigingskracht om ondanks de kleding van Robinson — T-shirt, spijkerbroek, cowboylaarzen — een kopje koffie van enkele ponden te mogen bestellen. Robinson (New York, 1945) praat geestdriftig over zijn bevindingen van tien jaar onderzoeks journalistiek. In 1995 verscheen zijn door velen geprezen (en door de Nederlandse «meester op lichter» Arie Olivier geplagieerde) The Laundrymen over de finesses van het succesvol witwassen. Ook voor The Merger sprak hij met honderden misdaadbestrijders, variërend van de hoogste FBI-chef belast met de georganiseerde misdaad tot Nederlandse politiebeambten. En jawel, ook met criminelen: «Sommigen bleken zulke schoften dat ik ‹adios› zei in plaats van ‹hasta la vista›.»
De moderne internationaal georganiseerde misdaad werd in de lente van 1990 geboren in Wenen, de stad waar nog maar enkele jaren daarvoor de CIA en de KGB hun geheime ontmoetingen hielden. In een afgehuurd luxueus hotel even buiten het centrum kwamen verschillende takken van de Russische, Italiaanse en Colombiaanse maffia bijeen om te overleggen over samenwerking. Robinson: «Dat was revolutionair. Daarvoor hadden de misdaadorganisaties van verschillende werelddelen weinig met elkaar te maken. Misdaad was relatief kleinschalig georganiseerd en lokaal georiënteerd. De Amerikaanse maffia — de nazaten van Al Capone, zeg maar — opereerde bijvoorbeeld met een strakke piramidestructuur die de afdelingen vergunningen verleende om bepaalde gebieden te bestieren. De een kreeg Buffalo, de ander New Jersey. Het waren hoofdzakelijk streetgangs en ze verdienden in wezen te weinig, zodat ze met elkaar gingen vechten. Er kwamen vergeldingen en als het uit de hand liep besliste de overkoepelende Commissie van La Cosa Nostra wie er gelijk had. Maar bovenal: het waren halve zolen. Niet allemaal, met name in de top zaten slimme lui, maar het overgrote deel bestond uit sufferds, niet in staat om zakelijk te denken.
De internationale misdaadsyndicaten van vandaag zijn global business corporations. Ze schieten niet op elkaar, maar ze helpen elkaar. Ze sluiten deals, zoals met de creditcardfraude in Harrod’s. Vroeger zou één criminele organisatie de hele zwendel van a tot z in handen hebben gehad waardoor het in feite een onmogelijke operatie zou worden. En als een concurrerende boevenclub er lucht van zou krijgen, brak er oorlog uit. Nu zegt de ene organisatie tegen de andere: jij bent goed in productie, ik in distributie. Hoe kunnen we zaken doen?»



U zegt: de internationale misdaad imiteert multi nationals als Philips en Microsoft?
«Precies. Ze doen wat ze op de Harvard School of Business leerden dat mondiaal opererende bedrijven moeten doen: denk internationaal, vorm joint ventures en ga strategische allianties aan. Die creditcardzwendel, waar Harrod’s overigens veel geld aan verdient, kun je moeiteloos in die termen uitleggen.»
Robinson vertelt over een Colombiaans-Russisch project dat rechtstreeks uit de fantasie van Ian Fleming — schepper van James Bond — lijkt ontsproten. De Russische maffia benaderde vorig jaar een van de Colombiaanse drugskartels: ze hadden een oude sovjetonderzeeër in de aanbieding waarmee de Colombianen gemakkelijk en onzichtbaar hun cocaïne waar ook ter wereld konden afleveren. Er was echter een probleem: de onderzeeër moest gerepareerd worden en kon slechts boven het wateroppervlak worden versleept. De Colombianen waren zeer geïnteresseerd, maar vonden het te riskant om het gevaarte boven water over de oceanen te laten varen.
Robinson: «De sullige maffiosi van vroeger hadden het erbij gelaten, áls ze überhaupt een greintje interesse hadden in dit gewaagde maar vruchtbare plan. Maar de huidige criminelen hebben kennis van wat in zakenjargon ‹technologieoverdracht› heet. Neem de Texaanse computerproducent Dell. Dell laat computers in Ierland maken omdat het dan sneller kan leveren. Het verscheept dus geen producten, maar het verplaatst technologische kennis naar een bestaande Ierse fabriek. Wat deden de Colombianen en de Russen? Ze bouwden een complete nieuwe onderzeeër in Colombia, vlakbij Bogotá, op tweeduizend meter hoogte en driehonderd kilometer van zee verwijderd. De Colombianen hadden de kennis van de Russen gekocht en het probleem was opgelost. En als ze niet gesnapt waren, hadden ze op honderd meter diepte de immense hoeveelheid van tweehonderd ton cocaïne kunnen vervoeren.»
Criminele organisaties kunnen een onderzeeër bouwen, iets waartoe slechts een paar landen in de wereld in staat zijn. Dat is indrukwekkend, maar waarom is dat angstaanjagend?
«Je mist mijn punt. Hun denkwijze is radicaal anders dan vroeger, waardoor ze succesvoller en daardoor machtiger zijn dan ooit. Het Colom biaanse Cali-kartel had in 1994 een omzet die drie maal groter was dan een van de grootste bedrijven ter wereld, General Motors. Denk je eens in hoeveel macht dat met zich meebrengt, hoeveel mensen afhankelijk zijn van hun drugsgeld. Overal waar de georganiseerde misdaad welig tiert — Rusland, Colombia, Nigeria, Thailand, noem maar op — is de politieke macht totaal gecorrumpeerd door diezelfde misdaad. En ik hoef je toch niet uit te leggen wat drugs met verslaafden en hun omgeving doen en dat mensensmokkel een vreselijke vorm van slavernij is? Het einde van de groei van de criminele multinationals is nog lang niet in zicht, want het Cali-kartel opereert tegenwoordig op dezelfde manier als die waarop McDonald’s groot is geworden: franchising. Het Cali-kartel levert de drugs, anderen vervoeren en verkopen het, net zoals McDonald’s dat doet met zijn producten. Het voordeel is dat zij niet geraakt worden als een smokkelaar gepakt wordt; de smokkelaar is gewoon een klant van het kartel en betaalt voordat hij met zijn waar vertrekt. Daarnaast kunnen de leiders van het Cali-kartel — twee broers, de een jurist, de ander chemicus — niet meer uitgeleverd worden aan de Verenigde Staten, want zij verkopen geen drugs in het land en begaan er dus geen misdaad.
Ander voorbeeld. Net als vliegtuigmaatschappijen gaan criminele organisaties strategische allianties aan: jij bent sterk in Amerika, ik ben sterk in Europa en Azië, laten we samenwerken en samen rijk worden. Een andere ontwikkeling is dat de georganiseerde misdaad meer en meer bestaande bedrijven ondermijnt. In Maleisië is 99 procent van alle software illegaal, in Rusland en China ligt dat rond de 95 procent. Het gaat volgens de softwareproducenten om een verlies van twaalf à dertien miljard dollar per jaar. Een deel daarvan bestaat uit illegale kopieën die gewone mensen van elkanders software maken, maar steeds vaker is het de georganiseerde misdaad die op exact dezelfde machines als Microsoft exact dezelfde software op cd’s brandt met exact dezelfde hologrammen als teken van authenticiteit. Ze verkopen de software wereldwijd en zelfs geautoriseerde dealers kunnen illegale software verkopen zonder dat ze het weten. En zo kan ik nog talloze voorbeelden noemen.»
Waarom faalt de bestrijding van de internationaal georganiseerde misdaad?
«Omdat de politie nog steeds gefinancierd wordt om binnen de landsgrenzen criminaliteit te bestrijden, terwijl misdadigers zich aan geen enkele landsgrens storen. Neem Europol, het Europese opsporingsapparaat. Het idee achter Europol is dat er een gezamenlijke politiemacht van vijftien naties zou komen met één jurisdictie, een Europese FBI. De Duitsers zeiden: fantastisch idee, maar we hebben liever dat afluisteren verboden is, want dat ligt met ons nazi-verleden heel gevoelig. De Fransen zeiden: prachtig, maar gezien onze traditie is het onacceptabel om de Code de Napoleon op te geven, dus geen undercoverwerk. Ik zeg: do what the bad guys do: vergeet de grenzen en opereer transnationaal. Maar voorlopig houden de Europese landen nog veel te veel vast aan hun soevereiniteit, ten koste van de misdaadbestrijding.»
Laat me raden: de Europese eenwording biedt uitkomst.
Robinson lacht: «De EU? Europa wordt één groot Disneyland voor de georganiseerde misdaad. Europese politici tonen zich totale onbenullen als het om de internationale misdaad gaat. Volgend jaar is de euro er en dit is dus het laatste jaar waarin een drugsdeal in Spanje betekent dat je koffers vol peseta’s naar, zeg, Amsterdam moet brengen om het daar om te wisselen in dollars. Als er euro’s zijn, is het niet meer te achterhalen dat de drugs in Spanje zijn verkocht, want er wordt gewoon in euro’s afgerekend. Ook kwamen de Europese politici op het briljante idee om biljetten van vijfhonderd euro uit te geven. Amerika heeft al wijselijk besloten om biljetten van 250 en 1000 dollar uit de roulatie te nemen, maar Europa moet er nog achter komen dat het voor criminelen ideaal is dat het equivalent van een miljoen dollar in een attachékoffertje past. Vervolgens zal een drugs dealer bij geen enkele grens aangehouden worden, dus dat koffertje loopt weinig gevaar. Het witwassen van geld wordt ook nog eens veel simpeler, want er hoeft helemaal niet meer in dollars gewisseld te worden; euro’s worden in de rest van de wereld net zo gemakkelijk geaccepteerd, in ieder geval in Europa. En als klap op de vuurpijl heeft elk van de vijftien naties een eigen jurisdictie en elk land kent eigen regels over opsporingswijzen, waardoor belastende informatie niet in elke rechtszaal bruikbaar is. Als de georganiseerde misdaad van een toverfee een wens mocht doen, zou het Europa wensen. Europa zal de komende jaren een enorme toename van internationale criminele activiteiten zien. Europa staat nog maar aan het begin van die ontwikkeling. Het is praktisch onontgonnen, maagdelijk land.»

De maître de maison laat ons vriendelijk doch dringend weten dat aan onze lunch een eind moet komen. «Allright, allright», zegt Robinson lichtelijk geïrriteerd als hij zijn creditcard aan de ober meegeeft. Maar nog een ding moet hem van het hart: «Politici vormen een belangrijk deel van het probleem. De bestrijding van internationale misdaad levert geen stemmen op en dus doen politici er weinig aan. Momenteel hebben jullie in Amsterdam last van een liquidatiegolf onder criminelen en zodra een tachtigjarige voorbijganger gewond raakt, verkeert het land, terecht, in rep en roer. Maar die gasten die elkaar neerschieten zijn kleine jongens, ze zijn net zulke halve zolen als de Amerikaanse maffiosi in de jaren vijftig. De echte grote criminelen houden zich rustig en doen zich voor als zakenmannen. Ze willen geen aandacht, want dat maakt het zakendoen alleen maar moeilijker. Ze zijn onzichtbaar, en als zij aangepakt worden — wat uiterst kostbaar is, want je moet het hele doen en laten van een multinational uitpluizen — merkt niemand dat en dus gebeurt het niet. Of denk aan de 58 doden van Dover. Justitie en politici denken dat als je de grenzen maar goed controleert, je de mensensmokkel kunt indammen. Onzin! Je maakt de organisatie juist sterker, want je vangt de domste boeven, net zoals een wolf een kudde schapen sterker maakt als hij de zwakste opeet. De andere smokkelaars leren er vooral van hoe het niet moet. Nee, je moet de mastermind van de slangenkop vangen.»
Wie wil dat niet? Enig idee hoe we die man uit het door en door corrupte China uitgeleverd krijgen?
«Je krijgt de leider nooit gearresteerd, maar je kunt wel zijn bedrijf kapotmaken en hem daarmee uitschakelen. Beroof hem van zijn geld. Maak zijn firma bankroet. Net als elk ander bedrijf heeft het cash flow nodig en moet het kunnen investeren. Als je dat van ze afpakt, gaat het bedrijf failliet, net als elke andere multinational. En dat geld staat niet in Peking op een bankrekening, maar in Liechtenstein, en: op Sint-Maarten en Aruba.»
In uw boek noemt u Aruba «de eerste maffiastaat ter wereld».
«Precies. Het is wat mij betreft een godvergeten schande dat de Nederlandse regering het toestaat dat op haar grondgebied witwasoperaties van een gigantische omvang aan de orde van de dag zijn. Ondanks mooie woorden wordt geen acht geslagen op verdachte transacties. Nederland staat hierin niet alleen, zo’n vijftig landen en ministaatjes herbergen naar schatting vijf biljoen dollar vuil geld, sommige onder het mom van bankgeheim, andere omdat er simpelweg niets aan gedaan wordt, zoals op Aruba en Sint-Maarten. Tuurlijk, als Nederland zomaar de bezem door die bankrekeningen haalt, verplaatst het vuile geld zich gewoon. Maar er moet ergens een begin gemaakt worden en jouw land is nu in mijn ogen een handlanger. Maar ja, je wint geen stemmen door te zeggen: ik verhoog de belastingen zodat ik verdachte transacties tussen Roemenië en Aruba, die misschien gelieerd zijn aan een malafide firma in Liechtenstein die in eigendom is van een Chinees, kan tegengaan. Wel door te zeggen: ik zorg voor meer agenten op straat zodat tachtigjarigen niet meer worden neergemaaid door schietgraag tuig. Daarom: als je het duizendkoppig monster echt wilt doden, moet je zijn financiële hart en longen eruit rukken. Maar dat is voor politici niet interessant.»