T.C. Boyle, De ingewijden

Het menselijk zoogdier T.C. Boyle

De ingewijden

Vertaald door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman

Anthos, 387 blz., e 19,50

De twee Kinsey Reports die de Amerikaanse bioloog en seksuoloog Alfred C. Kinsey (1894-1956) in 1948 en 1953 over het seksuele gedrag van mannen en vrouwen publiceerde, riepen een storm van bijval en verontwaardiging op. Die storm is nog steeds niet gaan liggen. Over Kinsey is een reeks biografieën geschreven, in 2004 verschenen er zelfs een film en een roman over zijn leven. T.C. Boyle publiceerde De ingewijden, een roman rond het charisma van deze «biseksuele masochist», zoals biograaf James H. Jones hem omschrijft.

De verontwaardiging over Kinsey’s methodische beschrijving van de menselijke seksualiteit in haar vele vormen kwam uit conservatieve, christelijke en ultrarechtse hoek. Kinsey doorbrak een gekoesterd taboe. Men sprak niet over seks. Wat Kinsey blootlegde was de kloof die er bestond tussen de dominante, strenge christelijke moraal en het veelzijdige, non-conventionele seksuele gedrag (overspel, seks voor het huwelijk, homoseksualiteit, enzovoort). T.C. Boyle omschrijft het zo in De ingewijden: «We hadden een beschaving opgebouwd, oorlog gevoerd, de kleinste dingen bestudeerd, de bacterie en het atoom, maar nog altijd stonden de hypocrieten en de lelieblanken klaar om ons neer te sabelen: seks is vies, beweerden ze.» Toch is het Boyle niet te doen om een beschrijving van die botsing tussen de preutsen en de zogenaamde progressieven. Via de ontboezemingen van John Milk – van 1939 tot aan Kinsey’s dood een hondstrouwe medewerker van Kinsey – probeert Boyle te onderzoeken hoe menselijke en dierlijke seksualiteit verschillen; of seks en liefde te combineren vallen; of groepsseks natuurlijk is en jaloezie geborneerd. Als homo sapiens een menselijk zoogdier is, zoals Kinsey hem omschrijft, waarom dan een punt maken van partnerruil of woedend weglopen om ontrouw? Boyle bestudeert in De ingewijden zowel de ontvankelijkheid voor Kinsey’s zogenaamde vrije seksualiteit als zijn dictatoriale neigingen zijn medewerkers seksueel te chanteren.

John Milk is een vaderloze student Engels aan de Universiteit van Indiana in Bloomington als hij wordt ingepalmd door Kinsey, die hem een reeks intieme vragen stelt. Zo vergaart hij kennis die macht geeft. Achteraf, vlak na de dood van Kinsey in 1956, spreekt Milk op een band zijn levensverhaal en verhouding met Kinsey in. Hij overziet zijn afhankelijkheid: «Je levensgeschiedenis aan iemand verkopen was als het verkopen van je ziel, en degene die hem bezat had de ultieme macht in handen, net als de kannibaal die met elke opgeslokte geest van zijn slachtoffers zijn kracht verdubbelt.»

Nee, Boyle beeldt Kinsey niet uit als de duivel, eerder als een charmeur en innemende machtspotentaat die de zwakke karaktereigenschappen van zijn potentiële medewerkers feilloos aanvoelt. Alles en iedereen in dienst van Zijn Project: het methodisch en zonder remmingen in kaart brengen van de seksuele mens in Amerika. Want, zo houdt hij zijn studenten- en docentengehoor in Indiana en later heel Amerika voor, waarom weten we alles van het seksuele leven van de fruitvlieg of galwesp en bijna niets over dat van het menselijk zoogdier?

Boyle heeft een zwak voor de empiricus, evolutionist, wetenschappelijke antizedenprediker en «panseksueel» Kinsey. In eerdere romans was de geest van Darwin nooit ver weg. Een van zijn verhalenbundels heet niet toevallig Descent of Man. Onder de menselijke beschaving woelt het beest, idealen en vooruitgangsgedachten worden in Boyles verhalen al snel ontmaskerd als een vorm van beestachtige bronstigheid. «Seks en huwelijk moet je los zien», zegt John Milk Kinsey na, maar zelf ondervindt hij aan den lijve dat dat onmogelijk is. Milk heeft moeite met het overspel van zijn echtgenote. Ook moet hij toegeven dat hij zijn geilheid en voyeurisme niet altijd in de hand heeft en zelden is opgewassen tegen de radicale confidence man Kinsey met zijn groepsseksvoorstellen, partnerruil en pornoplannen in dienst van zijn wetenschappelijke onderzoek. Spannend wordt De ingewijden niet door de passiviteit en meegaandheid van Milk, maar door het heftige verzet tegen Kinsey’s manipulaties van de temperamentvolle echtgenote van Milk: Iris. Haar vrouwelijke intuïtie ontwapent op cruciale ogenblikken Kin sey’s programma. Zij blijkt uiteindelijk immuun voor Kinsey’s chantage en zijn goeroeneigingen.

Boyles De ingewijden laat een mechanistische visie op menselijk gedrag frontaal botsen op de overtuiging dat het leven ook een geestelijke, emotionele en aan alle statistieken ontsnappende benadering kent. Of zoals een medestudent tegen de gemakkelijk manipuleerbare John Milk zegt: hoe zit het dan «met de menselijke mens? Geschapen naar Gods evenbeeld? Met ons? Met onze ziel?» Boyle laat die ziel in nood mooi en dramatisch spartelen in De ingewijden.