Sylvana Simons (BIJ1, links) en Caroline van der Plas (BBB) in het Tweede- Kamergebouw, Den Haag © Bart Maat / ANP

Het afgelopen jaar kon je door Nederland rijden en je soms afvragen: komt het nog goed? Vlaggen werden gekanteld, demonstranten in Staphorst belaagd en boeren werden zo angstig dat ze soms zelfs agressief werden. De Tweede Kamer bevond zich ondertussen in een doorlopende zoektocht naar hoe ze bruinrechtse krachten uit haar midden moet weren. Er werd, kortom, veel verzucht over ‘de flanken’. Zij zouden het debat onmogelijk maken, zelfs de bestuurbaarheid van het land in gevaar brengen.

Maar die snelle analyse dreigt het zicht te ontnemen op precies dat waar het Nederlandse democratische systeem enorm goed in kan zijn. Juist in een ideologisch snel van kleur verschietend Nederland zou het makkelijk kunnen toetreden tot de belangrijkste vergaderzaal van het land best eens een antidotum kunnen zijn voor verdere polarisatie. Wie daar een mooi voorbeeld van wilde zien kon op 9 maart tijdens het eerste debat over ‘omgangsvormen’ – een soort terugkerende zelftherapie van het parlement om uit te vinden hoe je nog met elkaar praat in dit land – lichtpuntjes ontwaren.

Opvallend: uitgerekend de twee voorvrouwen van twee soorten Nederland die nog maar moeilijk te verzoenen lijken, hielden dat gesprek op de rails. In de ene hoek stond Caroline van der Plas, leider van een beweging die zich opwerpt voor boeren, traditie en het platteland. In de andere hoek stond Sylvana Simons die in alles haar tegendeel is: stads, zeer progressief en woke. De een geworteld in de klei van de boer, de ander in een kosmopolitisch debat over inclusie en diversiteit.

‘Wat mij betreft behoort dit huis veilig te zijn’, zei Bij1-leider Sylvana Simons, een plek zonder ‘racisme, fascisme, seksisme en validisme’. Op dat moment stapte Caroline van der Plas van de BoerBurgerBeweging naar de interruptiemicrofoon. ‘Ik maak waarschijnlijk ook weleens opmerkingen waarvan ik echt totaal niet het idee heb dat die niet kunnen of dat mensen daardoor gekwetst zijn of wat dan ook. Dat gebeurt weleens. Dat gebeurt volgens mij niet altijd kwaadwillig.’ Maar ook zij had kritiek. ‘Soms worden er in een debat door mij of door anderen weleens opmerkingen gemaakt waar mevrouw Simons het totaal niet mee eens is. Dat mag, want daarom zitten we in een debat. Mevrouw Simons begint dan eigenlijk altijd keihard te lachen (…). Persoonlijk voel ik dan dat ik in een onveilige werkomgeving zit.’ Het was het beeld van de somewhere die de anywhere vertelde dat zij zich niet serieus genomen voelde – uitgelachen zelfs.

Simons nam het zeer serieus. Al bezwoer ze ook: ik heb u nooit uitgelachen, dit is mijn ‘overlevingsmechanisme’. Een manier van een zwarte vrouw om zich een houding te geven op een plek waar ze snel kritiek krijgt op haar houding. ‘Ik lach heel vaak om niet te huilen’, zegt Simons terugblikkend. ‘Want als ik boos word is dat een probleem, als ik lach is het ook een probleem. Mag ik gewoon in een ruimte zijn zonder dat iemand aanstoot neemt?’ Tegelijkertijd: ‘Ik had respect voor de kwetsbaarheid die zij toonde, dat zij gewoon zei: dit is hoe ik mij voel als u zich zo gedraagt.’

De respectvolle uitwisseling tussen twee tegenpolen is het resultaat van een langlopend gesprek tussen beide vrouwen. ‘Wij hebben een wonderlijke relatie want wij zijn met ruzie begonnen en nu kunnen we het goed vinden’, zei Van der Plas in het debat. Dat ruzietje begon een dag na de landelijke verkiezingen die hun beiden een zetel bracht, in talkshow Jinek. Van der Plas noemde Simons ‘superlinks’ en twijfelde of zij wel echt volksvertegenwoordiger wilde zijn. ‘Ik vraag me af of je niet te erg op die ene kleine doelgroep zit.’

‘Het was unfair’, zegt Simons. ‘Al begreep ik het wel. Wij kwamen net uit de campagne dus iedereen zat nog in de kill and attack-modus.’ Van der Plas was na de uitzending naar huis gereden, keek het fragment terug en concludeerde ook: dit is niet de manier. Ze stuurde de volgende dag een mailtje om het goed te maken. Enkele dagen later troffen ze elkaar in een wandelgang, allebei nieuw en allebei zoekend naar de juiste vergaderzaal. Ze dronken koffie en nog veel belangrijker: ze bleken rokers. Al rokend troffen ze elkaar steeds op dezelfde plek en spraken over hun families, het leven en over koetjes en kalfjes.

Na een Kamerbijdrage over het slavernijverleden waarin Simons uitgebreid had verteld over hoe haar stamboom ophoudt na haar overgrootmoeder, sprak Van der Plas haar buiten bij een volgend sigaretje aan. ‘Jeetje, daar had ik echt nooit bij stilgestaan.’ Zij is inmiddels voorstander van het aanbieden van excuses voor het slavernijverleden.

‘Ik blijf het voor 99 procent met haar oneens en andersom is dat ook zo, denk ik’, zegt Van der Plas. Simons bevestigt dat: ‘Onze oplossingen en vertrekpunten zijn echt heel anders, maar filosofisch hebben wij wel iets gemeen.’ Waar die overeenkomst in schuilt? Beiden voelen zich vertegenwoordigers van groepen die zich jarenlang te weinig gehoord hebben gevoeld, te weinig aangehaakt waren op het publieke debat. De ene beweging vreest dat hun manier van leven op het spel staat, de andere dat er voor hun manier van leven nooit ruimte is geweest. ‘Wij zijn allebei representant van een nieuw soort politiek: politiek die heel uitgesproken niet het midden wil zijn’, zegt Simons. ‘Wij staan allebei voor groepen waar jarenlang over is gesproken maar heel weinig mee is gesproken.’

‘Nu komen er twee van die recalcitrante vrouwen de boel verstoren’, zegt Van der Plas vrolijk. Het is de schoonheid van het Nederlandse systeem dat die groepen zo snel aan tafel zijn gekomen en nu meespreken via hun leiders. Al leidt het soms nog tot een gefronste wenkbrauw bij de achterban. ‘Waarom dien je samen met Sylvana een motie in? Ben je nu links geworden?’ krijgt Van der Plas weleens te horen. Simons: ‘Ik leg vaak uit aan mijn achterban dat dit de politieke arena is. En dat dat een andere arena is dan die van een demonstratie, een betoging of een activistische bijeenkomst. Ik heb mij te verhouden tot het parlementaire proces en ik kan mijn werk niet goed doen als ik niet zelf probeer om de menselijkheid daar hoog te houden. Ik denk dat Caroline vanuit haar idealen hetzelfde doet.’

Alle andere positieve ontwikkelingen zijn hier terug te lezen.