FOURNIRET EN FRITZL

Het menselijke monster

Een maand voordat ‘Het monster van de Ardennen’ Michel Fourniret en zijn vrouw tot levenslang werden veroordeeld, kwam de zaak-Fritzl aan het licht. De media berichten over elk detail. Want wij willen het zien.

IEDEREEN KIJKT GEBIOLOGEERD naar de foto’s van de kelder van Josef Fritzl. Alsof we een blik mogen werpen in het duistere onderbewuste van deze man. Kijkend naar de kelder zoeken we vooral naar sporen van menselijkheid van de inrichters. We zien hoe Josef Fritzl het als een echte meisjeskamer heeft ingericht. De foto’s krijgen natuurlijk alleen zeggingskracht in de context van de misdaden die er gepleegd zijn.
Sociaal psycholoog Jaap van Ginneken publiceerde veelvuldig over de relaties tussen psychologie, media en cultuur. Hij betoogt dat wij door onze fascinatie voor dit soort zaken moeten onderkennen dat we verboden impulsen en fantasieën hebben: ‘Dit betekent natuurlijk niet dat iedereen zijn eigen dochter wil verkrachten. Maar door iemand tot monster te verklaren proberen we Fritzl actief van ons te vervreemden, we willen vooral weten dat wij dit nooit zouden doen.’
Media spelen een grote rol bij het versterken van de emoties die deze zaken bij ons oproepen. Van Ginneken: ‘Er is een aantal vaste patronen waar te nemen: eerst is er een golf van morele verontwaardiging die zichzelf door de media versterkt. Daarna willen we gedetailleerd alles weten van de verdachte. Hier zit een zekere mate van hypocrisie in. Als het bijvoorbeeld niet om een “horrorzaak” zou gaan maar om porno zouden we er juist van smullen. De afgelopen decennia lag de nadruk van de media op het audiovisuele en niet op tekst, er is minder ruimte voor achtergrond en er is over de hele linie sprake van een jacht op emoties. En het moet allemaal steeds compacter verteld worden. Dat gebeurt bijna altijd aan de hand van een oerverhaal; de goeierik tegenover de slechterik.’ Van Ginneken ziet dit moreel duiden niet als een taak van de media: ‘Dit heeft een slecht effect op ons beeld van de wereld. Op die manier lijkt het namelijk net of de problemen in de wereld ontstaan door een paar slechteriken.’
In de aanloop naar het proces tegen Michel Fourniret en zijn vrouw werd de hoofdverdachte door verschillende psychologen en psychoanalytici onderzocht en werden verschillende diagnoses gesteld. Fourniret was onder meer extreem pervers, narcistisch en pathologisch sadistisch. In de rechtszaal werd hij een man zonder mededogen genoemd. In de media veranderde hij in ‘Het monster van de Ardennen’. Sociaal en politiek filosoof Pieter Pekelharing, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, stelt dat het verklaren van de dader bij dit soort zaken geen recht doet aan de ernst van de misdaad. Pekelharing: ‘Het is een morele vereiste verder te gaan dan verklaren. Er zijn bijvoorbeeld prachtige boeken over verklaringen van de holocaust geschreven, maar door alleen op verklaringen in te gaan strijk je de verschrikkelijkheid vlak. Vanuit filosofie naar dit soort zaken kijken heeft iets weg van een religieus moment, waarbij we onderkennen dat hier iets hogers aan de hand is en dan hoef je niet meteen aan God te denken. We willen getuigenis afleggen van wat hier gebeurt – het is wat het leven van alledag even stillegt. Het heerlijke van een psychologische verklaring is dat daarmee de kous af is. Je kunt concluderen dat je anders bent dan die Fritzl en dat nooit zou willen doen. De filosoof blijft hardnekkiger bij dit fenomeen stilstaan.’
In veel berichtgeving werd in de aanloop naar de zaak-Fourniret zijn levensloop zo minutieus mogelijk gereconstrueerd, waarbij de nadruk werd gelegd op Fournirets incestverleden. Alles wat hij vroeger deed kwam zo in het licht van zijn misdaden te staan. Van Ginneken zegt hierover dat de beknopte biografieën en duidingen van het leven van mensen als Fourniret geen verklaring voor hun misdaden geven: ‘Je zou eerst een biografie van minstens vierhonderd pagina’s moeten doorlezen om een beetje een beeld van de materie te krijgen, dat lukt gewoon in een nieuwsbericht niet. (…) De daden van Fourniret en Fritzl te verklaren blijft een grillige en moeilijke zaak. Sommige mensen die in hun jeugd zelf misbruikt zijn reproduceren dit gedrag, maar sommige ook juist helemaal niet. Dit is voor een leek moeilijk te begrijpen. Deze simplificatie zie je overal, in de rechtszaal, en de politiek. (…) Ik zou ervoor pleiten om veel meer slagen om de arm te houden.’
Toch denkt Van Ginneken dat de psychologie in combinatie met andere menswetenschappen in de richting van een verklaring kan komen. De filosoof Pekelharing zegt daarover: ‘Het kwaad in de zedenzaken-Fritzl en -Fourniret is voor de filosofie net zo raadselachtig als voor de psychologie. Toch denk ik dat filosofen de taak hebben verder te kijken dan de wetenschappelijke verklaringen. De vraag voor de filosofie is dan vooral hoe de mens op goede gronden tegen het rationele in toch kan handelen als Fritzl of Fourniret.’ Pekelharing vindt dat we de daders van dit soort zaken niet moeten demoniseren en dat we hier niet met een gewoon misdrijf van doen hebben: ‘We moeten altijd in de gaten houden dat we bij dit soort zaken met iets hogers te maken hebben. En dat het kwaad met een ander gezicht altijd weer kan gebeuren. Fritzl is ondertussen nu wel vogelvrij verklaard en zijn privé-leven ligt op straat, maar ik weet niet of dat terecht is. Hij heeft zichzelf wel buiten de mensheid gezet, maar dat betekent niet dat wij dit dan ook moeten doen.’