Hoe word ik een Idol op de arbeidsmarkt?

Het Merk Ik

Waar vroeger een willekeurig diploma genoeg was, lukt het nu zelfs jongeren met meerdere masters en andere wapenfeiten op het cv niet meer om aan de bak te komen. Een ware private werkloosheidsindustrie helpt daar niets aan.

Medium arbeidsmarkthoog

In een zaal in een jeugdherberg in Amsterdam zit een grote groep jongeren, gehuld in strakke jeans en met All Star-gympen aan. Het is mei 2014 en de zonnestralen piepen door de luxaflex heen. Met dodelijke ernst wordt gewerkt aan de toekomst tijdens het Try Before You Get the Job Festival, een dag vol bijeenkomsten om hoogopgeleide werklozen te helpen erachter te komen wat voor werk écht bij hen past. De filosofie erachter is dat je jezelf zo goed mogelijk moet kennen voordat je succesvol kunt solliciteren.

De deelnemers volgen de workshop ‘kernkwadranten’ en moeten elkaar diep in de ogen kijken terwijl ze hun eigen positieve eigenschappen opsommen. Verschillende termen vullen de ruimte: ‘doorzetter’, ‘aanpakker’, ‘pro-actief’, ‘positief’, ‘spontaan’, ‘enthousiast’. Hierna is het tijd om ook naar negatieve karaktertrekken te kijken. Volgens de job coach moet je namelijk in de eerste minuut van een sollicitatiegesprek kunnen aangeven waar je talenten maar zeker ook je valkuilen liggen.

Linda (26) had een goede baan als manager bij een marketingbureau, maar haar jaarcontract werd niet verlengd. Ze omschrijft zichzelf als gestructureerd. Haar valkuil is dat ze de controle niet los durft te laten. Ze denkt dat ze alles het beste zelf kan doen en besteedt niet graag werk uit, zodat ze altijd moe en overwerkt is.

Puck (28) vindt zichzelf juist chaotisch, maar ook erg creatief. Ze heeft twee academische masters op zak: communicatie- en literatuurwetenschappen. Een baan vinden lukt helaas nog niet.

Hierna volgt een nieuwe opdracht. Met een zwarte marker schrijven de deelnemers spreuken op witte badkamertegels, zoals ‘Let it go!’, ‘Eerst denken dan doen’ en ‘The future belongs to those who believe in the beauty of their dreams’, zodat ze hun focus ook thuis niet verliezen. Voordat de participanten naar de volgende workshop gaan met de naam ‘Creëer je eigen kansen’, steekt de job coach hun een hart onder de riem: ‘Neem afwijzingen niet te zwaar op. Er zijn legio redenen om niet te worden aangenomen, maar dat heeft niets met jou als persoon te maken. Rejection is redirection: er bestaat vast een betere plek voor jou. De kunst is om erachter te komen wat die ideale plek voor jou is.’

Het Try Before You Get the Job Festival is bij lange na niet het enige initiatief dat werkzoekenden steun wil bieden om tóch die droombaan in de wacht te slepen. Waar het vroeger genoeg was om een willekeurig diploma te hebben, lukt het nu zelfs veel mensen met meerdere masters, een studie in het buitenland, bestuurlijke ervaring én de aantekening vrijwilligerswerk op het cv niet meer om aan de bak te komen. Het uwv begeleidt jonge werkzoekenden vrijwel uitsluitend digitaal. Aangezien juist deze groep behoefte heeft aan persoonlijk contact, ontstond er gedurende de afgelopen jaren een ware werkloosheidsindustrie binnen de private sector.

Op internet worden honderden cursussen en bijeenkomsten aangeboden met prijzen die variëren van tien euro voor een middag tot drieduizend euro voor een compleet job bootcamp. Veel werkzoekenden hebben er een flink bedrag voor over om weer aan de slag te kunnen, ondanks hun beperkte inkomsten. Wat opvalt is dat bij dergelijke initiatieven volop gebruik wordt gemaakt van het uit Amerika overgewaaide begrip personal branding. Als je jezelf als merk in de markt zet volgens een heus businessmodel, zouden werkgevers om je staan te springen. Daarom zijn er allerlei bedrijfjes met namen als Rijklevencoaching, solliciteerbeter.nl, SuperTalent You, Talent First, de Gunfactor Verhoger en De-beste-versie-van-jezelf.nl die je middels het maken van mood boards, het opnemen van video pitches of het adviseren over kleding en make-up helpen Het Merk Ik te worden.

Daarnaast zijn de leden van de millennial-generatie niet vies van een beetje concurrentie. Ze zijn immers opgegroeid met televisieprogramma’s als Idols, Holland’s Next Topmodel, The X Factor en So You Think You Can Dance. Elke aflevering vormt een gevecht waarbij de beste zanger of danser uiteindelijk wint. Hetzelfde principe blijkt toepasbaar in de zoektocht naar een baan. Zo kunnen glazenwassers, schilders en kappers de strijd met elkaar aangaan bij Win Je Baan. Uitzendbureau Adecco hield vorig jaar een secretaressewedstrijd waarbij er in verschillende rondes mensen afvielen. De ‘perfecte secretaresse’ kreeg uiteindelijk een halfjaarcontract aangeboden. Een vaste aanstelling zat er helaas niet in.

Hoewel de jeugdwerkloosheid volgens cijfers van het cbs sinds augustus 2015 iets daalden, was in 2014 bijna vijftien procent van de jongeren tussen de 15 en 27 jaar werkloos. Acht procent van de afgestudeerden aan universiteit en hbo zat zonder baan. Van deze groep vervulden degenen die wel werk hadden vaak functies die onder hun opleidingsniveau lagen.

‘Als je mini-jobs niet meetelt, schiet de jeugdwerkloosheid naar 37 procent’

De totale beroepsbevolking telt momenteel 8,3 miljoen personen waarvan 6,8 procent werkloos is. Als door een economische teruggang de arbeidsmarkt verslechtert, zijn jongeren meestal het eerst de dupe. Dat was ook het geval in de jaren tachtig. In 1983 liep de werkloosheid onder 15- tot 25-jarigen op tot maar liefst 17,3 procent. Tijdens die vorige crisis daalde het jeugdwerkloosheidscijfer echter het snelst toen de economie weer aantrok, dat is nu niet het geval.

Daar komt nog bij dat deze cijfers niet volledig kloppen met de werkelijkheid. Tijdens de crisis zijn veel mensen aan de slag gegaan als zzp’er. Deze eenmanszaakhouders worden niet meegerekend in de werkloosheidsstatistieken, maar lang niet iedereen met een eigen bedrijf komt rond. Verder heeft driekwart van de werkende jongeren slechts een paar uur per week wat om handen, ook als ze in loondienst zijn. Door het uwv wordt dit toch als niet-werkloos beschouwd. Maar met zo’n deeltijdbaan wordt uiteraard niet genoeg verdiend.

Wiemer Salverda, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Amsterdam, meent zelfs dat als je deze mini-jobs niet meetelt als banen, de werkloosheid onder jongeren omhoog schiet naar 37 procent. Cijfers die niet onderdoen voor de situatie in Italië of Spanje. In een interview met NRC Handelsblad waarschuwde Salverda dat zowel afgestudeerden als lager opgeleiden op de arbeidsmarkt zullen worden verdrongen door studenten. ‘Nu de studiefinanciering is vervangen door een leenstelsel, zullen de goedkopere studerende jongeren meer werken en dus de niet-studerenden verder verdringen. De jeugdwerkloosheid zal op deze manier alleen maar verder toenemen.’ Hij vindt het dan ook de hoogste tijd om de politiek hierop aan te spreken. ‘In het kabinetsbeleid bungelt de jeugdwerkloosheid er een beetje bij, dat kan echt niet langer zo.’

Wie goed om zich heen kijkt zal zien dat de hoogleraar niet overdrijft. Het lijkt meer regel dan uitzondering dat academici die allang afgestudeerd zijn toch stage na stage aannemen omdat ze ergens een voet tussen de deur proberen te krijgen. Betaald werk maakt plaats voor vrijwilligerswerk, vaste banen worden ingeruild voor flexcontracten. Dozen vol afwijzingen volgen op sollicitaties omdat de kandidaat te oud is, te laag of juist te hoog opgeleid. Op vacatures komen achthonderd brieven en studenten die cum laude afstudeerden beunen nu bij in de horeca, hoewel dat ook steeds minder makkelijk gaat. Als je bijvoorbeeld in een winkel of fastfoodtent op een NS-station wilt werken, moet je eerst de Werken bij de NS-dag doorlopen. Inderdaad, wederom een wedstrijd, met afvalrondes waarbij het de bedoeling is dat de meest ambitieuze worstenverkoper komt bovendrijven.

Het is dus niet zo gek dat de millennials inmiddels met de handen in het haar zitten. Zeker aangezien zij zijn opgegroeid in de jaren negentig, een periode vol rijkdom en kansen. Het was de tijd waarin je ouders je vertelden dat je later maar lekker moest gaan studeren wat je leuk vond. Het was bovendien het decennium waarin het collectivisme plaats maakte voor het individualisme. Dan ligt het voor de hand om vooral te kijken naar wat jíj wil en waar jíj recht op hebt.

sollicitatielab is het bedrijf van Ton Vermin en Cees Bakker, twee voormalige managers bij multinationals. In een kantoorpand in Amsterdam-Zuidoost, dat volledig is ingericht met Ikea-achtige meubels, stellen de heren zichzelf voor aan een groep van zes werkzoekenden. ‘Wij zijn altijd eerlijk, soms hard, maar dat is alleen met het oog op het beste resultaat.’ Vandaag geven ze de training ‘Hoe maak ik een winnend cv?’. De deelnemers zien er allemaal netjes uit, met bloesjes, blazers en pantalons, alsof ze klaar zitten om onmiddellijk te solliciteren.

Tijdens het drinken van slappe koffie uit thermosflessen vuren Bakker en Vermin meteen de eerste vraag op hen af: hoe lang is je cv? Als dit langer is dan twee A4’tjes kijken recruiters er niet eens naar. Die willen binnen twintig seconden kunnen zien wat een kandidaat toevoegt aan het bedrijf. Marijn (34) zoekt een sportieve, zakelijke, commerciële baan. Tot ze werd wegbezuinigd was ze personal trainer bij een groot sportscholenconcern. Elisa (25) is nog niet zo lang afgestudeerd en droomt ervan om pr-manager te worden binnen de creatieve sector. Een traineeship zou voorlopig voldoen, maar het is haar nog niet gelukt hiervoor aangenomen te worden. Rob (27) is grafisch ontwerper en wil vooral weer aan het werk, in wat precies maakt hem niet uit. Allemaal praten ze met enige gêne over wat ze het liefst zouden willen, alsof het er toch niet meer van gaat komen.

Bakker en Vermin zijn het grootste gedeelte van de tijd bezig de werkzoekenden te motiveren. ‘Vroeger was een cv een opsomming van wat je tot dan toe had gedaan. Nu moet het een verkoopdocument zijn dat laat zien wat je kan en wie je bent. Je moet je constant afvragen waarom jij geschikt bent voor die ene functie. Waarom ga jíj het verschil maken? Wat heb jíj tot nu toe bereikt? Wat maakt jou meer geschikt dan honderd andere sollicitanten? Probeer dé deskundige in jouw vakgebied te zijn. Je moet over een stukje onderscheidend vermogen beschikken.’

Een PowerPoint-presentatie laat zien hoe ‘een winnend cv’ er volgens Bakker en Vermin uit hoort te zien. Het ene na het andere gelikte curriculum vitae verschijnt op een beeldscherm, glossy brochures vol kleuren, foto’s en bijzondere lettertypen. Allemaal zijn ze voorzien van een persoonlijk motto: ‘Kwaliteit zit in mijn bloed’, schrijft de aspirant laborant. ‘Voedingsbegeleiding door dik en dun’, prijkt op de papieren levensloop van de diëtiste. Pretentieuze slogans die scherp contrasteren met het kleurloze bestaan van de doorsnee werkzoekende. Aan het eind van de ochtend verzucht Elisa: ‘Ik ben gewoon veertig uur per week bezig met solliciteren, ik heb er een fulltime baan aan.’ Marijn sluit zich daarbij aan. ‘Pas sinds ik werkzoekend ben begrijp ik het begrip blue mondays. De wekker gaat en dan denk ik: shit, nog een hele week te gaan.’

‘Ik ben gewoon veertig uur per week bezig met solliciteren, ik heb er een fulltime baan aan’

Dat solliciteren als zeer stressvol wordt ervaren bewijst ook de grote groep jongeren die op een maandagochtend in Utrecht de workshop stressreductie volgt. Anna Zanger, directrice van de School voor Stressmanagement, staat voor de uitgebluste twintigers en dertigers. Zanger is zelf ook een tijdje ‘in between jobs’ geweest, maar heeft inmiddels haar roeping gevonden. De aanwezigen vullen een persoonlijke mini-stresstest in. Hoe heftig is de spierspanning? Staan de mondhoeken naar boven of naar beneden? En hoe snel gaat de hartslag? Zanger begint met het theoretische gedeelte. Ze spreekt met een heldere, rustige stem. ‘Stress wordt geïntroduceerd door oeroude systemen in je lichaam. We denken dat we moderne, multitaskende mensen zijn, maar we hebben de bedrading van holbewoners. Daarom kunnen we niet goed omgaan met de stress die de hedendaagse samenleving met zich meebrengt.’

Voordat de groep begint aan de praktische oefeningen vertraagt Zanger haar stem nog meer, alsof ze in meditatiestand staat. ‘Zet de voeten op de aarde, voel je zitbotten, je ruggenmerg, doe je ogen dicht en haal rustig adem.’ Er wordt gegiecheld. Terwijl Zanger achter de deelnemers loopt blijft ze praten en legt ze af en toe haar handen op hoofden en ruggen. ‘Laat het zijn, laat alles los, je hoeft niets. Je bent veilig als vis in je lijf.’

De antistressworkshop wordt georganiseerd door DeBroekriem, een organisatie van en voor werkzoekenden. Geïnteresseerden mogen gratis naar zoveel bijeenkomsten als ze willen en betalen pas uitschrijfgeld als ze werk hebben gevonden. Carola Janssen (33) is event manager bij dit platform. Minstens één keer per maand zet ze als vrijwilliger een evenement op in de regio Utrecht. Ze zorgt ervoor dat er een gastspreker is en een locatie, promoot de bijeenkomst via sociale media en plaatst soms een advertentie in de krant. Ze vertelt: ‘Ik ben zelf werkzoekende. Toen ik mijn baan verloor zocht ik iets om mijn dagen mee te vullen. Ik heb bijna tien jaar human recources gedaan bij een bank. Paradoxaal genoeg begeleidde ik mensen in outplacementtrajecten. Door bezuinigingen kwam ik daar zelf in terecht. Nu ben ik de hele week bezig met solliciteren. Kan ik nog iemand benaderen waar ik niet eerder aan gedacht heb? Heb ik afgelopen week wel genoeg genetwerkt? Zijn er nieuwe passende vacatures? Helaas zat er vanmorgen weer een afwijzing in mijn mailbox. Stress komt veel voor bij werkzoekenden. Het voelt als een emotionele achtbaan. Op sommige momenten ben je gemotiveerd en denk je: het komt helemaal goed met mij. Er zijn echter ook genoeg dagen waarop ik aan alles twijfel: ben ik wel goed genoeg? Wat doe ik verkeerd? Welke kwaliteiten mis ik?’

De grote vraag blijft natuurlijk of de veelal goedbedoelde initiatieven die de positie van jongeren op de arbeidsmarkt willen versterken enige zin hebben bij de zoektocht naar een baan. Hoe gaat het een jaar later met de deelnemers? Wat hebben ze concreet aan de workshops en bijeenkomsten gehad?

Carola vond een nieuwe ‘uitdaging’ na zeven maanden zonder werk te hebben gezeten. Ze denkt niet dat ze haar huidige baan direct aan haar tijd bij DeBroekriem te danken heeft, maar de contacten die ze via de organisatie opdeed inspireerden haar wel om open te staan voor andere vormen van werk. Ze kon aan de slag op de human resource-afdeling van een financiële dienstverlener. Dit doet ze op midlance basis, een constructie tussen een vast dienstverband en een freelance aanstelling. ‘Dat had ik eerder waarschijnlijk niet aangedurfd.’ Ook deed ze niet moeilijk over een tijdelijk dienstverband. ‘In eerste instantie zou deze job voor vier maanden zijn, maar nu werk ik er alweer negen maanden. En waarschijnlijk kan ik tot eind dit jaar blijven.’

Linda vond het Try Before You Get the Job Festival een ‘leuke dag’, maar heeft het gevoel dat ze er vooral heeft genetwerkt met andere werkzoekenden. Het had haar nuttiger geleken om werkgevers te ontmoeten. Na negen maanden solliciteren lukte het haar niet om passend werk in loondienst te vinden, daarom is ze voor zichzelf begonnen. Met haar eigen bedrijfje, dat zich specialiseert in het opstellen van marketingplannen voor modelabels, haalt ze de ene maand meer klussen binnen dan de andere. ‘Het is een onzeker bestaan en soms spant het er echt om of ik rondkom. Ik denk niet dat ik uit mezelf voor deze arbeidsvorm had gekozen.’

Elisa leerde bij Sollicitatielab hoe ze een winnend cv moest maken. Dezelfde dag nog liet ze professionele foto’s maken voor op het document en koos ze voor een opvallende tint lila als achtergrondkleur. Ze heeft er zo haar twijfels bij of zo’n strak papiertje echt het verschil maakt. ‘Uiteindelijk voer je toch zelf het sollicitatiegesprek. Als er andere kandidaten zijn met meer passende werkervaring zullen zij worden aangenomen, hoe mooi jouw cv ook is.’ Ze heeft inmiddels een werkervaringsplek bij de marketing- en communicatieafdeling van een theater voor de duur van een half jaar. Het is de bedoeling dat ze aan het eind van deze onbetaalde ‘proefperiode’ een contract krijgt aangeboden. Of dit gaat lukken is nog niet zeker. ‘Als mijn baas me zelf niets kan bieden levert het hopelijk een goede referentie op.’

Zoals hoogleraar arbeidsmarkt Salverda al zei gaan we steeds meer toe naar een maatschappij vol kruimelbaantjes. Hij noemt het probleem ‘zo ernstig voor jongeren’ dat het de maatschappelijke cohesie bedreigt. Als vaste banen worden vervangen door flexwerk, betaalde stages door onbetaalde, en gesalarieerde functies door vrijwilligerswerk, wat heb je er dan aan om jezelf door en door te kennen of beter met je stress om te kunnen gaan? En schieten de millennials zichzelf niet in de voet door alleen naar het individuele succes te kijken? De meeste workshops zijn wel erg op het individu gericht en besteden geen enkele aandacht aan wat er gaande is binnen de maatschappij. Je leert er vooral hoe je elkaar kunt beconcurreren.

Natuurlijk kun je jezelf optimaal profileren en hopen dat jíj op een goede dag de ideale baan scoort. Maar zou het niet veel effectiever zijn als jeugdwerklozen zich wat minder focussen op het maken van het winnende cv? Misschien zouden ze in plaats daarvan beter de handen ineen kunnen slaan om er samen bij Den Haag en het bedrijfsleven op aan te dringen dat er meer banen voor jongeren worden gecreëerd. Je aansluiten bij een vakbond klinkt niet sexy, maar levert waarschijnlijk meer op dan streven naar een sterk Merk Ik. Want wie de wereld ziet als een grote Idols-show zal er ook genoegen mee moeten nemen dat er maar één de winnaar kan zijn.


De naam Carola Janssen is op haar verzoek gefingeerd. Haar echte naam is bij de redactie bekend