Het mirakel van de wibautstraat

HET SYMPOSIUM, verleden week, over Het Parool ging dus ook over de jarige Volkskrant, het dagblad dat sinds jaar en dag zijn minvermogende zuster op de been houdt.

Iedereen was het erover eens: er heeft zich rond de Volkskrant ‘een mirakel’ voltrokken. 'Ja’, zei forumlid 1, 'dat krijg je met die katholieke kranten.’ 'Maar waarom heeft zich zo'n mirakel dan niet bij De Tijd en De Maasbode voltrokken, kranten die veel roomser waren?’ vroeg forumlid 2.
Juist omdat, denk ik op mijn beurt, die kranten veel roomser waren. Het waren de publicitaire exponenten van een wereldbeschouwing die, althans in Nederland, sterk op zijn retour was. De Volkskrant was behalve katholiek ook vooruitstrevend. De Tijd en De Maasbode schreven voor een publiek van zieltogende paters. De Volkskrant ontwikkelde zich echter tot een instrument in de culturele revolutie van de jaren zestig, met alle bijbehorende ideologische gekkigheid, maar ondertussen met zoveel journalistieke kwaliteit dat het blad al snel ook buiten de magische driehoek Nijmegen-Tilburg-Oss onmisbaar werd.
Inderdaad, de Volkskrant is een mirakel, niet zozeer in economische alswel in emancipatorische zin. Eerst was het de woord- en vleesgeworden katholieke kleinburgerlijkheid - Roma locuta, causa finita. Toen werd het 'een nationale krant, geredigeerd door katholieke journalisten’. De onderkop 'katholiek dagblad voor Nederland’ werd geschrapt en de krant vestigde zich in de Wibautstraat. Wibaut? Was dat niet die rooie wethouder, die voor de oorlog…? Wat zou meneer pastoor daarvan zeggen? Was het daarom niet verstandiger om het postadres te lokaliseren op de dwars op de Wibautstraat gelegen Gysbreght van Aemstelstraat? Het is ècht een serieus punt van discussie geweest.
Te laat! De tijdgeest sloeg onverbiddelijk toe. Z.H. de Paus werd vervangen door de Heilige Drieëenheid Marx, Marcuse en Mao Zedong. Onderwijl werden de nieuwe abonnees met postzakken vol de Wibautstraat binnengedragen. Want of je nu voor of tegen de christen-radicalen, de communisten, het jonge D66, het femsoc of de heethoofden van Nieuw Links was, wat hen allemaal bezielde, stond in de Volkskrant. Tot berustend ongenoegen van een man als bijvoorbeeld de grijze socialist Jacques de Kadt, die openlijk verklaarde de Volkskrant een afzichtelijk blad te vinden. Niettemin maakte hij elke dag de martelende gang naar de brievenbus. 'De raad van een Chinese wijsgeer opvolgend, die verkondigt dat het leven zo vol afschuwelijkheden is dat men zijn ochtend moet beginnen met het eten van een levende pad, begin ik de dag altijd met het lezen van dit blad, dat me op de hoogte houdt van wat in de wereld van Nieuw Links belangrijk wordt gevonden.’
HOE RIJKER EN machtiger de Volkskrant werd, hoe luider weerklonk het geschimp op die roomse flikkers aan de verkeerde kant van de Wibautstraat. Nooit meer de Volkskrant! bezwoer de schrijfster Renate Dorrestein. De krant was een 'exponent van de vaderlandse kankerpitterij’. De weerzin tegen de roomsen zit traditioneel diep bij het niet-roomse deel der natie - zelfs nu zo'n Volkskrant, drie-kwart eeuw na zijn oprichting, absoluut niet rooms meer is. Die enkele pater die incidenteel tot de pagina met overlijdensberichten weet door te dringen, heeft jarenlang het verkeerde dagblad gelezen.
De Volkskrant is, journalistiek-technisch gezien, de beste krant van Nederland, beter dan concurrent NRC Handelsblad, dat in toenemende mate onder doctorandussenwijsneuzerij begint te lijden. Alleen op zaterdag is de krant een probleem. Dan is zij plotseling veranderd in een imitatieweekblad van olifanteske omvang, met tal van als katern vermomde advertentiefuiken. Net als al die andere Nederlandse kranten is de Volkskrant te log, geroutineerd geschreven, met veel ruis en rimram, gestalte krijgend in een krankzinnigmakende hoeveelheid rubrieken en rubriekjes, columns en columpjes. De Volkskrant is in topvorm op de momenten van nationale commotie, zoals de Bijlmerramp en de discussies rond het rapport-Van Traa. Dan zie je, als lezer, wat een grote, goedgetrainde redactie vermag.
Je gaat je in de loop der jaren trouwens zelfs aan de negatieve kanten van een dagblad hechten. Bijvoorbeeld aan de zaterdagse pagina ingezonden stukken, een rubriek die onveranderlijk de indruk wekt dat de Volkskrant louter door gevaarlijke gekken wordt gelezen. Met de opiniepagina gaat het, is mijn indruk, inmiddels wat beter. De opinies sjokken nog steeds wat moedeloos voorbij, maar de tijd dat het publieke debat werd gedomineerd door de tweede hulpsecretaris van de Voedingsbond-FNV lijkt achter ons te liggen.
Het probleem met de Volkskrant was haar zuurgraad, gevoed door een stoet van imitatie-Jan Blokkers die allemaal meenden de wijsheid in pacht te hebben. De zuurgraad is verminderd, met name in het verslaggevende deel van de krant, waar de betreffende redacteur de lezer met zijn morose kijk op mens en samenleving placht lastig te vallen, onderwijl vaak vergetend waar het betreffende kamerdebat of symposium precies over ging. Die zuurgraad wordt onder het huidige hoofdredactionele bewind bestreden door een poging de krant een wat lichtere toon te geven. Dus zijn er nòg meer rubrieken en rubriekjes bedacht.
Helaas, het merendeel van die rubrieken en rubriekjes is een regelrechte ramp. Dat komt doordat er in Nederland weinig mensen zijn die kort en puntig kunnen schrijven. De redactie van de Dag In Dag Uit-pagina sprokkelt per week noodgedwongen zes maal vijf is dertig stukjes marginalia bij elkaar. En omdat het allemaal leuk moet zijn, doet men al snel een beroep op de onderbuik, zodat de lezers gedetailleerd worden voorgelicht over de aanstaande liefdesbaby van Madonna - of was het Maradona? - benevens het feit dat de modebewuste vrouw zich niet meer met een 'hangende kont’ kan vertonen. Op een gegeven moment ging het alleen nog maar over van-dattum. De onderbroeken van Kelly Klein werden viervoudig geïllustreerd. Balbroei bij heren, onthulde de Volkskrant, wordt veroorzaakt door te veel autorijden. Ik ben een gezonde Hollandse jongen met een warme belangstelling voor de in- en uitgangen van de menselijke gestalte, maar ribbelcondooms met frambozensmaak heb ik persoonlijk ’s morgens liever niet naast mijn ontbijtbord liggen.
Tot het lot een paar maanden geleden beschikte dat ik werd uitgenodigd om de Volkskrantredactie een half uurtje moraliserend toe te spreken - en ziet: de betreffende rubriek is sedertdien gedeseksualiseerd; de plaatsvervangende stukjes zijn inmiddels voornamelijk saai.
De krant telt twee zuurpruimbastions die tot op heden nog niet door de hoofdredactie zijn ingenomen: de kunstredactie en, in iets mindere mate, de sportredactie. De kunstredactie wordt gedreven door de overtuiging dat het een schande is een boek of een toneelstuk te hebben geschreven, en heeft zich daarom gespecialiseerd in het schrijven van processen-verbaal.
Heb ik trouwens wel gelijk, als ik ook de sportredactie in de hoek der zuurpruimen plaats? Misschien ligt (of lag) het aan de allesdominerende aanwezigheid van de, recentelijk geabdiceerde, chef-sport Ben de Graaf, die altijd heeft laten weten tegen de doodschop-om-een-hoekje te zijn, een vorm van levensbeschouwing die te verdedigen valt. Mag ik van de gelegenheid gebruik maken de betreffende Volkskrantcollega’s een verzoek te doen? Ik heb veel waardering voor uw beschouwingen over al die teruggetrokken middenvelders, hangende spitsen en kantelende vleugelverdedigers, niettemin zou ik het op prijs stellen als u in de toekomst ook af en toe zou laten weten wat de uitslag van de betreffende voetbalwedstrijd is geweest.
De Volkskrant is gedegen, betrouwbaar, politiek correct en een mannenkrant met een krachtige femi-lobby. Stuur een verslaggeefster naar de Wereldvrouwenconferentie te Putten (Gld.) en de Volkskrant anno 1996 verandert onmiddellijk in de Volkskrant anno 1966. Het blad is, anders dan bijvoorbeeld Het Parool, nimmer speels. Drie-kwart van de columnisten zijn in werkelijkheid mini-scriptieschrijvers. Ideologisch gezien is het lezen van de Volkskrant nooit een avontuur geweest. Eerst was de krant rooms, toen werd rooms-rood de hoogste wijsheid, enige tijd was het dagblad voornamelijk rood en tegenwoordig is men milder over paars dan paars verdient.
Niettemin: Lees die krant! - als je wilt weten wat er in Nederland en elders aan de hand is.
DE REDACTIE van de Volkskrant is merkwaardigerwijze de enige die de laatstgenoemde conclusie bestrijdt. Vrij Nederland-redacteur Gerard van Westerloo heeft in het kader van de jubileumviering twee weken op de Volkskrantredactie mogen rondlopen. Hij noteerde een lange litanie van klachten. Journalisten? Karnemelkdrinkers zijn het, vroeger zowel getrouwd met de weduwe Bokma als met de krant, thans voornamelijk getrouwd met de vierdaagse werkweek. Vermoeid. Routineus. De afkeer van nieuws neemt langzamerhand aanstootgevende vormen aan. 'Er gebeurt wat, jas aan, de deur uit, dat zien we hier niet zo, dat straatjongenswerk.’ De Volkskrantlezers moeten na lezing van deze reportage met stomheid geslagen zijn, constateerde HP/De Tijd ’s anderendaags ironisch. Zij krijgen sinds jaar en dag blijkbaar een buitengewoon slechte, saaie, luie krant in de bus.
In werkelijkheid weten wij, Volkskrantlezers, beter. Ligt het nieuws op straat? Ja, als je het Nieuwsblad voor de Dapperbuurt redigeert, niet een grote, serieuze, landelijke krant. Het is mogelijk dat de Volkskrant als nieuwskrant faalt, maar ik, getrainde lezer, heb daar nooit wat van gemerkt. Alles kan beter, niettemin hebben wij, als nieuwsverslindende consumenten, helemaal niet te klagen, niet over de binnenlandse berichtgeving en al helemaal niet over de berichtgeving vanuit het verre buitenland, verzorgd door een kostelijk correspondentennet. Het is een oude waarheid: journalisten zijn de laatsten die hun eigen krant kunnen beoordelen, vandaar hun chronisch gekanker, hun kritiek en hun flagellantisme in het journalistencafé, boven de pils of desnoods boven die vermaledijde karnemelk.
Ik las onlangs wat in het boekje dat ter gelegenheid van het afscheid van voornoemde ex-adjunct-hoofdredacteur Bert Vuijsje verscheen. De interessantste alinea vond ik in de bijdrage van de redacteur die sprak over 'de grijze mannen van de twaalfuursvergadering, met hun messen geslepen’. Je proeft in zo'n formulering de clash der generaties die elke redactie van enige omvang teistert, waarbij de jongeren vinden dat de ouderen niet meer van deze tijd zijn en de ouderen van mening zijn dat de jongeren niet weten waarover ze praten, alleen al omdat zij al hun leven geen boek hebben gelezen.
Beide stromingen, jong en oud, hebben een deel van de waarheid in pacht. Het ware onbenul zit trouwens niet bij de jongere redacteuren, maar bij de jongere lezers, die de Volkskrant-nieuwe-stijl voor zich tracht te winnen via computergestuurde orakeltaal en opgewonden verhalen over popconcerten. Het gaat altijd over hetzelfde. De zanger is aan de drugs, de drummer is aan de drank, de bassist loopt alweer tegen de vijftig en de gitarist kan zich nog steeds niet de groupies van het lijf houden. Het is, denk ik in mijn middelbare waanwijsheid, een nutteloos soort journalistiek, exclusief gericht op een lost generation die nauwelijks belangstelling voor kranten heeft. Kranten zijn, door het failliet van het onderwijs, inmiddels het domein voor volwassenen van 30 tot 75 geworden - en met elke geforceerde poging tot het kietelen van whizzkids of popfanaten jaag je ons, lezers die van een krant wijzer willen worden, alleen maar de armen in van het frisse, vrolijke, vrij onverveerde Het Parool of het bedaagde, door en door fatsoenlijke en onmodieuze dagblad Trouw.
Zou je denken. De praktijk is echter anders. Ja, de Volkskrant is een mirakel. Ondanks dat gehengel naar het analfabete, pop- en drugsverslaafde deel der natie groeit het blad nog steeds als kool.
De grijze mannen van de twaalfuursvergadering - Harry, Piet, Cees en Ben - hebben soms gelijk. De Volkskrant verleukt ten koste van het intellectuele, analyserende karakter van het blad. En soms hebben die grijze mannen ongelijk. Er bestaat op de redactie een merkwaardig dédain jegens een bepaald soort berichtgeving dat zich met het gewone-mensennieuws bezig houdt, nieuws dat mogelijkerwijze ook onze 'interieurverzorgster’ zou kunnen interesseren. Zo was Gerard van Westerloo getuige van een uitvoerige discussie over de vraag of de even eerder overleden komiek Piet Bambergen al dan niet de kolommen van de Volkskrant waardig was. Alsof het herdenken - op niveau - van een cultuurverschijnsel als Piet Bambergen geen journalistieke uitdaging van de eerste orde is. Er bestaan geen slechte onderwerpen. Er bestaan alleen slecht geschreven, slecht uitgezochte, slecht doordachte stukken.
DE EERSTE naoorlogse hoofdredacteur van de Volkskrant was Joop Lücker, de man die de roomsen het krantenmaken heeft geleerd. Zelf had hij zulke gevoelige katholieke tenen dat een hoer een hetaere moest worden genoemd en Pa Knekelbuik als Pa Pinkelman de geschiedenis is ingegaan. De tweede hoofdredacteur was Jan van der Pluym, die even rooms als zachtaardig was en die zijn redactie, uit overtuiging en uit gemakzucht, de optimale creatieve vrijheid liet. De derde hoofdredacteur was Harry Lockefeer, eveneens katholiek, die zijn krant economisch zo machtig maakte dat het blad gearriveerd, zelfgenoegzaam en zelfs enigszins suffig werd. Met als gevolg dat zich ter redactie een Bende van Tien formeerde, die eiste dat de krant zou worden gerevitaliseerd. Een van de bendeleden was de protestant Pieter Broertjes, sinds anderhalf jaar Lockefeers opvolger. 'Vroeger zorgde de hoofdredactie voor stabiliteit. Nu zorgt de hoofdredactie voor de onrust’, is zijn hoofdredactionele credo.
Vandaar al die nieuwe columnisten en katernen. Gelukkig kan geen mens ons abonnees dwingen dat ook allemaal te lezen. Bovendien blijkt Broertjes zich bewust van een tweede verantwoordelijkheid, naast zijn hoofdredactionele werkzaamheden: het waken over de instandhouding van een pluriforme pers. Hij is geen exponent van de stroming binnen zijn bedrijf die de winstmaximalisatie tot de hoogste wijsheid heeft uitgeroepen. Zijn bedrijf, de Perscombinatie, beheert behalve de welvarende Volkskrant ook het armlastige Trouw en het noodlijdende Parool. Wat zei Broertjes tot veler verrassing een week geleden, in de jubileumtoespraak ter gelegenheid van zijn jarige krant? Dat het ooit, in een ver verleden, het Het Parool was dat de noodlijdende Volkskrant uit het moeras trok.
IK WRIJF DE zaterdagochtendslaap uit mijn ogen en pluk de Volkskrant van de deurmat. Veel bisschop Muskens, de wonderbare broodvermenigvuldiger uit Breda. Plus een voorpublikatie uit het jubileumboek van de historicus Frank van Vree. Plus twee kolom reacties op de jublileumbijlage van een week geleden. Lezeres A. Lammé protesteert tegen het feit dat er te weinig, véél te weinig vrouwen in de kolommen participeerden. Lezer Piers Clement constateert dat er véél, al te veel tabaksreclame tussen het gejubel is afgedrukt. Gefeliciteerd, Volkskrant! Dat u met ere de honderd moge halen, al heb ik soms de indruk dat ik uw enige lezer ben die nog enigszins goed bij zijn hoofd is.