Joke van Leeuwen, Vrije vormen

Het misverstand van gek en leuk

Joke van Leeuwen is een gelauwerd kinderboekenschrijf ster. Haar eerste volwassen roman, ‹Vrije vormen› zal echter weinig lof ten deel vallen. Hij is gebaseerd op een misverstand, en wel zozeer dat een college hier op z’n plaats is.

Waarom lees ik dit? Zo gauw die vraag rijst, is het boek verloren. De vraag rees in het geval van Vrije vormen, de eerste volwassen roman van kinderboekenschrijfster Joke van Leeuwen, op pagina 13. Als recensent kun je vervolgens twee dingen doen. Een ander boek ter bespreking zoeken (er verschijnt tenslotte genoeg), of doorlezen en een negatieve recensie schrijven. Want de meeste boeken worden niet beter na een tergende start. Nu was er echter gegronde hoop. Van Leeuwen is immers de schrijfster van een van de leukste kinderboeken die de afgelopen jaren verschenen, Iep! (1996), met de onbetaalbare zin: «Ik miet un bieteriemetje mit pindekies.» Desondanks, na tweehonderd pagina’s kan de conclusie niet anders luiden: deze roman is gebaseerd op een misverstand. Het misverstand manifesteert zich hier in zodanig zuivere vorm dat een klein college «literatu-huur» gerechtvaardigd lijkt.

Vrije vormen vertelt het verhaal van kunstenares Dok (Door Oefening Kunst), die, verlaten door haar geliefde, niet meer tot tekenen komt. Ze geeft lessen «Vrije vormen» aan een academie, begeleidt de projecten van haar studenten, en neemt via een bemiddelingsbureau een buitenlandse vrouw in huis, Mara genaamd. Student Walt helpt Dok een nieuwe inspiratiebron aan te boren, namelijk haar eigen huid. Zij geeft hem in ruil de opgezette dieren uit de nalatenschap van haar vader. In de kunstenaarshanden van Walt neemt het opzetten nogal bizarre vormen aan, zo blijkt in de onverwacht gewelddadige climax.

Om de actie gaat het niet zozeer in Vrije vormen. Het gaat om de taal, en een sfeer van vervreemding die de schrijfster met behulp daarvan probeert te bewerkstelligen. Dok is een vrouw die té gevoelig is voor de lelijkheid en het egoïsme van deze wereld. En dus kan er geen broodtrommeltje opengaan of zij ruikt zweterige kaas. Ze kan geen mensen op een perron zien staan of het valt haar op dat ze allemaal dezelfde kant op kijken. Ze kan geen postkantoor binnenkomen of ze raakt in gevecht met de bureaucratie. Help, ik moet een nummertje trekken! De gevoeligheid van haar personage geeft Van Leeuwen een extra dimensie door deze te confronteren met de hemelbestormende aspiraties van haar studenten, zoals die van ene Boes: «Wat ik eigenlijk wil bereiken is ergernis. Ik wil ergernis opwekken. Verveling ook. Maar ik weet niet of ik daarmee aan kan komen. Ze gaan natuurlijk zeggen dat dat niet boeiend genoeg is. Ze zullen niet begrijpen dat ik dat juist wil. Dat het de bedoeling is dat ik ze erger en verveel. Dat ik juist met ergernis en verveling mijn doel tref… al is treffen misschien een te snel woord voor wat ik beoog…» De wijze waarop die typische kunstenaarsverlangens worden uitgeschreven — de ene student wil iets met glas, de andere iets met niets, weer een andere wil dat zijn moeder de hoofdrol heeft — suggereert dat Dok, in al haar eigen gekkigheid, oog heeft voor het absurde. Misschien moet het zelfs humor verbeelden.

We naderen de kern van het misverstand waarop dit boek is gebaseerd. Het misverstand dat gek leuk is, vaagheid diepzinnig, en dat de combinatie van gek en vaag literatuur oplevert. Door haar personage Dok voortdurend de wereld om zich heen te laten observeren als ware zij een alien, is Van Leeuwen in de grootste val gelopen waarin je als schrijver kunt belanden: dat alles vermeldenswaard is. En dus krijgen we opsommingen. Van álles. Kleuren, bevelen, materialen, meubels, álles. En krijgen we witregels. Op niks af. Dialogen met misverstanden. Pseudo-absurde scènes met winkelende mensenmassa’s. Op iedere bladzijde wordt het ons ingepeperd: Dok is niet opgewassen tegen zoveel grijsheid en zoveel voorspelbaarheid («— Wat een regen, zegt hij. — Ik dacht al dat u dat zou zeggen. — Van de regen? — Ja. — Als de zon schijnt zeg ik: wat een zon. Als het waait zeg ik: wat een wind. Ik moet het ijs breken.»).

De vervreemding heeft Van Leeuwen niet alleen gezocht in een coulante houding ten aanzien van het wát, maar ook van het hóe. In Vrije vormen wemelt het van de verschrikkelijke zinnen; te herleiden tot het misverstand dat gek en vaag iets met poëtische zeggingskracht van doen zouden hebben. Het levert zoetige uitglijders op als: «Onno veegt met twee vingers wat genegenheid over Anna’s wang», en: «Ze slaat haar beide armen om Mara heen, die heel dichtbij is en oneindig ver weg.» Weeë observaties als: «Dok schuifelt met de mensen die het antwoord weten mee naar waar ze niet heen wil.» Onbegrijpelijkheden als: «Ze hakt woorden door de helft, zoekend naar nieuwe betekenissen, maar het worden samenraapsels van verweesde letters.» Steeds neemt Van Leeuwen genoegen met suggestieve zinswendingen en leukige vondsten, in plaats van te zoeken naar een precieze formulering of een krachtig beeld (we hebben het tenslotte over literatu-huur). De algehele soeperigheid waarin haar verhaal verdrinkt, maakt een van de motto’s voorin — een uitspraak van Louise Bourgeois — tot een gotspe: «Herhalen, opnieuw proberen, telkens weer, op weg naar perfectie.»

Nu valt alles natuurlijk kapot te maken. Toch is dat met deze roman moeilijk, en misschien is die ongrijpbaarheid nog wel het meest ergerlijk, omdat ze iets lafs heeft. Vrije vormen gaat over de kwetsbaarheid van de kunstenaar. Als ze zich niet op het doek kan uitleven, is Dok een ziel in nood. Tegelijkertijd wordt het kunstenaarsleed geïroniseerd door al die kunstenaars in spe zo uitgebreid aan het woord te laten over hun hopeloze projecten. Die verhalen zijn grotesk, maar ook weer net niet. Net zoals Dok zelf, die tegen de stroom van vreemdelingenhaat in een buitenlandse vrouw in huis neemt. Maar dan wél weer in het kader van een of andere absurde regel. Moeten we hier om lachen, of moet het ons tot nadenken stemmen? De tekst is echter grappig noch diepzinnig. Lees de voorlaatste zin: «Buiten op straat staat een groepje nieuwsgierigen met een gids die zijn tekst kent.» Hu! Een gids die zijn tekst kent! Mensen die elkaar goedemorgen wensen! Obers die vragen of alles naar wens was! Nee mevrouw, neemt u mij niet kwalijk, maar hier moet sprake zijn van een misverstand.

Joke van Leeuwen

Vrije vormen Uitg. Querido, 200 blz., € 14,90