Het moest eruit’

Na zijn ontslag als hoofdredacteur van Het Parool ging hij niet bij de pakkenneerzitten. ‘Stempeldag’, zijn nieuwste boek, is wederom een mix van feit en fictie. Sytze van der Zee: ‘Realiteit is soms veel irreëler dan fantasie.’ door Joris van Casteren

DAT GEDOE MET Het Parool, hij was het alweer bijna vergeten. ‘4 Oktober, dacht ik, wat was er toch ook weer met 4 oktober? Pas na een tijdje schoot me te binnen dat het m'n laatste dag bij de krant was.’
De bewuste dag, 4 oktober 1996, is Sytze van der Zee een wrak. Laatste vertrouwelingen helpen hun verslagen leider met sjouwen. Op de Parool-redactie aan de Wibautstraat tillen ze zijn persoonlijke bezittingen uit het hoofdredactionele vertrek naar de parkeerplaats waar zijn auto met geopende kofferbak wacht. 'Ik had zelf in mijn hoofd dat als mijn plannen wél geaccordeerd zouden worden, ik nog een jaar op de redactie zou zitten om de zaak op de rails te zetten; daarna zou ik iets anders gaan zoeken.’
De rieten stoel kraakt, hij rookt de ene Camel na de andere. 'Achteraf bezien is het een blessing, want stel je voor dat na een jaar de boel in de rails zou staan, ik iets anders was gaan zoeken en nu ergens een vaste baan had. Dan had ik niet de dingen kunnen doen die ik nu doe.’
Zo bekeken was het inderdaad een geluk dat zijn reddingsplan - een intelligent en landelijk georiënteerd Parool uitbrengen op halfformaat - door PCM Uitgevers van de hand werd gewezen. Hij kan er al bijna om lachen. PCM-topman Cees Smaling, die de krant wilde afslanken en ’m louter wilde bestemmen voor de Amsterdamse markt, mag wat hem betreft als overwinnaar uit de strijd te voorschijn zijn gekomen. Toch: 'Die laatste anderhalf jaar zou ik niemand willen toewensen.’
Wat nu, drie jaar later, vooral nog steekt is de groep opstandige redacteuren, onder leiding van redactieraadvoorzitter Lambiek Berends, die hem in het felst van de strijd afviel. 'De krant werd naar de verdommenis geholpen, ik ging er tegenin en werd in de rug aangevallen.’
Verbitterd en aangeslagen stapte hij op. 'Vrienden zeiden toen: neem niet gelijk te veel hooi op je vork, het komt allemaal wel goed, je hebt genoeg in huis. Zelf dacht ik dat niet. Ik voelde me afgeleefd, niemand zou belangstelling voor me hebben. Maar het heeft zich juist ontzettend positief ontwikkeld.’
MET STEMPELDAG levert Sytze van der Zee sedert de Parool-deceptie alweer zijn vierde boek af. 'Er zijn opdrachtgevers, mensen die bellen om advies. Laatst kreeg ik een toneelstuk te lezen.’ Triomfantelijk: 'Er is leven na de dood.’
Stempeldag gaat over Samir, een jonge Algerijn aan wiens leven vorig jaar in een asielzoekerscentrum in Nijmegen door een politiekogel abrupt een einde kwam. Korte berichtjes in de krant. Van der Zee ploos de zaak tot in de puntjes uit. 'Met Stempeldag heb ik getracht de asielzoeker een gezicht te geven.’ Het werken eraan was ronduit bevrijdend. Na De overkant en Potgieterlaan 7 hoefde hij eindelijk eens niet in zichzelf te peuren. 'Het moest gaan over iets waar ik zelf buiten stond. Een case-story, literair geschreven maar met gebruik van journalistieke tools.’
Tijdens het schrijven nam Het Parool soms toch weer bezit van hem. 'In de moeilijke tijd dacht ik: ze kunnen me alles afpakken. Mijn krant, mijn vader, mijn moeder, mijn broer. Alles, maar niet mijn schrijven.’
Een jaar voor Van der Zees vertrek als hoofdredacteur koopt PCM - op dat moment eigenaar van Trouw, de Volkskrant en Het Parool - voor een slordige 865 miljoen de Dagbladunie op, die eigenaar is van Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad. De nieuwgevormde krantenreus heeft op De Telegraaf na in één klap alle landelijke dagbladen in bezit. PCM heeft wel flink in de buidel moeten tasten. Het geld kan snel terugverdiend worden door het kwakkelende Parool grondig te saneren. Bovendien hebben de nieuwe partners geen zin om hun zuurverdiende winst af te staan aan de verzetskrant, zoals NRC-hoofdredacteur Ben Knapen in een venijnig redactioneel bij voorbaat laat weten. 'Het was ook een signaal naar mij toe: eens en vooral moest een einde gemaakt worden aan mijn ambitie Het Parool landelijk zijn vleugels uit te laten slaan.’
Vanwege een meerderheidsbelang van Stichting Het Parool in PCM had Het Parool tot de fusie op goodwill kunnen rekenen; het was al heel wat, vond de vroegere hoofddirectie, dat Van der Zee de abonneedaling had weten te keren. Toen zijn krant als gevolg van de inlijving van de Dagbladunie onder vuur kwam te liggen, merkte Van der Zee in een interview op: 'Het is meer dan alleen Het Parool, het is het begin van een proces. Het pure rendementsdenken is in opkomst.’
Nu, schouwend vanaf de zijlijn, kan hij zichzelf wat die uitspraak betreft, alleen maar gelijk geven. De overname van de Dagbladunie is volgens Van der Zee de voorbode geweest van een trend die zich momenteel binnen de hele krantenwereld voltrekt. 'Kijk wat er gebeurt met de VNU-kranten die door Wegener overgenomen worden. Als er een concern is dat kranten uitbeent is het Wegener wel.’
Het is pure salamitactiek. 'Je ziet wat PCM flikt. Op commando krijgen AD, Volkskrant, NRC en Parool fullcolour-magazines door de strot gedrukt. De redacties wordt wijsgemaakt dat het allemaal dringend noodzakelijk is en dat ze zulke leuke dingen kunnen doen. Ik sprak een NRC-redacteur die zei: wij wilden dat zo graag, zo'n magazine. Ik zei: zie je dan niet dat dat gewoon de wens van de uitgever is die geld wil verdienen aan die prachtig gelikte fullcolour-advertenties die nu nog naar Vrij Nederland, HP/De Tijd en Elsevier gaan.’
En dan hebben we het alleen nog maar over de magazines, de periodieke extraatjes. 'Als ik de kranten inhoudelijk bekijk constateer ik vervlakking. Het schuift allemaal naar elkaar toe. Onderling wordt er geconcurreerd in oppervlakkigheid. Dingen die op de voorpagina verschijnen waarvan ik denk: Jezus, hoe kun je? Ik heb het idee dat de Volkskrant bezig is een concurrentieslag aan te gaan met De Telegraaf. Ik zou liever zien dat ze de strijd aangingen met NRC Handelsblad, zoals dat altijd is geweest.’
IN ZIJN WERKKAMER, een zijvertrek in een ruime Amstelveense bungalow, is het ijskoud. 'Hij heeft de tuindeuren altijd openstaan’, waarschuwde zijn vrouw al. 'Zelfs als het winter wordt.’ In de boekenkasten staan titels lukraak door elkaar. Misschien is er een geheime logica die hij alleen kent. Aan de muur hangt Het Parool op tabloidformaat, zoals dat bij zijn abrupte einde bij wijze van hommage eenmalig gedrukt is. Hij schenkt wild dampende thee in en doet de pot weer in de theemuts.
En Het Parool, leest u die nog?
'Ja, ja. Bijna altijd. Ik vind het… Het is een aardige krant hoor. Maar ik blijf erbij wat ik toen gezegd heb. Dat op de Amsterdamse markt geen ruimte is voor Het Parool.’
Dat is wel de koers die de krant nu vaart.
'Ik wil niet zoveel over Het Parool… Zij moeten deze job doen, dat is al moeilijk genoeg voor ze.’ Even stilte. 'Ik denk nog steeds dat wat ik toen gezegd heb valide is.’
Dat wat u voorzag, de ware reden om ontslag te nemen, heeft zich dat doorgezet in Het Parool van nu?
'Wat ik voorzag, nou ja, het is de verAmsterdamming die zich voltrekt. Ik vind Amsterdam een hartstikke leuke stad. Er wordt wel gezegd: Sytze van der Zee heeft geen affiniteit met Amsterdam, dat is bullshit. Ik ben opgegroeid in Hilversum en dat is, zogezegd, de voorstad van Amsterdam. Maar Amsterdam is geen New York en geen Londen en geen Parijs. New York, dat is tien miljoen mensen! Amsterdam, dat is achthonderdduizend mensen van wie nog eens dertig procent allochtoon is. Die laatste groep leest nauwelijks kranten. En dan heb je nog de concurrentie van landelijke kranten.’
Is Het Parool verworden tot een Rotterdams Dagblad of een Haagsche Courant?
'Mwoh. Het ziet er wel beter uit, vind ik. Aan de bijlage is veel zorg besteed, daar wordt hard aan gewerkt. Maar ik bedoel, dat ligt vast aan mijn achtergrond, maar ik mis een stevige buitenlandrubriek. Aan Het Parool alleen heb ik niet genoeg, hooguit voor Amsterdamse dingen.’
Zelf vond u dat Het Parool een op zichzelf staande krant moest zijn.
'Zodat je niet als tweede krant fungeert. Veel mensen lezen Het Parool als tweede krant. Als het ze minder voor de wind gaat, vliegt de tweede krant er als eerste uit.’
Zal Het Parool ondanks al het hosannageroep sneuvelen?
'Het theaterspelletje is gespeeld. Het geld van het Bedrijfsfonds voor de Pers is op. Vandaag of morgen zal gezegd worden: het gaat niet zo denderend, er moet ingeleverd worden. Het bericht van de negentien miljoen verlies die ze ondanks alle goede hoop lijden, was wat dat betreft een teken aan de wand.’
In dat bericht stond ook dat de berekening onjuist was, dat ze al bijna winst aan het maken waren.
'Trouw heeft gerestyled in '86. Ze leden verlies. Max de Jong van de Perscombinatie zei toen dat de sleutel van de toerekening moest worden bijgesteld. Ineens hadden ze een winst van honderdduizend gulden. De Volkskrant en Het Parool kregen toen gewoon een groter deel van de toerekening voor hun kiezen. Zo'n toerekening is een tamelijk arbitraire beslissing. Er zijn wel codes en afspraken voor, maar je kunt er alle kanten mee uit.’
VROEGER BEZAG Van der Zee het fenomeen asielzoeker veel kritischer dan tegenwoordig. 'Ik vind dat ze het grootste gelijk hebben hier naartoe te gaan. Ze laten ellendige landen achter.’ Samir is echt doodgeschoten, maar verder lopen in Stempeldag feit en fictie dwars door elkaar heen: faction. 'De mensen die in het boek bij Samir op de kamer in het centrum verblijven zijn samengestelde figuren.’
Uit de verhalen van Algerijnen met wie hij sprak smeedde hij personages. 'Het is onmogelijk uit te vinden waar Samirs ware kamergenoten gebleven zijn. Ik ben met Ahmed Ancer, een Algerijnse journalist in Nederland, gaan praten. Daarna ben ik naar het centrum in Nijmegen gegaan. De directie bracht me in contact met een andere Algerijn. Aardige, rustige jongen met wie ik lang gepraat heb. Zo is de bal gaan rollen.’
Ondanks het feit dat hij mocht beschikken over het dossier, een dagboek en wat getuigenissen, was het neerzetten van Samir een hele worstelpartij. 'Ging ik ’s'avonds naar bed, dacht ik onder het tandenpoetsen: Samir, Samir, wie ben je? Je moet proberen alles zo realistisch mogelijk neer te zetten. Je moet oppassen dat de fantasie niet helemaal met je op de loop gaat.’
Sympathie voor new journalism had hij altijd al. 'Bij de krant kan dat bijna niet. Stempeldag is geen journalistiek. Hooguit ben ik met journalistiek gereedschap aan de slag geweest om een literair verhaal 2 neer te zetten. Een doorsnee literator gaat niet zitten bellen of op onderzoek uit.’
Hij klapt de theemuts weer open. 'Als je dingen beschrijft zoals ze werkelijk gebeurd zijn, worden ze vaak veel onwaarschijnlijker dan wanneer je ze een literaire vorm geeft. Realiteit is soms veel irreëler dan fantasie.’
In De overkant, dat Van der Zee in 1998 schreef, doet hij verslag van het bloedstollende gevecht dat hij leverde met de hoofddirectie van PCM. Het boek werd met gemengde gevoelens ontvangen. Ruud Verdonck noemde het een 'boosaardige, soms malicieuze aanklacht (…) tegen vrijwel alles en iedereen bij PCM en zelfs tegen wat ooit zijn eigen krant was’.
Hij veert overeind. 'Verdonck heeft Potgieterlaan 7 ook afgeslacht. Hij vond dat mijn broer en ik hadden moeten vertellen dat wij NSB-kinderen waren. Ik, toen ik in '88 hoofdredacteur werd van Het Parool; mijn broer toen hij secretaris bij de Raad van Kerken werd. Verdonck heeft in die recensie allemaal valse dingen over mijn broer geschreven. Mijn broer was dood, die kon zich niet verdedigen. Als Verdonck nu Stempeldag in handen krijgt, zal hij het ook verscheuren.’
VAN DER ZEE blijft zich verzetten tegen het verwijt dat De overkant rancuneus zou zijn. 'Ik heb geen getallen genoemd, geen oplage- of advertentiecijfers. Ik heb het boek niet geschreven om de redactie of de krant te beschadigen, maar juist om de structuur eromheen aan te pakken. Enkele redacteuren ontspringen de dans niet. Maar die hebben mij ook proberen te beschadigen. Onder meer door het verhaal aan een andere krant door te bellen dat Van der Zees vader bij de NSB heeft gezeten. Dat is echt sick.’
Het gros van de redacteuren heeft De overkant niet als een dolkstoot ervaren. 'Afgezien van die kliek rond Lambiek Berends, Frans Peters en Paul Arnoldussen. Ik heb ook nog steeds contact met redacteuren en verslaggevers. Pas geleden hebben we met een hele groep gegeten.’
Fel: 'Het zijn buitenstaanders die dat roepen. Lambiek Berends heeft contact gehad met Ruud Verdonck. Die hebben bij elkaar gezeten.’
In De overkant had hij veel feller moeten uithalen. 'Dat groepje heeft het versjteerd. Zij hebben Smaling de indruk gegeven dat mijn plan niet breed werd gedragen. Eerst wilde ik helemaal niets over ze schrijven. Ik dacht: ik sta er boven. Dat is onzin. Zij hebben mijn leven behoorlijk verziekt.’
Na een tijdje: 'Er zat een hoop verbittering in De overkant. Ik heb het eerlijk gezegd ook nooit teruggelezen. Potgieterlaan 7 wel. De overkant was een catharsis voor mij. Mensen zeiden toen: misschien moet je nog wat jaren wachten. Maar ik dacht: dan schrijf je zoiets niet meer. Het moest eruit, de boosheid, de frustraties.’
Natuurlijk wist hij dat het boek olie op het vuur zou zijn. 'Maar er zijn binnen een redactie altijd mensen die het nooit goed vinden. Als ik had gezegd: goed, we blijven op groot formaat, waren ze daar weer op tegen geweest. Je hebt er ook een hoop opportunisten bij. Die willen iets met je en zien dan dat hun rol zoals ze zich die hadden voorgesteld niet uitgekomen is. Lambiek Berends was daarvan een goed voorbeeld. Aanvankelijk voorstander van halfformaat begon hij ineens te schuiven.’
Waardoor een vreselijke situatie ontstond. 'De boel polariseerde. Een klein groepje, hooguit een man of tien, was tegen. Een grote groep, stuk of dertig, was voor. Daartussen deinde de massa. Het klinkt wat dramatisch maar het was net als in de oorlog. De massa kiest niet maar deint mee.’
Toen De overkant pas uit was hield bij De Munt een man hem staande. 'Hij zei: meneer Van der Zee, ik heb De overkant gelezen. Precies hetzelfde had hij meegemaakt, bij een bedrijf. Het is niet alleen de journalistiek waar het botst, zei hij, het is overal. Ik zei dat dat precies de reden was waarom ik het boek heb geschreven.’
In Stempeldag reconstrueert Van der Zee een nachtmerrie. 'Ik heb met iemand gesproken die zwaar psychotisch is geweest. Ik moest weten wat er dan met je gebeurt. Feit is dat Samir werd achtervolgd door het beeld van Murat, die voor zijn ogen al bloedspuwend door een overdosis om het leven kwam. Ik moest zelf een invulling zien te geven aan de nachtmerrie.’
Stempeldag blijkt bij nader inzien toch niet helemaal los van hemzelf te staan. 'Affiniteit met mensen in de marge van de samenleving, dat heb ik als NSB-kind.’ De grenzen wijd open gooien? 'De regels moeten stringenter en duidelijker. Een goede selectie moet plaatsvinden. Ik vind dat asielzoekers niet mogen wegrotten in die centra.’ Pro-asielzoeker is Stempeldag niet. 'Ik schrijf gewoon op dat ze zitten te schelden op nikkers. Zo praten ze. Moet ik dan ingrijpen?’
VAN HET WEEKEND zag Van der Zee dat ze een fotootje vergeten waren in de buitenlandrubriek. 'Toen dacht ik: hé jongens, wie heeft er vrijdagavond dienst gedraaid?’ Dat is uitzondering, hij is een gewone krantenlezer geworden. 'Nu ik schrijf, volg ik het allemaal veel minder. Er zijn dagen dat ik nauwelijks een krant lees. Ontbijten, hup achter de computer. Eten, hup achter de computer. Als correspondent had ik tien, vijftien kranten per dag. Nu heb ik er nog vier.’ Hij leidt tegenwoordig een vrij leven. 'Ik wil geen hoofdredacteurtje meer spelen, dat is voorbij. Als je er zit denk je dat je onmisbaar bent.’ Het kerkhof ligt vol met onmisbare mensen, weet hij nu. Hij wil alleen nog maar boeken schrijven. En wat advieswerk doen, zoals bij Folia dat hij gerestyled heeft.
Hij heeft niet echt zin om het te zeggen, wil z'n vingers niet branden. Toch moet het van zijn hart. 'Door mijn vertrek en die herrie is er een en ander losgekomen. Het is wat dat betreft niet voor niks geweest. Het Stichtingsbestuur is behoorlijk geschrokken van wat zich heeft afgespeeld. Die hebben daarna bij PCM flink tegendruk kunnen gegeven. Zodat Het Parool een nieuwe kans heeft gekregen.’
Smaling baalde van je vertrek?
'Smaling kon niet meer doen wat hij wilde. Hij is het niet vergeten, dat zeker niet, maar hij had plannen en die konden even niet meer. Ik denk dat het Stichtingsbestuur pittige gesprekken heeft gevoerd met Smaling. Hij wordt eerst door het Stichtingsbestuur in staat gesteld een majeure overname te plegen en vervolgens helpt hij zowat de krant om zeep. Dat is iets wat heel veel mensen in het bedrijf niet begrepen. Dat hij zich zo hard opstelde.’
Als het zo slecht gaat met Het Parool, waarom heeft PCM dan nog niet ingegrepen?
'PCM wil naar de beurs. Het Stichtingsbestuur is daar tegen. Door nog niet in te grijpen - de krant wordt kunstmatig in leven gehouden - kan het Stichtingsbestuur geen nee blijven zeggen. Eenmaal beursgenoteerd zal de onnodige ballast ook wel worden afgestoten.’
Hij heeft alweer te veel gezegd. 'Eigenlijk wil ik niet aan de zijlijn belanden en dingen gaan roepen.’