Interview Gerrit Jan Wolffensperger

Het moet geen grote KPN-show worden!

Bemoeienis van adverteerders met de inhoud van tv-programma’s is uit den boze bij de Publieke Omroep. «Dat tast ons imago van onafhankelijkheid en integriteit aan», zegt NOS-voorzitter Gerrit Jan Wolffensperger vermanend. «Wij bepalen wel hoe vaak en met welk toestel er in een soapserie wordt getelefoneerd.»

Zijn werkkamer in het door grauwe mist omgeven Hilversumse Mediapark. «Natuurlijk zijn we er rouwig om dat we een grote adver teerder kwijt zijn», zegt NOS-voorzitter Gerrit Jan Wolffensperger. Zojuist heeft hij een brief op de bus gedaan naar KPN-directeur Scheep bouwer. «Stopzetten reclame op publieke tv-zenders», staat er onder het kopje «onder werp» van een kopie van deze brief. Aanleiding vormt de bekend making van KPN vorige week om niet langer te adverteren op de publieke televisie netten. Met name omdat het een adverteerder op het publieke net, anders dan op commerciële netten, niet is toegestaan invloed op de inhoud van programma’s uit te oefenen. Voortaan maakt KPN alleen reclame bij SBS Broadcasting en RTL Group, die beide inmiddels een groter marktaandeel hebben (46 versus 39 procent) dan de publieke omroep. In de brief vraagt Wolffensperger letterlijk «het besluit nog eens te overdenken». Niet dat er alsnog inhoudelijke bemoeienis mogelijk is: «Uw wens om invloed te willen uitoefenen op de inhoud van een televisieprogramma is voor de Ster niet bespreekbaar. Wij staan daar volledig achter.» Echter: «Wij menen namelijk dat het ontbreken van deze strikte scheiding de adverteerders meer nadelen dan voordelen oplevert. Het leidt ertoe dat kijkers naar de bewuste commerciële zender de betrouw baarheid van het medium in twijfel gaan trekken.»

U bent niet opgelucht over het vertrek van KPN?

Wolffensperger: «Nee, want ik loop een aantal miljoenen mis. Vijf miljoen euro, geloof ik.» Voorlichter Cees Groothuis, die zijn baas tijdens het gesprek flankeert, kent de cijfers: «Het was de grootste adverteerder in 2000. We hebben het nu over een bedrag van vier à vijf miljoen euro.»

Hun wensen waren wel heel vergaand.

(beslist:) «Bij ons is er van beïnvloeding van redactionele inhoud door de reclamemaker geen sprake, nooit. Dus zeggen wij: nee.»

Dan had u die brief ook niet moeten schrijven.

«De brief is een milde vraag om het stand punt nog eens te overwegen. Denk er ook nog eens over na, mijnheer Scheepbouwer. En er staat een argument bij waarvan ik overtuigd ben dat het juist is. Er staat in feite: commer ciële omroepen, jullie moeten eens goed nadenken wat er gebeurt als adverteerders naar jullie toe gaan met de mededeling dat ze bij jullie zoveel invloed kunnen uitoefenen. Dat lijkt me voor hun imago niet goed.»

Misschien vinden de commerciëlen dat niet zo erg.

«Het is toch helder dat deze brief, die deels geschreven is om… We moeten ook niet al te lang over de brief praten. Wat er feitelijk aan de hand is, is dat de firma KPN een product verkoopt dat zich buitengewoon goed leent voor inscript-sponsoring: wap, sms et cetera. Wij gaan bijvoorbeeld een programma als Oud geld echt niet omgooien om daar opeens veel sms-boodschappen in op te nemen. De programmamaker moet geheel onafhankelijk kunnen besluiten hoe vaak er mobiel getelefoneerd en gewapt wordt.»

Wij hebben met KPN gebeld. Het ligt niet voor de hand dat ze alsnog willen adverteren. Het gaat ze om producten in programma’s. Nieuwe generaties mobiele telefoontjes met allerlei interactieve voorzieningen waar programma’s op moeten aansluiten. Ze willen hun producten in soapseries vertonen. Ook willen ze meepraten over de inhoud van het programma.

«Het moet toch geen grote KPN-show worden! Ik laat toch niet door KPN bepalen wanneer en hoe we met interactieve dingen in de weer gaan.»

Wat als het de trend wordt dat andere adverteerders ook dit soort eisen stellen en weglopen?

Wolffensperger (geïrriteerd): «Die trend bestaat toch al lang!»

Welke trend bedoelt u nu precies?

«Dat adverteerders het op prijs stellen om invloed te hebben op de redactionele inhoud van televisiezenders. Er wordt natuurlijk bij commerciële zenders inscript gesponsord op alle mogelijke manieren.»

Wat vindt u daarvan?

«Zolang het de grenzen van de mediawet niet te buiten gaat — even daargelaten dat er twee zenders naar Luxemburgs recht uitzenden — heb ik er geen bezwaar tegen. Integendeel. Zodoende komt namelijk één van de essentiële verschillen tussen publieke en commerciële omroep aan het licht. Namelijk integriteit. Het beklemtoont ons bestaansrecht.»

Maar op zich ziet u van commerciële inmenging geen schadelijke werking uitgaan?

(fel:) «Ik zie er wel degelijk een verschrikkelijk schadelijke werking van uitgaan. Ik zou dat never nooit niet willen!»

Wat is die schadelijke werking dan?

«Even een stapje terug. Als je in een samenleving een publieke omroep overeind wilt houden, moet je motiveren waarom je die hebt. Als wij in niets zouden verschillen van de commerciële omroepen zou ik niet weten waarom de samenleving er honderden miljoenen guldens aan zou moeten uitgeven. Goed, wat zijn nou die punten van onderscheid? Dat is hopelijk dat wij programma’s maken die de commerciële omroep niet uit zichzelf zou maken. Dat is hopelijk dat wij publieke groepen bedienen die bij de commerciëlen niet aan bod komen omdat ze die om redenen van rendement niet interessant vinden. Maar het is ook dat wij in informatie- en nieuwsvoorziening een integriteit proberen te bewaken waar men bij de commerciële omroep wat minder zwaar aan tilt. De publieke omroep mag niet meer dan zes procent reclame voeren, de commerciëlen vijftien. Wij willen geen commerciële uitstraling. Al die dingen tezamen vormen dat die omroep eruitziet zoals die eruitziet.»

U kunt zich die houding permitteren omdat u 650 miljoen euro overheidsgeld krijgt.

«Een van de redenen dat we dat geld krijgen, is omdat de samenleving ons niet afhankelijk wil maken van adverteerders.»

Waarom is de Ster er dan?

«Dat er een beetje reclamevolume bijkomt, moet je toeschrijven aan pragmatisme van de Nederlandse wetgever. Die heeft in de jaren zestig, bij oprichting van de Ster, gedacht: als we het een stukje uit reclame doen, hoeft het niet allemaal uit belastingmiddelen. Sommigen vinden die reclame een verontreiniging van de publieke omroep, al die boodschappen ertussen. Ik persoonlijk ben het daar niet mee eens. Mits met zorg gedoseerd en niet midden in je speelfilm is reclame soms aardig.»

Omdat je dan even naar de wc kunt?

«Met mijn publieke hart ga ik zo ver te beweren dat sommige reclamespotjes tegenwoordig heel aardig, mooi en grensverleggend zijn. Kijk naar de Gouden Loeki-verkiezing. Als je ziet hoeveel mensen daaraan mee willen kiezen. De Nederlandse kijker heeft door de bank genomen helemaal geen afkeer van reclame. Als je het volume maar beperkt houdt.»

Dus de afkeer zit ’m in het volume?

«Ik denk dat het antwoord ja is. Je merkt vaak dat mensen geweldig fulmineren tegen ‘die vervelende reclame’, maar als je doorvraagt, gaat hun irritatie over de reclame op de commerciële zenders. Als je het toespitst op de publieke omroepen blijken de bezwaren niet zo groot te zijn.»

Als je om een uur of zeven naar de publieke netten kijkt, zie je alleen maar spelletjes.

«O jee», zegt de voorlichter, «krijgen we die weer.» Hij somt op: «Lingo, Get the Picture, Postcodeloterij, TV-kapper…»

Wolffensperger: «We voeren deze discussies hier helaas vrijwel dagelijks. De gedachte is echt niet dat wij zogenaamd intelligentere spelletjes maken die dan als opstap dienen naar moeilijkere programma’s. Het lijkt onderhand wel een volkssport geworden om die vier discutabele programma’s van de publieke omroep te vergelijken met de vier mooiste programma’s van de commerciëlen. Wat er nog ontbreekt, is dat jullie gaan roepen dat omdat de commerciëlen Barend & Van Dorp en Wintertijd maken er geen publieke omroep meer nodig is. Dat is veel te kort door de bocht. De overige 95 procent van wat wij maken is niet te vergelijken met wat de commerciëlen maken.»

Waarom zit die vijf procent er dan nog bij?

«Dat zal ik je precies vertellen. Daar is over nagedacht. Laat ik het even tekenen.» Wolffensperger tekent twee cirkels die elkaar een beetje overlappen. Zo ook overlappen de programmapakketten elkaar. «Als wij die vijf procent niet uitzenden, zou je een totale scheiding krijgen. Dan zou je een tweedeling in de samenleving krijgen! Wij plaatsen dus heel bewust een aantal programma’s in dat overlappende segment. Dat is niet alleen de Postcodeloterij, Get the Picture en Lingo, dat is ook sport. Dat moet de overstap van mensen die veel naar commerciële televisie kijken naar de publieke omroep mogelijk maken. Wij vinden het onze taak die mensen uit het commerciële segment te halen.»

Waarom?

«Omdat iedereen belasting betaalt. Omdat we er voor iedereen zijn. Wij hebben de taak te maken wat waardevol is.»

Hoe stellen we ons dat overstapje voor? Ik kijk naar 'Lingo’. Moet ik daarna blijven kijken naar een volgend programma?

«Als je zo ridiculiseert, werkt het niet.»

De omroepgegevens. Gaan jullie die nou vrijgeven, zoals reeds in 1998 werd geoordeeld door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) dat de publieke omroep misbruik maakt van zijn machtspositie? Of blijft de raad van bestuur van de NOS een juridisch steekspel voeren om het afstaan van de gegevens uit te stellen?

Wolffensperger: «Op het moment dat er een onherroepelijke uitspraak ligt van de NMa of er een wet komt, geven we het vrij. Wij kunnen het niet helpen dat drieënhalf jaar later de NMa pas een beslissing op het bezwaarschrift neemt. Dat het zo lang duurt, ligt niet zozeer aan de publieke omroepen.»

U weet heus wel wat de einduitspraak is: vrijgeven die handel. Als die uitspraak er is, betekent dat het einde van de publieke omroep. Het geeft toch te denken dat het bestaansrecht afhangt van die gidsen?

«Stel dat wordt besloten dat we de programmagegevens ter beschikking moeten stellen, dan neemt ongetwijfeld het aantal leden van de verschillende omroepverenigingen af. Je kunt een relevante discussie opzetten over de vraag of lidmaatschap in de 21ste eeuw bepalend moet zijn voor de legitimatie van publieke omroepen. Op dit moment is dat nog wel zo.»

Maar u vindt dat dat niet nodig is?

«Dat hoort u mij niet zeggen.»

Wat is uw standpunt?

«Ik volg de wet. De mediawet zegt dat de omroepen in 2005 driehonderdduizend leden moeten hebben. Die omroepen komen vervolgens bij mij en zeggen: 'Gerrit Jan, als die bladen wegvallen, hoe moeten wij dan aan driehonderdduizend leden komen?’ Dan zeg ik: tja, dat weet ik ook niet.»

Wat is dan nog het bestaansrecht van de omroepvereniging?

«Nou kijk… Je moet je goed realiseren dat we zitten in een systeem dat gebouwd is op omroepverenigingen. Je moet nooit iets willen afschaffen. Dat zeg ik ook tegen de omroepverenigingen. Je moet eisen van het systeem dat het mee-evolueert met de veranderingen van de tijd. Het heeft ook voordelen, dit systeem. Het heeft ons gevrijwaard van politieke bemoeienis.»

Het waren vroeger allemaal kleine stukjes bemoeienis, de Vara en de socialisten, de KRO en de katholieke kerk…

Wolffensperger: «Nee. Het heeft ons juist gevrijwaard van centrale invloed. Kijk naar België, daar had je vroeger achter iedere camera een liberaal, een christen-democraat en een socialist staan.»

Dat is toch juist evenwichtig?

«In Engeland heeft Thatcher de BBC de nek om willen draaien. Het voordeel van dit bestel is dat het ons heeft behoed voor overheidsingrijpen. Bij ons zie je een onderlinge competitie van grote creativiteit… Luister, je hoort mij niet zeggen dat het eeuwig zo zal blijven. Het heeft best ook nadelen, hoor.»

Wat zijn die?

«Ik vind die nadelen niet zo groot als ze maar mee-evolueren. Die samenwerking is nodig, zeker met al die concurrentie van die commerciële zenders nu. Vroeger kozen kijkers tussen KRO en Avro, nu tussen Nederland 2 en RTL. Daarom zijn we bezig met zender overschrijdend programmeren en netprofilering. En natuurlijk met de 24-uurs nieuwszender waar we nu aan werken. Dat is een prototypisch voorbeeld waarin de omroepen kunnen samenwerken. Ik probeer ze mee te krijgen in al deze ontwikkelingen.»

Is dat niet een vreselijke strooppot?

«Dat antwoord is gewoon ja. Toch vind ik dat we niet alles overboord moeten gooien. Televisie is gewoon het lastigste medium om tot eenheid te komen.»

Zijn de omroepverenigingen bang?

«Natuurlijk. Maar het is de mediawet die de omroepen in deze onmogelijke spagaat brengt, niet ik.»

Die mediawet hindert u ook in uw wens tot eenheid en samenwerking.

«Die spanning is soms inderdaad ondraaglijk.»

Wilt u de wet herzien en ook dat vermaledijde streefgetal?

«Op het moment dat de programma gegevenskwestie in ons nadeel uitvalt, denk ik dat het onontkoombaar is dat we de ledeneis in de mediawet omlaag schroeven.»

Zal in 2008 de Vara nog bestaan?

«Mensen kijken nu al eerder naar Nederland 3 dan naar de Vara. Dat proces zal zijn eigen loop hebben, maar de Vara zal in 2008 nog wel bestaan. Je moet niks willen opheffen. Maar het zal niet meer dezelfde publieke omroep zijn.»

Zal de Ikon er nog zijn?

«Dat sluit ik niet uit.»

Vindt u het eigenlijk wel een leuke baan?

«Ik vind het een fascinerende baan. Het is niet altijd leuk. Ik heb te maken met organisaties die, volstrekt begrijpelijk, bang zijn voor hun eigen toekomst en identiteit.»