Stedenbouw: De slimste wijk ter wereld

‘Het moet niet voelen als een laboratorium vol sensoren’

Helmond wil de slimste wijk ter wereld bouwen. Brainport Smart District moet ecologisch, sociaal en technologisch slim worden. Maar zoals bij alle smart city-projecten zweeft één grote vraag boven de toekomstige buurt: wat gebeurt er met de data van bewoners?

Artist impression van Brainport Smart District in Helmond, ‘een wijk voor iedereen’ © UN studio / Plomp

‘Living the future’, dat is de slogan van Brainport Smart District. Ten noorden van de spoorlijn tussen Helmond en Eindhoven, recht tegenover Vinex-wijk Brandevoort die als een ouderwetse vestingstad is opgezet, zal de wijk van de toekomst verrijzen. In 2021 begint de bouw van vijftienhonderd woningen die de nieuwste inzichten over duurzaam bouwen, circulaire water- en afvalsystemen, energiebesparing, gezond leven en efficiënt vervoer verenigen. Denk aan woningen die energie opwekken met gevels vol zonnecellen, denk aan douchen met regenwater, denk aan drones die pakketjes bezorgen, aan elektrische wagentjes op afroep en aan sensoren in huis die je hartslag meten. De ambities van het kleine Helmond, nog geen honderdduizend inwoners, zijn niet gering. ‘bsd’ moet niet minder dan de slimste wijk ter wereld worden.

Het idee voor deze wijk kwam twee jaar geleden van Elphi Nelissen, hoogleraar duurzaam bouwen aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). Het was een proefballonnetje, meer niet, maar Helmond stak meteen zijn vinger op: ‘Leuk. Doen. Hier.’ Inmiddels zijn naast de gemeente Helmond en de TU/e, ook de Universiteit van Tilburg aangehaakt, de provincie Noord-Brabant en Brainport Development, een onafhankelijke partij die de Brainport-regio rond Eindhoven helpt ontwikkelen.

Overheden en kennisinstellingen zijn de sturende kracht achter de Helmondse wijk. Zij betrekken vanaf het begin bewoners en bedrijfsleven in de ontwikkeling en bepalen samen de spelregels. Ze zetten de programmalijnen uit waarlangs de wijk zich ontwikkelt, stellen een datamanifest op en een ethische commissie. Bedrijven mogen hun ideeën in rondes pitchen, maar openheid en transparantie zijn vereist. Tussen al deze technologische vooruitgang staan de bewoners centraal, zo beloven de voortrekkers van bsd. Data zijn van de bewoners, is het uitgangspunt.

‘Dit is een heel ambitieus en uitdagend project, omdat we van het begin af aan twee principes hanteren, en dat is allereerst dat we alles in samenspraak met toekomstige inwoners willen doen. Het tweede principe is dat we integraal zeven programmalijnen willen aanpakken’, zegt wethouder Cathalijne Dortmans (GroenLinks) half november op de Automotive Campus in Helmond, vlak voordat een nieuwe presentatieronde van bedrijven van start zal gaan. ‘Participatie’ is een van die zeven programmalijnen, en ‘inclusief’ een terugkerend toverwoord op de website van Brainport Smart District: ‘Iedereen moet mee kunnen doen.’ bsd wordt geen wijk voor louter techfanaten, geen speeltuin voor bedrijven, maar een wijk voor iedereen. Zo lijkt in Helmond een unieke poldervariant van de smart city te ontstaan.

En dat mag opmerkelijk heten. Smart cities ontstonden na de crisis als initiatief van grote bedrijven op zoek naar nieuwe verdienmodellen. Bedrijven beloven met slimme snufjes stedelijke problemen op te lossen, van luchtvervuiling en files tot afvaloverlast en onveiligheid. Overheden die innovatie omarmen en werkgelegenheid verwelkomen bieden ruimte aan deze bedrijven om in de stad te experimenteren. Dataverzameling is vaak een voorwaarde om smart city-oplossingen te kunnen ontwikkelen. Ook in Nederland wordt veel met smart city-projecten en dataverzameling in de openbare ruimte geëxperimenteerd, vaak zonder dat bewoners het weten. En dat mag niet. Privacyschending ligt op de loer. Het is de reden dat de Autoriteit Persoonsgegevens eind 2019 een onderzoek is gestart naar privacywaarborgen in smart cities.

De beloften van de smart city zijn nog altijd groot, evenals de prognoses over wat er in deze sector te verdienen valt. Toch vallen de resultaten na zoveel jaren experimenteren tegen. In techno-utopieën zoals Songdo in Zuid-Korea of Masdar in de Verenigde Arabische Emiraten zijn het de bewoners die zich te voegen hebben naar wat de techbedrijven voor hen bedacht hebben. In Songdo klagen bewoners te midden van slimme liften en slimme afvalbakken over het gebrek aan menselijk contact. In Masdar is veel van de technologie, zoals de laadstations voor elektrische auto’s, alweer verouderd. De beloofde bewonersaantallen hebben beide steden nooit gehaald. ‘Mislukte slimme stad’ en ‘Tsjernobyl-achtige spookstad’ zijn recente bijnamen voor Masdar en Songdo.

Even leek er in Toronto een veelbelovende nieuwe variant van de smart city te ontstaan. Daar moet de ‘innovatiefste wijk ter wereld’ komen. Quayside heet dit nieuwe droomdistrict aan het water. Maar deze droom van Sidewalk Labs, een zusterbedrijf van Google, begint nachtmerrieachtige trekjes te vertonen. Bewoners kwamen massaal in verzet tegen de voorgestelde dataverzameling in de wijk, de privacy officer die namens de provincie toezicht hield stapte tussentijds op, de regering kreeg een rechtszaak van de Canadian Civil Liberties Associaction aan haar broek en de drie overheidspartijen die toezicht houden, moesten het project dat in het geniep steeds groter en veelomvattender werd, uiteindelijk terugfluiten.

‘Toronto, dat is voor Helmond een voorbeeld van hoe het niet moet’, zegt wethouder Dortmans. Naast haar zit een van de twee bsd-directeuren, Edwin Schellekens. Hij vult haar aan: ‘Burgers zijn daar compleet vergeten. Die hebben het gevoel dat ze straks in een gedeelte van hun stad mogen wonen waar een bedrijf het voor het zeggen heeft, en dat bedrijf mag alle data gebruiken op een wijze die hun goeddunkt. Dat is volgens mij de eerste grote misser in Toronto. De tweede grote misser is dat het publieke bestel compleet buitenspel staat. De gemeenteraad weet niet of ze het ermee eens zijn of niet, maar om te voorkomen dat ze het er niet mee eens zijn, trappen ze nu op de rem.’

Eind 2017 werd Sidewalk Labs nog feestelijk onthaald door de gemeente Toronto, de provincie Ontario en de Canadese premier Justin Trudeau. Ze zouden niet alleen een nieuwe wijk bouwen, maar ook voor banen en innovatie zorgen, en van Toronto een vooruitstrevende stad maken, een lichtend voorbeeld op het gebied van duurzaamheid en technologie. Gaandeweg kwam er steeds meer kritiek op de plannen van Sidewalk Labs, die niet alleen de bouw van duurzame houten wolkenkrabbers bevatte en verwarmde stoeptegels, om twee voorbeelden te noemen, maar ook het verzamelen van data. Heel veel data, zowel op straat als in woningen.

En de eigenaar van die data? U raadt het al: Sidewalk Labs. Op 31 oktober trapte Waterfront Toronto, waarin de drie overheidslagen zitting hebben, daarom op de rem. De bouw van de wijk mag doorgaan, maar op kleinere schaal: geen 77 hectare, maar de oorspronkelijke vijf hectare. Sidewalk Labs moet alle data in Canada opslaan en mag zich niet meer ‘hoofdontwikkelaar’ van de nieuwbouw noemen.

In Toronto begon het nieuwe droomdistrict op een nachtmerrie te lijken

Die ingreep is in grote mate te danken aan het verzet van bewoners, die zich verenigden onder de hashtag #blocksidewalk, een initiatief van open-data-expert en activiste Bianca Wylie. In september was zij eventjes in Rotterdam op een smart city-congres georganiseerd door de Erasmus Universiteit. ‘Het voelt alsof ik al twee jaar in een kroeggevecht zit met Sidewalk Labs’, zei ze daar. ‘Ik ben moe en afgemat.’ Wylie schoof als inwoner van Toronto aan bij de informatie- en inspraakavonden die Sidewalk Labs organiseerde. ‘Maar na zes maanden had ik het gezien. Er was geen alternatief voor hun plannen, geen mogelijkheid om ergens “nee” tegen te zeggen.’

Het bedrijf Sidewalk Labs speelde volgens Wylie voor overheid. ‘Ze zeiden: “Wij komen al jullie problemen oplossen en een mooie wijk voor jullie bouwen.” En wij moesten vooral blij met ze zijn. Maar niemand had op hen gestemd en er was totaal geen democratische controle.’ In het participatieproces werden bewoners en professionals in thematische groepjes opgedeeld en tegen elkaar uitgespeeld, vertelt ze. Deelnemers tekenden geheimhoudingsverklaringen. De overheid mocht zich contractueel niet negatief uitspreken over de plannen. ‘Niemand had nog overzicht’, zegt Wylie.

Hoe groot en verreikend de plannen voor de wijk waren, bleek pas toen er vorig jaar documenten uitlekten. Daaruit bleek dat de geografische omvang van het project meer dan vijftien keer zo groot was geworden dan de door de overheid aangewezen vijf hectare. Ook waren er plannen om vastgoedbelasting te innen. Later lekte the yellow book uit, een meer dan vierhonderd pagina’s tellend intern visiedocument van Sidewalk Labs over een toekomstige slimme wijk met Chinese trekjes: burgers zouden hier continu geobserveerd, gesurveilleerd en gestuurd worden. Hoe meer data je in deze wijk zou delen, hoe meer diensten er voor je open zouden staan. Het gele boek beschrijft ook een sociaal-kredietsysteem: hoe beter je score als bewoner, hoe makkelijker je bijvoorbeeld een lening zou kunnen krijgen.

Sidewalk Labs zou in deze potentiële slimme wijk publieke infrastructuur besturen en er belasting kunnen innen. Deze ‘meest ambitieuze vastgoedontwikkeling ter wereld’ zou vooral heel veel geld in het laatje brengen. Het verweer van de afzenders op de ophef die dit gelekte document veroorzaakte? Het stamt uit 2016, nog voor de plannen voor Toronto, en was vooral een denkoefening.

Een maquette van Quayside, de ‘innovatiefste wijk ter wereld’ © Rene Johnston / Toronto Star via Getty Images

Helmond is meerdere malen op bezoek geweest in Toronto en heeft zijn eigen conclusies getrokken: het moet radicaal anders. Maar hoe? Bij de officiële aftrap vanbsd in februari 2019 was data nog de olifant in de kamer waar iedereen met een grote boog omheen liep. De strengere Europese privacywetgeving avg was toen nog geen jaar geleden in werking getreden. De schandalen rondom de dataverzameldrift van Facebook stapelden zich op en uit China kwam steeds verontrustender berichtgeving over het bespioneren en controleren van burgers door middel van data, gezichtsherkenning en sociale-kredietsystemen.

Een wijsheid die onder big data-experts geldt: in de Verenigde Staten zijn data van bedrijven, in China van de overheid en in Europa van de burger. Europa loopt wat betreft privacywetgeving voorop. Maar eigenaarschap over data is een juridisch lastig begrip. Wat betekent het eigenlijk als een gemeente zegt: ‘Alle data zijn van de bewoners’? Als ik thuis achter mijn computer zit te surfen; zijn die data dan van mij, van de computerfabrikant, van de browser waarmee ik zoek, van Facebook die mij met cookies dwars door het web volgt, of van de websites die ik bezoek? Allemaal slaan ze stukjes van de datapuzzel op.

Zeggenschap, dat lijkt een werkbaarder term. Consumenten moeten zelf kunnen aangeven wanneer ze welke data met wie delen. Maar dat betekent in de praktijk dat burgers zich door pagina’s privacyvoorwaarden heen moeten worstelen en vaak op ‘oké’ klikken, of iets ondertekenen zonder dat ze echt weten waar ze toestemming voor geven.

The New York Times liet al eens de privacyvoorwaarden van 150 bedrijven met literaire klassiekers vergelijken. Alleen Kants Kritiek van de zuivere rede was moeilijker. De Nederlandse kunstenaar Julia Janssen ging nog een stap verder om inzicht in het online privacydoolhof te krijgen. Zij zocht uit met wie de Britse krant Daily Mail zijn gegevens deelde nadat ze in een milliseconde op akkoord op hun website had geklikt. Met liefst 835 bedrijven, zo bleek. Ze printte al hun privacyvoorwaarden uit en liet onder andere de bezoekers van de Dutch Design Week in Eindhoven telkens twaalf minuten uit deze vuistdikke encyclopedie van de onleesbaarheid voorlezen. Want, zegt Janssen, het is onmenselijk om die voorwaarden in je eentje door te spitten. Het resultaat? Een Gesamtkunstwerk met een totale luisterduur van zo’n vierhonderd uur.

‘Data zijn te abstract, mensen kunnen het niet overzien’, zegt bsd-directeur Edwin Schellekens. ‘Ik merk het aan mijn eigen dochter, die klikt op alles oké. Zij zegt tegen mij: “Pap, als ik een probleem heb, dan heeft heel Nederland een probleem, en dan wordt het wel opgelost.”’ Maar Brainport Smart District wil die problemen graag voorkomen. Zo werken ze aan een datamanifest. Als inspiratie gelden steden als Barcelona en Kopenhagen, en dichter bij huis Amsterdam en Nijmegen, die al een dergelijk manifest hebben over de omgang met technologie en data. Open en weerbaar heet het Nijmeegse document bijvoorbeeld. Het eerste principe: ‘De mens staat centraal in onze gegevensverwerking. Ieder mens bepaalt zelf welke gegevens hij of zij deelt met welke organisatie en voor welk doel om meer regie te hebben op het eigen leven.’ Ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten zit boven op dit thema. Zo kondigde de club in haar ledenmagazine van afgelopen december vijf principes voor de smart city aan, waardoor onder andere datarechten beter geregeld moeten zijn en bedrijven transparanter over hun technologie moeten zijn.

Wat betekent het als een gemeente zegt: ‘Alle data zijn van de bewoners’?

Toch is een datamanifest alleen niet genoeg. Het moet ook nageleefd worden. Daarvoor heeft bsd een quality team samengesteld, zegt Schellekens, met experts: ‘Data is daarin een belangrijk thema. De voorstellen van de verschillende bedrijven die we krijgen, worden ook getoetst op een aantal criteria uit het datamanifest. En het gesprek met burgers over data willen we uiteraard ook snel gaan starten.’

Alle gegevens die in de wijk verzameld gaan worden, zouden straks terecht kunnen komen op het dataplatform dat Omines ontwikkelt, een bedrijf uit Eindhoven. Omines en bsd verkennen op dit moment de mogelijkheid tot samenwerking. ‘Het uitgangspunt van dit platform is dat iedereen hoe dan ook baas blijft over zijn eigen data’, zegt Omines-directeur Niels Keurentjes. ‘We maken een goede granulaire autorisatie.’ In lekentaal: bij ieder stapje geef je zelf aan of je wel of geen data wilt delen. ‘Alles staat keihard op slot totdat jij als eigenaar ervoor kiest om het vrij te geven. En dan nog zullen we vragen: weet je het zeker?’

Keurentjes merkt dat het bewustzijn over data toeneemt. ‘Tien jaar geleden wist bijna niemand welke data er over je verzameld werden, nu gaan meteen de handjes in de lucht als je dat vraagt.’ Over privacyschending maakt hij zich niet al te veel zorgen. ‘Het merendeel van de data die we in de openbare ruimte verzamelen is helemaal niet privacygevoelig. Je kunt bijvoorbeeld je wekker iets later af laten gaan als het druk is op de weg. Maar daarvoor hoef je niet te weten wie er voor het stoplicht staan.’ In je woning is dat een ander verhaal. Maar, ‘een sensor die aangeeft dat je hartproblemen hebt als je tachtig bent’, dat lijkt Keurentjes wel wat.

Daarmee is de kous nog niet af, want gevoelsmatig moet Helmond het datawiel opnieuw uitvinden. Het is met stip het moeilijkste aspect van de nieuwe wijk. Wethouder Dortmans zou willen dat er meer maatschappelijke discussie over data was. ‘Dat is belangrijk, want data gaan niet alleen om privacy, maar ook om vrijheid, veiligheid en rechtsbescherming.’ In een vrij volgepakte zaal van de Helmondse Automotive Campus spreekt ze vertegenwoordigers van het bedrijfsleven toe die hun plannen voor bsd komen presenteren. Het zijn veelal lokale ondernemers, maar ook ‘grote jongens’ als PostNL en VolkerWessels. Dortmans tegen de zaal: ‘Toen ik 21 was las ik Brave New World, dat boek heeft veel indruk op me gemaakt. Het gaat wat mij betreft niet om wat technologie vermag, maar om wat wij eraan hebben. Die sociale innovatie staat voor mij voorop.’

Met haar nadruk op de menselijke kant van technologie sluit de wethouder zich aan bij een groep invloedrijke denkers op dit thema, die de balans tussen big tech en menselijke waarden willen herstellen. Zo schudde Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff ons afgelopen jaar wakker met haar dikke pil over surveillance capitalism. Het inzicht dat als je niet betaalt voor een dienst (Facebook, Gmail et cetera), je zelf het product bent en dus betaalt met data, stelt zij nog iets scherper. Wij zijn niet het product, volgens Zuboff, maar het achtergelaten karkas. De techbedrijven hebben ons al compleet geplunderd. ‘Het product’, dat is het surplus van data die al uit onze levens gerukt zijn, schrijft ze.

De Amerikaanse hoogleraar Douglas Rushkoff, ooit een van de grootste cheerleaders van het internet, schreef recent het boek Team Human en pleit daarin voor een terugkeer naar een mensgerichte technologie. Digitale ontwikkelingen zorgen nu te vaak voor achteruitgang. Sterker nog, hij stelt een terugkeer naar feodale machtsverhoudingen vast. Techbedrijven zijn de pachtheren en zij hebben de touwtjes stevig in handen. De zeggenschap van burgers is ondertussen gereduceerd tot een ‘akkoordknop’. Of zoals Rushkoff het iets prozaïscher stelt, de ‘yes please fuck me button’.

Ben Green, die vorig jaar het boek The Smart Enough City schreef, noemt de smart city zelfs ‘fundamenteel ondemocratisch’, door de onderliggende dataverzameldrift en surveillance van burgers. Een drijfveer van veel smart city-projecten is volgens Green privatisering: bedrijven willen publieke taken overnemen uit winstoogmerk. Denk aan de plannen voor de slimme wijk in Toronto. De drang tot efficiency en optimalisering gaat volgens Green voorbij aan complexe en trage democratische processen in een stad. Hij pleit er daarom voor dat we ons uit de tech-tunnelvisie losbreken en publieke waarden weer vooropstellen in steden die ‘slim genoeg’ zijn.

Ook architect Ben van Berkel, die met zijn bureau UNStudio aan het stedenbouwkundig plan voor Brainport Smart District en de inrichting van de openbare ruimte werkt, kijkt kritisch naar het concept van de smart city. ‘Als je met specialisten over de smart city praat’, zegt hij, ‘dan hebben ze het over efficiency en over gadgets, en dat vind ik niet goed. Waarom richt het smart city-concept zich niet gewoon op verbeteren van de leefbaarheid?’ In samenwerking met UNSense ontwerpt Van Berkel ook honderd slimme woningen in de wijk.

Kort na de lancering van bsd, in maart 2019, verscheen daar in Het Financieele Dagblad een artikel over, met citaten van Van Berkel. Het artikel ging over de mogelijkheden die echt duurzaam wonen met zich meebrengen. Het ging ook over de bewoners, die straks blij zouden zijn als het regent, omdat regen hergebruikt kan worden voor de keuken, de wasmachine, het toilet en de douche. Maar één zinnetje in het interview bleef hangen: de suggestie van Van Berkel dat toekomstige bewoners van de slimme huizen wellicht een huurkorting konden krijgen als ze hun data zouden afstaan. De kop boven het artikel: ‘Gratis wonen. Als je mee laat kijken in je bed’. Deze kleine uitglijder leidde tot Kamervragen van de Partij voor de Dieren en afkeurende geluiden van privacy- en technologie-experts. Minister Kajsa Ollongren suste de boel. Zij sprak juist haar steun uit voor de kleinschalige data-experimenten in Helmond, waarbij burgers nauw betrokken worden.

Nu, driekwart jaar later, is Van Berkel een stuk nuchterder over data. ‘Ik ben van de shy technology’, zegt hij op het kantoor van UNStudio in Amsterdam. Aan de muur hangen veel foto’s van de Erasmusbrug in Rotterdam die door zijn bureau werd ontworpen. Er is zelfs een foto van een man met de Erasmusbrug over de volle omvang van zijn rug getatoeëerd.

‘Technologie moet dienend zijn’, zegt Van Berkel. Hij ziet het vooral als een manier om het analoge te verbeteren. Waar hij aan denkt? ‘We kijken nu naar data inzetten om tijd, geld en energie te besparen op het gebied van wonen, mobiliteit, voedsel en gezondheid. Je kunt bijvoorbeeld de luchtkwaliteit meten, je kunt zelflerende gebouwen ontwerpen die zich aanpassen aan het gebruik en de behoeften van mensen die erin wonen en werken. Je kunt bijvoorbeeld instellen dat het licht uitgaat als je vijf minuten weg bent. Ik vind dat je nog veel te vaak lichten aanziet in kantoorgebouwen.’

Brainport Smart District bestaat op dit moment alleen nog op papier en in thecloud. Maar binnenkort worden de eerste vijfhonderd tijdelijke woningen neergezet, die net zo slim zullen zijn als de andere woningen die er komen. Dan zal blijken of de poldervariant van de smart city mensen echt centraal stelt.

‘Het wordt steeds breder dan alleen data en onderzoek, het gaat echt om de ontwikkeling van een wijk die goed moet functioneren. Zowel technisch als sociaal, dat vinden we heel erg belangrijk’, zegt bsd-directeur Edwin Schellekens. ‘Kijk, het bouwen van een wijk is geen doel op zich. Ons doel is dat daar mensen op nieuwe manieren wonen, in nieuwe vormen. Mensen die gewoon blij zijn en die niet het gevoel hebben dat ze in een of ander laboratorium vol met sensoren zitten. Want dan hebben we iets niet goed gedaan.’