Het monopoly-evangelie

Miljonair worden, dat is waar alle spelers van dromen. Na de introductie van Monopoly in Rusland was het met het communisme dan ook snel gedaan. Brussel mag zich ook wel zorgen maken nu de Europese versie niet is aangeslagen
HET IS DE bijbel onder de bordspelen. Honderdtwintig miljoen exemplaren circuleren er over de wereld. En die liggen zeker niet massaal op zolder te verstoffen. Dat blijkt wel uit het feit dat het spel nu al zes decennia lang onverminderd hoge verkoopresultaten haalt. De afgelopen zes jaar werd het spel in vijftien nieuwe landen - voornamelijk ten oosten van het voormalige IJzeren Gordijn - geintroduceerd, waarmee het anno 1995 in 43 landen verkrijgbaar is. Het werd door Guinness-Book-of-Records-aspiranten onder water (1008 uur), onder de grond (100 uur), in een badkuip (99 uur) en in een situatie van ‘anti-zwaartekracht’ (36 uur) gespeeld. Eens in de vier jaar vinden er internationale kampioenschappen plaats en fans die zulke intervallen te lang vinden, kunnen 365 dagen per jaar all over the world medespelers vinden op het Internet.

De bijbel onder de bordspelen dus, Monopoly: wereldwijde uitdrager van het kapitalistische evangelie in zijn puurste vorm: wie zijn tegenspelers niet kapot concurreert, wordt door hen het faillissement in gejaagd. Het wekt dan ook geen verbazing dat het spel in het Oostblok verboden was - en evenmin dat het daar tot de gewilde illegale waren behoorde. Tijdens de Amerikaanse tentoonstelling die in 1959 in Moskou werd gehouden, verdwenen alle zes de tentoongestelde exemplaren. In Oost-Duitsland ging het gerucht dat hoge communistische ambtenaren het spel na een bezoek aan het Westen persoonlijk de DDR binnensmokkelden.
Van wie dit gerucht afkomstig is, is niet duidelijk, maar het zou best eens door het hoofdkantoor van Parker Brothers zelf kunnen zijn verspreid. Uit alles blijkt dat de Monopoly-fabrikant graag bijdraagt aan het mythische waas dat om het spel heen hangt. Zo stuurde de firma in 1961 een miljoen dollar in Monopoly-geld per vliegtuig naar Pittsburgh, nadat daarvandaan een noodkreet was getelegrafeerd door een groep studenten die tijdens een Monopoly-marathon in geldnood waren gekomen. Het geld zou onder gewapende begeleiding naar de campus zijn gebracht.
Ook op de vierjaarlijkse wereldkampioenschappen mag de firma Parker Brothers graag haar ludieke grootheidswaan botvieren. De winnaar van 1992, de Nederlander Joost van Orten, beschreef de finale als een onvergetelijke gebeurtenis: ‘In het chicste hotel van Berlijn, in smoking, hoed op en tientallen journalisten in de zaal.’ Komend jaar zullen de wereldkampioenschappen plaatsvinden op een andere tot de verbeelding sprekende locatie - in Monaco.
NIET ALLEEN HET spel zelf heeft mythische proporties, de ontstaansgeschiedenis van Monopoly kan zich ook meten met de beste uit dit genre. Geinspireerd door een reeds bestaand spel prutste de werkloze verwarmingsmonteur Charles Darrow uit Germantown, Pennsylvania, begin jaren dertig 'aan zijn keukentafel’ (een populair meubelstuk in verhalen over miskende genieen) de oerversie van Monopoly in elkaar. Het verhaal wil dat hij de bedelarmband van zijn vrouw demonteerde om aan pionnen te komen - wat verklaart dat men in de traditionele Monopoly-versies met strijkijzertjes en badkuipjes in plaats van pionnen over het speelbord schuifelt.
Natuurlijk zag Parker Brothers, tot welke firma Darrow zich in 1934 verwachtingsvol wendde, niets in het spel. Natuurlijk ook bleef Darrow toch in zijn geesteskind geloven. En natuurlijk gingen de exemplaren die hij daarop in eigen beheer produceerde als warme broodjes over de toonbank. In 1935 toonde Parker Brothers zich alsnog geinteresseerd. Het slot van het verhaal luidt dan ook dat Darrow stierf als multimiljonair.
Parker Brothers zelf werd er overigens ook niet armer van. Nog in het eerste jaar van produktie werden meer dan een miljoen exemplaren van het spel verkocht. In datzelfde jaar maakte de Britse speelgoedfabriek Waddingtons via een intercontinentaal telefoongesprek - 'het eerste dat Parker Bro thers ooit ontving’ - haar enthousiasme voor Monopoly kenbaar. En zo begon Darrows creatie aan haar zegetocht over de wereld.
Ook Nederland ontstak al snel in geestdrift voor dit droomspel der kleine luiden. Nog in de crisisjaren werd hier al driftig gehandeld in straten, stations en nutsbedrijven. Het speelbord werd overigens wel naar Nederlandse verhoudingen vertaald. Had de Amerikaanse versie de straten naar die van het nouveau-riche-badoord Atlantic City vernoemd en wilden de Britten van geen andere stad dan Londen weten, de Nederlandse fabrikant dacht nationaal. Wat ook niet meer dan reeel was, want geen land ter wereld kende zo'n dichte opeenstapeling van bedrijvige steden als het onze.
Hoewel de mobiliteit van de Nederlanders de afgelopen halve eeuw enorm is toegenomen, is ons land nog steeds uniek wat betreft de dichtheid van winkelcentra. Niet alleen de randstad kan met enige regelmaat topwinkelhuren melden, ook in de provincie schieten dure locaties tegenwoordig als paddestoelen uit de grond. Als alleen naar die huurprijzen zou worden gekeken, zou Maastricht inmiddels zelfs aanspraak mogen maken op een ereplaats op ons Monopoly-bord. Het Stokstraatkwartier is oneindig veel exclusiever dan de Monopoly-topper Kalverstraat ooit was, en de Maastrichtse Grote en de Kleine Staat behoren sinds begin jaren negentig tot de toplocaties van ons land.
Maar het ziet er niet naar uit dat de Kalver- en Leidsestraat ooit van hun eerste plaats op het Nederlandse Monopoly-bord zullen worden verdrongen. Niet alleen om dat geen van de straten die aanspraak op een hoge plaats zouden kunnen maken daar pogingen toe heeft ondernomen - de secretaris van de winkeliersvereniging van de Amsterdamse P. C. Hooftstraat reageert schamper op de vraag naar eventuele plannen in deze richting, en de citymanager van Maastricht noemt het weliswaar 'een aardig idee’, maar: 'zo veel pretenties hebben we nou ook weer niet’ -; het bord zal ook niet gereviseerd worden omdat de fabrikant van het Nederlandse spel daar niets van wil weten. De vooroorlogse versie is heilig, punt uit.
Overigens geeft deze versie nog steeds een goed beeld van het stedelijk leven in Nederland. De Groningse Grote Markt is vandaag de dag nog steeds een 'A1-locatie’ en rond het Utrechtse Neude gonst het nog altijd van uitgaand publiek. Bij het Haagse Spui en in de Arnhemse Ketelstraat heeft de middenstand evenmin veel te klagen. En hoewel publiekstrekker cafe-restaurant Pschorr op 10 mei 1940 grondig van het Hofplein werd weggevaagd en de opkomst van de Lijnbaan de commerciele verhoudingen in de Maasstad flink door elkaar heeft geschud, zijn Blaak en Coolsingel nog steeds gewilde locaties in Rotterdam.
Ook in landen waar het spel niet verwijst naar bestaande steden, levert het speelbord interessante commerciele informatie. Wie bijvoorbeeld in Duitsland op zoek is naar woon- of winkelruimte, hoeft maar een blik op het Monopoly-bord te werpen om te weten waar hij in willekeurig welke stad moet wezen. Statusgevoeligen moeten Hafenstrassen mijden, armlastigen hebben niets in Schlossallees te zoeken. Goethestrassen zijn overal keurige middenklassers en ook aan de Opernplatz is het van Hamburg tot Munchen beschaafd wonen.
TOEKOMSTIGE generaties zullen wellicht eenzelfde historisch-sociologische blik werpen op de Monopoly-versie die in 1992 verscheen: de Europese versie. De dobbelstenen in dit spel zijn van Euro-sterretjes voorzien en de pionnen hebben de vorm van nationale identificatiepunten als de Eiffeltoren, het Parthenon en een windmolen. De stations zijn vervangen door vliegvelden en de straten gaan van de Strandveja in Denemarken via Las Ramblas in Spanje tot de Duitse Kurfurstendamm. Nederland neemt met de Kalverstraat, de Lange Poten en de Coolsingel de oorspronkelijke plaats van Haarlem in. Het meest curieuze detail voor ons nageslacht zal waarschijnlijk het geld in deze versie zijn - er wordt niet in euro’s gerekend, maar nog in ecu’s.
Hoewel? Als Monopoly inderdaad zo'n goede graadmeter van de geschiedenis is als het verhaal van zijn introductie in de Sovjetunie wil doen geloven, dan zal er van euro’s nooit sprake zijn en komt er zelfs snel een einde aan de Europese Unie. Een jaar nadat dit kapitalistische spel Rusland veroverde, stortte het communistische blok namelijk als een kaartenhuis in elkaar. En de Europese Monopoly-versie is inmiddels wegens gebrek aan belangstelling weer uit produktie genomen. Men kocht toch liever de nationale versies.