De revolutie van Donald Trump

Het monster blijkt nuttig

Presidentskandidaat Donald Trump heeft het Republikeinse establishment ontmaskerd en zijn heilige huisjes omver geschopt. Waarschijnlijk staat de partij daardoor in november ontredderd langs de zijlijn.

Medium rts8ath

DE REPUBLIKEINSE presidentskandidaat Marco Rubio zag het gevaar. Vorige week, toen hij vol de aanval inzette op Donald Trump, riep hij over zijn rivaal: ‘Hij is een con artist die op het punt staat de conservatieve beweging en de Republikeinse Partij over te nemen.’ Rubio had op alle niveaus gelijk. Trump is een dartele showman die onkwetsbaar lijkt voor kritiek en de partij in zijn zak steekt. Het echt slechte nieuws voor Rubio en het Republikeinse establishment is dat hun kiezer geen donder geeft om het conservatieve erfgoed waar Rubio zich op beroept.

De ‘conservatieve beweging’ bestaat niet. Donald Trump bewijst de Amerikaanse politiek een grote dienst door te laten zien dat alle bromiden en platitudes die de Republikeinen de afgelopen decennia hebben gebruikt om aan de macht te blijven betekenisloos zijn. Niet Trump is de con artist, de verkoper van valse beloften, de Republikeinse Partij is dat. Trump heeft de mythe van het conservatieve blok dat het hart van Amerika zou vormen van binnenuit opgeblazen.

Het establishment van de Grand Old Party, de GOP, zoals de partij van Abraham Lincoln in Amerika vaak wordt genoemd, heeft gelijk, meer gelijk zelfs dan ze ooit kon bevroeden: Donald Trump is geen conservatief. Hij geeft niets om dat soort kwalificaties. Trump doet niet aan ideologie, hij doet, o horror, aan klassenstrijd. Trumps kiezers maken zich niet druk over de vraag of Trump conservatief is of niet. Het zal ze een rotzorg zijn. Ze willen iemand die hun economische zorgen verwoordt, de zorgen van de basis. Trump mag amusant, grofgebekt en irritant inconsistent zijn, op zijn verkiezingsbijeenkomsten roept hij steeds dat hij meer is dan een entertainer: ‘We hebben een boodschap. We hebben een boodschap en die boodschap is dat we niet willen dat andere mensen van ons profiteren.’

Trumps grootste succes is dat hij mensen heeft weten te bereiken die vervreemd waren van het politieke proces. Veel mensen die naar zijn verkiezingsbijeenkomsten komen, zijn nog nooit naar zo’n rally geweest. Ze hebben weinig met politieke normen, standaardretoriek of gepolijste oneliners. Ze juichen voor de meest wilde uitspraken. Het zijn, zoals journalist Ryan Lizza het in The New Yorker mooi omschreef, mensen die worstelen om te overleven in een economie die ze niet langer begrijpen. Sleutelwoorden: worstelen, overleven en niet begrijpen. Dit zijn de mensen die kwaad zijn. Ze zijn niet zozeer kwaad op iemand of iets, maar op de onrechtvaardigheid van het dagelijks leven.

Ze hebben het gevoel overal steeds naast te grijpen. Naast de Amerikaanse droom, naast de hand outs die minderheden krijgen, naast een betere toekomst voor hun kinderen, naast een eigen huis, steeds meer naast een behoorlijke baan. Ze zijn de permanente losers. En het is altijd iemand anders schuld – anderen profiteren van hen. Dit zijn mensen die niet geloven in de conservatieve mantra dat armoede het gevolg is ‘van slechte keuzes’. Ze weten wel beter.

Ineens lijken ze door te hebben wie hen steeds belazert. Barack Obama natuurlijk, de Chinezen, de Mexicanen, de moslims. Maar vooral, en daar ligt Trumps revolutionaire betekenis, vooral die Republikeinse Partij die hen decennia lang heeft opgejut over ideologische onderwerpen als lage belastingen, een kleine overheid, anti-abortus, antihomohuwelijk en andere conservatieve stokpaardjes, terwijl ze in de praktijk beleid voerde dat de mensen bevoordeelde die het toch al prima afging in de Amerikaanse samenleving. Ze zijn kwaad omdat ze jarenlang stemden op de Republikeinse Partij om de verkeerde redenen. Nooit hielden ze er iets aan over.

JARENLANG BRAKEN analisten zich het hoofd over de vraag waarom zoveel blanke, laagopgeleide arbeiders in het hartland van Amerika op een partij stemden die niets voor hen deed. De journalist Thomas Frank schreef er in 2005 een boek over: What’s the Matter with Kansas? Waarom stemden de burgers van Kansas, grotendeels arbeiders met een laag tot midden- inkomen, consistent Republikeins? Waarom koesterden ze zo’n diepgewortelde haat tegen alle wat links was of zo genoemd kon worden?

Hoe was het mogelijk dat mensen op een partij stemden die beleid voerde dat de rijken en machtigen ten goede kwam, ten nadele van de gemiddelde burger?

Frank concludeerde dat de Grand Old Party erin geslaagd was de kiezers wijs te maken dat een enorm progressief conglomeraat, samenzwerend in Washington, erop uit was hun hun traditionele waarden af te nemen. De wereld globaliseerde, alles wat ze belangrijk vonden werd bedreigd en dat was de schuld van een progressieve, liberale elite. Politieke campagnes gingen over abortus, euthanasie, homohuwelijk, nooit over wat Republikeins beleid betekende voor de lagere inkomens. Met het homohuwelijk als wig issue won George W. Bush in 2004 de verkiezingen nadat hij de rijken de grootste belastingverlaging ooit had gegeven.

Het is de grote verdienste van Donald Trump dat hij de Republikeinse Partij heeft ontmaskerd. De afgelopen decennia wist het establishment altijd zijn eigen kandidaat in het zadel te hijsen: oude Bush, Robert Dole, kleine Bush, John McCain, Mitt Romney. Trump heeft de strategie die dat deze keer tot stand moest brengen op z’n kop gezet. Hij doorbrak de lethargie en de desinteresse, grenzend aan wanhoop, van de Republikeinse kiezer. Die kiezer bleek geen boodschap te hebben aan het oude Republikeinse gedachtegoed.

Tachtig procent van wat Trump zegt is grotendeels onwaar, onwaar of een aperte leugen – het doet er niet toe

Neem de evangelische kiezers. Moeiteloos versloeg Trump bijbelgooiende heilige boontjes. Evangelische christenen bleken geen moeite te hebben met een drie keer getrouwde casinobaas. Gelijk hadden ze, want de partijelite had altijd minachting voor deze kiezers en hun primitieve geloof. Reagan mompelde wat platitudes, de oude Bush deed net alsof hij born again was, kleine Bush verhaalde van zijn bekering, McCain en Romney negeerden hen toen ze eenmaal genomineerd waren. De evangelische agenda verdween altijd in de onderste la.

Dat Trump ooit pro choice was, leeft als een New Yorkse tycoon, zijn bijbelcitaten door elkaar husselt en Planned Parenthood verdedigt als een organisatie die belangrijk is voor gezinsplanning – who cares? Trump zegt het zoals het is en durft een praatjesmakende katholieke paus op zijn nummer te zetten – evangelische kiezers smullen ervan. Trump vraagt niet hoe conservatief de Grand Old Party moet zijn, maar in hoeverre de Grand Old Party gewone mensen vertegenwoordigt, hun belangen onderkent en behartigt.

HET IS MINDER interessant te kijken naar Trumps programma – dat is vaag, intern tegenstrijdig, vol kretologie of zelfs, in het geval van zijn belastingplannen, geen haar beter dan dat van het establishment. Daar kijken de kiezers niet naar. Ze zijn in de fase dat een politicus hun probleem benoemt en daar een one size fits all-oplossing voor biedt: ‘Make America great again’ (welbeschouwd niet zo heel veel inhoudsarmer dan ‘Yes we can’). Volgens Trump worden de lage en middeninkomens benadeeld door illegale immigranten die hun lonen omlaag drukken. Ze worden bedrogen door financiers van campagnes, die zo politici voor hun karretje spannen, omkopen eigenlijk. Behalve natuurlijk Donald Trump, want die is onafhankelijk.

In Trumps wereld zijn lobbyisten ‘bloedzuigers’. Hij valt de defensie-industrie en haar loopjongens in het Congres aan wegens het opdringen van wapensystemen die het Pentagon helemaal niet wil. Hij beloofde de macht van de overheid te gebruiken om de prijzen van geneesmiddelen omlaag te krijgen. Hij is, kortom, geen slaaf van een kleine-overheid-riedel. Trump is voor het afschaffen van het gat in de belastingwetgeving dat rijke investeerders als Mitt Romney en zijn vrienden tegen een laag percentage belast. Hij belooft Social Security en Medicare te beschermen, de programma’s voor de bejaarden die in de Republikeinse standaardideologie geprivatiseerd moeten worden. Trump hangt niet aan het vrijhandelsfundamentalisme van de GOP, veroordeelt Obama’s handelsverdragen en dreigt met handelsoorlogen en fikse importheffingen als landen niet doen wat Amerika wil. Hij schopt alle Republikeinse heilige huisjes omver.

De partij die gelooft dat lagere belastingen voor de rijken leiden tot een hogere totale belastingopbrengst (de infame Laffer-curve, nog steeds aangehangen door de establishmentkandidaten), die telkens weer heeft laten zien dat lagere belastingen geen economische groei maar tekorten veroorzaken, kan moeilijk klagen dat Trump van macro-economie geen kaas gegeten heeft. De moderne Republikeinse Partij is op dit soort voodoo economics gebouwd. Het grootste verzet tegen Trump komt van de hoge inkomens en de hoger opgeleiden, precies degenen voor wie de GOP de laatste dertig jaar de beste return on investment had. Maar ze zijn in de minderheid en dat blijkt nu voor het eerst.

Trump durfde te zeggen wat iedereen weet: 9/11 gebeurde onder verantwoordelijkheid van George Bush en hij loog over de oorlog in Irak. Het ‘hij hield ons veilig’ van de verdedigers van Bush heeft daarom een ambigue klank, maar tot nu toe durfde niemand anders dan Trump Bush daarop aan te vallen. Republikeinen durfden dat niet omdat je je eigen mensen niet afvalt, Democraten niet omdat ze bang waren dat dat zich tegen hen zou keren, de reden waarom John Kerry in 2004 ervan afzag. Nu blijkt dat de kiezers weinig moeite hebben met kritiek op de kleine Bush, en de leugens over Irak zijn ook als zodanig erkend. Bush is bijgezet in het pantheon van kolossale mislukkingen en de Republikeinse kiezer vindt het niet erg als dat wordt vastgesteld. Moslims buiten het land houden na de aanslag in San Bernadino? Het speelt perfect in op het gevoel van onveiligheid waar Trump op doelde toen hij de Bush-mythe wegvaagde.

Voorzover hij plannen heeft verkondigd, stelt Trump traditionele veiligheidsarrangementen met Zuid-Korea en Japan ter discussie, toont zich niet geïnteresseerd in bemoeienis met het Midden-Oosten, kan Poetin als autoritair leider wel waarderen en geeft weinig om Angela Merkel. Hij gaat IS verslaan, maar het plan daarvoor vertelt hij natuurlijk niet op tv. Het zijn allemaal losse flodders vanuit een weinig doordacht beeld van de wereld. Maar ze zijn niet per se meer beangstigend dan de neoconservatieve interventionisten uit de Bush-stal die in de campagne van Rubio actief zijn. De gemiddelde Amerikaan zit niet te wachten op nieuwe interventies.

Op andere terreinen heeft Trump zich snel de taal eigen gemaakt die hoort bij zijn achterban. Hij mag zich voordoen als de amateurpoliticus, Trump weet wat zijn kiezers willen horen. Daarom is hij zonder voorbehoud voor het Tweede Amendement: hoe meer wapens, hoe beter. En als de slachtoffers in Parijs geweren hadden meegenomen naar hun concert, dan zouden er niet zo veel doden gevallen zijn. Hij was ooit pro choice maar is nu anti-abortus, maar het is klein bier in zijn campagne.

OOK REVOLUTIONAIR is dat Trump ongestraft het rechtse media-establishment heeft kunnen schofferen. Sinds het eerste debat verkeert Fox News, de belangrijkste nieuwsvoorziener op rechts, in oorlog met Trump. Megyn Kelly, een van de sterren van het netwerk, stelde lastige vragen over de vulgaire en beledigende manier waarop hij over vrouwen sprak. Trump ging wild tekeer. Hij suggereerde dat Kelly menstrueerde (‘bloed kwam uit haar ogen, uit haar wat-dan-ook’), al doende Kelly’s punt bevestigend.

Trump maakte ruzie met het netwerk dat zijn kiezers bediende. Tot veler verrassing deed het er niet toe. Dat is interessant, de analisten hadden de afgelopen jaren immers blootgelegd dat de nieuwsvoorziening totaal gepolariseerd was geraakt, dat het medialandschap was versnipperd en mensen steeds meer hun nieuws kregen van een bron die hun maatschappijvisie bevestigde of het nieuws daaraan aanpaste. Rechts kreeg onvoorwaardelijke steun van Fox News, The Wall Street Journal en The Weekly Standard, alledrie mediabedrijven die eigendom zijn van Rupert Murdoch. Links luisterde naar National Public Radio en keek vooral naar John Stewart, zijn eigen misvatting koesterend dat Stewart een nieuwsprogramma was.

Trump zet een praatjes makende katholieke paus op zijn nummer – evangelische kiezers smullen ervan

Na zijn aanvaring met Kelly heeft Trump actie gevoerd – er is geen ander woord voor – tegen Fox News. Hij viel columnisten van Fox aan, conservatieve ideologen als George Will en Charles Krauthammer, de pleitbezorgers van het establishment. Trump probeerde Fox over te halen Kelly te laten vallen voor een volgend debat, wat het netwerk weigerde. Trump trok zich terug voor het debat en organiseerde een concurrerende activiteit in Iowa. Hij beschuldigde Fox ervan miljoenen dollars in de Clinton-campagnes en -filantropie-organisatie gestopt te hebben – dezelfde soort onweersproken onzin die Fox dagelijks produceert.

The Weekly Standard en de National Review, twee conservatieve eliteweekbladen, besteedden hele nummers aan het omlaag halen van Trump. Daarbij liepen de bladen aan tegen een onaangename werkelijkheid: de achterban van Trump leest geen weekbladen (en al helemaal geen Wall Street Journal). Het inside-Washington-gepalaver van de talking heads bereikt de kiezers niet. De rechtse media, o horror, blijken weinig invloed te hebben.

Donald Trump kan zijn eigen werkelijkheid scheppen omdat de kiezers die hij wil bereiken niemand meer geloven. Fact checkers hebben vastgesteld dat wat Trump zegt in ongeveer twintig procent van de gevallen waar, grotendeels waar of halfwaar is. Tachtig procent is grotendeels onwaar, onwaar of een aperte leugen – pants on fire zoals dat heet. Het doet er niet toe. De Republikeinen plukken nu de wrange vruchten van jarenlang ideologisch mediabeleid op rechts. Fox News nam vaak een loopje met de waarheid of gaf er een ideologische draai aan. De feitenvrije omgeving waarin Trump kan opereren is geschapen door Fox News.

ELECTORAAL HEEFT Trump zich losgezongen van de traditionele Republikeinse politiek. Hij heeft zich in zijn campagne niet geconcentreerd op een van de stemblokken in de Grand Old Party. Hij is gewoon zijn eigen gang gegaan en heeft overal stemmen opgepikt. Trump heeft op een sluwe manier het conservatieve counter-establishment overgenomen dat in reactie op de Obama-jaren is ontstaan. De Tea Party-activisten hebben bijna net zo’n grote hekel aan de Republikeinse leiders als ze aan Obama hebben. De elite was gewaarschuwd: de rechtse rouwdouwers kostten hun Senaatszetels, ze stuurden in 2014 de op één na hoogste Republikein in het Huis van Afgevaardigden, Eric Cantor, naar huis (die prompt de Tea Party-klacht bevestigde door op Wall Street te gaan werken), ze torpedeerden de speaker van het Huis van Afgevaardigden. Al die tijd koesterde de elite een slang aan haar borst. Trump heeft de beweging geïncorporeerd om een groter doelwit aan te vallen. Hij probeert de elite niet voor zich te winnen. Hij probeert de elite te vernietigen.

Het Republikeinse establishment heeft dit monster zelf gecreëerd door vanaf het allereerste begin een puur obstructiebeleid te voeren tegen Obama. De argumenten die daarvoor werden gebruikt hadden racistische ondertonen: Obama is niet zoals wij, geen echte Amerikaan, deelt onze waarden niet, dringt ons een ander Amerika op. Toen Donald Trump daarop inspeelde met zijn birther-onzin, zijn verhaal dat Obama niet in Amerika was geboren en dus geen legitieme president was, werd dat door de Republikeinse leiding niet weersproken. Ze vonden het wel mooi, het werkte in hun voordeel – dachten ze.

Trump is het product van zeven jaar Obamahaat, gekweekt door de partij die hij nu overneemt. De laatste politicus die de GOP veroverde tegen de wil van de elites was Barry Goldwater in 1964. Het is het nachtmerriescenario, met een grote kans op verliezen in de Senaat en misschien ook in het Huis van Afgevaardigden. Maar het was Goldwater die de GOP fundamenteel veranderde en dat is wat Donald Trump nu ook doet. De gevestigde wijsheid telt niet meer, de partij heeft geen ideeën, geen ideologie en geen achterban. De kiezers bewijzen het.

De Grand Old Party die Trump straks achterlaat, als hij de presidentsverkiezingen verliest, is een minder elitaire partij met een veel minder strakke ideologie. Het is een partij die als los zand aan elkaar hangt. De manier waarop de partij sinds Richard Nixon zaken heeft gedaan en waarmee ze succes heeft gehad, wordt door Trump afgeserveerd. En het was ook niet meer dan een methode, een strategie om een machtscoalitie te bouwen. Het werven van blanke, ontevreden kiezers, racisten in het Diepe Zuiden en anti-hippieburgers elders, begon met Nixons silent majority. In de jaren zeventig strekte het zich uit tot de arbeiders in het Midden Westen, in de Rust Belt van teloorgegane bedrijven, die altijd Democratisch hadden gestemd maar door Reagan bij de GOP kwamen. Tot nu toe werkte het prima om de hoogopgeleide elite met hoge inkomens aan de macht te houden.

Trump heeft die grote coalitie aan stukken geblazen. Hij onthulde een fantastische kloof tussen de belangen van de elite en die van de gewone achterban, hij heeft de consensus binnen de Grand Old Party gebroken. Door zijn xenofobische, soms racistische en vaak misogyne retoriek is zijn reikwijdte beperkt. Hispanics, zwarten en vrouwen die gegrepen zouden kunnen worden door zijn populistische economische verhaal stoot hij daarmee af. Daarom blijft het onwaarschijnlijk dat Trump in november een meerderheid kan halen.

Maar hij laat een Republikeinse Partij achter die zijn klassegebonden karakter niet meer kan verbergen achter culturele oorlogsverklaringen. Als Amerikanen met lage inkomens, lage opleidingen en lage verwachtingen van wat de Amerikaanse samenleving hun heeft te bieden hun gemeenschappelijke belangen herkennen, dan is het wachten op een politicus die daar politieke macht aan geeft. Dat hoeft geen Republikein te zijn. Het zal niet in 2016 gebeuren, maar de erfenis van Donald Trump op de lange termijn kon wel eens een grootscheepse herschikking zijn van de Amerikaanse politiek.


Beeld: Bentonville Regional Airport, Arkansas, 27 februari 2016. Donald Trump weet wat zijn kiezers willen horen

(Dave Kaup/Reuters)