De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Serie: Lovecraft Country

Het monster onder de oppervlakte

De serie Lovecraft Country, gebaseerd op de speculatieve literatuur van H.P. Lovecraft, schetst de zwarte ervaring in een witte wereld als een van vrees en walging.

Jonathan Majors als Atticus en Jurnee Smollett als Leti Lewis in Lovecraft Country © Foto’s HBO

De schrijver Howard Phillips Lovecraft (1890-1937) was een racist en een antisemiet; de arme man schreef eindeloos brieven over zijn visie op ras (‘De bevolking van de stad New York vormt een bastaardkudde met die weerzinwekkende, mongoloïde joden in de meerderheid’). Maar ‘HPL’, samen met Edgar Allan Poe de vader van de moderne horror, is populairder dan ooit. Nog vreemder: Lovecraft is de belangrijkste inspiratiebron voor een nieuwe generatie zwarte cineasten die het genre dat hij had uitgevonden ombuigt tot protestsatire, voorop de baanbrekende serie Lovecraft Country.

Lovecraft fuseerde de conventies van gothic, voortgekomen uit de Romantiek en aan het begin van de negentiende eeuw vervolmaakt in Mary Shelleys Frankenstein, met bizarre elementen van sciencefiction en het bovennatuurlijke. Hij schreef – het Engels vangt de essentie het beste – weird horror.

De sfeer van zijn novellen, bijvoorbeeld At the Mountains of Madness, The Call of Cthulhu (spreek uit: ‘Kululu’) en het verhaal ‘The Dunwich Horror’, is die van constante vrees en walging. Dit is Lovecraft: op zee vluchten mensen op een boot voor Cthulhu, een soort reuzeninktvis uit de ruimte, en dan probeert de schipper het monster te rammen. ‘Iets explodeerde zoals een gebarsten blaas: de slikkerige slechtheid van gevlekte adelaarsrog, de stank van een duizend geopende graven, en een geluid dat deze chroniqueur niet op papier zal zetten.’ Aan het einde van het Cthulhu-verhaal spreekt de verteller de hoop uit dat niemand ooit zal lezen wat hij heeft geschreven.

‘Cthulhu’ leeft sindsdien voort in praktisch elke moderne monster-horrorfilm, het mooist nog in Lovecraft Country. De plot is puur Lovecraft: de pas uit Korea teruggekeerde soldaat Atticus Black gaat samen met zijn oom George (Courtney B. Vance) en vriendin Leti (Jurnee Smollett) op zoek naar zijn verdwenen vader. Ze belanden in een typisch Lovecraft-landschap dat, zoals Joyce Carol Oates schrijft in Tales of H.P. Lovecraft (1997), echt bestaat. Zijn verhalen zijn doorspekt met verwijzingen naar de werkelijke wereld, dorpen zoals Providence, Rhode Island, en Salem, Massachusetts, maar ook een verzonnen streek in het noorden die Lovecraft ‘de Miskatonic Vallei’ noemt. Dit zijn verlaten omgevingen waar een ogenschijnlijk normale, intelligente academicus, vaak een vrijgezel die celibaat is, speurt naar de bron van een mysterie.

Atticus is zo’n personage. Zijn ontmaagding kwam laat in zijn leven, pas tijdens de oorlog in Korea (dat onderonsje leidde tot een van de meest spectaculaire seksscènes die ik ken; meer hierover later). Aan het begin van de serie is hij een nerd die verslaafd is aan speculatieve literatuur, zozeer dat ruimteschepen (H.G. Wells) en felgekleurde vrouwen (Edgar Rice Burroughs) zijn dromen en nachtmerries domineren. Atticus, vernoemd naar de hoofdpersoon uit Harper Lee’s klassieker To Kill a Mockingbird, besteedt zijn tijd liever lezend dan met een fijne vrouw of man. Aanvankelijk lijkt hij zich te hebben neergelegd bij het sociale onrecht, ingegeven door hetzelfde racisme dat Lovecraft in zijn brieven tentoonspreidt, waar zijn zwarte landgenoten aan ten prooi vallen. Het is eind jaren vijftig, een tijd van horror.

De psychologie van landschap is alles bij Lovecraft. Neem de openingszin van ‘The Dunwich Horror’: ‘Als een reiziger in het noorden van Massachusetts de verkeerde afslag neemt, dan komt hij terecht in een eenzame en curieuze wereld.’ Die beklemmende omgeving lijkt wel monstrueuze figuren te hebben gebaard die de ongelukkige verdwaalde tegen het lijf loopt. Ze zijn ‘lelijk’ en ‘zonderling’; op stoepen en in het veld zitten ze zo stil dat je het gevoel krijgt oog in oog te staan met ‘verboden dingen waar je het liefst niets mee te maken moet hebben’.

Lovecraft-verhalen zoals ‘Dunwich’, deel van de Cthulhu-fictiewereld, hebben veel makers van horrorverhalen in film en literatuur geïnspireerd, nu ook de regisseur Jordan Peele, producer van Lovecraft Country, die in zijn magistrale, recente films Get Out en Us zwarte personages in een witte wereld situeert waar het monsterlijke vlak onder de oppervlakte schuilt.

Hier borduurt Peele samen met showrunner Misha Green in de serie op voort. Tijdens hun speurtocht belanden Atticus, oom George en vriendin Leti in Devon County, Massachusetts, en dat is helemaal fout, want hier geldt een avondklok voor zwarte mensen zoals zij. Eind jaren vijftig was dat de werkelijkheid in Amerika; sommige dorpen en steden hadden wetten die verordenden dat zwarte mensen zich bij zonsondergang buiten de municipale grenzen moesten bevinden.

Zo wordt Lovecraft, arme racist, de geestelijk vader van radicaal protest tegen racisme

Tijdens de autorit worden Atticus en zijn gezelschap zich bewust van Dunwich-achtige figuren: wit, gevaarlijk en ‘lelijk en zonderling’. Opeens klinkt de stem van schrijver en activist James Baldwin. Het is een fragment uit een beroemd debat uit de jaren zestig tussen Baldwin en de conservatieve intellectueel William F. Buckley, met als inzet de vraag of de Amerikaanse Droom ten koste gaat van de zwarte bevolking. Baldwin: ‘Het gaat erom waar je je bevindt in de wereld, wat je bewustzijn van de realiteit is, wat je systeem van werkelijkheid is. Dat wil zeggen, het hangt af van aannames zo diep verankerd in ons dat we ons er nauwelijks van bewust zijn.’

Als je zwart bent, zegt Baldwin, is je ervaring van de werkelijkheid radicaal anders. In het licht hiervan bieden Lovecrafts verhalen, zijn stijl, een potente, satirische gietvorm. Net zoals de menselijke hoofdpersonen uit bijvoorbeeld ‘Dunwich’ in een wereld belanden waar de horror onder de oppervlakte schuilt, stuiten de personages in Lovecraft Country op een ander ‘systeem van werkelijkheid’ (Baldwin), dat van witte haat jegens zwarte mensen. Hiermee zijn de bordjes verhangen. De ironie is dat zwarte schrijvers, filmmakers en acteurs het ‘witte systeem’ – de canon van de speculatieve literatuur – gebruiken om de zwarte ervaring van onze huidige wereld van binnenuit te schetsen. Zo wordt Lovecraft, arme racist, de geestelijk vader van het meest radicale protest denkbaar tegen racisme.

Jurnee Smollett (voor), Wunmi Mosaku (midden) als Ruby Baptiste en Jonathan Majors (rechts) © Foto’s HBO

Mijn favoriete scène in de serie, afgezien van die seksscène waar ik zo op terugkom, is in aflevering acht, waarin een monster uit de Cthulhu-verhalen het leven van Atticus redt. Dat gebeurt in een chique, witte buurt in het noorden van Chicago waar Atticus en Leti een villa betrekken samen met andere, zwarte inwoners. Inmiddels is duidelijk dat ze vechten tegen de Zonen van Adam, een geheim genootschap van witte tovenaren zoals de wizards van de Ku Klux Klan.

In Chicago speelt de politie handjeklap met de Zonen van Adam, wat blijkt als een leger agenten op de villa afkomt nadat rijke witten klaagden over geluidsoverlast veroorzaakt door nieuwe zwarte buren. Het duurt niet lang of een brandend kruis staat Klan-stijl in de voortuin. Als Atticus en de rest weigeren het huis uit te komen, opent de politie het vuur. Tijdens het schietgevecht gaat Atticus de straat op en belandt in de vuurlinie. Op het moment dat hij dreigt te worden gedood, barst het asfalt open. Een monster met tentakels en diverse rijen vlijmscherpe tanden verrijst uit de aarde. Het gedrocht beschermt Atticus tegen de politie en verscheurt de agenten een voor een.

Special effects zoals in deze scène, de slimme plot ontleend aan Lovecraft, het gebruik van horror en satire als protest en vooral ook de hippe soundtrack, compleet met anachronistische muziek zoals Bananarama’s jarentachtighit ‘Cruel Summer’ – dit alles maakt Lovecraft Country tot een van de beste televisiedramaseries in vele jaren. De lange afleveringen scheppen ruimte om het karakter van de personages te ontwikkelen én om de ideologie van opstand en verzet te onderbouwen. Zo staat aflevering zeven volledig in het teken van het afrofuturisme, de term die cultuurcriticus Mark Dery midden jaren negentig bedacht om het onderzoek naar Afro-Amerikaanse vraagstukken in speculatieve fictie te omschrijven. We zien bijvoorbeeld Atticus’ tante Hippolytha in de ruimte. Ook komt Gil Scott-Herons late jaren-zestignummer ‘Whitey On the Moon’ voorbij en is de invloed van Sun Ra’s afrofuturistische film Space Is the Place (1972) aan alles af te lezen.

Hiermee stelt de serie de mooie vraag: wie zijn we en wie horen we te zijn? Hoe bepaalt het antwoord vervolgens ons ‘systeem van werkelijkheid’? Atticus wordt met deze vragen geconfronteerd in een aflevering over zijn ervaring tijdens de Koreaanse Oorlog. Hij wordt verliefd op een mooie Zuid-Koreaanse verpleegster. Zijn eerste keer met haar in bed is prachtig, de tweede keer is een nachtmerrie. Net zoals Howard Phillips Lovecraft zit Atticus met die hele seks-bezigheid. Hoe doe je zoiets nou goed? Lovecraft maakte daar een studie van door er boeken over te lezen, wat zijn echtgenote, Sonia Greene, irriteerde, maar goed, Atticus belandt in bed met Ji-Ah. De twee naakte lichamen zijn opwindend om te zien. Opeens verandert Ji-Ah in een horrorfiguur – ze blijkt een kumiho, een vos die in de Chinese mythologie transformeert tot een beeldschone vrouw, die met haar vele, tentakelachtige staarten mannen binnendringt om hun lever en hart op te eten. Atticus krijgt de schok van zijn leven, maar hij overleeft. Wie weet is dit true love.

Deze fantastische seksscène, zo typerend voor Lovecraft Country, confronteert ons met vreemde realiteiten, die van de zwarte man, die van de kumiho, die allebei niet passen in het heersende systeem, dat van witte mensen en van standaard vrouwelijkheid. Allebei zijn ze deel van de ‘bastaardkudde’ waar Lovecraft over schrijft in zijn brieven. Maar Lovecraft wist een groot geheim over zichzelf, namelijk dat hij evenzeer de Ander is. In zijn verhaal ‘The Outsider’ doet een eenzame kasteelbewoner een verschrikkelijke ontdekking als hij tegenover een monster staat: ‘(…) I stretched out my fingers to the abomination within that gilded frame; stretched out my fingers and touched a cold and unyielding surface of polished glass.’ Berusting volgt. ‘I welcome the bitterness of alienage.’


Lovecraft Country (HBO) is nu te zien via Ziggo. De laatste aflevering is op 19 oktober