Het monument van de dam

Sommige momumenten zijn zo monumentaal van lelijkheid dat je je er in de loop der jaren aan gaat hechten. Al die gietijzeren Jeanne d'Arcs, bijvoorbeeld, die op elk Frans dorpsplein al eeuwenlang de prooi der mussen zijn. Of al die opgeblazen Bismarcks in de Bondsrepubliek.

Nu is Jeanne d'Arc in het licht der geschiedenis wat sympathieker dan de Duitse staatsman, maar dat maakt niets uit. Op een gegeven ogenblik is een monument ideologisch waardenvrij. Nederland heeft twee monumenten ter ere van Van Heutsz. De ene, in Coevorden, is ooit nog eens beklad door de huidige Drentse commissaris der Koningin. De andere, in Amsterdam, is ooit bijna door een groepje linkse radikalinski’s opgeblazen.
Het waren ondoordachte initiatieven. Dit soort monumenten documenteert een stuk geschiedenis, desnoods ten negatieve, en zolang je er geen kransen bij legt is er niets aan de hand.
Het Nationaal Monument op de Dam, waar natuurlijk wel kransen bij worden gelegd, overdrijft echter de wetmatige lelijkheid. Denkt iemand, op weg naar de Bijenkorf werkelijk met ootmoed terug aan de bange jaren ‘40-'45? Nee, 351 dagen per jaar is zijn voornaamste functie het optisch verpesten van het voornaamste plein van ’s lands hoofdstad.
Vraag een doorsnee buitenlander wat hij erin ziet. In driekwart van de gevallen is het voornamelijk een penis in de grote herenmaten, pathetisch door twee kalkstenen leeuwen bewaakt. Aan de begeleidende tekst op de achtermuur heeft de buitenlander geen boodschap. De Nederlanders trouwens ook niet, omdat het geschrevene alleen maar ten koste van een verrekte nekspier te lezen valt.
Niet dat je er iets aan mist. De tekst is vervaardigd door A. Roland Holst, de sterk overschatte Prins onzer Dichters, van wie trouwens inmiddels is gebleken dat het een enthousiaste antisemiet is geweest - 'Die joden zijn afschuwelijk, en ik begin de bestaansreden van pogroms toch eenigszins te erkennen.’
Dus of dat de aangewezen man is om ’s jaarlijks de doden mee te herdenken, nee, dat moet worden betwijfeld.
Dit Nationaal Monument, verneem ik tot mijn genoegen, is bezig in elkaar te storten. Behalve een verkeerde dichter heeft men indertijd ook voor een verkeerd soort kalksteen gekozen. Met minder genoegen lees ik dat er plannen zijn het gevaarte te laten restaureren. In Duitsland, wat tegelijkertijd weer iets aardigs heeft. Niettemin zou ik er zelf de voorkeur aan geven als van de gelegenheid gebruik werd gemaakt om dit Monument tot de grond toe af te breken.
Kijk, er moet vanzelfsprekend worden herdacht. Op de Dam, want men kan al die buitenlandse staatshoofden moeilijk naar het Raamplein geleiden. Maar het gaat toch niet om de grootte van een monument, maar om de emotionele lading ervan?
Dus kunnen wij, al herdenkende, best met een nette gevelsteen volstaan. Aan te brengen in de muur van het Koninklijk Paleis. Iedereen blij: de Amsterdammers die hun plein weer terug hebben gekregen, en Beatrix die bij de toekomstige plechtigheden nauwelijk meer haar tweede huis uit hoeft.