Das literarische Deutschland

Het mooie plaatje ontrafeld

Het onopvallend mooie, oude gebouw is inmiddels brandschoon en geel gepleisterd en staat te stralen in de straat. In de ooit verwaarloosde gang hangt een kroonluchter. De kunststof bellen bij de voordeur zijn vervangen door gouden knopjes. In feite is het huis waarin Isabell en Georg, de hoofdpersonen van De gelukkigen, wonen ook een personage.

Aan het begin van de roman staat het appartementengebouw in de steigers en wordt het licht, en de wereld, voor de bewoners gefilterd door melkachtig steigerdoek. Naar het eind van de roman heeft de transformatie plaatsgevonden en staat het pand te blinken, zoals de hele buurt inmiddels blinkt. De oude bakker heeft plaatsgemaakt voor een ambachtelijke broodzaak waar ze hun best doen de broodjes met elk verschillende punten en knoesten uit de oven te laten verschijnen. De buurtwinkels zijn vervangen door delicatessenzaken, moderne cafés, luxeboetieks en galeries. Het is, kortom, typisch zo’n grotestadsbuurt die na een proces van gentrificatie volkomen van karakter – en van prijsniveau – is veranderd.

Medium bilkau 1

Je kunt De gelukkigen, het debuut van de Duitse journaliste Kristine Bilkau (1974), lezen als een eigentijdse sociologische studie. Isabell en Georg zijn dertigers, ze zijn beiden opgegroeid in de buurt, Isabell woonde zelfs als kind al in het appartement waar ze nu met Georg en hun peuterzoontje Matti leeft. Ze zijn de gelukkigen die hebben geprofiteerd van de ongekende economische groei van de jaren negentig, ze hebben interessante creatieve beroepen – zij is celliste, hij redacteur van een grote krant – en ze leiden het verantwoorde (en dure) stadsleven dat daarbij past: ambachtelijke broodjes van een zaak die, heel passend, ‘Manufaktur’ heet, biomanden met seizoensgebonden groenten die aan huis worden bezorgd, kastanjepuree van de delicatessenzaak, en als er geen zin is om te koken wordt er sushi besteld. Het is een leven als een plaatje.

Maar terwijl de buurt steeds mooier wordt, ontstaan er barsten in hun idylle. Aanvankelijk zijn de scheurtjes nauwelijks zichtbaar, zoals het felle daglicht in huis wordt gefilterd door het steigerdoek. Isabells handen trillen als ze een solo moet spelen op haar cello; de krant waar Georg werkt wordt getroffen door de malaise van de gedrukte media en er dreigt een reorganisatie. Na een tijdje is het onmiskenbaar: ze zijn uit hun gelukkige bestaan gevallen, allebei werkloos. Ze proberen de neergang te keren. Georg door de boodschappen voortaan bij een Lidl-achtige supermarkt te doen en de rekenmeester uit te hangen; zelfs tandenpoetsen gaat hij op den duur zien als het voorkomen van hoge tandartsrekeningen later. Isabell door hardnekkige ontkenning: als ze maar die peperdure jurk koopt, wordt ze aangenomen bij de volgende auditie.

Georg droomt van ontsnapping. Als ze nu eens naar het platteland zouden verhuizen, naar een verlaten huis met land, waar ze een autarkisch bestaan zouden kunnen leiden. Op internet surft hij als hij maar even kan langs makelaarssites waar boerderijen worden aangeboden in Mecklenburg-Voor-Pommeren, of desnoods een uithoek in Zweden. Isabell heeft er een gewoonte van gemaakt de Facebook-pagina van een gezin in Amsterdam te bezoeken en zich te verlustigen aan de foto’s van hun geluk: de zomerse barbecue, de strandvakantie in Thailand, het derde kind dat wordt geboren.

Maar er is vooral schaamte. In hun buurt is geen plaats voor mislukkelingen. En samen falen is pijnlijker dan alleen falen, ze zijn de belofte van het geluk tegenover elkaar niet nagekomen. De buurt is dan ondraaglijk, al die kamers met wandkasten vol boeken, designmeubelen en moderne, open keukens. Je ging ervan verlangen naar een huis waar nog vergeelde vitrages voor de ramen hingen of morsige beddenlakens. Of zoals Georg denkt: al die mensen met hun veilige bestaan en hun smaakvol geschilderde muren zeggen hetzelfde: Wij kunnen het, jij niet.

De gelukkigen is in Duitsland jubelend ontvangen en bestempeld als generatieroman. Bilkau laat de ‘prekarisering’ zien waar de dertigers van nu mee te maken hebben: opgegroeid in ongekende welvaart, maar worstelend met een onzekere toekomst. De roman is echter veel meer dan een sociologische blauwdruk van een generatie. Bilkau heeft geen sociale satire geschreven, maar een fijnzinnig portret van twee mensen die het mooie plaatje dat hen van alle kanten wordt opgedrongen moeten loslaten en een reële verhouding tot hun dromen moeten krijgen. Bilkau schrijft dicht op de huid van haar personages, kruipt in hun gedachten en schildert overtuigend hoe ze zich tot de werkelijkheid leren verhouden.

Isabell leest op een dag in de krant over een Amerikaanse vrouw die door een herseninfectie in haar kindertijd het vermogen om angst te voelen kwijtraakt. Blijdschap kan ze nog wel voelen, verdriet en woede ook, maar angst niet. Het plekje in haar hersenen dat angstsignalen uitzendt is beschadigd, ze voelt ook geen twijfel. Isabell benijdt haar om dat defect; als ze maar niet steeds onverklaarbaar bang was, niet zo zou twijfelen aan Georg, aan zichzelf, aan of ze wel een echte moeder is, aan alles. Maar uiteindelijk gaat het er natuurlijk om dat ze een zekere rust in zichzelf vindt, met haar angst en twijfel. Het gevecht om dat te bereiken ontrafelt Bilkau prachtig en dat maakt De gelukkigen tot veel meer dan een generatieroman.

In hun buurt is geen plaats voor mislukkelingen. En samen falen is pijnlijker dan alleen falen


Beeld: Kristine Bilkau laat de ‘prekarisering’ zien waar de dertigers van nu mee te maken hebben (Irwan Droog)