Francesco Colonna, De droom van Poliphilus

Het mooiste boek ter wereld

Francesco Colonna
De droom van Poliphilus (Hypnerotomachia Poliphili)
Vertaling, inleiding, noten en register door Ike Cialona
Atheneum-Polak en Van Gennep, 472 en 174 blz., 59,95 (bibliofiele editie, oplage 150 ex., 295,-)

Omdat ik op een boerendorp woon, kom ik nogal eens mensen tegen die niet weten wie de auteur is van Die Leiden des jungen Werther of wat het magnum opus van François-René de Chateaubriand is. Des te verbaasder was ik toen een kennis, die een drukke baan heeft, het onlangs vrijwel achteloos had over de Hypnerotomachia Poliphili. Dit boek, dat in 1499 werd uitgegeven door de beroemde Venetiaanse drukker Aldus Manutius en dat vaak wordt genoemd als het mooiste boek ter wereld, geldt al eeuwen als een Geheimtip für Kenner. Het was niet bepaald bedoeld als boek voor een breed publiek. Het allegorische verhaal is alleen te lezen wanneer men beschikt over een behoorlijk uithoudingsvermogen en een gedegen kennis van de kunst, architectuur en literatuur van de klassieke oudheid tot aan de Renaissance. Bovendien heeft de auteur zich niet gestoord aan enige regel met betrekking tot stijl, spelling of grammatica. De taal van de Hypnerotomachia Poliphili is volstrekt uniek en combineert de Toscaanse zinsbouw met latiniserende werkwoordconstructies, terwijl het geheel is doorspekt met zelfverzonnen Latijnse woorden, Grieks en Venetiaans. Dit maakte de meeste vertalingen er niet begrijpelijker op, wat de exclusiviteit bevorderde.

Dat het boek, althans de titel, inmiddels bij een groot publiek bekend is, komt doordat het de hoofdrol speelt in een literaire thriller die in het kielzog van De Da Vinci Code een bestseller is geworden. In The Rule of Four (vertaald als Een Venetiaans geheim) van Ian Caldwell en Dustin Thomason gaan twee briljante studenten uit Princeton op zoek naar het geheim van het boek, dat uiteraard een code is die verwijst naar een uiterst belangwekkende en ingenieus verborgen schat. Hoewel dit boek ongelooflijk beroerd geschreven is («De tijd trok zijn handen van ons af als een dokter»), lijken veel mensen plezier te beleven aan de samenzweringen, breinkrakers en quasi-erudiete verwijzingen in deze thriller. De lezers die zich echter in hun enthousiasme storten op de zojuist verschenen vertaling van het geheimzinnige boek uit 1499 zullen vrijwel zeker teleurgesteld worden.

Het door de auteur zelf bedachte woord hypnerotomachia is samengesteld uit de Griekse woorden hypnos (slaap), eros (liefde) en machè (strijd of krachtmeting), zodat de letterlijke titel van het boek luidt: «De gedroomde, met veel strijd gepaard gaande zoektocht van Poliphilus naar de liefde». De naam van de hoofdfiguur zou men kunnen vertalen als «minnaar van velen», maar uit de tekst zelf blijkt dat dit moet zijn «de minnaar van Polia». Gedurende de eerste 24 hoofdstukken is Poliphilus, nadat hij in zijn droom ontwaakt is in een duister, ondoordringbaar en duidelijk door Dante geïnspireerd woud, op zoek naar deze Polia. Zijn speurtocht voert hem langs allerlei bouwwerken, beelden en ruïnes. Hierbij gaat hij uitgebreid in op de ideale vormen en verhoudingen van de architectuur en stelt hij allerlei zelf verzonnen gebouwen ten voorbeeld aan «de moderne pseudo-architecten, die blind en ongeletterd zijn en niets weten van maten en verhoudingen».

Na een angstwekkende tocht door een labyrintische grot en een smalle doorgang in een rots belandt hij in een idyllisch landschap, dat is begroeid met «kornoeljes, hazelaars, ligusterstruiken met hun geurige blad en witte, welriekende bloemen, haagbeuken, essen en ander lommerrijk geboomte dat, omslingerd door klimmende kamperfoelie en rankende hop, een koele, schemerige schaduw wierp». De lyrische beschrijving van de vegetatie wordt overtroffen door de schildering van de bekoorlijke nimfen die hij vervolgens ontmoet: «Niets aan hen was onecht: alles was prachtig door de natuur geschapen. Niets viel uit de toon: alles was volmaakt met elkaar in harmonie. Hun blonde hoofden waren gesierd met haren die glansden als het licht van de zon. De weelderige, beeldschone lokken waren met linten en koordjes van zijde en gouddraad omstrikt en met haarspelden opgestoken in bewerkelijke kapsels van een bovenaardse schoonheid. Op hun voorhoofd hingen wulps dansende lokjes, krullend als de ranken van de wilde wingerd. Ze droegen elegante kleren die ontworpen waren om op velerlei wijze het oog te plezieren en ze geurden op een voor mij ongewoon heerlijke wijze naar muskus. Met hun meeslepende manier van praten konden ze van elke norse, weerspannige man de weerstand en barsheid overwinnen, elke heilige ten verderve voeren, elke vrije mens binden, elke lompe boer in een ridder doen veranderen, elk hart van steen doen breken.»

Het eerste deel van het boek doet denken aan een slecht georganiseerde encyclopedie, waar de auteur al zijn kennis van de architectuur, wiskunde, filosofie en klassieke letterkunde in heeft willen proppen. Als allegorische vertelling doet het verhaal sterk denken aan Dante, wiens Divina commedia ook een reis van de duisternis naar het licht is. In tegenstelling tot dat werk is de Hypnerotomachia Poliphili geen christelijk, maar een door en door paganistisch boek. Het veertien hoofdstukken tellende tweede deel vertelt het verhaal door de ogen van Polia. Het is minder overladen en geëxalteerd en vertoont meer verwantschap met Boccaccio’s Decamerone.

Zoals meer boeken in die tijd verscheen het zonder duidelijke vermelding van een auteur. Toch vertelt het boek zelf wie het geschreven heeft, aangezien de 38 versierde initialen waarmee elk hoofdstuk begint, een acrostichon vormen: poliam frater francisvs colvmna peramavit («Broeder Francisus Columna hield zeer veel van Polia»). De vraag wie deze Francesco Colonna was, en of hij het boek eigenlijk wel geschreven heeft, leidt nog altijd tot verhitte debatten en duizelingwekkende speculaties. Volgens sommigen, onder wie de auteurs van The Rule of Four, was hij een Romeinse prins uit het huis Colonna. De Canadese, in Delft docerende architect Liane Lefaivre houdt bij hoog en bij laag vol dat de Florentijnse bouwmeester Leon Battista Alberti de auteur is. Ike Cialona, die na de Divina commedia en Ariosto’s Orlando Furioso met deze schitterende vertaling van de Hypnerotomachia Poliphili haar kunnen opnieuw heeft gedemonstreerd, sluit zich echter aan bij de meeste onderzoekers en is van mening dat de dominicaner frater Francesco Colonna (1432-1527) het boek geschreven heeft. Volgens sommigen is dit onmogelijk, omdat het geen christelijk boek is en een simpele monnik nooit kon beschikken over de eruditie waarvan de auteur onmiskenbaar blijk geeft. Wie dit stelt heeft weinig begrepen van de Italiaanse Renaissance en realiseert zich niet dat veel geestelijken een allerminst sober, simpel en godvruchtig leven leidden. Uit diverse bronnen komt Colonna naar voren als een levensgenieter, die in het losbandige en cultureel bruisende Venetië ruimschoots aan zijn trekken kwam. Op zijn 83ste werd hij nog beschuldigd van de ontmaagding van een meisje en toen hij elf jaar later voorgoed de ogen sloot, zal er niemand geneigd zijn geweest hem te herdenken als een heilige. Wel liet hij een boek na dat niet alleen een van de merkwaardigste, maar tevens een van de mooiste ter wereld is.

Het drukwerk van Aldus Manutius vormt al vijf eeuwen een standaard en de letter waarin het boek is gezet staat sindsdien te boek als de Poliphilus. Bijzonder zijn vooral de 172 houtsneden die de tekst illustreren. Lange tijd heeft men getracht aan te tonen dat deze zijn ontworpen door een beroemde kunstenaar als Mategna, Gozzoli of Carpaccio. Tegenwoordig wordt meestal aangenomen dat Colonna zelf zijn manuscript heeft geïllustreerd en dat de houtsneden op basis van deze tekeningen zijn gemaakt. Vermoedelijk zijn ze vervaardigd in hetzelfde Venetiaanse atelier waar ook de houtsneden zijn gemaakt voor de beroemde Malermi-bijbel uit 1490 en de uit 1497 daterende editie van Ovidius’ Metamorfosen.

De eerste druk van de Hypnerotomachia Poliphili verscheen in een voor die tijd grote oplage van vijf- à zeshonderd exemplaren. Hoewel het geruime tijd duurde eer deze editie, waarvan er in Nederland zeven exemplaren aanwezig zijn, was uitverkocht, kreeg het boek al spoedig een grote vermaardheid onder de culturele elite. De tekeningen en beschrijvingen van bouwwerken en beelden hebben tal van kunstenaars en architecten geïnspireerd. Vooral in Italië heeft het boek zijn sporen nagelaten, met als meest pregnante voorbeeld de beeldentuin van Bomarzo, terwijl de invloed van Colonna ook duidelijk zichtbaar is in de enorme tuinen rond het paleis van Versailles. In Nederland heeft Constantijn Huygens zich bij de aanleg van de tuin van zijn buitenverblijf Hofwijck vermoedelijk laten inspireren door de fantasieën van Colonna.

En de invloed van het uiterst curieuze boek is nog altijd niet uitgewerkt, aangezien ook de uit Iran afkomstige architect Ashok Bhalotra bij het ontwerpen en bouwen van de Amersfoortse nieuwbouwwijk Kattenbroek geput heeft uit de rijkdom van de Hypnerotomachia Poliphili.