Graphic novels

Het mooiste staartje

Vroeger moesten striptekenaars in het Nederlandse taalgebied jaren ploeteren om ergens te komen. Tegenwoordig leveren debutanten graphic novels af die niet zouden misstaan in de Drawn & Quarterly.

Medium graphic

Door insiders wordt er vaak gesomberd over Nederlandstalige strips. Het zou, zelfs met Vlaanderen erbij, een te klein taalgebied zijn om auteurs van hun werk te laten leven, een enkeling daargelaten. Franse of Amerikaanse auteurs zijn met een goed verkopend boek al snel verzekerd van een jaarinkomen, waardoor ze verder kunnen werken aan lange verhalen. Nederlandse en Vlaamse striptekenaars moeten er vaak nog van alles naast doen (illustratiewerk, dagstrip of iets anders) om aan hun lange verhaal te kunnen werken, of ze krijgen een van de schaarse beurzen die wat lucht geeft. En toch blijven er gewoon veel interessante graphic novels verschijnen. Zoals deze vier recente boeken, die tijdens Crossing Border in het zonnetje worden gezet. Alle vier origineel en op het oog uniek.

Ze worden in persberichten alle vier aangekondigd als graphic novels, een Engelse term die aangeeft dat we niet te maken hebben met een klassiek stripboek op groot formaat, maar met een verhaal van lange adem met literaire pretenties. En pretenties hebben de Nederlandse stripmakers Robert van Raffe en Aimée de Jongh en de Belgische Shamisa Debroey en Wide Vercnocke zeker.

Dat blijkt alleen al uit de titels van de hoofdstukken van Robert van Raffe’s semi-autobiografische verhaal Zonder filter. Die verwijzen naar de Griekse klassieken en vooral naar Homerus’ Odyssee. Van Raffe’s hoofdpersoon Raf is een kunstacademiestudent die, als zijn vriendin het uitmaakt, doelloos ronddwaalt. Tot hij besluit om dandy te worden. De rest van het boek bestaat uit een zoektocht naar wat dat voor hem betekent. Wie waren er nog meer dandy? Wat voor kleren moet hij dragen? En kan hij het worden, of is hij het al? Rafs zoektocht naar identiteit leidt tot waanzin en hij wordt zelfs opgenomen in een inrichting. Ondertussen moet hij ook opdrachten op de academie afronden. Als hij een stripverhaal inlevert is de kritiek niet mals. Zijn docenten vinden het maar niets, maar zouden ze echt zo reactionair zijn dat ze strips niet als kunstvorm beschouwen? Zonder filter kreeg veel aandacht in de media, maar is dat terecht? Het is een curieus boek waarin de auteur zichzelf genadeloos en met veel zelfspot onder de loep neemt. Maar na een tijdje krijg je wel genoeg van de ik-vorm van de narcistische hoofdpersoon. Van Raffe laat zien dat hij wel wat heeft geleerd op de kunstacademie; hij experimenteert erop los in de vormgeving. Wel/geen kleur, collages, zeefdrukken, verwijzingen naar onder anderen Warhol en Muybridge, het is een bont geheel dat nochtans coherent blijft.

Qua vertelvorm staat Verdwaald van de debuterende Shamisa Debroey het dichtst bij Van Raffe’s zoektocht. De hoofdpersoon van dit eveneens semi-autobiografische verhaal is een eenzame vrouw die terugblikt op haar jeugd terwijl ze zich verveelt in een café. Haar moeder was altijd onderweg omdat ze voor een ngo werkte. Haar vader heeft ze nooit gekend, maar wel stuurt hij haar elke verjaardag een vis als cadeau. Ze groeide op bij haar grootouders en de beklemmende sfeer van dat huishouden wordt sterk verbeeld. Ze benadrukt telkens hoe geduldig ze was als kind. ‘Op momenten van complete stilte voelde ik de afwezigheid van mijn ouders het meest. Dag na dag, jaar na jaar, legde ik me hier meer bij neer. En ik werd het perfecte, geduldige kind.’ Nu wacht ze nog steeds tot er iets gebeurt. En als er dan iets gebeurt, een vage kennis schuift ongevraagd bij haar aan in het café en begint te ratelen, hoopt ze maar dat ze snel weer alleen zal zijn.

Verdwaald is een verbluffend boek met prachtige poëtische momenten, zowel in beelden als in taal, dat je door de rake overpeinzingen meeneemt naar een benauwende wereld van een eenzame vrouw, die wacht tot er iets gebeurt. De passages over haar vader, de avonturier, die ‘leeft zoals een haai: steeds vooruitkijkend, nooit terugblikkend’, zijn even grappig als tragisch, want naast zijn leven ‘moet mijn leven lijken op een visje in een vijver, draaiend om routine en opvullen van leegte’.

Wild vlees van de Vlaamse Wide Vercnocke is van een heel andere orde. Hij vertelt een magisch-realistisch verhaal over een aantrekkelijke vrouw die zich in het begin van het boek verveelt en eenzaam is. Dan gaat ze maar het bos in om te kijken naar de bronstige herten en zenuwachtige hinden, wier hilarische dialogen vertaald zijn onder aan de kaders (‘Zolang hij dat ding met die tong niet weer doet.’ ‘Je hebt het mooiste staartje dat ik ooit geroken heb’). Voor ze het weet staat de vrouw te knuffelen met de hertenbok, tot ze ruw wordt gestoord door een boswachter. Maar het hert heeft haar geur geroken en gaat na een verrassende transformatie achter haar aan. Hij vindt haar in een bar, waar hij een even origineel als doeltreffend versierverhaal afsteekt…

Meer verklappen van dit verhaal zou jammer zijn, want het is juist de vreemde, dromerige logica, die soms doet denken aan films van David Lynch, die dit verhaal zo interessant maakt. De dingen gebeuren alsof het de normaalste zaak van de wereld is. De vrouw dwaalt rond in het bijna magische bos en zoekt intuïtief toenadering tot het bronstige hert. Vercnocke is een rasverteller die van een onwaarschijnlijk gegeven een fascinerend en grappig verhaal maakt.

Een boek waar veel naar werd uitgekeken is De terugkeer van de wespendief. Het eerste lange verhaal van Aimée de Jongh (bekend van de semi-autobiografische strip Snippers uit de Metro) ziet er in ieder geval volwassen uit. Het realistische zwart-wit-tekenwerk doet denken aan dat van Craig Thompson (Een deken van sneeuw, Habibi) en is meer dan overtuigend. Ze vertelt een aangrijpend verhaal over een man die op een keerpunt in zijn leven staat. Hij moet de boekwinkel die hij heeft overgenomen van zijn vader verkopen, omdat er nu eenmaal minder boeken worden verkocht. Maar zijn hoofd staat daar niet naar. Als hij getuige is van een vreselijke gebeurtenis komen er pijnlijke, onverwerkte herinneringen uit zijn jeugd boven. Meer verklappen over de inhoud zou het leesplezier bederven. De Jongh kiest als enige van de vier voor een wat meer traditionele vertelvorm in een klassieke, volwassen tekenstijl en is daarom het meest toegankelijk. Van deze vier boeken verdient De terugkeer van de wespendief wat mij betreft echt het label grafische roman.

Voor ze het weet staat de vrouw te knuffelen met de hertenbok, tot ze ruw wordt gestoord door een boswachter

Inhoudelijk zijn de boeken moeilijk te vergelijken. Wat opvalt is de nadruk op ‘semi-autobiografieën’ en de mate waarin de hoofdpersonen met zichzelf bezig zijn. Maar dat is eigenlijk geen verrassing te noemen. Toen de graphic novels in zwang kwamen, was de autobiografie aanvankelijk het genre waar de meeste tekenaars, die iets meer wilden dan ‘een verhaaltje vertellen’, zich mee bezighielden. Denk aan Maus van Spiegelman, Vallende ziekte van David B. of The Poor Bastard van Joe Matt. Die kregen navolging in Nederland door Barbara Stok, Maaike Hartjes, Michiel van de Pol en vele anderen.

Wat ook opvalt is de verveling die bijna in elk boek voorkomt. Wild vlees begint met een paar pagina’s routinematig koffiezetten en sigaretten roken; de hoofdpersoon uit Verdwaald wacht de hele tijd in een café en ook Raf zit graag op zijn kamer niets te doen met een goed glas in de hand.

Een derde overeenkomst heeft te maken met kwaliteit. Alle vier de boeken zijn stuk voor stuk overtuigend en van een hoog niveau, zeker gezien de ervaring die de auteurs hebben (twee afstudeerprojecten, een tweede boek en een eerste lang verhaal). Door de originele tekenstijlen, waarbij met veel durf wordt geëxperimenteerd, krijgen de verhalen direct meerwaarde. Ze zouden niet misstaan in het tijdschrift Drawn Quarterly, de plek waar de meest interessante verhalen worden gepubliceerd.

Maar hoe kunnen al die Nederlands-Vlaamse debuten toch zo goed zijn? Vroeger moesten tekenaars jaren ploeteren voordat ze iets produceerden dat een uitgever niet meteen met een beleefd briefje retour stuurde. Nu worden afstudeerprojecten direct opgepikt en liggen ze in de reguliere boekwinkel. Wellicht komt het door het niveau van de stripopleidingen, zoals het St. Lucas in België, dat aan de lopende band goede tekenaars aflevert. Misschien is het de geprofessionaliseerde infrastructuur met in Nederland een uitgever als De Bezige Bij, die samenwerkt met voormalig stripuitgever Oog Blik. Of zou het komen doordat auteurs tegenwoordig beurzen krijgen, zoals Debroey en Vercnocke, en dus ongestoord kunnen werken? Het levert in ieder geval goede boeken op en wellicht nog betere in de toekomst.


Shamisa Debroey Verdwaald Oog Blik/De Bezige Bij, 128 blz., € 24,90

Robert van Raffe Zonder filter Oog Blik/De Bezige Bij, 208 blz., € 24,90

Aimée de Jongh, De terugkeer van de wespendief, Oog Blik/De Bezige Bij, 176 blz., € 24,90

Wide Vercnocke Wild vlees Bries, 80 blz., € 19,-


Zaterdag 15 november is op Crossing Border een bijeenkomst met Shamisa Debroey, Robert van Raffe, Aimée de Jongh en Wide Vercnocke over de graphic novel


Beeld: Wide Vercnocke, Wild vlees – vreemde, dromerige logica (Wide Vercnocke)