Kunst: Salvator Mundi

Het mooiste vraagteken ooit geschilderd

Was Leonardo da Vinci wel de schepper van het duurste schilderij ooit? En waar is het gebleven? Het mysterie van de ‘Verlosser van de wereld’ legt de verborgen mechanismen van de kunstwereld bloot.

Leonardo da Vinci, Salvator Mundi, ca. 1500. Olieverf op notenhout, 65,6 x 45,4 cm © Collectie Louvre, Abu Dhabi

Het is de hand, steeds weer de hand, die verlossing moet brengen. Op 17 november 2017, een paar minuten voordat deze Jezus Christus het duurste schilderij ter wereld zal worden, is het de hand van de veilingmeester, gebiedend boven de zaal gestrekt. ‘Zijn we klaar, bij 280 miljoen?’

Nee, daar gaan de handen van de bieders weer omhoog, nu alleen nog vanuit de box met telefonisten. De multimiljardairs hebben het overgenomen van de multimiljonairs in de zaal, maar deze allerrijksten zelf blijven onzichtbaar. Hun representanten staan dicht naast elkaar in de box gepropt. Applaus klinkt als het eerste record gebroken wordt, en bij 350 miljoen stijgt een ontladend lachsalvo uit de zaal op.

Lot 9B is alleen digitaal te zien, hoog boven de telefonisten op een scherm. Het past bij de sfeer. Qua prijs, qua boodschap, qua achtergrond: het doek is allang het aardse ontstegen. Ongrijpbaar is deze Salvator Mundi, deze Verlosser van de wereld, zoals het genre heet dat in de late Middeleeuwen en de vroege Renaissance opkwam.

Alleen: normaal levert Jezus geen miljoenen op kunstveilingen op, dus wat voor Verlosser is dit eigenlijk? Een Jezus-baardje heeft hij niet, hij is een androgyne verschijning. Volgens zijn bewonderaars is hij ‘man en vrouw’ tegelijk, zoals God dat zelf zou zijn. In hem versmelt zich alles, net als de lijnen van de verf in een wazig ‘sfumato’ vervloeien – zoals, ja, natuurlijk, zoals ook in de Mona Lisa van Leonardo da Vinci.

Vandaag is dit dan ook niet zozeer Jezus, de kunsthandelaren noemen hem de ‘mannelijke Mona Lisa’, of ook wel ‘de laatste Leonardo’, omdat het de laatste toevoeging aan het kleine oeuvre van het Renaissance-genie zou zijn, wiens status in de 21ste eeuw nóg legendarischer proporties heeft aangenomen dan hij ervoor al had.

‘Leonardo is buitengewoon, hij trekt mythen, ongelooflijke gebeurtenissen en diefstallen aan. Niets is ooit simpel bij Leonardo.’ Aan het woord is Martin Kemp, misschien wel de bekendste Leonardo-kenner uit de Engelstalige wereld, en vurig voorstander van de toeschrijving van dit schilderij aan Da Vinci. En al heeft Kemp zich eerder al eens schromelijk vergist, in deze kwalificatie heeft Kemp gelijk: simpel is niets bij deze Salvator Mundi.

Het raadsel zit allereerst in het beeld zelf, dat er allerminst ‘gewoon’ uitziet. De ogen zijn wazig, hij is een onwerkelijke verschijning, een mens en een bovennatuurlijk wezen, een middeleeuws concept en toch passend bij het nu. Maar: past een dergelijk statisch beeld eigenlijk wel bij Leonardo? Iedere Jezus die Da Vinci ooit schilderde valt juist op door een gedurfde anatomische twist in het lichaam.

Raadselachtig is ook zijn herkomst. Het schilderij stamt uit ‘de collecties van drie Engelse koningen’, zweept de veilingmeester de bieders nog eens op. Maar nieuw onderzoek laat zien dat een ándere Salvator Mundi uit diezelfde periode het Engelse koninklijke stempel achterop heeft staan. Ook is er geen geschreven bron die bewijst dat Leonardo überhaupt een Salvator Mundi heeft geschilderd.

Een ding staat vast: rond 2005 nog zag niemand een Leonardo in dit schilderij. De Jezus zag eruit als een ‘drug crazed hippie’, zoals Martin Kemp het omschrijft, of als een ‘Mexicaanse bandiet uit een jaren-vijftigfilm’, in de woorden van auteur en journalist Ben Lewis. Zowel Kemp als Lewis publiceerde eind 2019 een boek over het schilderij. Kemp en twee mede-auteurs komen daarin met hun bewijzen; Lewis is vol scepsis over ‘de fragiele constructie’ van deze Verlosser: niet alleen vanwege de technische staat van het doek, maar ook vanwege het hele ‘kunsthistorische circus eromheen’.

Het circus begint in 2005, als twee handelaren in een klein veilinghuis in New Orleans voor 1175 dollar een beschadigd schilderij kopen. Geen seconde had kunsthandelaar Robert Simon gedacht dat hij hiermee het Renaissance-genie in zijn handen had. Die gedachte kreeg hij pas later, toen de verf van eeuwenlange slechte restauraties eraf was gehaald, en toen de datering van het walnotenhouten paneel en de verf was vastgesteld op de eerste jaren van de zestiende eeuw, locatie: Milaan.

Twaalf jaar, twee eigenaren en een aantal schandalen later hangt de digitale ‘laatste Leonardo’ boven de biedende handen in Christie’s. Na negen minuten en tien seconden zijn er twee anonieme bieders overgebleven. Pauzes vallen, 370 miljoen is geboden, het bieden stokt. Na negentien minuten grijpt een biedende jongeman in de telefoonbox naar de muur, alsof hij zich even moet vasthouden, en roept: ‘Vierhonderd!’

Eenmaal, andermaal: de hand van de veilingmeester suist neer voor de verlossende hamerslag. Applaus, gejuich: een record. In 1958 kwam dit schilderij voor 45 pond in eigendom van een inkoper van inboedels en liefhebber van christelijke kunst. Nu is de prijs samen met de commissie voor Christie’s 450 miljoen dollar. Als koper geldt de Saoedische prins Badr bin Abdullah, naar eigen zeggen ‘een van de vijfduizend prinsen’. Vermoedelijk handelde hij in opdracht van de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman, die het aan het Louvre-museum in Abu Dhabi wilde schenken.

Sindsdien lijkt het schilderij van de aardbodem verdwenen. Maar ook dat raadsel past bij dit doek, in een kunstwereld die op zichzelf al steeds meer de trekjes van een religie heeft aangenomen. Want: ‘Hoe kun je duizend dollar in vierhonderd miljoen dollar veranderen?’ schrijft Ben Lewis. ‘Dat kan tegenwoordig alleen maar met kunst.’ De vraag is alleen wel: kan deze Verlosser ook verlossing brengen?

Het zijn de handen van Jezus die beslissend zijn, voor de gelovigen van destijds en de kunstkenners van nu. In beide gebaren op het doek komen eeuwenlange tradities samen, voordat de schilder rond 1507 zijn penseel op het linnen zette. Zijn dit handen die Leonardo, de meester van het realisme, heeft geschilderd?

Links houdt Jezus een bol in de hand. In de vele bekende ‘Salvator Mundi’-afbeeldingen is dat soms een wereldbol, soms een ‘Rijksappel’: een gouden bol met een kruis erop, het veel oudere symbool voor de wereldheerschappij van Jezus. Maar er is ook een jongere traditie waarin de bol doorzichtig is, gemaakt van kristal, wat op een kosmische associatie kan wijzen – en deze is nu gekozen.

Rechts houdt Jezus zijn vingers in een zegenend gebaar. In de vroegste Christus-als-heerser-beelden uit Byzantium zijn de vingers zo gekromd dat ze de letters IC-XC vormen, de afkorting voor ‘Jezus Christus’. Maar er is ook de westelijke traditie, waarin de gestrekte duim, wijsvinger en middelvinger de heilige drie-eenheid verbeelden. In deze versie houdt Jezus ontspannen zijn middelvinger en wijsvinger omhoog, de duim is licht gekromd.

Net als bij de religie dient in de kunst het verlossende woord van de kenner te komen. In 2008 verzamelde zich in het restauratie-atelier van The National Gallery in Londen een geleerd gezelschap. Nicholas Penny, die korte tijd later directeur van dit prestigieuze museum zou worden, had vier bekende Leonardo-deskundigen bijeengebracht om het schoongemaakte schilderij te bekijken.

Het doek stond op een schildersezel en de kenners keken ernaar. Martin Kemp pakte zijn vergrootglas om extra goed te kunnen kijken. In elk detail konden de bewijzen zitten, in de haren, de mond, de vouwen van het gewaad, en vooral in de handen. Die bol in de linkerhand, die is zó ingenieus geschilderd, dat zelfs de oneffenheden minutieus zijn weergegeven; dat kan toch alleen Leonardo met zijn natuurwetenschappelijke kennis zijn geweest?

De rechterhand oogstte nog meer bewondering. Zo gracieus, zo levensecht, alsof de huid over de botten geschilderd is: alleen Da Vinci kan toch zo goed op de hoogte van anatomie zijn geweest? Een tweede argument is de ‘tweede duim’ die bij het schoonmaken van het doek tevoorschijn is gekomen. Volgens de New Yorkse handelaar Robert Simon duidt een dergelijk ‘pentimento’ (verandering van gedachte) op een origineel: want als dit doek slechts een kopie van een ander werk was geweest – er bestaan verschillende latere gravures en versies met dezelfde kenmerken – dan zou die kopiist toch niet een duim volledig opnieuw hebben hoeven schilderen?

Kunst wordt in de Golfstaten nu gebruikt als lokmiddel voor toeristen, en daarbij zou de ‘mannelijke Mona Lisa’ uitermate geschikt zijn

Volgens Robert Simon zou het beeld die middag in The National Gallery unaniem tot ‘Leonardo’ zijn verklaard, maar dat blijkt achteraf niet te kloppen; Carmen Bambach van het Metropolitan Museum of Art in New York was er ook, en heeft zich inmiddels publiekelijk gedistantieerd van de toeschrijving. Voor de ‘making of’ van het duurste schilderij heeft het uiteindelijk niets uitgemaakt; het verhaal over de ‘laatste Leonardo’ was de wereld al in.

Sterker nog: na die bijeenkomst in 2008 is het doek pas echt tot een Leonardo gemaakt, meent Lewis. Vanaf dat moment hebben Robert Simon en de bekende Amerikaanse restaurator Dianne Modestini gezegd: ‘Laten we de Leonardo opnieuw tot leven wekken.’ De restauratie zou daarmee een specifieke richting zijn opgegaan. Vooral van het gezicht was weinig meer over, en de restaurator zou als inspiratie naar de mond van de Mona Lisa hebben gekeken, en nog meer sfumato dan op het origineel hebben gebruikt.

Veiling van de Salvator Mundi bij Christie’s in New York, november 2017 © Eduardo Munoz Alvares / Getty Images

In 2011 opende The National Gallery zijn grote Leonardo-expositie, een internationaal bejubelde tentoonstelling. De Salvator Mundi werd er gepresenteerd als een herontdekt meesterwerk van Leonardo. Niet alleen brak het museum daarmee met de ongeschreven regel dat een museum zich niet uitspreekt over schilderijen die op de markt zijn, ook gaf het museum nu het officiële stempel van goedkeuring aan het doek.

De discussie over het schilderij werd buiten beschouwing gelaten, maar die was er wel – en zij is er nog steeds. De belangrijkste critici gaan er weliswaar van uit dat het doek in de werkplaats van Leonardo is ontstaan, ze ontkennen dat het van hem alleen is. De bekende Duitse Leonardo-kenner Frank Zöllner schaalt het doek in als ‘afkomstig uit de werkplaats van Leonardo en met zijn deelname ontstaan’. De meeste overeenstemming is er over de zegenende rechterhand, maar discussie is er over de linker, want waarom is de handpalm achter de bol niet perspectivisch vervormd? Juist Leonardo zou toch moeten weten dat dat met kristal gebeurt?

De vraag zou dus niet moeten zijn: ‘Is het een Leonardo?’ schrijft Ben Lewis, maar: ‘Hoeveel ervan is van Leonardo?’ In feite zou een werkplaatsschilderij, waarbij Leonardo het ontwerp en de details leverde, voor een kunstliefhebber geen punt hoeven te zijn; tenslotte was het voor veel oude meesters heel normaal dat hun werken deels door medewerkers werden uitgevoerd, in de hedendaagse kunst is dat ook het geval. Het enige wat je zou moeten doen is het romantische begrip van de kunstenaar als genie een beetje oprekken.

Dat lijkt een futiel verschil, maar auteurschap bepaalt alles in de huidige kunstwereld. Simon en zijn partner lobbyden twee jaar lang tevergeefs: de meest respectabele gegadigden in de kunstwereld durfden een koop niet aan. Uiteindelijk vond het doek zijn weg in de meer schimmige regionen van de kunsthandel.

De omstreden Zwitserse handelaar Yves Bouvier kocht de Salvator in 2013 voor 80,6 miljoen dollar van Simon en zijn partner, en verkocht het werk een dag later met behulp van Sotheby’s voor 127,5 miljoen aan de al even omstreden Russische miljardair Dmitry Rybolovlev. Vier jaar later zette Rybolovlev het doek weer te koop, nu bij Christie’s New York.

De meest sensationele hand in het verhaal van de Verlosser is daarom die van Leonardo zelf. Op een lezing op YouTube laat Martin Kemp een detailfoto van het voorhoofd van Jezus zien. Als je op deze foto inzoomt is de afdruk van een menselijke linkerhand te zien. Het is, zegt Kemp, ‘een zeer sterk bewijs’ dat Leonardo da Vinci de schilder is. Alleen Leonardo gebruikte zijn handpalm om de zachte overgangen in de verf te krijgen, dat deden zijn leerlingen niet – én hij was linkshandig.

Het is in de 21ste eeuw niet de zegenende hand van Jezus, maar de schilderende hand van het genie Leonardo die allesbepalend is voor de status van het doek. Roem had Leonardo ook al de eerste eeuwen na zijn dood, maar inmiddels – zeker ook dankzij vertellingen in de populaire cultuur, zoals Dan Browns The Da Vinci Code – gaat er zo’n grote straalkracht van hem uit, dat zijn naam synoniem is geworden voor het hoogste dat de mens bereiken kan. Leonardo is de vleesgeworden homo universalis, de kunstenaar en geleerde, de hoop op verlossing van de menselijke middelmatigheid.

Heeft het genie Leonardo op dit doek zijn hand achtergelaten, als een geschenk aan de toekomst? Een flinke dosis geloof moet je daarbij wel hebben, want een echt hard bewijs voor het auteurschap is ook deze hand niet. Uiteindelijk hangt de belangrijkste argumentatie rond het doek dan ook aan noties als ‘kwaliteit’ en ‘aura’. Martin Kemp noemt zijn geloof ‘The zing’: een gevoel dat een echte kenner alleen heeft bij een echte Leonardo; een gevoelsmatig argument dat verder alleen in de liefde of religie geldig zou zijn.

‘Schoonheid zal de wereld redden’, schreef Dostojevski, en Christie’s New York had dit citaat in zijn glossy catalogus van de Salvator Mundi laten afdrukken. Het zijn zalvende woorden, passend bij de religieuze belevenis rond de genie-cultus van Leonardo. Maar om schoonheid gaat het bij de creatie van het duurste schilderij natuurlijk niet. Daarvoor staat er te veel op het spel, daarvoor zijn er te veel reputaties en is er te veel geld bij betrokken, heel veel geld.

Om een mogelijk product uit Leonardo’s werkplaats tot een complete Leonardo om te vormen, heeft dan ook een reeks van ‘politieke, financiële en psychologische factoren’ een rol gespeeld, schrijft Ben Lewis.

Christie’s kent het spel. Aan de veiling ging een pr-campagne vooraf van meerdere miljoenen dollar. Het doek maakte een tour langs San Francisco, Tokio en Londen, de expositie werd bezocht door 27.000 mensen, onder wie Jennifer Lopez en Leonardo DiCaprio, de Leonardo wiens naam als eerste wordt ingevuld als je Leonardo googelt.

De veiling op 17 november 2017 werd niet in de categorie van de Oude Meesters ondergebracht, maar in die van de naoorlogse en hedendaagse kunst. De reden: bij de Oude Meesters zou het doek volgens Lewis hoogstens tien miljoen dollar hebben opgeleverd, er komen een ander soort bieders, conservatiever, geleerder ook. Bij de moderne en hedendaagse kunst wordt het meeste geld verdiend, daar hangt glamour omheen, daar worden de multimiljardairs het liefst mee geassocieerd en, zo klonk het onder critici schamper, de meeste verf op het doek was door de uitgebreide restauratie toch ook pas tien jaar oud?

Na de verlossende hamerslag in Christie’s kwam het doek in een nieuw netwerk van belangen terecht. Een jaar lang verkeerde de kunstwereld in de veronderstelling dat kroonprins Mohammed bin Salman het doek aan Abu Dhabi had geschonken, de strategische partner van Saoedi-Arabië, die het in het nieuw gebouwde Louvre daar zou plaatsen. De Salvator Mundi wordt ‘ons geschenk aan de wereld’, stond er zelfs maandenlang op de website van dat museum.

Opnieuw zalvende woorden voor een pragmatisch doel: de Golfstaten zijn al jaren bezig hun economie om te vormen, voor het geval de onbegrensde inkomsten vanwege olieverkoop verminderen. Kunst wordt er nu gebruikt als lokmiddel voor toeristen, en daarbij zou de ‘mannelijke Mona Lisa’ uitermate geschikt zijn, al is het thema christelijk en de eigenaar streng moslim. Maar deze culturele openheid dient volgens Lewis ook als een camouflage. Want achter hun nieuwe publieke optreden als kunstliefhebber, zit nog steeds de politieke repressie van autocratische regimes.

Op 3 september 2018, twee weken voordat het schilderij in het Louvre Abu Dhabi zou worden onthuld, werd de feestelijke gebeurtenis ineens afgezegd. Niemand weet waarom dat gebeurde of waar het schilderij zich nu bevindt. Sommigen zeggen in een kluis in Genève, anderen menen het jacht van kroonprins Bin Salman. De zorgen van de museumwereld om het doek zijn dan ook groot. Overleeft het zijn nieuwe verblijf wel? Is de verf stabiel genoeg voor een schip van een prins?

Dit is de wrange ironie rond deze Salvator Mundi: sinds hij tot Leonardo is verklaard, is de ‘Verlosser van de wereld’ verder weg van zijn oorspronkelijke boodschap dan ooit. De eerste koper Yves Bouvier bleek al jaren een dubbelspel als kunstadviseur te spelen, waarvan de legaliteit wordt betwist; oligarch Rybolovlev wordt beschuldigd van corruptie in zijn woonplaats Monaco. En kroonprins Bin Salman was in het nieuws vanwege een mogelijke betrokkenheid bij de moord op de journalist Jamal Khashoggi van The Washington Post.

Tot nu toe wist het doek op het nippertje aan meerdere rampen te ontsnappen, van instortende huizen tot de orkaan Katrina in New Orleans. Het doek wist het van een kapotte en vergeten winkeldochter tot aan de hoogste top van de kunstwereld te schoppen. Het mysterie is de belangrijkste constante van dit werk. Zijn herkomst staat niet vast, zijn huidige verblijf niet en zijn toekomst niet. Of het genie Leonardo de Jezus nu wel of niet in zijn geheel heeft geschilderd, kan niemand met zekerheid zeggen, of uitsluiten.

‘De Salvator Mundi is het mooiste vraagteken dat ooit is geschilderd’, zegt Ben Lewis. Hij noemt het doek een kunstwerk voor de ‘post-waarheid’-samenleving, waarin feiten niet doorslaggevend zijn, alleen maar wie zijn meningen het luidst weet uit te schreeuwen. Terloops wist het schilderij wel de verborgen mechanismen binnen de kunstwereld bloot te leggen, al zal dat te laat zijn voor de verlossing.