Robert Anker, Hajar en Daan

Het n-woord

Robert Anker

Hajar en Daan

Querido, 288 blz., € 17,50

Misschien is het een hoogst particulier probleem waarmee ik verder niemand moet lastigvallen, maar omdat ik geacht word de nieuwe roman van Robert Anker te bespreken, zal ik er toch iets mee moeten. Ik lees de openingszin en kan niet meer verder lezen. Hier is-ie: «Toen Daan Hollander, leraar geschiedenis aan het DataCare College in Amsterdam, Hajar Nait Sibaha, uit vijf vwo, voor de eerste keer neukte, hield zij haar hoofddoek om — op zijn verzoek.»

Eerst dacht ik: om — op. Wat zal de schrijver lang hebben zitten hannesen met de hoofddoek in deze zin, want een hoofddoek heb je toch «op», en niet «om». Maar twee keer «op» achter elkaar was natuurlijk lelijk. De geest is behendig op zoek naar afleiding, want eigenlijk verslikte ik me onmiddellijk in dat «neuken». Niet dat een leraar het niet met zijn leerlinge zou mogen doen, en ook niet dat een Nederlander het niet met een Marokkaanse zou mogen doen, en ook niet dat een ouwe vent het niet met een jong meisje zou mogen doen. Alles mag, niks moet, en zeker in fictie is alles geoorloofd. Maar dat iemand een ander «neukt» alsof hij een stuk land aan het annexeren is, vind ik — durf ik het te zeggen want het is een volstrekt buitenliteraire kwalificatie — stuitend. Hoe anders had ik de zin gelezen als er stond:

«Toen Daan Hollander, leraar geschiedenis aan het DataCare College in Amsterdam, voor de eerste keer met Hajar Nait Sibaha uit vijf vwo neukte, hield zij haar hoofddoek om — op zijn verzoek.»

Verbeeld ik het me, of neemt de vorm van neuken waarbij geen sprake is van een meewerkend voorwerp, maar van een lijdend voorwerp («Die ga ik neuken» — Hans Teeuwen bij het aanschouwen van een debuterende dichteres, opgetekend in HP/De Tijd) hand over hand toe? Is hier sprake van een vorm van anglicisme, waarbij «neuken» naar analogie van «to fuck» alleen nog maar vraagt om een object? Of is het de pornonorm die «neuken» steeds meer op «verkrachten» doet lijken? Of zoek ik een verklaring voor een verschijnsel dat alleen maar in mijn perceptie bestaat?

Eerst maar eens Ewoud Sanders geraadpleegd, die wekelijks op de achterpagina van NRC Handelsblad bericht vanuit de wondere wereld van de etymologie. Hij bleek vorig jaar zomer maar liefst zes afleveringen aan herkomst en gebruik van «neuken» te hebben gewijd, maar de kwestie van het meewerkende of lijdende voorwerp kwam daarbij niet aan de orde, en was hem ook niet opgevallen. Het ging in deze stukjes vooral om de vroegste vindplaatsen van de seksuele betekenis van het woord.

In de dikke Van Dale bestaat het lemma «neuken» uit twee delen: in de eerste betekenis is «neuken» een overgankelijk werkwoord («iemand in het water neuken», zij het dat neuken hier op de eerste plaats «stompen» of «stoten» betekent) en in de tweede een onovergankelijk («met iemand neuken» wordt hier als voorbeeld gegeven).

Van Dale vermeldt niet welke variant binnen welke context meer in zwang is, en ook niet of het één moderner is dan het ander. Misschien is mijn gevoeligheid op dit gebied een generatiekwestie, oftewel een erfenis van de jaren tachtig, waarin men het nog gewoon mét elkaar deed. Zou het minder oorlogszuchtig klinken als een vrouw een man neukt? Of mannen elkaar? Ben ik het woord nog nooit eerder op deze manier in literatuur tegengekomen?

In de moeder aller moderne neuk literatuur, Turks fruit (1969), naait, neukt en ramt Erik weliswaar «de ene meid na de andere», maar alleen om zijn geliefde Olga te doen vergeten. Eigenlijk heeft hij een hekel aan ze. «Ik doe je dijen uit elkaar en ik steek mijn pik in je en ik ga je neuken tot ik die zoete adem van je niet meer ruik.» A.F.Th. van der Heijden en Leon de Winter vermijden het n-woord, door hun personages «met elkaar naar bed te laten gaan». Kaplan (1986) van De Winter begint met een met Hajar en Daan vergelijkbare scène: «In haar kleine studentenkamer, tussen versleten teddyberen en stapels kleren, had hij met haar over het vadermotief in zijn werk gesproken en naar haar kinderlijke kreetjes geluisterd terwijl zij hem soepel en genotvol bereed.» Hoe zoet en grappig! Schrijvers als Houellebecq, Jelinek en Millet, toch niet bepaald knuffelseksschrijvers, schrikken niet voor «neuken» terug, maar ofwel om de daad op zich te benoemen («Ik ben zelden bang geweest om tijdens het neuken op heterdaad betrapt te worden» — C. Millet, Het seksuele leven van Catherine M.) of om aan te geven dat personages het met elkaar doen («Af en toe krijg ik het op mijn heupen, dan neuk ik met iedereen» — M. Houellebecq, Elementaire deeltjes).

Het lijkt er kortom op dat Robert Anker een pionier is, door wat tot nog toe een agressief pornografische connotatie had zich te laten voltrekken in een bijna ambtelijke sfeer; zijn personage neukt een meisje, maar doet haar tegelijkertijd nog een «verzoek». Misschien trapt hij hiermee hyperrealistisch deze tijd op zijn staart, en is Daan Hollander gewoon een kind van zijn tijd, voor wie neuken synoniem is aan beploegen. Misschien suggereert de schrijver met nieuwe middelen in de beste traditie van de liefdesroman opperste hartstocht. Wie weet. Laat ik nu in ieder geval de openingszin maar laten voor wat die is en verder lezen. Volgende week doe ik verslag van mijn bevindingen.