Het nadeel van de leesbaarheid

Mijn Karel

OVER HET WERK VAN Karel van het Reve zou eigenlijk niet geschreven moeten worden. Het is zo helder dat het niemands uitleg nodig heeft. ‘Mijn nadeel is dat ik duidelijk ben’, schreef Van het Reve in een van zijn stukjes. ‘Je kunt wat ik zeg of schrijf begrijpen.’ Hij had het idee dat hij door die duidelijkheid niet serieus genomen werd. ‘Ik begrijp het, denkt de lezer of toehoorder, dus kan het nooit wat zijn.’
Duidelijk schrijven is het moeilijkste wat er is. Bijna niemand kan het. Gewone mensen niet, de meeste schrijvers ook niet. Alleen daarom al is het mooi dat zijn Verzameld werk aan het verschijnen is. Dat Verzameld werk is een ode aan de duidelijkheid, een oorlogsverklaring aan wartaal die voor bellettrie wordt aangezien.
Ik ben benieuwd hoe de faculteiten literatuurwetenschap reageren nu Karel van het Reve gecanoniseerd is. Ze kunnen niet meer om hem heen, dat is duidelijk. In het Verzameld werk zal ook Van het Reve’s beruchte Huizinga-lezing Het raadsel der onleesbaarheid en het vervolgstuk Wat waren zij kwaad worden opgenomen, waarin hij in zijn volmaakte duidelijkheid de vloer aanveegt met de literatuurwetenschap.
Als ik literatuurwetenschapper was zou ik op Het raadsel der onleesbaarheid promoveren. Ik zou een dor, onleesbaar proefschrift schrijven en deze zin als Wertqualität aanmerken: ‘Je begrijpt niet waarom het allemaal zo geestdodend en uitvoerig gezegd moet worden, en je begrijpt trouwens al helemaal niet waarom het überhaupt gezegd moet worden, tot de oplossing van welk probleem die uitvoerige en geestdodende uiteenzettingen bijdragen.’
In Het raadsel der onleesbaarheid stelt Van het Reve een belangrijke kwestie aan de orde. Hij schrijft dat het grote probleem van de literatuurwetenschapper is dat het medium waarin hij zich uitdrukt tegelijk ook het medium is dat hij bestudeert.
Die op het eerste gezicht eenvoudige constatering heeft duizelingwekkende consequenties. Het impliceert dat elke tekst, of het nu Hamlet is of een gebruiksaanwijzing voor staafmixers, automatisch ook een tekst op zichzelf is. Je kunt wel denken dat je ergens over schrijft, in de eerste plaats is je schrijfsel een op zichzelf staand taalkunstje, onderhevig aan onbekende wetten en dynamieken. Zo’n stukje wordt literatuur in de handen van iemand die die wetten en dynamieken beheerst.
Of het fictie of non-fictie is, doet er niet toe, schrijft Karel van het Reve in Ik heb nooit iets gelezen. De vraag welke teksten tot de literatuur gerekend moeten worden is onmogelijk te beantwoorden. Misschien de troonrede wel, of een bordje ‘verboden toegang’. Volgens de literatuurwetenschap hebben de troonrede en een bordje ‘verboden toegang’ geen literaire bedoelingen, maar misschien hadden Plato of Herodotus die ook niet.
Karel van het Reve heeft altijd op die manier naar tekst gekeken. Alles wat hij schreef, of het nu een geschiedenis van de Russische literatuur was of een verhandeling over de evolutieleer, kneedde en vormde hij net zo lang tot het volmaakt met zichzelf in evenwicht was. In alle gevallen was het resultaat literatuur en leek het niet op wat kenners van de Russische literatuur of evolutionisten ervan hadden verwacht.
Die literaire betekenis van Karel van het Reve is niet altijd onderkend. Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes wordt geprezen omdat het korte metten maakt met evolutionisten als Maarten ’t Hart, De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen wordt geprezen omdat het korte metten maakt met religie. Maar wie de tekst als tekst bekijkt – ik klink nu bijna net zo onduidelijk als een literatuurwetenschapper en daarom wilde ik dit stukje eigenlijk niet schrijven – ziet dat het op zichzelf enorme literaire waarde heeft.
Neem deze passage: ‘Als ik op het geheime landgoed waar ik dit schrijf een ree zie weglopen over een bruine akker, dan is de kleur van die ree een schutkleur. Als diezelfde ree door zijn witte achterwerk mijlenver zichtbaar is, dan is dat opdat zijn jongen hem beter kunnen volgen. Bij kruis wint Maarten, bij munt verlies ik.’ Net zo prachtig is de passage, even verderop, over de op vijfduizend meter diepte, door ‘toevallige’ mutaties ontstane vis die op zijn linkerzij ‘een goed gelijkend portret van Mao draagt’.

Zijn oeuvre is één groot spel, een vermenging van categorieën die bij nader inzien geen categorieën blijken te zijn. Niemand begreep wat hij precies was: wetenschapper, literator, journalist, polemist, essayist, letterkundige of columnist? Een groot schrijver in ieder geval, een soort Borges.
Ik denk niet dat Karel van het Reve gebukt ging onder zijn literaire miskenning. Volgens mij heeft hij enorm genoten van de misverstanden die zijn stukken opleverden. De boze reacties van evolutionisten, literatuurwetenschappers of christenen kon hij goed gebruiken voor volgende kunststukjes.
In In memoriam John Collier schreef hij: ‘Je hebt zeer middelmatige auteurs die erg beroemd zijn. Je hebt aan de andere kant zeer goede auteurs, die haast nooit genoemd worden. Bijna algemeen wordt aangenomen dat alles in orde komt als je maar lang genoeg dood bent.’ Dat blijkt maar weer eens.