Het narreneiland bij het warenhuis harrods kost een broodje pekelvlees of ham &sup6;12,95. oftewel 341,50

Volgende week donderdag gaat het gebeuren. De Britse verkiezingen. Twintig jaar woonde Louis Velleman in Engeland, als correspondent voor diverse kranten en tv. En dan doe je gedegen kennis op over aard en wezen van een volk. Dacht hij.
LONDEN - Zeven jaar wonen we, ik en mijn vrouw, nu weer in Nederland. En nu dus vanwege de verkiezingen weer even terug. Naar oude vrienden, de zeer Britse kleindochters, de Labour Party, de Club, de pub.

Je treft een volk aan dat er natuurlijk óók was tussen 1971 en 1990. Maar het beeld is anders. Scherper. Harder. Teleurstellender. Zou het dan toch waar zijn dat de Britten hopeloos zijn achtergebleven bij de rest van West-Europa?
Het is de politieke onvolwassenheid die het hardst op je afkomt. Wat doorgaat voor ‘de campagne’, de verkiezingsstrijd, is ontaard in wat zelfs de rustige BBC omschreef als een 'wedstrijd in moddergooien’. Noch de regerende Conservatieven van John Major, noch de Labour Party van Tony Blair komen nog toe aan het promoten van eigen programma’s: alles is geconcentreerd op de twee leiders. Tony Blair wordt door Major c.s. neergezet als een schooljongen. In paginagrote advertenties konden we Blair zien zitten op de knie van een machtige Helmut Kohl. Onderschrift: 'Laat niet een knaap het werk doen van een volwassen man.’ De Kohl-ad was zo ver beneden peil dat een ruzie binnen de Conservatieve Partij losbarstte. Kenneth Clark, de minister van Financiën, liet weten dat Kohl zijn vriend was en dat hij niets te maken wilde hebben met deze poging anti-Duits sentiment aan te wakkeren. Ook Ted Heath, de 'Vader’ van het Lagerhuis, vond de publiciteitsstunt van zijn eigen partij 'walgelijk’.
De Labour-campagne is een fractie waardiger gebleven. Maar toch: dag na dag speelt ook Labour op de man, op Major. Hij wordt onbetrouwbaar genoemd, een zwakkeling, een leugenaar, een marionet.
NORMAAL DUURT een verkiezingsstrijd in Groot-Brittannië drie weken. Major, die meer dan twintig procent achterligt in de peilingen, dacht dat een campagne van zes weken in zijn voordeel zou werken. Dat bleek een vergissing.
Want waar komt die verkiezingsstrijd op neer? Elke dag, ook zondags, beleggen de partijen in de vroege ochtend persconferenties. Keurig geregeld, met een goed kwartier tussen elke persconferentie, opdat de journalisten, een kluitje van een man of twintig, keurig in het pak, met stropdas, van de een naar de ander kunnen rennen. Ze kennen elkaar, de partijbonzen en de journalisten. Blair is Tony, Major is voor de meesten John. Ashdown van de Liberaal-Democraten is Paddy. Ze voeren gezamenlijk een spel op. De BBC zal, op de seconde uitgebalanceerd, de politici enkele soundbites lang aan het woord laten. De dagbladschrijvers zullen hetgeen wordt beweerd hoogst partijdig interpreteren - de kranten schrijven vóór of tegen. Maar wel weggestopt - tenzij er echt iets spectaculairs of iets leuks aan de orde is - op speciale binnenpagina’s. Want het trieste is dat de overgrote meerderheid van het Britse volk niet geïnteresseerd is in de verkiezingsstrijd. Het gaat langs ze heen, naar de vele extra discussieprogramma’s op de buis kijkt men nauwelijks, men vangt slechts flarden op. En voor zover men nog niet weet wat men zal gaan stemmen - als men al gaat stemmen - wordt de keus bepaald door de kwaliteit van de flarden.
Hoe politiek onrijp het Britse volk is werd me pas duidelijk in de gesprekken met mijn twee kleindochters en hun vrienden. Ze zijn 18 en 21, alle twee studerend. Ja, ze kenden de naam John Major, ze wisten vagelijk dat hij minister-president was. Tony Blair? Nee, wat doet hij? Hoeveel zetels in het Lagerhuis? Geen idee. Functie van het Hogerhuis? Wordt dat nu ook gekozen?
Een hele groep studenten van twee verschillende universiteiten bleek politiek absoluut analfabeet te zijn. Ze hadden er zelf wel een verklaring voor. Om een plaats te krijgen op een universiteit moet je minstens twee 'A-levels’ hebben. Die vergaar je op de middelbare school, en hun laatste twee jaren gaan daar volledig aan op. Kleindochter Cassy had een A-level in de Engelse literatuur en ze kon Romeo en Julia van begin tot einde declameren. Taryn met haar A-level economie en sociologie, wist alles over Adam Smith en Keynes. Maar verder geen spoor van algemene ontwikkeling of eenvoudige staatsinrichting.
De peilingen onderstrepen dit beeld: de opkomst zal laag zijn, goed zestig procent, van de kiezers onder de dertig zelfs minder dan dertig procent. Die ongeïnteresseerde generatie is de generatie die, na achttien jaar conservatief bewind, na Thatcher en Major, geen idee heeft van de historie of de functie van de Labour Party.
KLEVEN aan de macht is een algemeen politiek fenomeen, maar de Britse Conservatieven gebruiken daarvoor werkelijk machiavellistische middelen. Ze deden dat ook al in 1992, toen ze belastingverlagingen beloofden en na herverkiezing de beloften nimmer nakwamen. Desondanks roepen de Conservatieven nu in praktisch elke soundbite dat stemmen op Labour gelijk staat aan stemmen voor belastingverhogingen. En stemmen voor Labour is natuurlijk ook stemmen voor het verkwanselen van de Britse onafhankelijkheid, voor de onderwerping aan Duitsland. De derde mantra behelst dat men niet op Labour moet stemmen omdat geen enkele Labour-voorman regeringservaring heeft. Tja, zo zou nooit meer een andere partij dan de Conservatieve in Engeland kunnen regeren.
HET WEERZIEN met David Golton, ooit onze aardige en eerlijke accountant, ervoeren we als schokkend. Een heel ander persoon dan we meenden te kennen. 'Zie je, Louis, de waarheid is: we houden niet van buitenlanders, we hebben een hekel aan ze. We willen allemaal Brits blijven. We zijn anders dan de Europeanen. Beter? Ja, beter.’ Hij bleek verder voor wederinvoering van de doodstraf door ophanging, voor het geselen van voetbalvandalen en ander asociaal tuig, en voor het hanteren van het rietje op scholen. En hij was ervan overtuigd dat John Major de verkiezingen toch nog zou winnen: 'Je zult zien, op het laatste moment zal dit volk voor Engeland kiezen.’
Een uitzondering, deze toch zo fatsoenlijke David Golton? Ik ben bang van niet. Zowel de Conservatieven als Labour gaan tot in het absurde bij het speculeren op het xenofobische onderbuikgevoel van de massa. Volgens de opinievorsers staat voor een meerderheid van het Britse volk vast dat doorgaan met Europa neerkomt op het inleveren van een stuk onafhankelijkheid, het overdragen van macht aan bureaucraten in Brussel, culminerend in het inruilen van het pond sterling voor de euro, het inleveren dus van het symbool van onafhankelijkheid.
Conservatieven en Labour zeggen te zullen bestuderen of het zinnig is de eigen munt los te laten en in de Emu te stappen. Indien wordt besloten dat te doen, zal het parlement een wet moeten aannemen. Die wet zal daarna worden onderworpen aan een referendum. Vanwaar dan toch de opstand tegen Major in zijn eigen partij? Het volk immers zal beslissen! Niets staat nu vast. En toch eisen ineens zelfs Conservatieve ministers dat nu al wordt besloten: nooit ofte nimmer.
Waarom dit extreme standpunt? 'Een principiële zaak’, roepen de rebellen. En over principes kun je niet onderhandelen. De waarheid is natuurlijk dat de anti’s denken dat anti-Europees zijn stemmen oplevert. Ze speculeren, alweer, op de diepliggende aversie tegen alles wat niet Brits is.
Voor de toekomst van de Europese Unie kan het electorale gesol vergaande consequenties hebben. Een referendum over de Emu zal, tenzij de stemming volledig omslaat, een 'nee’ opleveren. Met als resultaat dat het Verenigd Koninkrijk, een van de belangrijkste commerciële partners in de Unie, op een zijspoor zal belanden, mogelijk zelfs geheel buiten de Unie. Het referendum kan dus een crisis veroorzaken, niet alleen voor Engeland. Die Europese crisis zal een direct gevolg zijn van de strijd om de Britse macht van 1997.
OP KORTE TERMIJN zal er na een zege van Labour wel iets veranderen. Tony Blair zal in juni in Amsterdam de sociale paragraaf van het Verdrag van Maastricht aanvaarden en misschien akkoord gaan met versoepeling van het vetorecht. Labour zal ook een minimumloon invoeren, de hoogte daarvan zal - volgens de angstmachine van de Conservatieven - door ambtenaren in Brussel worden vastgesteld.
Het 'sterke Britse pond’ is een ander wapen van de Conservatief, een verkiezingskreet waar de Labour-oppositie niet goed raad mee weet. Ook hier wordt de onderbuik van het volk aangesproken: vakanties in het buitenland zijn nooit zo goedkoop geweest, heet het. De waarheid is dat de Britse export ernstig stagneert en dat Engeland een belachelijk duur land is geworden. Het is zichtbaar in het warenhuis Harrods. Daar kost aan de bar, op een kruk, een broodje met pekelvlees of ham 12,95. Oftewel 341,50. Een glaasje wijn erbij kost 319,20. De Schotse biefstuk doet 398,50 per kilo. Geen personeelslid van Harrods kan zich permitteren ooit iets in de eigen zaak te kopen. Het uurloon is 313,20 bruto (4,15). Harrods is zeker niet de slechtst betalende werkgever; in de hotelbranche worden uurlonen betaald van minder dan tien gulden.
Er is na achttien jaar conservatief bewind een grote onderklasse ontstaan van kleurlingen uit Azië en Afrika. Een onderklasse die door beide partijen wordt verwaarloosd - slechts een miniem percentage van de onderklasse gaat namelijk stemmen. Het is deze mengelmoes van nieuwe slaven die de plaats heeft ingenomen van de oude arbeidersklasse. Die is niet verdwenen. Die is opgeschoven, verdund. New Labour onder Tony Blair is hier niet de oorzaak van, New Labour is er het gevolg van.
Praktisch alle politieke schrijvers zijn het erover eens dat Tony Blair aan het hoofd staat van een centrumpartij die qua doelstellingen nauwelijks verschilt van de Conservatieve Partij. New Labour is mogelijk een fractie minder anti-Europees dan de Conservatieve Partij, maar niettemin: anti-Europees. Ook Labour veroordeelt niet het verbranden van Europese vlaggen door vissers, ook Labour zal vechten tegen het Europese visserijbeleid.
KEN BARBER is een van onze oude buren. Een filosofisch ingestelde, milde conservatief, voor zijn pensionering bestuurder van de Midland Bank. Hij zal natuurlijk conservatief stemmen. Maar hij is triest, hij vindt dat zijn gedegen, fatsoenlijke, principiële Conservatieve Partij niet meer bestaat. De partij is verloederd.
We hebben deze week in Engeland meer vrienden en kennissen gesproken. De onderwijzer, de kleermaker, de pubvrienden. En steeds weer was daar het gevoel: wat weten ze weinig. Op een enkele uitzondering na ontvangen ze alleen Britse televisiestations en niet eens allemaal. Kabel is er nog erg weinig, uit de lucht haalt men met enige moeite de BBC en ITV. Engeland is niet alleen fysiek maar ook mentaal een eiland gebleven.
De grote massa moet het met twee pamfletkranten doen, Sun en Mirror. Maar zelfs de kwaliteitskranten passen het nieuws aan en schrijven wat de lezers verwachten. Dus ook over de 'wandaden’ van de bureaucraten in Brussel. Dag in, dag uit.
De verkiezingsmachinerie van Labour is gehuisvest in de Millbank Tower. Onwennig deftig in vergelijking met het knusse gedoe in het oude gebouw op Smith Square. De grote man achter de Labour-campagne is Peter Mandelson. Hij is jong, fris en parmantig daadkrachtig, maar hij kan beter niet voor de tv-camera’s komen. Hij straalt niets uit, hij gebruikt te veel een fabrieksglimlach. We horen dat we heel misschien een dag mee kunnen met de bus van Tony Blair. Maar dat kost wel vijfhonderd pond, zestienhonderd gulden. Te duur? dan is er nog de volgbus, voor driehonderd pond. Of anders een halve dag, voor honderdvijftig pond. Nou nee, bedankt, New Labour.
In de pub treffen we een buschauffeur die zegt uit woede Conservatief te zullen stemmen. Tony Blair heeft, vindt hij, het socialisme en de arbeidersklasse verraden. Maar de oude, volrode en niet verkleurde achterban van vakbondsleiders houdt zich opmerkelijk stil. Het ideaal, de macht aan de partij, is nabij. Nog een paar nachtjes slapen. Daarna? Het minimumloon moet minstens vijf pond per uur worden, zestien gulden. Zes pond, misschien zeven. Een enkele oudgediende uit de Labour-bureaucratie zegt (fluisterend) vurig te hopen dat de meerderheid in het Lagerhuis niet te groot zal worden. Alleen dat zal de vakbonden in toom houden.
HET LONDENSE straatbeeld is veranderd. In 1971 waren er nog geen terrassen, in 1990 een paar. Nu zijn ze niet meer te tellen. In Oxfordstreet op de trottoirs riekende loempiakramen, hotdogs, appelbollen. Bloemen- en fruitstalletjes. En op een doordeweekse dag een enorme mensenmassa. Overal. In het hele Westend. Het is duidelijk: de relatieve welvaart loopt op straat. Een in hoofdzaak blanke welvaart. Heel weinig allochtoon uitziende mensen.
En er is in Central Londen nòg iets veranderd: de stank. Het kan zijn dat we, wonend in dorps Brabant, verwend zijn, maar we vinden alle twee de stank in Londen nu onverdraaglijk.
Destijds waren we lid van de zeer exclusieve Royal Automobile Club. Een schitterend gebouw op Pall Mall. Clubleden kunnen er lunchen, dineren, roken, biljarten, zwemmen, gymnastiek doen, slapen, naar de sauna, naar het Turks bad. Je wordt niet zomaar lid van zo'n club. Strenge ballotage. Wachttijd tot een jaar. En, heeft de secretaris me laten weten, nu ik het lidmaatschap niet heb verlengd, ben ik niet meer welkom. Clubregels. Toch zomaar de Club binnengelopen. De barkeeper deed enthousiast. Margaret, de dienster, kwam omhelzen. Zij zijn natuurlijk geen Engelsen, Engelsen doen dat niet. De drinkende heren, bijna allen in krijtstreepkostuum, worden in de Club bediend door buitenlanders.
In het zeldzaam mooie en peperdure restaurant kwam de maître bijpraten, in het Frans natuurlijk. En we hoorden dat de hele staf nu uit buitenlanders bestaat, allemaal gediplomeerd, vakmensen zijn in Engeland niet te vinden. In de club was verder niets veranderd. In de smokingroom stonden de oude leren fauteuils er nog net zo bij als vroeger. En ze zullen er over tien of twintig jaar nog staan. En ik realiseerde me: dit is een facet van Engeland dat, al regeert Tony Blair dertig jaar, onaangetast zal blijven voortbestaan. Dit is misschien wel het echte Engeland. Ze tolereren op zo'n club buitenlanders voor zover ze knechtfunties vervullen.
MET VLIEGTUIGEN, helikopters en autobussen trekken de politieke sterren elke dag dus door het land. De tochten naar de marginale kiesdistricten zijn vervelend. De camera’s reizen mee, maar aangezien elk bezoek verloopt volgens hetzelfde strakke draaiboek, hadden de tv-makers het na een paar dagen wel gezien. Er moet echt iets uitzonderlijks gebeuren - struikelen, vallen, ruzie, ingrijpen politie, veiligheidsprobleem, wandelen met hondje - willen Blair of Major als straatpropagandisten nog het nationale nieuws halen. Ook hier blijkt dat de zesweekse campagne een grove vergissing van Major was.
En ach, daar zijn nog de Liberaal-Democraten, de Libdems. De derde partij, maar door het ondemocratische kiesstelsel - eenvoudige meerderheid genoeg voor de districtszetel - is alle programmatische praat van de Libdems over wat ze als regeringspartij zullen gaan doen, onzin. Ze willen de inkomstenbelasting met één procent verhogen ten gunste van het onderwijs, ze willen het kiesstelsel wijzigen. En al wordt daarover bij Labour nooit gerept: wijziging van het kiesstelsel wil ook Tony Blair. Toch naar een vorm van evenredige vertegenwoordiging.
Volgende week donderdag gaat het gebeuren. Men kan rustig stellen: de belangrijkste verkiezingen in zeker dertig jaar. Niet alleen zal er, tenzij er een wonder gebeurt, een eind komen aan een bewind dat in achttien jaar honderden miljarden verspilde (het geld van de privatiseringen, het is opgeconsumeerd) en dat, geteisterd door corruptie, gaat eindigen.
Ook voor de toekomst van Europa kunen de verkiezingen een keerpunt zijn. Op het continent kan men alleen maar hopen dat het, voor zover het voor of tegen Europa gaat, zal meevallen. Want een Europa zonder Engeland is niet compleet. Is eigenlijk ondenkbaar. Engeland hoort erbij. Als het moet in de functie van hofnar. De nar moet je nooit iets kwalijk nemen.