Het nationale erin rommelen

Het beste woord van deze eeuw is tot dusver erin rommelen. De laatste druk van de grote Van Dale (1999) heeft het niet, evenmin als de digitale versie. Toch begrijpt in 2010 iedereen wat ermee wordt bedoeld. Het is een methode, vooral in de politiek gebruikt, om het land op een onoverzichtelijke manier verplichtingen te laten aangaan waardoor het in een situatie terechtkomt die niemand heeft voorzien en die voor alle partijen nadelig is. Veel te laat wordt dit door alle betrokkenen beseft, waarna vanzelfsprekend iedereen wil weten waaraan we die vruchteloosheid te danken hebben. Een commissie krijgt de opdracht binnen een half jaar de onderste steen boven te brengen. En dan blijkt dat al onze leiders voortdurend van de hoogste beginselen vervuld zijn geweest. Niemand heeft schuld. We zijn er met ons allen ingerommeld. Het woord is bij mijn weten voor het eerst gebruikt door Jan Pronk, op 4 september 2007, toen hij zei dat Nederland ‘op schandelijke wijze de Irakoorlog was ingerommeld’. Hij noemde Balkenende een leugenaar. Daarvoor heeft hij later zijn excuses gemaakt, maar het erin rommelen bleef gehandhaafd. Dank Jan Pronk.
Op 12 januari is het rapport van de commissie-Davids over de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog tegen Saddam Hoessein verschenen. De voornaamste conclusie is dat er geen deugdelijke volkenrechtelijke grond was om de aanval te steunen. De minister-president had bovendien andere dingen aan zijn hoofd. Hij moest voor een conferentie naar Zuid-Afrika en liet het probleem-Irak aan minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer over. Ook door Balkenende’s nonchalance, zijn gebrek aan kennis over het verschijnsel oorlog in het algemeen en Irak in het bijzonder, zijn we zijdelings terechtgekomen in de enorme problematiek die door deze oorlog werd ontketend. Nederland is juridisch medeplichtig geworden aan de bevrijding van Irak, dat wil ook zeggen: de dood van omstreeks honderdduizend Iraakse burgers, de emigratie van anderhalf miljoen mensen en de nog altijd rokende puinhoop met de bomaanslagen die per maand tientallen burgers het leven kosten.
Op de catastrofale gevolgen van de aanval gaat de commissie-Davids niet in. Dat hoorde niet tot de opdracht. Misschien had een parlementaire enquête nadere opheldering kunnen brengen, maar zoals dan in de bakermat van het erin rommelen wordt geroepen: te zwaar middel! Daaruit blijkt dat we niet alleen weten hoe het erin rommelen in zijn werk gaat, maar dat de experts op dit gebied ook goed weten hoe ze zichzelf er weer uit kunnen rommelen.
De liefhebbers hebben geluk. Op het ogenblik zijn er drie klassiek Nederlandse in- en uitrommel-processen aan de gang. Onze aanwezigheid in Afghanistan is opnieuw in een volgende fase terechtgekomen en hetzelfde geldt voor de aanleg van de Noord/Zuidlijn en de aanschaf van de Joint Strike Fighter, de JSF, als vervanger van de F16.
Sinds de Amerikanen onder president Bush na 11 september met de Taliban afrekenden, is Afghanistan het toneel van mislukte experimenten. Van 2006 af is de Nederlandse militaire missie in Uruzgan onder verantwoordelijkheid van twee kabinetten-Balkenende daarin deelgenoot geweest. Onze opbouwmissie werd tot vechtmissie. Eerst werd door minister Van Middelkoop bezworen dat we in 2008 zouden vertrekken. Terwijl de experimenten voortduurden en de Taliban zich met succes reorganiseerden, werd in Den Haag besloten om nog voor twee jaar bij te tekenen. En nu, nadat enkele Amerikaanse ministers met Den Haag hebben gebeld, is daar het volgende stadium van het erin rommelen aangebroken. CDA en PvdA zijn het er, terwijl ik dit schrijf, al bijna over eens: de vecht- en opbouwmissie zal tot trainingsmissie worden omgebouwd. Bovendien vinden de Uruzganen het fijn dat wij er zijn. Die kunnen we dus niet in de steek laten. Aan het feit dat over de grote strategie in Afghanistan uitsluitend door Washington wordt beslist, heeft Den Haag geen boodschap.
Het volgende inrommelproject is van een andere orde. Voor de verouderde F16 moest een vervanging worden gevonden. Na jaren van discussie werd gekozen voor deze hyperjager, de JSF. Zoals het bij dergelijke projecten gaat: er waren tegenvallers, de constructie liep vertraging op, alles werd duurder, maar daartegenover stond een geweldige groei van de Nederlandse werkgelegenheid en het vooruitzicht dat in de eventueel komende oorlog de luchtmacht zijn mannetje kon staan. Welke oorlog? Wat doe je met de JSF tegen een terrorist met een bom in zijn onderbroek, wat tegen bermbommen, tegen mensen die zichzelf op de markt laten ontploffen? Staatssecretaris Jack de Vries is al jaren bezig zich op de vorige oorlog voor te bereiden. Hoe hij dat doet, met de hulp van welke onbetwijfelbare deskundigen, tegen welke kostenverhogingen wordt misschien door de volgende commissie-Davids uitgezocht.
Over het weergaloze inrommelproject de Noord/Zuidlijn heb ik het een volgende keer. Waar, denk je, komt de achterdocht, dat diepe ongeloof in onze politiek toch vandaan?