Het Turkse referendum

Het Nederlandse ‘ja’

Hoe kiezen Turkse Nederlanders tussen Erdogans evet (ja) en hayir (nee)? Het ja-kamp houdt de keuze simpel: ‘Steun je Turkije, dan stem je ja.’

Medium hh 64837492
Den Haag, 5 april. Nederlandse Turken doen mee aan het Turkse referendum © Peter Hilz / HH

Ismail Sarikaya heeft maar een paar uurtjes geslapen als hij de bakkerszaak van zijn zoon in Amsterdam-Oost opent. De lange nacht ervoor ontbrandde de diplomatieke rel tussen Turkije en Nederland. De Turkse minister van Familiezaken Fatma Betül Sayan Kaya was niet welkom op het Turkse consulaat in Rotterdam. Nadat ze het land uit was gedirigeerd, raakten demonstranten slaags met de politie. Sarikaya was ook op weg naar Rotterdam om zijn steun aan minister Kaya te betuigen, maar omdat de politie de weg naar de havenstad had afgesloten moest hij rechtsomkeert maken.

Net als na de mislukte couppoging van afgelopen zomer leidden de taferelen van met Turkse vlaggen zwaaiende Turkse Nederlanders tot verontwaardigde reacties in de Nederlandse politiek en media. Hoe kon het toch dat Turkse Nederlanders die hier alle vrijheid genieten zich zo verbonden voelen met een autoritaire leider meer dan drieduizend kilometer verderop?

Sarikaya, die in de late jaren zeventig als gastarbeider naar Nederland kwam, keek tot drie uur ’s nachts naar de Turkse televisie en is de ochtend erna nog steeds in shock. ‘Door de minister niet in haar eigen consulaat toe te laten zei de Nederlandse regering niet alleen tegen haar, maar ook tegen de tachtig miljoen mensen die ze vertegenwoordigt: “Jullie zijn hier niet welkom”.’ Dat gevoel dringt zich de laatste jaren steeds sterker aan hem op, maar nog nooit zo sterk als na ‘Rotterdam’, vertelt hij.

In de weekeinden springt hij bij in de bakkerszaak van zijn zoon, doordeweeks staat hij op de markt in Beverwijk. Hij is, kortom, een hard werkende Turkse Nederlander. ‘Ik betaal al veertig jaar netjes mijn belasting. Tot gisteren voelde ik me thuis in Nederland, maar nu niet meer.’ Bij de vorige verkiezingen stemde hij op de vvd. ‘Maar nu zeg ik tegen mezelf: “Had ik m’n arm maar gebroken, en niet op Rutte gestemd”.’ DENK en ‘ja’ zijn zijn voorkeuren bij twee belangrijke verkiezingen in een maand tijd.

Financieel adviseur Selim Sahin (36) bracht onlangs zijn stem uit in Antwerpen. Hij is geboren in Nederland, maar bracht zijn jeugd door in Turkije, waar hij de basisschool doorliep. Onlangs is hij zijn eigen onderneming gestart. Op zijn kantoor in Oudenbosch, op een steenworp afstand van de indrukwekkende basiliek in de Noord-Brabantse plaats, vertelt hij over zijn keuze om ja te stemmen. Hij trekt zich weinig aan van de kritiek die stelt dat Erdogan met dit referendum een dictatuur vestigt. ‘Ze zeggen al sinds 2007 dat Erdogan een dictator is, nu zeggen ze dat hij straks een dictator wordt. Wat is het nou?’

Volgens Sahin maken veel mensen de denkfout dat het referendum om Erdogan draait. ‘Maar de grondwetswijziging is bedoeld voor de situatie ná Erdogan’, legt hij uit. ‘Als Erdogan weg is, dan moet het land stabiel achtergelaten worden. Het gaat om het landsbelang.’

Op sociale media delen Turkse Nederlanders gretig afbeeldingen waarop het nee-kamp gelijkgeschakeld wordt aan Gülen, de pkk en IS. De campagne van het ja-kamp, met een focus op vijanden van buiten, heeft ertoe geleid dat veel stemmers een ja-stem bij het referendum interpreteren als een stem voor het land. Steun je Turkije, dan stem je ja. Doe je dat niet, dan hoor je bij mensen die het land willen verdelen en zwak willen houden. In deze simpele dichotomie zijn stemmers niet of nauwelijks geïnteresseerd in de exacte voorgestelde grondwetswijzigingen. Op het stembiljet zijn slechts de woorden evet (ja) en hayir (nee) te vinden, zonder een verdere toelichting waar voor of tegen gestemd wordt.

‘Ze zeggen al sinds 2007 dat Erdogan een dictator is, nu zeggen ze dat hij straks een dictator wordt. Wat is ’t nou?’

Om het Turkije van vandaag te begrijpen moeten we volgens Sahin terug in de tijd. ‘Tot 2001 had een elite het voor het zeggen. Terwijl regeringen omvielen vanwege coalitievormingen en belangenverstrengelingen profiteerde de elite van het wanbestuur.’ Ook het leger en de ‘ambtelijke instellingen’ behoren tot de elite, vindt Sahin. ‘Maar sinds Erdogan is daar verandering in gekomen. Het Turkse volk profiteerde mee, de oude heersers moesten macht inleveren. Het kartel is verbroken en met deze grondwetswijziging wordt hun macht verder afgezwakt.’

Het is een verhaal dat breed gedeeld wordt in de Turkse gemeenschap in Nederland, waarvan het grootste deel (van de ouders of grootouders) uit Centraal-Anatolië komt. Het conservatieve, lang genegeerde hart van het land is ook het gebied waar de akp en Erdogan hun machtsbasis aan ontlenen. Vrome moslims uit dat gebied, die het juk van de seculiere staat gewend waren, kwamen in de regeerperiode van de akp geleidelijk terecht in het centrum van de politieke macht. Dat gebeurde onder leiding van Erdogan die zich als voorvechter van het opkomende religieus-conservatieve deel van de samenleving opwierp.

Dat hij in zijn jeugd als straatventer de eindjes aan elkaar moest knopen, maakt dat zijn aanhangers hem als een inspirerend voorbeeld zien. Het verhaal van de man die zich vanuit het niets tot almachtige president heeft opgewerkt spreekt niet alleen in Turkije, maar ook in de Turkse diaspora tot de verbeelding.

Sahin, vader van drie kinderen, voelt zich geen tweederangsburger in Nederland, maar bemerkt wel een toenemende vijandigheid tegenover Turkije. Dat dwingt hem om op te komen voor Erdogan. ‘Kijk maar naar de Turken die de afgelopen weken in de media mochten spreken: Fidan Ekiz, Ebru Umar, Sinan Can zelfs meerdere keren. Hoeveel ja-stemmers zijn er uitgenodigd?’ vraagt hij retorisch.

Voor hem was ‘Rotterdam’ een bevestiging dat er wat betreft Turkije met twee maten gemeten wordt. ‘Ik zou respect hebben voor het besluit om de minister te weigeren als er van tevoren werd gezegd dat niemand campagne mocht voeren. Maar wanneer je ziet dat pkk-sympathisanten speeches mogen houden voor het nee-kamp, met pkk-vlaggen en afbeeldingen van Öcalan op de achtergrond, en een Turkse minister van een Navo-land niet mag spreken – dat is toch ongelooflijk?’

De Oudenboschenaar vindt het onterecht dat Turkije langs dezelfde rechtsstatelijke meetlat wordt gelegd als Europese landen. Het harde optreden van Erdogan moet volgens Sahin worden toegeschreven aan de buitengewoon moeilijke omstandigheden waaronder zijn regime zich staande moet houden: de noodzaak om de nog talrijke terreurgroepen in het land te bestrijden, de oorlog in Syrië, de vijandigheid van de westerse wereld. ‘Op dit moment is het veiligheid boven alles. Stel je voor dat er in Nederland een staatsgreep gepleegd zou worden. Dan zou er hier ook geen vrijheid zijn.’

De conservatieve politieke voorkeur van veel Turkse Nederlanders komt voor de sociologe Elif Keskiner niet uit de lucht vallen. De al aanwezige infrastructuur is door de akp slechts gebruikt om stemmers te mobiliseren, zegt de wetenschapster die is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Vanaf de jaren zeventig mobiliseerden organisaties als Milli Görüs een aanhang onder migranten in Europa. Het geld dat ze ophaalden in Duitsland en Nederland werd aanvankelijk gebruikt om de politieke beweging in Turkije te versterken.’ Toen de akp, die dezelfde religieuze wortels heeft als Milli Görüs, aan het begin van deze eeuw aan de macht kwam, besefte ze dat er in Europa een enorm kiezerspotentieel te winnen was. Het duurde tot 2014 voordat dat echt benut werd.

‘Al die oorlogen de afgelopen honderd jaar in het Midden-Oosten, die had je niet toen Turkije het voor ’t zeggen had’

Bij de presidentsverkiezingen in dat jaar, waarbij Erdogan de eerste gekozen president van Turkije werd, konden buiten Turkije woonachtige Turkse staatsburgers voor het eerst ook in het land waar ze wonen stemmen. In Nederland steeg de opkomst sindsdien gestaag dankzij het werk van aan de Turkse staat gelieerde organisaties. Moskeeën hielpen bijvoorbeeld met het controleren van de stemgerechtigdheid en er werd vervoer naar de stemlocaties geregeld.

In 2014 maakten nog slechts 17.000 (zeven procent van de stemgerechtigden) Turkse Nederlanders gebruik van hun stemrecht. Bij de twee parlementsverkiezingen in 2015 steeg dat percentage naar 33 en 47. Bij het grondwetsreferendum van vorige week kwam bijna de helft van de stemgerechtigde Turkse Nederlanders (120.000 stemmers) opdagen. In totaal spraken 1,4 miljoen Turkse staatsburgers in het buitenland zich uit in het referendum. Op de 54 miljoen kiesgerechtigden in Turkije schijnbaar een klein aantal, maar omdat de steun voor Erdogan in het buitenland groot is zou het net het verschil kunnen maken.

Met zijn Feyenoord-shirt, lange baard en islamitisch hoofddeksel is Selçuk Özdemir (43) een kleurrijke verschijning. Hij geniet van de voorjaarszon voor het gebouw van de Islamitische Stichting Nederland in Rotterdam-Zuid. Het gebouw wordt beheerd door het Turkse Presidium van Religieuze Zaken, ook wel bekend onder de naam Diyanet. Met staatsambtenaren bemant het Turkse moskeeën in Nederland. Binnen in het theehuis vertelt Özdemir dat je als Turkse Nederlander niet om het referendum heen kunt. ‘Je hoeft niet eens naar de Turkse media te kijken. De aandacht in Europa is overweldigend. Als de hele wereld zich ermee bemoeit moet het wel belangrijk zijn.’

In de ogen van Özdemir gaat het referendum over méér dan een politieke stelselwijziging in Turkije. ‘Een sterker Turkije betekent ook vrede voor de regio. Al die oorlogen de afgelopen honderd jaar in het Midden-Oosten, die had je niet toen Turkije het voor het zeggen had.’ Tijdens de zestiende en zeventiende eeuw bestond de zogeheten Pax Ottomana, een periode van relatieve stabiliteit in de veroverde provincies van het Ottomaanse Rijk. Wanneer Özdemir een slok neemt van zijn thee valt zijn ring op, met daarop een Ottomaanse tughra, de kunstig gekalligrafeerde handtekening van de sultan.

Juist nu Turkije weer een invloedrijke internationale mogendheid is, willen duistere krachten het land verdelen en naar de afgrond brengen, meent Özdemir. ‘Het is verdeel-en-heers, maar Turkije steekt daar nu een stokje voor. De mislukte staatsgreep van vorig jaar was een poging om het land te verdelen. Elke staatsgreep in het verleden werd gesteund door de Amerikanen en de Britten. Achteraf zeiden ze tegen elkaar “our boys did it”.’

‘Het is belangrijk om ook naar de veranderende houding van de Nederlandse politiek te kijken’, zegt onderzoekster Keskiner. Ze herinnert zich nog goed hoe ze tijdens de Gezi Park-protesten in 2013 met honderden anderen een maand lang dagelijks op het Beursplein in Amsterdam aandacht vroeg voor het autoritaire leiderschap van Erdogan. ‘Nederlandse politici zeiden toen tegen ons: “Erdogan doet het economisch prima en Nederland is een belangrijke investeerder in Turkije.” En ook in de media kregen we nauwelijks aandacht.’

Nu de Turkse economie minder aantrekkelijk is en het land internationaal steeds verder geïsoleerd raakt koos de Nederlandse regering tijdens de eigen verkiezingscampagne wel voor een confrontatie met Erdogan. Het legde Rutte geen windeieren. En in het paasweekeinde hoopt ook Erdogan electoraal van de diplomatieke crisis te gaan profiteren. De crisis trok veel Turkse Nederlanders over de streep om de leider die hen wel wil aan zijn gewenste presidentiële systeem te helpen.

‘We zijn een politieke speelbal geworden’, verzucht Ismail Sarikaya in de bakkerszaak van zijn zoon. Keskiner is het met hem eens. Bij het door beide leiders aangewakkerde wij/zij-denken trekken de Turkse Nederlanders aan het kortste eind, meent de wetenschapster. De trots die Turkse Nederlanders aan Erdogan ontlenen is volgens haar niet veel waard: ‘Erdogan kan het niets schelen wat er met de tweede generatie hier gebeurt. Hij heeft geen enkel effect op hun dagelijks leven. Hij kan ze geen baan of opleiding geven. Dat zijn structurele problemen in Nederland die hier aangepakt moeten worden.’