Het nieuwe ajax-gevoel

Ajax moet een grote familie worden, vond de voorzitter. En een familie werd het. Gebroederlijk trotseren de spelers de dwangbevelen van de KNVB. De supporters lopen over van familiaire saamhorigheid. En gezusterlijk storten hun vrouwen zich op de Miss-Ajaxverkiezingen.

‘AJAX, AJAX is okee! Aa, jee, aa, iks, de rest die doet ons niks!’ Uit de speakers van het Olympisch stadion schalt het nieuwste Ajax-lied en vijftigduizend kelen brullen hartstochtelijk mee. De competitietopper tegen Feyenoord moet nog beginnen, maar de Ajax-supporters vieren alvast een feestje. Door heel het stadion haken de mensen de armen in elkaar en deinen ze als een geoliede machine mee op het carnavalsritme. Nadat de stadionspeaker de heilige namen van de Ajax-elf heeft omgeroepen, telt vak J eendrachtig terug van tien naar een: het signaal voor de Ajax-aanhang om geroutineerd de wave in te zetten.
Het Ajax-legioen heeft ook alle reden tot jolijt. Heel Europa kijkt met afgunst en bewondering naar de Amsterdamse topclub. Ajax bulkt van het geld, het voetbaltalent en het sportieve succes. In de voetbalwereld, waar het geheugen doorgaans niet verder reikt dan de laatste wedstrijd en de visie niet verder dan de komende, maalt niemand er meer om dat de club amper vijf jaar terug het spoor volledig bijster was. Het vlaggeschip van het Nederlandse clubvoetbal raakte onder voorzitter Ton Harmsen op een bedenkelijke koers. In zijn pogingen het Ajax-budget op Spaanse en Italiaanse hoogten te brengen, parkeerde hij de club in de schemergebieden der fiscale wetgeving. Iets wat de Fiod uitnodigde tot een inval in de Meer, compleet met handboeien en bijthonden.
Daarnaast vervreemdde brombeer Harmsen het hart van de club - de supporters - door ze te behandelen als ongenode gasten en zich geheel te richten op het binnenhalen van vette sponsors. Terwijl de rode loper uitging voor cassettefabrikant TDK en automerk Citroen, zat de gewone man in de schaduw van de skyboxen te verpieteren achter roestig prikkeldraad. Alwaar hij ook nog eens moest toezien hoe het eerste elftal kwalitatief uitdunde omdat Harmsen en de zijnen beknibbelden op spelerssalarissen.
Toen het huidige bestuur onder leiding van Michael van Praag in 1989 aantrad, was de relatie tussen club en supporterschare killer dan ooit. Jan Buskermolen, manager van de supportersvereniging Ajax: 'De eerste taak van het nieuwe bestuur was het herstellen van de band met de achterban. Er moest een supportersbeleid komen, want onder Harmsen was er maar een beleid: zet de fans op een boot, vaar ze het Noordzeekanaal af en trek de stop eruit.’
Weldra stond Ajax-voorzitter Van Praag oog in oog met de gevolgen van dit afzinkbeleid. Er ging vrijwel geen week voorbij of de Ajax-fans verbouwden stadions, winkelcentra, auto’s en treinstellen. Dieptepunt was de Europacupwedstrijd tegen Austria Wien, toen Van Praag vanaf de eretribune moest toezien hoe een verdwaasde hooligan namens de Ajax- aanhang een ijzeren staaf tegen de rug van de Oostenrijkse keeper slingerde. De internationale voetbalfederatie Uefa sloot Ajax voor een seizoen uit van Europees voetbal, waardoor de Amsterdammers voor het eerst in de geschiedenis ontbraken op dat toneel.
Op dit cruciale moment in de clubgeschiedenis onderscheidde Van Praag zich van het gros zijner vakbroeders. Hij weerstond de verleiding om zich aan te sluiten bij het koor van blatende clubpresidenten, die na iedere ontsporing van de eigen supporters reflexmatig richting politie, KNVB of samenleving wezen. Van Praag vond dat de club zelf verantwoordelijk was voor de eigen supporters en de orde in het eigen stadion.
AFKOMSTIG UIT een warm Ajax- nest - vader Jaap hanteerde de voorzittershamer tijdens de gloriedagen in het begin van de jaren zeventig - zocht Michael de oplossing niet in scherper prikkeldraad, langere knuppels, rubberkogels en het modernste Israelische traangas, maar in het reanimeren van het ouderwetse clubgevoel. Ajax moest een familie worden: hecht, gezellig en solidair. Een familie waarin probleemkinderen niet alleen door het ouderlijk gezag gecorrigeerd worden, maar ook door de overige kinderen.
Want familiehoofd Van Praag vraagt verantwoordelijkheidsbesef tot op de staantribune. In Ajax Life, het orgaan van de officiele supportersvereniging, richtte hij zich met de volgende woorden tot een booswicht die een strijker had laten knallen in het stadion: 'Waarom doet u zoiets? Is dat uw manier om ons te laten weten dat u er bent? Vindt u nou echt dat u zoiets in ons stadion moet kunnen doen? Wij vinden van niet. U brengt uw club en uw medesupporters in gevaar en dat accepteren uw club en uw medesupporters niet van u! Het is dan ook aan uw medesupporters om tijdig te signaleren dat u iets dergelijks van plan bent en zij zouden dat ter plekke dienen te voorkomen. Het is aan ons om ervoor te zorgen dat u niet langer toegang tot ons stadion heeft, want personen die zich gedragen zoals u zijn geen Ajacieden en horen hier dus gewoon niet thuis.’
Toen Van Praag aan het hoofd van de bestuurstafel plaatsnam, bestond er geen officiele supportersvereniging. Fans die hun clubliefde in georganiseerd verband wilden belijden, waren aangewezen op het los van de club operende De Ajacied. Buskermolen: 'Dat was het initiatief van een slimme drukker. Je betaalde vijfentwintig gulden contributie en het enige wat je ervoor terugkreeg was een flutblaadje dat een paar keer per jaar uitkwam. Omdat die vent dat blaadje in zijn eigen drukkerij maakte, hield-ie er een ton per jaar aan over. Die stak-ie in eigen zak. Het vorige bestuur liet dat soort dingen op hun beloop.’
Zo niet het nieuwe Ajax-bestuur. Na vergeefse pogingen om De Ajacied in het gareel te krijgen, stampte het een eigen supportersvereniging uit de grond, die officieel gelieerd was aan de AFC Ajax. Als succesvol ondernemer schoeide Van Praag de vereniging op een moderne service- en klantgerichte leest. Erop toeziend dat geen potentiele klant werd overgeslagen, creeerde hij de eerste landelijke supportersvereniging met maar liefst zesentwintig regio’s. Voortaan wist ook de Zeeuws- Vlaamse, Zuidlimburgse en Amelandse Ajacied zich opgenomen in de warme boezem van de Ajax-familie.
Volgens manager Buskermolen zit ieder lid van de supportersvereniging voor een dubbeltje op de eerste rang: kleurige Ajax-bladen, voorrang bij de kaartverkoop, kloeke reisarrangementen naar uit- en thuiswedstrijden, een gratis clubpas. Wie zegt daar nee tegen? Inmiddels maakt de supportersvereniging een stormachtige groei door. Met bijna vijftigduizend contribuanten is ze verreweg de grootste van het land en streefde ze zelfs de gerenommeerde achterban van Bayern Munchen (34.000 leden) ruimschoots voorbij.
Buskermolen: 'Naast dit prachtige pakket bieden we ook veel gezelligheid. Zo organiseren wij en de regio’s voor elk wat wils: van een klaverjasavond tot een zaalvoetbaltoernooi. En op het moment zijn we zelfs bezig met een landelijke Miss-Ajaxverkiezing. De finalisten worden straks hostessen in de business- lounge van het nieuwe stadion.’
Niet verwonderlijk dat elk meisje met een Ajax-hart staat te trappelen om deel te nemen. Zo lezen we in Ajax Life: 'De supportersvereniging heeft teleurgestelde telefoontjes gehad van kandidaat-missen die niet zouden voldoen aan de minimale lengte van 1 meter 65 en zich daardoor niet konden opgeven voor deelname. Bij deze stellen wij dat enkele centimeters verschil in lengte niet doorslaggevend zullen zijn voor deelname.’
Afvalsters kunnen zich altijd nog storten op de contactadvertenties in het blad. Zo is de 25-jarige Marco Verdult op zoek naar een meisje om een relatie mee op te bouwen. 'Ze moet net als ik van Ajax houden, zodat we samen naar wedstrijden kunnen gaan.’ Raymond Schilperoort is iets kritischer: 'Hallo, ik ben Raymond en ik zoek een leuke spontane meid tussen de 20 en 25 jaar die met mij de wedstrijden van Ajax wil bezoeken.’
Wie dagelijks snakt naar de laatste nieuwtjes rond Marc Overmars, Louis van Gaal en - niet te vergeten - de Miss-Ajaxverkiezing, kan op de hoogte blijven via een teletekstpagina op RTL4 en een 06-informatienummer.
Om uit te dragen dat Ajacieden overal te lande gelijk geschapen zijn, maakt de voorzitter himself thans een tournee langs alle zesentwintig regio’s. Een unieke onderneming. Na het vervullen van zijn bestuurstaken laadt hij een diaprojector en scherm in zijn auto en koerst naar een der Ajax-parochies. Telkens schiet het gemoed van de voorzitter vol als hij, ver van Amsterdam, weer een zaal vol Ajax-warmte aantreft.
In het Gelderse Neede proefde het familiehoofd pure liefde: 'Dat moment zal ik niet snel meer vergeten. Je staat daar op zo'n podium en ziet al die Ajax-versieringen, kinderen in vol Ajax-ornaat, en een bomvolle zaal met dames, heren, jongens en meisjes die Ajax als het ware uitademen… Toen schoot een zeldzaam, maar heerlijk gevoel door me heen.’ En het orgasme van Neede was zeker geen incident: 'Ik heb het in een column al eens over mijn bezoek aan Neede gehad, maar wat bijvoorbeeld te denken van de geweldige sfeer die ik in Etten-Leur meemaakte.’
Nieuwsgierig naar zulke ervaringen begeven we ons naar het Antonius clubhuis, alwaar Van Praag de regio Zuid-Holland Noord gaat toespreken. Voor een bomvolle zaal ontpopt hij zich als een begenadigd redenaar. Zonder een moment de getapte jongen uit te hangen doet hij de aanwezigen de gemiste RTL4- avond vlot vergeten. Met een bronwatertje onder handbereik en soepeltjes shuffelend over het podium, vertelt hij openhartig over organisatie, jeugdopleiding, spelerssalarissen en de Ajax-cultuur. 'Want Ajax is niet mijn club, Ajax is jullie club’, hamert hij erin. 'Ik word als voorzitter ook helemaal niet betaald door Ajax. Mijn brood verdien ik met mijn bedrijf op Schiphol. Voorzitter ben ik omdat ik van onze club houd. Net als jullie.’
Na aldus flink de egalitaire trom te hebben geroerd, trekt hij een anekdote tevoorschijn over hoe het anders kan. Met ingehouden pret vertelt hij over de wantoestanden die hij aantrof bij het Italiaanse Genua, tegenstander in de halve finale van de Uefa-cup in 1992. Tijdens het traditionele banket voerde de Genua-president Spinelli per zaktelefoon verbeten onderhandelingen en werd hij voortdurend weggeroepen door paniekerige assistenten. Tijdens het hoofdgerecht trok Spinelli lijkwit weg. Wat bleek? De spelers dreigden te staken als hun winstpremie niet verhoogd werd tot 125.000 gulden de man. Nadat de geplaagde Genua- president middels een persoonlijke bankgarantie de rust had doen wederkeren, informeerde hij bij Van Praag hoeveel lires hij nou kwijt was aan zijn club. Van Praag: 'Toen ik vertelde dat ik vierhonderdvijftig gulden contributie per jaar betaal, ging hij meteen met iemand anders praten. Hij nam me absoluut niet meer serieus.’
De zaal gniffelt. Zeker als Van Praag er fijntjes aan toevoegt dat Ajax de cup pakte. 'Daar stond hij dan, met al zijn miljoenen’, glimt de voorzitter.
UIT HET PRAATJE van Van Praag maken we op dat het familiegevoel het geheime wapen van Ajax is. Het begint al bij de jeugd: Ajax wil geen talentjes losrukken uit hun gezin. 'Internaat’ vindt de club een vies woord. Slechts bij hoge uitzondering haalt men een talent van ver buiten Amsterdam. 'Maar dan zorgen we wel voor een gastgezin waarin zo'n jongen zich kan thuisvoelen’, aldus Van Praag.
Als een bezorgde vader ziet Van Praag erop toe dat de talenten vlekkeloos hun puberteit doorkomen en zich ontwikkelen tot complete mensen. In het pedagogische model volgens Ajax betekent dat bijvoorbeeld: het afmaken van een opleiding en het leren omgaan met geld, status, tegenslag en de media ('zodat ze de journalisten op een echte Ajax-manier te woord kunnen staan’).
En als het Ajax-talent eenmaal volgroeid, getrouwd en vader is, kan hij blijven terugvallen op de Ajax-familie. Van Praag: 'De Ajax-creche is daar een mooi voorbeeld van. Dan kunnen de vrouwen mee naar de wedstrijd en hoeven de jongens na de wedstrijd niet gelijk terug naar huis. En wat zie je dan? Ze blijven allemaal gezellig hangen. En dat is weer goed voor de team-building.’
Want uiteindelijk staat alle pedagogie en gezelligheid maar in dienst van een ding: het resultaat van Ajax 1. Zo ook de grand tour van Van Praag langs de supporters. Hij wil dat ze zich op een Ajax-manier gaan manifesteren: met klasse, discipline en saamhorigheid. Rancune jegens sponsors en dikbetaalde spelers horen daar niet bij. Van Praag: 'Denk eraan, mensen, dank zij die sponsors staat er een goed eerste elftal en kunnen we straks spelen in het mooiste stadion van de wereld.’
En, betoogt hij, die spelerssalarissen vallen ook best mee als je ziet hoe hard ze moeten werken, hoe kort hun carriere is en hoeveel ze er voor moeten laten. Van Praag: 'Het valt me altijd op dat er op een gezellige avond niet gedanst wordt door de spelers. En laatst besefte ik opeens waarom: ze kunnen niet dansen! Op de leeftijd waarop u en ik gezellig naar de kroeg of naar de disco gaan, leven zij voor hun sport.’
Na de pauze verzamelt Van Praag zijn kroost gezellig rond de diaprojector. Als een echte huisvader toont hij dia na dia van zijn stulpje in aanbouw: het nieuwe stadion bij Duivendrecht. We krijgen alles te zien. Plattegronden van de parkeerkelders tot en met de skyboxen, artistieke impressies vanuit verschillende hoeken, de trappenhuizen in hun diverse bouwstadia, en natuurlijk de staalbogen die het slimme schuifdak gaan dragen. Ook het bezoek van de Ajax-selectie aan de bouwput is op dia vastgelegd ('Zo'n helm staat toch helemaal niet verkeerd bij Louis van Gaal’).
Ook de diaserie krijgt een pedagogisch staartje. Nadat Van Praag trots heeft gemeld dat in het nieuwe stadion iedereen droog zit, heft hij een waarschuwend vingertje: 'Nadeel van de overkapping is dat rook in het stadion blijft hangen. Dus, jongens, ik weet dat jullie het prachtig vinden om vuurwerk af te steken, maar je helpt er Ajax niet mee. Volgens de Uefa-reglementen kan een scheidsrechter de wedstrijd afgelasten als het zicht na een half uur nog onvoldoende is. En als dat gebeurt, zal de Uefa niet mals zijn. We hebben immers nog een voorwaardelijke straf van het staafincident.’
GEIMPONEERD DOOR de harmonie en eensgezindheid die Van Praag predikt, besluiten we de discipline van de Ajax-familie eens duchtig te testen. We hijsen ons in Feyenoord-tenue en begeven ons naar het Olympisch Stadion, alwaar Ajax- Feyenoord op het programma staat. Flanerend tussen drommen Ajax- supporters noteren we wanklank noch pesterij. En als op het Stadionplein een groep Feyenoord-hooligans stenen en blikjes door de lucht laat suizen, worden we zelfs spontaan in bescherming genomen: 'Pas op, jongens!’
Klimmend naar vak K, normaliter bezet door louter leden van de supportersvereniging Ajax, wordt onze detonerende aanwezigheid met goedmoedige verbazing geaccepteerd. Als we de 0-1 van de aalvlugge Henryk Larsson begroeten met een vreugdedans, laat men ons in vrede betijen. De Ajax-aanhang mag vervolgens maar liefst vier keer dansen. Uit onvrede met deze stand van zaken, beginnen wij de arbitrale dwalingen van scheidsrechter Blankesteijn luidruchtig te nuanceren ('Hondelul!’). Eindelijk komt er een reactie uit de Ajax-familie. Een kaalgeschoren sportschooltype klopt ons waarderend op de schouders. 'Dapper, hoor’, zegt hij.
Van Praag kan trots zijn op zijn familie.