De meerderheid die ophield te zwijgen

Het nieuwe Amerikaanse conservatisme

In de Verenigde Staten is een nieuw conservatisme in opmars. Een Nieuw Rechts dat niet langer zwijgt, maar, gericht op concrete doeleinden, activistisch en rumoerig, tot de aanval is overgegaan. Nieuw Rechts is goed georganiseerd en heeft de methodes van links uit de jaren zestig volledig leren beheersen.

Jimmy Carter tekent de uitbreiding van de Equal Rights Amendment (ERA), 1978 © The U.S. National Archives

‘Ze proberen allemaal ons te doden. Al eeuwen koesteren de joden de geheime wens de blanken uit te roeien. Wat is integratie anders dan een steeds verdergaande moord op ons ras? Op dit moment gaat de genocide steeds sneller. Men offert onze kinderen — onze toekomst — aan de kwijlende apen die ze opwachten in wat die federale ellendelingen “scholen” wensen te noemen.‘ ‘Ons allerbelangrijkste doel is de neger terug te sturen naar waar hij thuishoort, naar de jungle van Afrika. We willen boten geen bussen (“Boating no Busing”). Dat zal ons minder kosten dan de bijstandsuitkeringen, de drugs, de misdaad en alle andere kosten die de negers en hun integratie met zich mee brengen.’

Dit soort primitief racisme kun je weer in affiches op de muren van de Verenigde Staten tegenkomen. Je hoort het weer op de radio. Hakenkruizen worden goed verkocht, meestal via postorders. Hetzelfde geldt voor boeken die inspelen op nostalgie en pornografie (De hoer van Buchenwald). Thunderboldt, het blad van de Nationale Amerikaanse Partij voor het Recht van de Staten, een van de neofascistische groepen, wordt verspreid in een oplage van 15.000 exemplaren. De hoofdredakteur ervan, J.B. Stone, zegt: ‘Het heeft geen enkele zin om individueel op joden of negers te schieten. Wat we nodig hebben is een nationaal vernietigingsprogramma.’

De Blanke Nationaal-Socialistische Partij, een andere fascistische organisatie, heeft maar vierhonderd leden. De leiders ervan zijn van mening dat de kansen voor hun partij op dit moment zeer gunstig zijn: ‘Het nazi-image oefent grote aantrekkingskracht uit op mensen die gebrek aan zelfvertrouwen hebben.’ De leden van de Ku Klux Klan hebben eveneens vertrouwen in de toekomst. ‘De Klan’, zo bekent Grand Dragon Calvin Graig, ‘is een soort organisatie die volgens een bepaalde cyclus groeit en weer afneemt. De cyclus op dit moment is inflatie, werkloosheid, misdaad. Alle ingrediënten voor de groei van de Klan zijn aanwezig.’

De Klan is machtig in het leger, waar discriminatie weliswaar verboden is maar daarmee niet minder bestaat; zwarten worden vaker naar de gevechtszone gestuurd en met korveediensten belast dan blanken (twee keer vaker), worden minder vaak bevorderd tot officier (drie keer minder vaak) en krijgen meer gevangenisstraffen (twee keer vaker). Als gevolg van Klan-provocaties braken er in november 1976 in het militaire kamp Pendleton, in Californië, rassenrelletjes uit. Veertien mariniers werden gearresteerd, twaalf zwarten en twee blanken, die bekend stonden om hun sympathie voor de Klan. Teken des tijds: de blanke soldaten tekenden hoger beroep aan tegen hun overplaatsing en vroegen 250.000 dollar schadeloosstelling. Voor de zwarten moest een nationale actie gevoerd worden om ze na anderhalf jaar juridische verwikkelingen vrijgesproken te krijgen.

De zwijgende meerderheid neemt het woord

Zoals te verwachten was is rechts met de economische crisis erin geslaagd van zich te doen spreken. Maar wat veel belangrijker is: er is een krachtige conservatieve massabeweging ontstaan, de ‘zwijgende meerderheid’ van weleer bestaande uit de blanke middenklasse — arbeiders, witte boorden en veel vrouwen — heeft een stem gekregen. Die mannen en vrouwen zijn geen fascisten. Ze verloochenen de grote liberale beginselen niet. Ze betreuren zelfs de discriminatie tegenover zwarten, vrouwen en homoseksuelen. Maar geconfronteerd met de werkloosheid en de vermindering van hun koopkracht vergeten zij hun idealen, klampen zij zich vast aan hun magere voorrechten en stellen de kansen op gelijke rechten, die de minderheden in een periode van snelle economische groei veroverd hebben, weer ter discussie. Er is weinig nodig of de slachtoffers van de nieuwe bestedingsbeperking slaan om naar de kant van de reactie, naar protectionisme, naar seksisme en chauvinisme. Links is er niet in geslaagd hen de ogen te openen. Rechts biedt hen een verklaring, zondebokken en actiemodellen.

De verklaring – Wat de nieuwe contestanten van de jaren zeventig verenigt is de zorgvuldig gekoesterde obsessie van het uiteenvallen van het gezin. De statistieken laten zien dat, ondanks een zeker ‘herstel’ van het huwelijk, het aantal scheidingen steeds groter wordt evenals het aantal gezinnen dat slechts één ouder heeft. Ter linkerzijde is er sprake van zelfkritiek: de aanval op het kerngezin was positief maar de ‘seksuele revolutie’ is misgelopen. Ter rechterzijde is er sprake van een variatie op een oud thema. Maar dat is beter dan niets.

‘Het is de zonde van homoseksualiteit die ik haat’

In de jaren zestig werd er een verband gelegd tussen de wankele gezinssituatie onder de zwarte bevolking en hun zwakke economische positie en er werd gesuggereerd dat een versterking van het zwarte gezin hen economisch sterker zou maken. Men beschouwde als schuldig degenen die het spel niet mee hadden gespeeld: de arme werd verantwoordelijk gesteld voor zijn armoede, de werkloze voor zijn werkloosheid, de ongeschoolde arbeider voor zijn ongeschooldheid. In de jaren zeventig wordt die diagnose toegepast op de blanke bevolking die zowel slachtoffer is als verantwoordelijk gesteld wordt voor de bestedingsbeperking. De voorgestelde therapie nodigt niet uit de economische en sociale structuren aan te pakken, maar ervan blijk te geven individuele verantwoordelijkheidszin en het gezin in de oude glorie te herstellen. Het gezin redden is niet alleen een overlevingsreflex, maar ook een economische daad (u verhoogt de levensstandaard), een sociale daad (u herstelt het evenwicht in de samenleving), een morele daad (u versterkt de Amerikaanse waarden), een daad van goed burgerschap (u redt de natie en misschien wel de wereld).

De zondebokken – Geroepen door een hogere missie trekken de ‘legers’ van Phyllis Schlaffly en Anita Bryant ten aanval tegen de belagers van het gezin: de homoseksuelen, de voorstanders van abortus en de verdwaalden die het Equal Rights Amendment (ERA), het grondwetsartikel dat vrouwen gelijke rechten aan die van de man moet geven, voorstaan.

De organisatie Save Our Children (SOC) strijdt voor de bescherming van kinderen (en volwassenen) tegen homoseksuelen. Haar succes berust op een handig inspelen op de tegenstrijdigheden in de publieke opinie. Volgens een opiniepeiling van The New York Times (in juli 1977) vindt 56 procent van de ondervraagde personen dat ‘in het algemeen’ homoseksuelen gelijke rechten moeten hebben op werk. Maar wanneer er vragen worden gesteld over specifieke beroepen wordt de twijfel groter: voor het leger wordt die gelijkheid maar aanvaard door 51 procent van de ondervraagde personen, voor medici maar door 44 procent, voor kerkelijke voorgangers maar door 36 procent van de ondervraagden, en voor de lagere school slechts door 27 procent van de ondervraagden. Voormalig Miss Oklahoma, de ‘citrus-koningin’ van Florida, de kampioene in de strijd tegen gelijke rechten van homoseksuelen, Anita Bryant, zegt: ‘Ik haat de homoseksuelen niet. Integendeel, ik houd van hen. Het is de zonde van homoseksualiteit die ik haat.’ En ze voegt eraan toe: ‘Het is geen persoonlijk gevecht, het is het gevecht van God.’ In juni vorig jaar behaalde ze met de hulp van duizenden vrijwillige medewerkers een overdonderende overwinning in Miami: het wetsvoorstel dat discriminatie van homoseksuelen door werkgevers en huiseigenaren moest uitbannen, werd met een grote meerderheid verworpen.

Een andere beweging, Americans United for Life, klaagt de ‘catastrofale gevolgen’ aan van abortus, ‘niet alleen voor het ongeboren kind maar ook voor de moeder, de vader, de gemeenschap, het hele land’. De beweging wil de publieke opinie wijzen op ‘de anti-geboortepolitiek van de regering, de genetische manipulatie die bedoeld is om de natuurlijke structuur van het gezin te vernietigen en de euthanasie’. De anti-abortustroepen winnen een eerste gevecht in 1977: federale bijdragen worden niet meer gegeven tenzij het leven van de vrouw in gevaar is. Maar de eindoverwinning zal zijn de vernietiging van het besluit van het Hooggerechtshof, dat in 1973 het recht van iedere vrouw op abortus erkende in de eerste drie maanden van de zwangerschap.

De vrouw niet verlagen tot gelijkheid

Het is tegen ERA dat Nieuw Rechts storm loopt: aangenomen door 35 staten moet dit wetsartikel voor de gelijke vrouwenrechten nog in drie staten aanvaard worden om in de grondwet opgenomen te worden. De strijd is zeer spannend: de einddatum van maart 1979 nadert. Geen enkele staat heeft de wet aangenomen sinds ERA het doelwit van een grote campagne is geworden. De wet kwam in 1923 voor het eerst als voorstel in het Congres. In 1946 werd in een ongunstig klimaat van een latente werkloosheid opnieuw een poging gedaan. In 1972 werd de wet goedgekeurd door het Congres en aan de staten voorgelegd, die het met een gekwalificeerde meerderheid ook moeten aanvaarden wil het artikel in de grondwet opgenomen worden. Het gaat hier om een voor de werkgevers zeer kostbaar artikel. ‘Als de vrouwen in 1970 hetzelfde uurloon zouden hebben als de mannen’, aldus het vrouwenblad Ms, ‘zou dat alleen al de werkgevers 96 miljoen dollar hebben gekost (…) en 303 miljard als de salarissen en de functies gelijkgetrokken waren’.

Voor de nationale vrouwenfederatie van de American Party is de vraag duidelijk: ‘We weigeren toe te staan dat vrouwen verlaagd worden tot een status van gelijkheid. Wij zijn vastbesloten om dit artikel, dat de waardigheid van de vrouw en het joods-christelijke erfgoed geweld aandoet, te verslaan.’ Een nationale campagne is gestart door basisgroepen die organisatorisch gesteund worden door machtige groepen als het Conservatieve Caucus en verzekeringsmaatschappijen die grotendeels vrouwen in dienst hebben en van vrouwen hogere premies vragen voor identieke risico’s. Men vindt heel verschillende argumenten door elkaar heen: ERA vernietigt het gezin door homoseksuele huwelijken te legaliseren; ERA benadeelt de gehuwde vrouw die voor de helft financieel verantwoordelijk wordt voor het onderhoud en de opvoeding van haar kinderen; ERA bedreigt de hiërarchie en bevordert de ondergeschiktheid van de vrouw.

Actiemodellen – In tegenstelling tot rechts in de jaren vijftig wordt rechts nu gevoed door concrete problemen: abortus en de sociale kosten ervan, de homoseksuelen en het lager onderwijs, de rechten van de vrouw en haar rol in het gezin. Rechts mobiliseert op alle punten die als aanvallen op het gezin en verspillingen van staatsgelden worden gezien. Zij vormt coalities om de bouw van de B-1-bommenwerper te eisen en het behoud van het Panamakanaal.

Net zoals Nieuw Links in de jaren zestig is Nieuw Rechts activistisch, participationistisch — dat wil zeggen ‘demokratisch’ in het nemen van besluiten op lokaal niveau. De tactieken van de jaren zestig zijn volledig overgenomen: de zwijgende meerderheid heeft geleerd te demonstreren, zij organiseert massademonstraties, gaat van deur tot deur, zoekt publiciteit in de media, betwist beslissingen van de rechter en gebruikt de rechtbank als politieke tribune. Ze is in snel tempo bezig de best georganiseerde rechtse volksbeweging ter wereld te worden.

Omgekeerd racisme

1964: de Wet op de Burgerrechten verbiedt discriminatie ‘op grond van ras, kleur, sekse of land van herkomst voor alle gebieden die met werkgelegenheid te maken hebben: in dienst nemen, ontslag, beroepstraining, disciplinaire maatregelen en sociale vooroordelen’.

1965: ‘Je kunt niet iemand nemen die jarenlang geketend is’, aldus president Johnson in een toespraak voor de zwarte Howard University, ‘hem bevrijden, hem op het startpunt zetten en dan tegen hem zeggen: “U bent vrij zich met anderen te meten” en daarmee doen of je volledig rechtvaardig hebt gehandeld.’ Een compensatieprogramma is noodzakelijk. Per presidentieel besluit wordt in 1967 besloten tot een pakket van speciale maatregelen, ‘affirmative action’: in sectoren waar de werkgever een onvoldoende aantal zwarten en vrouwen te werk stelt moet hij ‘doeleinden vaststellen en een tijdsschema dat hij zich voorneemt in acht te nemen om deze achterstanden in te halen’.

1975: Prof. Nathan Glazer — in 1983 samen met David Riesman schrijver van het geruchtmakende boek The Lonely Crowd — publiceert een boek waarover tot de dag van vandaag gepraat wordt: Affirmative Discrimination. In naam van de bescherming van het individu stelt deze studie de ‘affirmative action’-programma’s ten gunste van etnische minderheden en vrouwen ter discussie. Volgens Harvard-socioloog Glazer geven deze programma’s niet een bepaald lid van een minderheid de gelegenhleid als individu op de sociale ladder te stijgen, maar maken deze programma’s, in naam van een collectivistische utopie, het mogelijk dat bij gelijke of mindere bekwaamheid zwarten worden voorgetrokken op blanken. Men spreekt van ‘omgekeerd racisme’ of om de uitdrukking van Glazer te gebruiken,‘,affirrmatieve discriminatie’. En dat wordt gezegd op een moment dat de economische crisis slachtoffers begint te maken onder blanken van het mannelijk geslacht. Onder deze omstandigheden brengt de zwijgende meerderheid haar protest voor de rechter.

In 1972 wil een 32-jarige blanke met blauwe ogen, Vietnam-veteraan, medicijnen gaan studeren aan de medische faculteit van Californië in Davis. Tot tweemaal toe toelating geweigerd hoort Allen Bakke dat zijn examencijfers beter zijn dan van een aantal andere kandidaten die wél zijn toegelaten in het kader van een programma dat 16 procent van de eerstejaars reserveert voor leden van etnische minderheden. Bakke acht zich slachtoffer van omgekeerde discriminatie en klaagt de universiteit aan met een beroep op artikel 14 van de grondwet dat gelijkheid voor iedereen garandeert. Na een aantal hoger-beroepszaken belandt de affaire in 1977 bij het Hooggerechtshof. De beslissing die binnenkort genomen gaat worden dreigt even belangrijk te gaan worden als die van 1954 waarbij de rassenscheiding in het onderwijs werd afgeschaft. Onder druk van zwarte organisaties van studenten, die krachtig actie voeren op dit punt, kan het Hooggerechtshof de geldigheid van de speciale programma’s bevestigen. Maar het is ook mogelijk dat het Hooggerechtshof toegeeft aan de druk van rechts, zwicht voor de nieuwe economische situatie, de conservatieve golft volgt en een eerste bres slaat in de verworvenheden van de jaren zestig voor de minderheden en alsnog de toelating van Bakke tot Davis gelast.

Het meest waarschijnljke is dat een compromis wordt uitgewerkt waarmee het mogelijk wordt de ‘quotapraktijk’ te beoordelen zonder het ‘liberale principe’ zelf aan te tasten. Hoe dan ook: links bevindt zich in het defensief, rechts is tot de aanval overgegaan.

De politieke contrarevolutie

Howard Phillips is op dit moment nationaal voorzitter van het Conservative Caucus. Onder Nixon was hij hoofd van het gelijke-kansenbureau van de regering, het Office for Equal Opportunity, waar hij, naar zijn eigen zeggen, de opdracht had compensatieprogramma’s zo veel mogelijk tegen te werken. Phillips’ analyse en strategie zijn volledig samenhangend. In meerderheid, zo zegt hij, zijn de Amerikanen conservatief: ‘Ze hebben genoeg van demonstranten die hogere bijstandsuitkeringen eisen en van groepen die voor meer rechten van gevangenen strijden.’ Tijdens de enorme overwinning van Nixon in 1972 heeft een meerderheid van 62 procent zich krachtig uitgesproken ‘tegen drugs, tegen amnestie, tegen busing, tegen de bureaucratie en tegen niet-sluitende begrotingen’.

Toch zijn het de liberalen die regeren. Ze beheersen nog steeds de media, het Congres, de vakbeweging, de stichtingen, de grote advocatenbureaus en de zakenwereld. In hun termen worden de problemen aan het land voorgelegd. De liberalen, aldus Phillips, ‘verdelen ons in klassen, delen en stukken: de ouderen, de zwarten, de blanken, etnische minderheden, de verschillende religies. Ze weigeren de mens als één geheel te zien (…) We zien vaak progressiegroepen, die door de regering gesubsidieerd worden, die beweren “onze belangen” te behartigen en die erin slagen, buiten onze voorkennis “onze eisen” door de regering erkend te krijgen. (…). Op dit moment stellen we te veel vertrouwen in de regering en te weinig vertrouwen in Onze Heer.’

Hoe aan de macht te komen? Philips wantrouwt de Republikeinse Partij die ‘de partij van de Rockefellers’ is geworden. Hij wantrouwt ‘big government’ en ‘big business’. Hij ziet twee lijnen in het rechtse Amerikaanse populisme en trekt daaruit de strategische conclusie: ‘We moeten een bondgenootschap tussen de conservatieve krachten en de populistische kracht in Amerika tot stand zien te brengen.’

De basis organiseren, de wijk, de gemeenschap waarin men leeft met een klein aantal toegewijde mensen. Coalities scheppen rond concrete en brandende problemen (zoals ‘busing’, de belastingvermindering, de herziening van de leerboeken). Binnendringen in bestaande organisaties (zoals het Veteranenlegioen, de Rotary Clubs, de vrijwillige brandweer), organisaties vormen in de 435 kiesdistricten van het land.

Nieuw Rechts moet de communicatiemedia zien te gaan beheersen: ‘We moeten het voorbeeld van de communisten op dat punt volgen’, zegt Phillips. ‘Wanneer ze in een land of in belangrijke instellingen willen infiltreren, dan zijn de media, de godsdienstige organisaties en de ondernemingen hen vijandig gezind. Zij roepen dan een guerrillastructuur in het leven die hen in staat stelt hun berichtgeving toch door te zetten. Wij bevinden ons in dezelfde situatie. De belangrijkste instituties zijn tegen ons: CBS, Harvard University, The New York Times, Pepsi-Cola, het Congres. De liberale kranten zetten de foto’s van liberalen op hun voorpagina. Wanneer ze een conservatief afbeelden laten zij alle rimpeltjes in zijn gezicht zien. Wij beschikken niet over middelen om leiders te laten ontstaan. (…) We moeten een politiek communicatiesysteem in het leven zien te roepen dat werkt op basis van guerillaprincipes. Ik spreek niet over geweld, noch over een militaire revolutie, maar over een politieke contrarevolutie.’

Het Conservatieve Caucus is de best georganiseerde organisatie van Nieuw Rechts. Zijn 250.000 leden worden via lokale en nationale nieuwsbrieven op de hoogte gehouden van het stemgedrag van de afgevaardigden van hun district. Daarmee is een lokaal controleapparaat in het leven geroepen waarmee Congresleden die er onwelgevallige standpunten op nahouden bestookt kunnen worden. De organisatie heeft toegang tot een computer waarin bijna honderd miljoen adressen opgeslagen zijn. Het adressenbestand is opgebouwd door Richard A. Viguerié, de hoofdredacteur van Conservative Digest, de financiële manager van de verkiezingckampagne van George Wallace en financieel adviseur van de belangrijkste rechtse organisaties. De organisatie wordt gesteund door een aantal nationale beroemdheden als senator Jesse Helms, afgevaardigde Larry McDonald (initiatiefnemer van een wetsvoorstel waarmee federale bijdragen aan abortus wordt afgeschaft), senator Orin Hatch (de aanvoerder van de ijzervreters over het Panamakanaal) et cetera. Het Caucus heeft zelfs een eigen ‘schaduwkabinet’ gekozen.

Amerika

Afgevaardigde John H. Rousselot is de meeste volmaakte vertegenwoordiger van het nieuwe ras van conservatieve volksvertegenwoordigers: hij heeft zitting in het machtige Joint Economic Committee, de gemeenschappelijke economische commissie van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Daarin laat hij zijn ‘minderheids’-standpunten op het gebied van de belastingwetgeving, het economisch herstel, de strijd tegen de werkloosheid, de aanmoediging van het ‘volkskapitalisme’, dat de Amerikanen in staat zal stellen individuele eigenaars van het Amerikaanse kapitaal te worden, horen. In een massaal onder zijn kiezers van het 22ste district van Californië verspreid pamflet somt John Rousselot de ‘grondbeginselen van zijn filosofie’ op: geloof in God en het idee dat de mens naar Zijn Evenbeeld is geschapen; particulier bezit van de productiemiddelen; zo min mogelijk staatsinterventie in de particuliere industrie; het recht van iedere burger zijn beroep en zijn werkgever te kiezen; het recht van iedere werkgever om zijn werknemers te kiezen; de overtuiging dat de doeleinden van de natie perfect vertolkt worden in de Onafhankelijkheidsverklaring en in de grondwet; het strikte vasthouden aan het principe dat alle politieke rechten bij de staten horen met als enige uitzondering die politieke rechten die in de grondwet bij de federale regering worden gelegd; de reorganisatie van de federale bureaucratie met het doel de individuele talenten en het verantwoordelijkheidsbesef aan te moedigen; opheffing van ondernemingen die met staatskapitaal werken en door de staat gerund worden en die met particuliere ondernemingen concurreren; onmiddellijke verbreking van de economische en diplomatieke betrekkingen met de communistische landen; algehele herziening van de buitenlandse hulpprogramma’s zodanig dat ze afgestemd worden op de Amerikaanse belangen; een absolute zekerheid dat Amerikaanse financiële bijdragen aan internationale organisaties, waaronder de Verenigde Naties, niet gebruikt kunnen worden ten bate van de communistische landen.

De liberalen hebben altijd hun onderzoekscentra gehad: met een jaarbudget van zeven miljoen dollar is het Brooking Institute daarvan altijd het belangrijkste symbool geweest. Links heeft in 1973, met het in het leven roepen van het Institute for Policy Studies (jaarbudget een miljoen dollar) een opmerkelijke ‘think-tank’ ter beschikking gekregen. De conservatieven hebben het American Enterprise Institute (jaarbudget vijf miljoen dollar) waar president Ford een persoonlijk bureau had. Maar ook de rechtse volksbeweging heeft nu een eigen onderzoekscentrum opgericht, de Heritage Foundation (met een jaarbudget van twee miljoen dollar) dat gestencilde pamfletten publiceert. Meerdere uitgeverijen leveren hun bijdragen aan de ideologie van rechts: Arlington House (dat William Buckley publiceert), Abington (Sun Myung Moon), Flemming H. Revell (Anita Bryant), Word (Billy Graham), Third Century Publishers, et cetera.

Het evangelisme: een groei-industrie

De Episkopale kerk verliest, zegt men, al tien jaar lang iedere vijftien minuten een gelovige en alle ‘aristocratische’ protestante kerken samen (Methodisten, Presbyterianen, Congregationalisten en Episkopalen) hebben in dezelfde tijd bijna drie miljoen leden verloren. De conservatieve Evangelistische kerken daarentegen zijn duidelijk in opmars. De zuidelijke Baptistenkonventie (waarvan president Carter de beroemdste aanhanger is) heeft bijna twee miljoen leden gewonnen en is daarmee, met haar dertien miljoen leden, de belangrijkste protestantse richting in de Verenigde Staten geworden. Duidelijke voortgang wordt eveneens geboekt door de Fundamentalisten die zich aan de uiterste rechterzijde van de Evangelistische kerken bevinden.

Tot hun internationale beroemdheden behoort: Billy Graham, 59 jaar. Hij sprak in september vorig jaar voor meer dan 100.000 gelovigen in Boedapest en overhandigde een particuliere brief van zijn geloofsgenoot Carter aan de Hongaarse vice-premier. In december sprak hij voor een menigte van 75.000 mensen in Madras — hetgeen het totaal aantal mensen waarvoor hij gepreekt heeft op tachtig miljoen in 55 landen brengt. How To Be Born Again, zijn laatste boek dat in december vorig jaar is verschenen, geeft in drie hoofdstukken antwoord op de in de titel gestelde vraag: het probleem, het antwoord van God, het antwoord van de mens, 188 pagina’s, eerste druk: 800.000 exemplaren.

Het evangelisme is een groei-industrie: er worden gigantische kerken met tienduizend zitplaatsen gebouwd; er worden via de televisie uitgezonden diensten gehouden waarbij zes miljoen gelovigen worden bereikt, die uitgenodigd worden hun vragen rechtstreeks aan dominee Oral Roberts te stellen; men zamelt geld in, enorme sommen geld — honderd miljoen werd bijeengebracht door dominee Bill Bright, 56 jaar, auteur van een ‘plan van nationaal heil’ bestemd om ‘Christus weer aan de regering te brengen’. ‘Ik schaam me er niet voor tegen christenen te zeggen’, aldus Bill Bright, ‘engageert U! Het is een kwestie van leven of dood. In ieder kiesdistrict moeten we een ware man of ware vrouw Gods zien te vinden, van welke partij dan ook, en die naar het Congres sturen. En we zullen tegen hem of haar zeggen: “Daar moet je je niet laten beïnvloeden door wat allerlei pressiegroepen willen, maar daar moet je doen wat God wil en wij zullen je daarbij ondersteunen. Je zult op gezonde basis stemmen voor ekonomische en militaire wetten.”’

Een rechtse vloedgolf

Het evangelisme wordt gevoed uit de tegenstelling tussen de angst voor en het gevoel van Apocalyps aan de ene en de zekerheid dat de samenleving hersteld moet worden door mannen en vrouwen die Jezus kennen en die zich in het dagelijkse leven met hem vereenzelvigen, aan de andere kant. Tegenover de dreiging van de algehele vernietiging de belofte van het heil: het heil van het individu, de gemeenschap, de natie en de beschaving als geheel. In de kerk vervult Nieuw Rechts de verwachtingen van de mensen die naar eeuwigheid verlangen.

De onmiskenbare aantrekkingskracht die de Zuid-Koreaan Su Myung Moon op een deel van de Amerikaanse jeugd uitoefent kan verklaard worden door de synthese die zijn ‘Verenigde Kerk’ biedt tussen westelijke en oostelijke religies en ideologieën. Tegenstellingen tussen de wetenschap, morele waarden en het geloof worden erin opgelost. Ze biedt idealisten het beeld van een harmonische wereld, die vredelievend is, waarvan het milieu in evenwicht is, die rechtvaardig is en antiracistisch en ze doet dat door beelden en bijbelse symbolen die jeugdherinneringen opwekken en de verbeelding gevangen houden.

Via de Apocalyps gaan de Moon-aanhangers van de utopie over naar de praktische politiek. De utopie: ‘Ik heb me voorgenomen om op heel wat plaatsen ideale steden te stichten’, zegt Moon, ‘productie-eenheden waar onze leden zichzelf economisch zullen kunnen bedruipen’. De Apocalyps: ‘New York is een jungle van immoraliteit en verdorvenheid. Satan is er heer en meester (…) God heeft me naar Amerika gezonden om als heelmeester op te treden (…) Na drie jaar toegewijde zorg heeft de Amerikaanse jeugd begrepen hoe het gezin dat geconcentreerd is op God, de kerk van het gezin moet voorgaan boven dat van het individu, de natie moet voorgaan boven het gezin, de wereld boven de natie en God boven de wereld.’ De politiek: ‘Alles wat we doen is ingegeven door ons religieus geweten. Het communisme is de vijand van de mensheid en de vijand van God.’

Amerika is een fase van zeer groot conservatisme in gegaan. Iedere dag wordt er melding gemaakt van de stichting van nieuwe rechtse organisaties, van nieuwe demonstraties, van nieuwe opiniepeilingen die de omvang van de vloedgolf onderstrepen en versterken. In 1964, aan de vooravond van Johnsons oorlog tegen de armoede en tegen Vietnam, noemde zich nog 37 procent van de Amerikanen ‘liberalen’, 34 procent ‘conservatieven’ en 20 procent zonder mening. Bij een Gallup-onderzoek van december jongstleden bleek dat nu 47 procent van de ondervraagden zichzelf ‘rechts van het centrum’ beschouwde, 32 procent ‘links van het centrum’ en 10 procent precies in het midden.

Het huidige conservatisme is niet monolitisch en onbeweeglijk. Nieuw Rechts is concreet, activistisch en rumoerig. Zij wil een ‘beweging’ zijn, in tegenstelling tot een partij. Ze bereikt de Amerikaan op zijn werkplaats, in zijn huis, in zijn vakbond, in zijn clubs, in zijn kerk. Ze staat open voor Democraten en Republikeinen, jong en oud, rijk en minder rijk, katholieken en protestanten.