Het nieuwe Artis

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: Het nieuwe Artis, over het radicale vernieuwingsproces van de oudste dierentuin van Nederland.

‘En dan: wat is klimaat nog in dit land?’, waar half juli de bodem barst, alleen kunstgrasvelden nog groen zijn, gans de delta uitdroogt en alleen de oerdommen dagelijks jubelen over de uitbreiding van rokjesdag naar rokjessemester. En waar alle voormalige tuinen in ons stadsblok versteend zijn, de hitte blijft hangen, vlinders en vogels verdwijnen. Enfin, geklaag van een oude liefhebber van wisselvallig weder dat de stemmingen van de mens zoveel beter spiegelt. Daarom een andere variant op J.C. Bloem: ‘En dan: wat is natuur nog?’ Punt. Want zonder ‘in dit land’. Die vraag komt toegespitst aan bod in de Teledoc Het nieuwe Artis van Willemiek Kluijfhout. Waarin duidelijker wordt dan we al wisten hoezeer ‘natuur’ in Natura Artis Magistra een bewust nagestreefde illusie is. En de vraag zich opdringt of dat eigenlijk nog wel kan, een dierentuin op een postzegel grond in een grote stad. En als het antwoord ‘ja’ is, hoe dan? Eén ding wordt duidelijk: Artis stelt zich die vragen en laat ze stellen door deskundige buitenstaanders. Maar de antwoorden verschillen en kunnen nooit iedereen bevredigen – niet de leek, niet de expert. Een subvraag luidt: ‘Kun je nog wel grote dieren houden?’ Het eerlijkste antwoord is ‘nee’ maar doet behoorlijk pijn. Wat extra duidelijk wordt omdat een rode lijn in de film door de olifanten gevormd wordt. Met als spanningsboog ‘wanneer komt en hoe gaat de bevalling’ van de oudste koe. En als het kalf er eenmaal is: ‘Waarom eet ze verdomme het zand dat in enorme hoeveelheden in het nieuw ontworpen verblijf is gestort?’ Erg ongezond.

Wat niet gezegd wordt, maar wat op de achtergrond mee moet spelen is de plotse dood in 2015 van de toen vierjarige zus van de baby, gevolg van een herpesvirus: totale verslagenheid bij gans het personeel en ontelbare vaste bezoekers. En een commerciële ramp want Mumba was vanaf geboorte publiekslieveling – ook kleinzoon en ik hebben haar vertederd bekeken. Maar wat zeg ik nou: Mumba? Wat is dat voor achterhaalde gewoonte om ‘wilde’ dieren een naam te geven? Eigenlijk mag dat niet van de puristen die fel tegen het vermenselijken zijn. Ook Artis tobt ermee – een beetje dan, want je zal verzorger (voorheen oppasser) zijn en het alleen over ‘die kleine’ mogen hebben. Directeur Haig Balian geeft dat als een argument om het toch ook bij de nieuwgeborene te doen (Sanuk) en voert als verzachtende omstandigheid aan dat dat een Thaise naam is. Daarmee is inderdaad neokolonialisme vermeden, maar dat de vertaalde betekenis iets als ‘gezelligheid’ of ‘geluk’ is, bewijst dat ‘ontmenselijken’ niet écht wil lukken.

Balian vertelt een internationaal adviseur van dierentuinen dat ene ‘Bernhard’ al lang geleden tegen hem zei ‘je moet je olifanten kwijt’. Zou dat wijlen ‘onze’ Bernhard geweest zijn, de jager van rokken en groot wild in het kader van natuurbescherming? Dat is dan tegelijk gotspe en teken van voortschrijdend inzicht geweest. De adviseur, voorstander van kleine ecosystemen met vooral kleine dieren in de ‘tuinen’ (‘dan verliezen mensen automatisch hun belangstelling voor de grote’, is zijn wishful redenering), is het met Bernhard eens. Balian ook, diep in zijn hart of zijn geweten, maar het publiek komt juist voor de ‘groten’ en die zijn, ook of vooral economisch gezien, onmisbaar. Al zijn, zegt hij, de ijsberen, orangs en bizons uit Artis verdwenen. Tijger en nijlpaard ook, bedenk ik.

Maar dan doet hij een bekentenis: als kind al maakte hij een ritje op de grote mannetjesolifant in Artis, een geweldige, beslissende ervaring. (Voor mij als kind ook: dit griezeligs nooit meer). Aandoenlijk probeert hij het gevoel van die ruwe huid te beschrijven en indirect te gebruiken als argument waarom hij moeilijk afstand kan doen. De ander toont begrip maar zal niet overtuigd zijn. Nee, Balian gaat ver mee in eigentijds denken over onze omgang met dieren, maar alleen al de investeringen in het nieuwe olifantenverblijf maken duidelijk dat die voorlopig niet verdwijnen.

En dan de eigentijdse vorm van die behuizing. In plaats van namaaknatuur, die nooit de echte kan benaderen, een bewuste keus voor half-abstracte vormen alsof het kubisme van Léger een eeuw later in Artis is beland. Op mijn scherm ziet het er merkwaardig uit, maar misschien is het in het echt wel leuk of mooi. En als olifanten van kubisme houden is het natuurlijk helemaal oké. In elk geval heeft de landschapsarchitect geprobeerd er voldoende verrassingen voor de dieren in te bouwen. Al blijft een kudde van drie vrouwtjes uit twee generaties met een oppervlak van vierduizend vierkante meter in plaats van de 240 vierkante kilometer die vrije dieren gebruiken, behoorlijk onnatuurlijk. En of die verhoopte ijsvogel nou wel of niet de gang in hun bouwsel zal gebruiken, de olifant zal het worst wezen. Al is het voor de ecologie van Mokum wel leuk natuurlijk.

Ooit had Artis de grootste collectie ter wereld en daarmee het grootste aantal kleine hokken. Nu gaat het erom een veel kleiner aantal soorten zo verantwoord mogelijk (kleine biotopen) te herbergen. Met zo min mogelijk hekken, waarbij mens en dier dezelfde ruimte delen. En dan maar hopen dat mensen de dieren respecteren. Probleem is: zo wordt elk dier een huisdier dat nodig geaaid of gevoerd moet worden, wat Artis daar ook over zegt. Als bezoekers van de Beekse Bergen de jachtluipaarden al door hun kinderen willen laten aaien, dan begrijp je wat ze met de dwergmaki willen.

Balian is uiteraard groot dierenliefhebber (die zijn hond trouwens ‘Darwin’ doopte) maar als het op de ‘homo neerlandicus’ aankomt kan hij in razernij vervallen. ‘Je kent de Hollanders niet’, zegt hij tegen een deskundige, ‘ze lopen overal dwars doorheen en denken allemaal dat ze koning zijn.’ De voorbeelden van dom- en slechtheid zijn inderdaad verbluffend. En hekken lijken soms onvermijdelijk, niet om de mens tegen het dier te beschermen, maar andersom.

Balian raakt in een pijnlijke spagaat rond de olifantengeboorte. Als de kleine haar eerste publieke opwachting maakt zijn niet alleen de beelden van een fotograferende massa angstaanjagend, ook het opgewonden mensengeluid gaat door merg en been. Met moeite krijgt hij het publiek wat meer op afstand. Eerder hoopte de PR-afdeling op bevalling de vrijdag voor de herfstvakantie, zodat media het nog zaterdag zouden meenemen en de toestroom maximaal zou worden. Er zijn er in Artis die meer vanuit het dierenbelang denken.

Eigenlijk zet Kluijfhout de boel al veel eerder op scherp; we zien een moeizaam verlopende pelikanenjacht. De dieren moeten met grote regelmaat gekortwiekt ‘omdat ze al op drie slagpennen in twintig minuten van Assen naar Alkmaar kunnen vliegen’. Niet schadelijk, net als haren en nagels knippen, zegt de verzorger. De prijs is wel dat ze op de grond moeten slapen, wat ze in een boom willen doen. Dat zou alleen in een enorme volière kunnen, maar die is duur en dan staat er weer een hek dat de ‘natuurlijke ervaring’ wegneemt.

We zien nog een casus inzake menselijke interventie. Een deskundige van de Universiteit van Gent komt het sperma van de mannelijk onechte gaviaal onderzoeken omdat er na het vierjarig huwelijk nog geen nakomelingen zijn. Daartoe moet zaad gemolken – ga er maar aan staan bij een meterslange gepantserde kolos van driehonderd kilo en een bek vol tanden (zij het iets minder dan honderd, en daarom, volgens sommige biologen een krokodil). De voor de hand liggende vraag (moet je dit wel doen vanwege de stress voor het dier dat in een gigantisch dwangbuissysteem moet gestopt) is hier kennelijk al bevestigend beantwoord. Doorslaggevend argument: een bedreigde soort (minder dan 2500 exemplaren in heel Zuid-Oost Azië), wellicht te redden dankzij aanvulling met dierentuinexemplaren. Het blijkt een adembenemende operatie, niet ongevaarlijk voor mens en dier. Als ter plekke is vastgesteld dat er relatief weinig maar wel levende zaadcellen zijn is de vraag: insemineren? Antwoord: ja. Al zijn niet alle verzorgers het erover eens: stress. Die is in de natuur zeker zo groot, zegt de Vlaamse deskundige.

Moeten, kunnen dierentuinen nog wel? Ja, zegt Balian: ‘We moeten dieren beschermen met parken; de ongerepte natuur bestaat niet meer. De rest van de wereld is ook een dierentuin. Vrije natuur is een illusie.’ Een variant op Bloem: ‘En dan, wat is natuur nog op de planeet?’ Waar schapenliefhebbers de wolf willen weren, duivenhouders de bescherming van roofvogels willen opheffen en legers carnivoren de grazers in de Oostvaardersplassen komen bijvoeren, boswachters met de dood bedreigend. Prachtige dierenbeelden trouwens in een interessante film.


Willemiek Kluijfhout, Het nieuwe Artis, Teledoc KRO-NCRV, zondag 22 juli, NPO 2, 20.25 uur