Kunst op komst

Het nieuwe culturele seizoen

Dit is de kunst waar de vaste recensenten van De Groene Amsterdammer naar uitkijken.

1. De nationale eer (Kunst)

Detail van het altaarfrontaal uit de kerk Sant Cebrià de Cabanyes in Sant Fost de Campsentelles, Catalonië, eerste helft veertiende eeuw © Museu Episcopal de Vic

De brave Haagse kunstschilder Louis Apol (1850-1936) was gespecialiseerd in winterlandschappen en werd daarom in 1880 gevraagd om mee te gaan op een van de expedities van het zeilschip Willem Barentsz, dat zich inspande om in het poolgebied de Nederlandse vlag te laten zien, wetenschappelijk onderzoek te doen en monumenten te plaatsen op ooit door Nederlanders ontdekte plekken als Spitsbergen en Jan Mayen. De nationale eer was in het geding: het stak de initiatiefnemers dat het een Noor was, Carlsen, die in 1871 als eerste de resten van Het Behouden Huys had teruggevonden.

Apol ging mee en legde zijn indrukken in enkele honderden schetsen en aquarellen vast. Hij sloot voor zijn vertrek een contract af met de Amsterdamse Panorama Maatschappij voor de vervaardiging van een gigantisch doek – 144 bij 15 meter – dat in Amsterdam zou worden tentoongesteld. Hoewel de Barentsz door slecht weer en tegenslag nooit echt op Nova Zembla was aangekomen maakte Apol er een pakkend schouwspel van, dat een kolossaal publiekssucces werd. Het ding zelf is inmiddels verdwenen; Apols schetsen en de foto’s van het meesterwerk worden in Panorama Mesdag getoond.

Door de grote dynamiek van het West-Europese christendom is in de meeste kerken het interieur geregeld vernieuwd en verbeterd. Vakantiegangers weten dat in verafgelegen kerkjes in de Pyreneeën of de Noorse fjorden, waar alles heeft stilgestaan behalve de tijd, nog wel eens heel oude, vroeg-middeleeuwse kerkkunst kan worden aangetroffen. Het Catharijneconvent brengt in de tentoonstelling North & South (rare titel) topstukken uit de twaalfde tot de veertiende eeuw uit Noorwegen en Catalonië bijeen. Dat ligt ver uit elkaar, maar de merkwaardige werken tonen juist hoe opvallend homogeen de christelijke cultuur in de Middeleeuwen was.

En verder: Rembrandt-Velázquez: Nederlandse en Spaanse Meesters in het Rijksmuseum Amsterdam, maar ook de solotentoonstellingen van twee mindere goden van de zeventiende-eeuwse Parnassus, Nicolaes Maes in het Mauritshuis en Pieter de Hooch in Delft.

En ik voorspel dat iedereen en zijn moer de staf gaat breken over het overzicht van Design van het Derde Rijk in Design Museum Den Bosch. Dat kán ook eigenlijk niet goed gaan, zou je denken.

North & South, Catharijneconvent, Utrecht, vanaf 25 oktober. Louis Apol op Nova Zembla, Panorama Mesdag, Den Haag, vanaf 19 oktober

Koen Kleijn


2. Nakomelingen (Televisieserie)

Wat is de boeiendste manier om een waargebeurd geschiedenisverhaal te vertellen? Bijna nooit slaagden scenaristen en regisseurs zo consequent en zo goed in die taak als bij The Crown: vanaf het veelbekroonde eerste seizoen wordt er in deze serie over ’s werelds beroemdste monarchie, die van Engeland, een perfecte balans gevonden tussen soapy en inhoudelijk, tussen gejaagd en kalm, tussen verval en weelde.

Voor het komende seizoen zijn de verwachtingen niet alleen daardoor zo hoog: de budgetten voor de al overweldigende sets en decors schijnen nog verder opgeschroefd te zijn, de rol van Queen Elizabeth wordt vanaf nu gespeeld door de geweldige Olivia Colman, en het verhaal is inmiddels aangekomen bij de roerige jaren zestig. Net als de twee decennia van de vorige seizoenen is ook dit een dankbare periode voor een televisieserie.

Ditmaal zal The Crown waarschijnlijk minder draaien om Elizabeths persoonlijke worsteling met macht en haar huwelijk en meer om haar nakomelingen, onder wie natuurlijk prins Charles, die ook gekroond zal worden. En intussen dienen zich ook grote, internationale problemen aan: de befaamde Ramp van Aberfan (1966), waarbij in een plaatsje te Wales de afvalberg van een steenkoolmijn op een dorp belandt en onder meer 116 kinderen sterven. En dan breekt pal daarop een periode aan van internationale dekolonisatie. Het Britse koninkrijk neemt officieel afstand van diverse kolonies, levert zodoende nog meer van de oude grandeur in en moet een nieuwe rol aannemen. In hoeverre verliest Elizabeths functie daarmee ook aan waarde?

Je zou elke belangrijke periode uit de geschiedenis zo’n intelligente, doordachte benadering – en zo’n budget – toewensen als bij The Crown wordt gebruikt. En terwijl seizoen 3 wordt afgerond, zijn nu ook alvast de eerste namen genoemd voor het vierde seizoen: dan maken in elk geval prinses Diana en Margaret Thatcher hun opwachting.

Het derde seizoen van The Crown is vanaf november te zien op Netflix

Thomas Heerma van Voss


3. Grote dromer (Klassiek)

Nicholas Collon, chef-dirigent van het Residentie Orkest © Maarten Fleskens / Residentie Orkest

In de serie Ongehoord Bruckner spelen het Gelders Orkest, het Residentie Orkest en het Noord Nederlands Orkest onder Claus Peter Flor, Nicholas Collon en Martin Sieghart de oerversies van de Derde, Vierde en Achtste symfonie. Dat is nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Wat is deze grote dromer geknecht en gekneveld. Geen oeuvre stond zo hardnekkig aan (zelf)censuur bloot als dat van Anton Bruckner (1824-1896). Vrienden als de gebroeders Franz en Josef Schalk zetten ongevraagd het mes in de voor langdradig-excessief gehouden symfonieën. Ook de officiële Bruckner-edities van zijn respectievelijke bezorgers Robert Haas en Leopold Nowak, vooral de eerste controversieel door zijn eigenmachtige ingrepen in het materiaal, zijn tot de dag van vandaag stof voor discussie.

De bemoeizucht van tijdgenoten heeft Bruckner geestelijk geschaad. Zelfs de zegetocht van de Zevende symfonie zou hem niet genezen van zijn wankelmoedigheid. Nadat dirigent Hermann Levi zijn vernietigende oordeel had geveld over de Achtste, begon de componist wanhopig maar gedwee opnieuw. Zo sneuvelden in de loop der jaren duizenden maten op het offerblok van een schrijven-is-schrappen-mentaliteit die ook toen al de gemeenplaats koesterde dat minder meer is. Dat hangt natuurlijk helemaal af van wat een kunstenaar te zeggen heeft. Als dat veel is, moet de kraan wijd open.

Bruckners componeren was een extatisch fantaseren on the spur of the moment. Nooit om een idee verlegen; naïef plechtstatig rauw en echt. Hoe dat tettert, zingt en fluistert, jaagt en talmt, eindeloos uitweidt en herhaalt is een belevenis als weinig andere; een mateloze inspiratie die verbluft en vertedert. In de originele versies van zijn symfonieën – die hij met de veelzeggende kanttekening ‘zoals ik ze geschreven heb’ aan de Oostenrijkse staatsbibliotheek naliet – zit de luisteraar adembenemend dicht op die Russische roulette van de grote greep. Het zijn kathedralen in aanbouw. De zuilen wankelen, het dak ligt nog open. Maar wat een kolossale en soms gaudiaans bizarre architectonische geboorten zijn het. Zo moet de organist Bruckner gespeeld hebben, toen hij als improvisator furore maakte tot in Londen. Alles klinkt alsof hij het ter plekke heeft bedacht. En in het vuur van de strijd ontstaat geen moment de indruk van incoherentie of fragmentatie. Het is innerlijke natuur, oneindig vruchtbaar. Niemand stelt de idiote vraag of een fraai berglandschap wel strak genoeg in het gelid staat. Natuur is wat zij is, een wonder.

Ongehoord Bruckner, 8 t/m 10 november in Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam, muziekgebouw.nl

Bas van Putten


4. Regels breken (Film)

Sun-kyun Lee als Park Dong-ik en Yeo-jeong Jo als Park Yeon-kyo in Parasite © September Film Distribution

Wie een genrefilm maakt, legt zichzelf grenzen en regels op. Wie een genrefilm maakt – thriller, actiefilm, horrorfilm, comedy – stopt zijn film eigenhandig in een hokje. Maar dat er grenzen zijn, betekent ook dat je die kunt overschrijden. Dat er regels zijn, betekent dat je ze kunt breken. Godard testte in de jaren zestig tot hoever hij een misdaadfilm kon oprekken; in de jaren negentig zorgde onder anderen Tarantino ervoor dat postmoderne cinema mainstream ging. Allebei deden ze dat een beetje smug, met dikke knipogen naar de oplettende kijker.

Ook de Koreaanse filmmaker Bong Joon-ho maakt genrefilms die buiten hun eigen oevers treden, maar waar Godard en Tarantino niet zozeer genrefilms maken als wel commentaar op dat genre leveren, daar maakt Joon-ho púre genrefilms; opwindende achtbaanritten van films die van minuut tot minuut de regels van hun genre volgen en breken.

Met Memories of Murder (2003), zijn variant op de destijds zo populaire seriemoordenaarsfilm, blies Joon-ho me omver, zo moeiteloos wist hij heen en weer te schakelen tussen ijzingwekkende spanning, slapstickgeweld en oprechte melancholie. Hij maakte meer briljante films: monsterfilm The Host (2006), met een van de meest enerverende actiescènes ooit, en het onterecht vergeten Mother (2009), een niet-te-harden zo spannende thriller met ontroerend einde. Met zijn twee meest recente producties, Snowpiercer (2013) en Netflix-film Okja (2017), allebei Engelstalig, met een groot budget en grote namen, bereikte hij een groter publiek dan ooit. Maar zelf verlangde ik terug naar zijn Koreaanse films.

Die maakte Joon-ho met zijn nieuwe Parasite (Gisaengchung). Hij kreeg er, opmerkelijk genoeg als eerste Koreaan ooit, de Gouden Palm voor. De film, een zwarte komedie volgens de een en een sociale satire volgens de ander, vertelt over een arme familie die stukje bij beetje het huishouden van een rijke familie overneemt. Een intrigerende premisse, en schijnbaar een heel andere richting voor Joon-ho: minder spektakel, meer psychologie. Ook nieuw is het satirische element, want Joon-ho’s films zijn dan wel spectaculair maar ook altijd uitgesproken warm en menselijk, waardoor hij eigenlijk vooral in de traditie van Spielberg staat. Want waar Godard en Tarantino zich altijd boven hun publiek verheffen, daar zitten Spielberg en Joon-ho samen met jou in de bioscoop, te genieten. Dat Joon-ho met Parasite ook het genre van de sociale satire op spectaculaire wijze naar zijn hand zal zetten, lijdt echter geen twijfel.

Te zien vanaf 28 november

Basje Boer


5. Uitstervende bewegingen (Kunst)

Katja Heitmann, Museum Motus Mori © Hanneke Wetzer

‘We leven in een tijd waarin we het menselijk lichaam proberen te optimaliseren, als een soort efficiënt apparaat.’ Dat zei Katja Heitmann, Duitse choreograaf, vorig jaar op een bijeenkomst in Maastricht, omringd door een kring van jonge mensen die hun handen door hun haren lieten gaan, voelden aan hun schouder of wreven over hun gezicht. Heitmann vertelde hoe we het lichaam het liefst van zijn rimpels ontdoen en hoe het glad moet zijn, zo glad mogelijk, als een perfect, schoon oppervlak. In deze sessie vestigde zij de aandacht op de huid, die elke beweging die we maken naar buiten toe overbrengt. Het was nog maar een voorproefje op haar tentoonstelling bij Marres, Huis voor Hedendaagse Cultuur in Maastricht, dit najaar.

Dan opent het Museum Motus Mori, een museum voor de met uitsterven bedreigde menselijke beweging. Het is een intrigerende premisse, dat onze cultuur mede bepaalt welke bewegingen wij maken, en dat er daardoor ook bewegingen zijn die op een zeker moment minder of helemaal niet meer worden gemaakt. Zes weken lang, vijf uur per dag, zullen tien dansers in een choreografie van Heitmann stilstaan bij bijvoorbeeld het sleutelbeen, de ribbenkast en de navel. Wat doen die op een dag, bewust en onbewust? Wat kunnen die zoal dat we geneigd zijn als overbodig te beschouwen?

Museum Motus Mori sluit aan bij Training the Senses, een doorlopend programma van Marres waarin kunstenaars een beroep doen op onze zintuigen. Maar in de meeste musea voor moderne kunst wordt tegenwoordig volop en op hoog niveau gedanst. Wie de agenda van Anne Teresa De Keersmaeker raadpleegt, ziet naast voorstellingen in huizen voor dans en theater het komende seizoen ook een aantal musea. In het M HKA in Antwerpen voert ze in september gedurende vier dagen een choreografisch experiment uit: The Dark Red Research Project. Op een stuk van componist Salvatore Sciarrino, Opera per flauto, vertrekken de dansers vanuit de meest elementaire beweging van het menselijk lichaam: ze zullen door het museum dansen ‘in het spoor van hun ademhaling’.

Katja Heitmann, Museum Motus Mori, 3 september t/m 27 oktober, Marres, Maastricht, marres.org. Anne Teresa De Keersmaeker & Rosas, The Dark Red Research Project, 5 t/m 8 september, M HKA, Antwerpen, muhka.be

Roos van der Lint


6. Ontmoetingen (Televisie)

Judith Noyons in de aflevering Wat je vindt mag je houden, uit de serie Centraal © Fiction Valley / Herrie Film & TV

Met blijdschap kondigde de vpro de geboorte aan, januari aanstaande, van een nieuwe kunst- en cultuurspruit. De naam blijft nog geheim. Een wekelijks programma op de zaterdagavond, prime time, onder leiding van Nadia Moussaid. Aan de hand van ‘actuele thema’s die worden behandeld in boeken, films en muziek’ zal het gaan over ‘de wereld van nu’. Niks l’art pour l’art. Gasten zijn auteurs, filmmakers, componisten en andere kunstenaars vanwege hun ‘vaak prikkelende en uitgesproken ideeën over de complexe wereld waarin we leven’. Het is bar stroef proza maar nieuwsgierig maakt het, Moussaid is een goeie en de vpro heeft veel krediet. Dit zou mijn tip voor het komend seizoen zijn, ware het niet dat in een voetnoot de gelijktijdige opheffing van VPRO Boeken en VPRO Vrije Geluiden werd aangekondigd. Oftewel: jullie krijgen een nieuwe baby maar twee kinderen vermoorden we. ‘Hilversum moet zich diep schamen’, schreef Michiel Krielaars in de NRC. En zo is het.

Dus switch ik ook dit jaar naar tv-drama, dat genre waarin televisie zelf kunst maakt. Hopelijk komt er veel fraais, ook op het gebied van series voor groot publiek, maar het meest nieuwsgierig ben ik naar Centraal van ntr, BNNVara en vpro: de opvolger van hun langjarige project One Night Stand, waarin overwegend jonge scenaristen en regisseurs single plays van maximaal vijftig minuten maakten. Een horreur voor kijkcijferverantwoordelijken, want die willen publieksbindende doorlopende verhalen. Een zegen voor tv-drama als kunstvorm waarin de individuele stem van de makers hoorbaar is. En een plek waar de novelle en het korte verhaal kans krijgen naast de romanreeksen die veel series toch zijn. Natuurlijk was niet alles even geslaagd, maar voor het interessantste drama moest je zeker ook bij ONS (en Kort!) zijn.

Centraal staat voor Rotterdam Centraal, de locatie waar alle, volstrekt zelfstandige afleveringen zich afspelen. We zien zes maal reizigers en ontmoetingen, zoals bedacht en gemaakt door Nina Spijkers, Myranda Jongeling, Sia Hermanides, Ilse Ott, Jamille van Wijngaarden, Randy Oost, Aiman Hassani, Britt Snel, Kurt Platvoet, Emily Reekers en Maurice de Bruijne. Artistieke leiding: scenarist Mieke de Jong, zelf eredivisie.

Centraal, Vanaf vrijdag 1 november op NPO3

Walter van der Kooi


7. Arabische opstand (Toneel)

Lawrence of Arabia uit 1962 is een van de hoogtepunten uit de filmgeschiedenis. De titelfiguur is de Britse luitenant T.E. Lawrence, die tijdens de Eerste Wereldoorlog in Jordanië de Arabische opstand leidde tegen de Ottomaanse bezetter. Het avontuurlijke heldenverhaal bevat spectaculaire woestijnscènes, twee geweldige hoofdrollen van Peter O’Toole en Omar Sharif, en was ook historisch behoorlijk accuraat.

Op dat laatste valt wel wat af te dingen, stellen Marjolijn van Heemstra en Sadettin Kirmiziyüz. Zo speelt in het drieënhalf durende filmepos geen enkele vrouw een noemenswaardige rol. Onder het motto ‘Zesentwintig scènes die nog misten in de film’ brengen de theatermakers een herlezing van de verfilmde gebeurtenissen. Dat is iets om je op te verheugen. Want los van elkaar, en met hun eerdere gezamenlijke voorstelling Hollandse luchten I: Jeremia – over internetreaguurders en onze vrijheid van meningsuiting – hebben Van Heemstra en Kirmiziyüz zich geprofileerd als makers van superieure theatrale essays. Hun persoonlijke ervaringen en twijfels zijn het startpunt voor een bevlogen (zelf)onderzoek en worden met opgedane feitenkennis en theoretische inzichten verweven tot een meeslepende vertelling. Hun brandstof zijn maatschappelijke pijnpunten, die ze onverschrokken uiteenrafelen. Hart en hersens worden evenveel aangesproken door de oprechtheid waarmee ze zichzelf en de wereld om hen heen proberen te doorgronden, en door de intelligente opbouw van hun gedramatiseerde denkstappen.

Heel indrukwekkend waren de voorstellingen van Kirmiziyüz over zijn familieleden, over de hilarische en ontroerende reis naar Mekka die hij met zijn vader maakte, en over de door hem onbegrepen terugkeer van zijn zus naar Turkije. En Van Heemstra’s prachtig getheatraliseerde ontmoeting met de Afghaanse vluchtelinge Zohre, die vastloopt op de grenzen van haar goede bedoelingen. Of haar veldonderzoek naar het wereldpaspoort van de Amerikaanse activist Garry Davis, waarmee ze vergeefs probeerde door de Nederlandse douane te komen. Bijgestaan door drie acteurs, en met ‘input van Arabische theatermakers, historici en een boze Saoedische blogger’ zullen ze de geromantiseerde avonturenfilm van hedendaags commentaar voorzien. Die vertelt namelijk óók over Europees kolonialisme in het Midden-Oosten, en over ‘beslissingen die de kiem legden voor grote conflicten waarmee we vandaag de dag te maken hebben’.

Marjolijn van Heemstra en Sadettin Kirmiziyüz, Lawrence of Arabia, 10 oktober première in Frascati, Amsterdam, tournee tot begin december, allesvoordekunsten.nl

Marijn van der Jagt


8. Parijs in de nacht (Kunst)

Brassaï, Prostitueé bij Place d’Italie, 1932 © Estate Brassaï Succession, Paris

Vanaf 13 september toont Foam een groot overzicht van het werk van de Hongaarse Fransman Brassaï. Brassaï, door Henry Miller ooit ‘the Eye of Paris’ gedoopt, schreef, schilderde, tekende en beeldhouwde en was in al die zaken meer dan bedreven. Maar het is als fotograaf dat hij naam maakte en we hem ons nu herinneren. Het zijn zijn foto’s die ons beeld van Parijs hebben bepaald – foto’s die Parijs, als idee, hebben gemaakt tot wat het is. De romantiek van verlaten straten, lantaarnlicht in de mistige nacht op de Pont Neuf, onder een donkere hemel en boven een glimmende Seine. De romantiek van onder spiegelwanden in een hoek weggedoken geliefden in een café op Place d’Italie.

Brassaï, in 1899 als Gyala Halász geboren in Brassó, in Hongaars Transsylvanië, was als zoon van een professor in de Franse literatuur als kind al in Parijs geweest, maar hij vestigde zich er pas in 1923. In de tussentijd had hij onder andere gediend tijdens de Eerste Wereldoorlog, bij de Austro-Hongaarse cavalerie, en gestudeerd in Boedapest en Berlijn. Rond zijn dertigste begon hij te fotograferen. Voor die tijd keek hij daar een beetje op neer, bekende hij later. Het was mede-émigré André Kertész die hem een camera in handen duwde en die zag hoe hij het Parijs van zijn nachtelijke wandelingen begon vast te leggen. Zijn eerste publicatie, Paris de nuit, verscheen in 1932 en was direct een groot succes.

Brassaï’s foto’s maken moeiteloos kunst van de werkelijkheid. Het zijn beelden die aan Parijs zijn ontfutseld en die Parijs maken tot wat de stad is. Zelf schreef hij over een verwante ambiguïteit die inherent is aan de fotografie: ‘De foto heeft een dubbele lotsbestemming… ze is een dochter van de externe wereld en de levende seconde, en zal in dat opzicht ook altijd iets van een historisch of wetenschappelijk document in zich dragen; maar ze is ook een dochter van de rechthoek, een kind van de beaux-arts, die vereist dat men de ruimte prettig en harmonieus invult met zwarte en witte vlekken of kleuren. In dit opzicht zal de foto altijd een voet in het kamp van de grafische kunsten hebben, en het zal daar nooit aan kunnen ontsnappen.’

Brassaï, 13 september t/m 4 december, Foam, Amsterdam, foam.org

Jan Postma


9. Bezieling (Muziek)

De Amerikaanse band Tool deelde eerder deze maand op social media een door de bandleden zelf ondertekend formulier. Je hoefde alleen maar je naam in te vullen op het zwarte lijntje en kon het dan bij je werkgever indienen, om zo op vrijdag 30 augustus 2019 vrij te vragen. Dan verschijnt het album waar fans dertien jaar op hebben moeten wachten.

Een band die niet alleen al dertien jaar geen album meer uitbrengt, maar ook onvindbaar is op de streamingplatforms die in die jaren de cd hebben vervangen, loopt de kans om zichzelf te marginaliseren. Zanger Maynard James Keenan maakte in al die jaren wel platen en toerde met zijn ándere bands, A Perfect Circle en Pushifer. Bij interviews kreeg hij als slotvraag standaard die naar het nieuwe Tool-album, en leek hij een steeds sardonischer genoegen te scheppen in mystificatie en valse hoop.

Misschien was het ook gewoon óp. Het laatste album 10,000 Days kon niet in de schaduw staan van de eerste drie klassiekers, en bovendien was de muziekwereld veranderd. De generatiegenoten van Tool, die metal begin jaren negentig mainstream hadden gemaakt, waren opgeheven (Rage Against The Machine), nostalgie-acts geworden (Metallica) of lachwekkende zelfparodieën (Limp Bizkit). En dan was Tool ook nog uitgegroeid tot een soort statement tegen de tijdgeest: de band maakt nummers die zo verschrikkelijk ingewikkeld, technisch en láng zijn dat ze geschreven zijn voor een aandachtsspanne die schaars is geworden.

En toen kwam Tool naar de Ziggo Dome, in juni. De band speelde twee nummers die niemand ooit had gehoord, Descending en Invincible, die beide twaalf minuten duurden. En het was muisstil. Volledige aandacht. Niet alleen omdat deze nummers anders totaal niet te behappen vielen, maar ook omdat ze die aandacht verdienden, met hun krankzinnig strakke marsritme, hun technische superioriteit, hun onafhoudende onheil, en dan steeds die onverwachte zachtheid in de uithalen van Keenan. Muziek volstrekt zonder soul, maar vol bezieling.

Inmiddels is er nog een voorproefje van dat vijfde album, Fear Inoculum, vol vervormde riffs, met op het eind pas de verwachte ontlading. De luxe versie van het album gaat 114,95 euro kosten. In een tijd dat artiesten geacht worden hun muziek vrijwel gratis weg te geven, is dat nóg een statement van de band: kunst kost aandacht, tijd, geduld en mag wat kosten.

Tool, Fear Inoculum

Leon Verdonschot


10. Hilarisch (Film)

Joaquin Phoenix als Arthur Fleck in Joker © Niko Tavernise / © 2019 Warner Bros. Entertainment Inc.

Ligt het aan mij of wordt de wereld steeds maller? Een vraag van de Joker die tegelijkertijd een antwoord bevat: een rakere typering van de tijd waarin we leven is moeilijk denkbaar. Het idee van gekte als het nieuwe normaal ligt, als je afgaat op de trailer, ten grondslag aan Joker, een film van de Amerikaanse regisseur Todd Phillips over de aartsvijand van Batman. De voorfilm, al maanden geleden online, kwam als een mokerslag. Aan het begin horen we de stem van de psychotische grapjas (Joaquin Phoenix) die over zijn moeder spreekt. Die vertelde hem dat je altijd je beste voetje voor moet zetten; dat iedereen een doel in het leven heeft; en dat je er goed aan doet humor en geluk uit te dragen. Dan: beelden van Phoenix’ personage als een stand-upkomiek die na een performance het slachtoffer wordt van een gruwelijke mishandeling op straat. Zijn stem: ‘Is it just me or is it getting crazier out there?’

Zo, blijkbaar, wordt de Joker geboren. Maar zoals lezers van comics weten is de precieze oorsprong van de lachende gek onbekend. Regisseur Phillips heeft inmiddels verklaard dat het beste Joker-verhaal ooit — The Killing Joke van Alan Moore en Brian Bolland — niets te maken heeft met zijn film. Toch kun je niet aan de indruk ontkomen dat er iets van die legendarische strip uit 1988 terug te vinden zal zijn in Joker, misschien wel de panelen in zwart-wit waarin we zien hoe de Joker, platzak, probeert te zorgen voor zijn hoogzwangere vrouw. Hoe dan ook, het verhaal zal gaan over moord, terrorisme, chantage, sadisme en over een schurk, een man, die zo mismaakt is als gevolg van de wereld waarin hij leeft dat hij de tragedie hiervan niet inziet. En het allemaal hilarisch vindt.

Te zien vanaf 3 oktober

Gawie Keyser


11. Late groet (Opera)

Ritratto, De Nationale Opera © Florian Joahn

‘Waar het paradijs een hel wordt.’ Met deze hartenkreet beveelt De Nationale Opera Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny aan van Kurt Weill en Bertolt Brecht. Het is een sarcastisch muziekspektakel uit 1930 over de opkomst en ondergang van een stad in het midden van het niets, een keiharde satire op het kapitalisme. Bij dno in het Opera Forward Festival, het off, dat in een paar jaar is uitgegroeid tot het meest verrassende onderdeel van het operaseizoen. Mahagonny is een coproductie met het operafestival van Aix-en-Provence en dat betekent tegelijkertijd dat het een late groet is van Pierre Audi, die van dno naar Aix overstapte. Regisseur is Ivo van Hove, de vormgeving is van Jan Versweyveld, met video’s van Tal Yarden. Sir Willard White en Thomas Oliemans hebben belangrijke rollen in wat een uitgebeende, kale voorstelling zou kunnen zijn. Markus Stenz dirigeert met het Nederlands Philharmonisch Orkest de bijzondere muziek van Weill, een kruising van jazz, klassiek en populaire smartlappen.

In het off verder nog wereldpremières, waaronder Ritratto (Portret) van Willem Jeths over de steenrijke Venetiaanse Luisa Casati, die een levend kunstwerk wilde zijn, en Das Jagdgewehr van Thomas Larcher naar de novelle van de Japanse schrijver Yashusi Inoue. Ook spannend bij dno: Die Frau ohne Schatten van Richard Strauss en Hugo von Hofmannsthal in regie van Katie Mitchell. Een keizerin die geen kinderen kan krijgen, een arme verversvrouw wel.

Maar let ook op kleinere gezelschappen als Holland Opera, Opera Spanga, Opera Nijetrijne en Opera2day met Opera Melancholia van Philip Glass naar The Fall of the House of Usher van Edgar Allan Poe. En twee veelbelovende Zauberflöte’s van Mozart, een opera waar wel iets interessants mee te doen valt: een van Opera Zuid, regie Jorinde Keesmaat, en een van jeugdgezelschap De Toneelmakerij met zangerscollectief Silbersee, regie Paul Knieriem, dirigent Romain Bischoff, libretto Daniël van Klaveren.

Opera Forward Festival, 13 t/m 26 maart 2020, operaforwardfestival.nl

Max Arian