De oorlog gaat alweer om olie

Het nieuwe Grote Spel

In de afgelopen jaren ontwikkelde zich rond Centraal-Azië en het Kaspische gebied een modern spelletje Risk. Het spel gaat vooral om gas- en olie voorraden en bijbehorende pijp leidingen. De VS spelen mee. De rol van Afghanistan is cruciaal, maar het moet er eerst rustig zijn.

Eind maart 1997. Na een openbare terechtstelling te hebben bijgewoond in het voetbalstadion van de Zuid-Afghaanse stad Kandahar, de toenmalige hoofdstad van de Taliban, ging de Pakistaanse journalist Ahmed Rashid op weg naar de residentie van Mullah Mohammed Hassan, de gouverneur van Kandahar, die hij zou interviewen. Rashid berichtte al sinds 1979 vanuit het zwaar geteisterde Afghanistan en was dus wel wat gewend. Maar dit had hij nog nooit gezien. Uit het kantoor van de gouverneur kwam een knappe zakenman met zilvergrijs haar, gekleed in een vlekkeloos blauwe blazer met gouden knopen, een gele zijden das en Italiaanse instappers. Hij had twee andere zakenlieden bij zich, die al even vlekkeloos gekleed gingen en dikke aktetassen droegen. «Ze zagen eruit alsof ze zojuist een deal hadden gesloten op Wall Street, en niet alsof ze onderhandeld hadden met een troep islamitische guerrilla’s in de stoffige steegjes van Kandahar», schrijft Rashid in zijn veelgeprezen boek Taliban.

Die zakenman was Carlos Bulgheroni, een Argentijn van Italiaanse afkomst. Hij is president van de Bridas Corporation, een Argentijnse oliemaatschappij. Sinds 1994 had Bulgheroni uiterst geheime onderhandelingen gevoerd met de Taliban en het Noordelijke Bond genootschap van generaal Massoud voor de aanleg van een gaspijpleiding dwars door Afghanistan, van de rijke gasvelden in Turkmenistan naar Pakistan, waar aansluiting kon worden gevonden bij bestaande leidingen die het gas, en misschien later ook Turkmeense olie, zouden vervoeren naar de terminals aan de Arabische Zee.

Bridas Corporation behoort niet tot de grote oliemaatschappijen, maar is berucht om zijn vermetelheid. Bulgheroni waagde zich in 1991 dan ook als eerste westerse ondernemer op de rijke maar uiterst risicovolle olie- en gasmarkt van de zojuist onafhankelijk geworden Centraal-Aziatische republieken. Daarmee begaf hij zich in een enorm geo politiek krachtenspel. Niet alleen ex-sovjet republieken als Turkmenistan, Tadzjikistan, Kazachstan, Oezbekistan en Azerbeidzjan roerden zich in de nieuwe internationale arena, ook regionale grootmachten als Turkije en vooral Iran lieten zich gelden. Intussen probeerde Rusland zijn invloed te behouden op een wijze die nauwelijks verschilde van die uit de tijd van het sovjetimperium. Ook de Ver enigde Staten meldden zich in de regio. Meer en meer werden Centraal-Azië en het Kaspische gebied het speelbord voor een modern partijtje Risk.

Het nieuwe spel lijkt op «The Great Game» waarop Rudyard Kippling doelde in zijn in 1901 verschenen roman Kim, toen de Britten, die Zuid-Azië stevig in de greep hadden, en Rusland, dat zijn invloed deed gelden in het Kaspische gebied, verwikkeld raakten in een intrigerende en zenuwslopende strijd van diplomaten en geheim agenten om invloed in wat tegenwoordig Afghanistan is. Toen al werd het gebied beschouwd als cruciaal in de strijd om Centraal-Azië.

Ook nu is invloed in Afghanistan onmisbaar voor wie de regio wil beheersen. Via Afghanistan loopt de route naar de Arabische Zee, de opening naar andere delen van Azië. Het nieuwe Grote Spel wordt voornamelijk uitgevochten tussen Rusland, Iran en de Verenigde Staten en heeft als inzet de controle over de olie- en gasvelden van de Kaspische Zee en Centraal-Azië.

Voordat de Amerikaanse president Bush zijn «New War» afkondigde, de oorlog tegen het terrorisme, werd het nieuwe Grote Spel gespeeld langs diplomatieke lijnen. «Amerika heeft nu zijn oog laten vallen op een exotisch deel van de wereld dat niet eerder een significante Amerikaanse aanwezigheid kende, maar dat zich aan het ontwikkelen is als een van de belangrijkste strategische en commerciële gebieden van de 21ste eeuw: het Kaspische gebied», signaleerde economisch journalist Paul Starobin in een invloedrijk artikel in de National Journal in 1999. Nu de VS een enorme strijdmacht rond Afghanistan hebben samengetrokken en uit zijn op de val van het Taliban-regime, krijgt het Grote Spel ook een militaire dimensie. In buurland Oezbekistan zijn naar verluidt al Amerikaanse troepen gestationeerd, en terwijl Iran heeft aangekondigd Amerikaanse gevechtsvliegtuigen te zullen beschieten wanneer ze het Iraanse luchtruim binnenvliegen, hebben Afghaanse buurlanden als Turkmenistan en Tadzjikistan hun luchtruim opengesteld. De Russische president Poetin ziet het met lede ogen aan.

Probleem met de Kaspische en Centraal- Aziatische olie- en gasvoorraden is het transport. Duizenden kilometers pijpleiding, meestal lopend over het grondgebied van verschillende staten, spelen daarin een cruciale rol. «Turkmenistan heeft de op vier na grootste gasreserves ter wereld», schrijft de Energy Information Administration van het Amerikaanse ministerie van Energie. «Maar voordat het zijn bronnen kan exploiteren, moet het eerst de Russische invloed breken, want Turkmenistan is van Rusland afhankelijk voor pijplijnroutes.» In augustus 1997 draaide de Turkmeense president Saparmurad Niyazov de gaskraan dicht waaruit de Russen tapten. Hij wilde niet langer dat het gas werd vervoerd door de Russische pijpleidingen. «Ik ruik oude sovjetambities», zei Niyazov, doelend op het Russische pijplijnmonopolie dat het Turkmeense gas te duur maakte om te kunnen concurreren op de Europese markt. Niyazov pochte dat hij het Russische leidingensysteem niet meer nodig had, want «spoedig zal ons gas verscheept worden vanuit Zuid-Iran». Dat alarmeerde de regering-Clinton. Niyazov dreigde het Amerikaanse beleid in de war te schoppen. Dat was erop gericht om de energiebronnen in het Kaspische gebied te ontsluiten, en daarbij Rusland in het noorden en Iran in het zuiden zoveel mogelijk buiten spel te zetten. Nieuw aan te leggen pijpleidingen, doorgaans door grote ad-hoccoalities van oliemaatschappijen, waaronder niet zelden Amerikaanse giganten als Chevron, Mobil en Texaco, dienden bij voorkeur niet over Russisch gebied, en al helemaal niet over Iraans grondgebied te lopen. De regering-Clinton deed er alles aan om het plan voor een pijpleiding van Turkmenistan naar Iran, nota bene aan te leggen door Shell, te dwarsbomen.

In 1995 kreeg Carlos Bulgheroni van de Bridas Corporation concurrentie van de Amerikaanse oliegigant Unocal uit Californië. De pijplijnroute door Afghanistan, waar de burgeroorlog tussen de Taliban en de Noordelijke Alliantie raasde, werd ook door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken beschouwd als de beste. De leiding zou de gasbronnen van Centraal-Azië kunnen verbinden met de booming markten van India en Pakistan. Bovendien zouden Iran en Rusland geen cent zien, want de leiding liep niet over hun gebied. De Taliban daarentegen konden miljoenen dollars aan transitvergoedingen tegemoet zien als het gas eenmaal zou gaan stromen.

Unocal stichtte een consortium met onder meer het Russische Gazprom (tien procent) en het Amerikaanse Delta Oil (vijftien procent) om de gasleiding en daarnaast ook nog een olieleiding aan te leggen. Het samenwerkingsverband werd Centgas (Central Asian Gas Pipeline Ltd) genoemd, en raakte al meteen in conflict met de Bridas Corporation van Bul gheroni. De Turkmeense president liet Bul gheroni zonder veel scrupules vallen omdat hij meer zag in samenwerking met de machtige Amerikanen die hem konden steunen tegen de Russen. Niyazov had goed gegokt: tot op het hoogste niveau wendde de Amerikaanse regering haar invloed aan om Unocal te helpen. In maart 1996 kreeg de Amerikaanse ambassadeur in Pakistan hevige ruzie met de toenmalige Pakistaanse president Benazir Bhutto, toen hij haar verzocht niet langer Bridas te steunen, maar Unocal. Ook de Amerikaanse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Robin Raphel wendde haar invloed aan. Tegen zoveel overmacht kon Bulgheroni niet op. Zijn Bridas Corporation moest zich terugtrekken.

In Januari 1998 tekenden de Taliban een overeenkomst met Centgas voor het aanleggen van de leidingen. Het zou hen stinkend rijk hebben gemaakt, ware het niet dat Unocal en de Amerikaanse regering zich hadden misrekend. Om het leidingennet te kunnen aanleggen was namelijk vereist dat er rust zou zijn in het gebied. Dus zetten de Amerikanen, daarin getipt door de Pakistaanse inlichtingendienst, al hun kaarten op de Taliban, die zich opmaakten voor wat de laatste veldslag tegen de Noordelijke Alliantie moest worden. De Taliban slaagden er echter niet in om Mazar-e-Sharif, het belangrijkste bolwerk van de oppositie, in te nemen, en de burgeroorlog laaide weer op.

Bovendien nam in de Verenigde Staten zelf de druk op Unocal toe. Toen de Taliban hun onverdraaglijke beleid jegens vrouwen in de praktijk begonnen te brengen, barstte een storm van protest los onder feministische groeperingen, die werden bijgestaan door de crème de la crème van Hollywood. Het Witte Huis staakte de steun voor het pijpleidingenproject van Unocal en de Taliban: zowel Hillary Clinton als Al Gore had de steun van vrouwengroepen en flink aan de democratische verkiezingskas bijdragende filmartiesten hard nodig. Het project kreeg de nekslag door de dalende energieprijzen en de Amerikaanse raketaanvallen op Bin Ladens opleidingskampen.

Naar aanleiding van de aanslagen in de Verenigde Staten haastte Unocal zich om een verklaring uit te brengen: «Het bedrijf steunt de Taliban in Afghanistan niet, op geen enkele manier. Noch hebben we enig project lopen in of enige bemoeienis met Afghanistan.» De plannen voor een pijpleiding zouden eerdaags echter wel weer eens uit de bureaulade kunnen worden gehaald. «Markttechnische overwegingen zijn de enige die tellen bij het bepalen van de beste route voor Kaspische olie. En uiteindelijk zal dat de route door Afghanistan blijken te zijn. Het aanleggen van deze veelbelovende route kan pas beginnen als een internationaal erkende regering is gevormd in Afghanistan», zei Bob Todor, vice-president van Unocal naar aanleiding van het afblazen van het project.

En dat is precies wat de regering-Bush wil. Onder auspiciën van de VS is al een anti-Talibancoalitie gesloten tussen de Noordelijke Alliantie en de Afghaanse ex-koning Zahir Shah. Deze keer gokken de VS op een ander paard. Als de Taliban eenmaal het veld hebben geruimd, staat niets de aanleg van de gas- en oliepijpleiding van Turkmenistan naar Pakis tan, dwars door Afghanistan, nog in de weg en gaat het nieuwe Grote Spel om de Kaspische energiebronnen een volgende fase in.