Het nieuwe jaar

De turbulente buitenwereld en de angst voor een derde recessie kunnen in het komende politieke seizoen de spanningen tussen de coalitiepartijen op scherp zetten. De uitslag van de Provinciale-Statenverkiezingen op 18 maart zal allesbepalend zijn.

Hoe anders zag het er nog maar een jaar geleden uit in politiek Den Haag. Toen de koning in 2013 op de derde dinsdag van september voor het eerst in zijn loopbaan in de Ridderzaal de troonrede voorlas, was zijn boodschap er vooral een van extra bezuinigingen. Die kwamen boven op de toch al vergaande hervormingen die bij het aantreden van het kabinet in 2012 waren aangekondigd. In slechts één alinea verwees de koning naar ‘het recente geweld en de humanitaire noodsituatie in Syrië’, met daarbij de opmerking dat ‘instabiliteit in kwetsbare regio’s onze vrijheid, veiligheid en welvaart’ beïnvloedt. Verder speelde de wereld buiten de grenzen van de Europese Unie geen rol.

Vorig jaar september had het kabinet van vvd en pvda voor al zijn ingrijpende bezuinigingsmaatregelen ook nog geen steun in de Eerste Kamer. Het was nog maar de vraag of er effectief geregeerd kon worden door een kabinet dat een meerderheid ontbeert in de senaat. Tijdens de daarop volgende algemene politieke beschouwingen deed het kabinet volgens de oppositie ook nog eens onvoldoende moeite om die steun al in de Tweede Kamer te bewerkstelligen.

Minister-president Mark Rutte en zijn ploeg dachten toen nog dat het tijdens de kabinetsrit dan eens met de steun van deze, dan eens met de instemming van die oppositiepartijen kon regeren. Die dachten daar echter anders over. Het leidde ertoe dat minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem daags na de voor het kabinet teleurstellend verlopen algemene beschouwingen een rondje moest gaan bellen. Of de oppositiepartijen alsjeblieft wilden komen praten.

Dat deden ze. Drie van die partijen bleken bereid kabinetsbeleid te steunen in ruil voor eigen wensen. Inmiddels is het normaal dat het kabinet met deze zogeheten drie constructieve oppositiepartijen, d66, ChristenUnie en sgp, zaken doet. Dat was deze zomer ook nog eens niet ingewikkeld. Er hoefde niet opnieuw bezuinigd te worden. Dat praat een stuk makkelijker.

Bovendien was er de ramp met de MH17. Door de vele Nederlandse slachtoffers raakte het conflict tussen Oekraïne en Rusland ons land. De onderhandelaars over de begroting beseften dat ruziën over het spreekwoordelijke kwart procentje koopkracht meer of minder geen pas gaf. Ook waren er inmiddels veel meer brandhaarden: de oprukkende Islamitische Staat, het conflict in de Gazastrook, de burgeroorlog in Syrië, de problemen in Libië, allemaal aan de randen van Europa. Dat relativeert. Het maakt de toch altijd al met onzekerheidsmarges omgeven cijfers in een nieuwe begroting over economische groei, bruto binnenlands product, financieringstekort en koopkracht des te onzekerder.

Dat realiseert iedereen zich in Den Haag. Mocht er ergens oorlog uitbreken, waar Nederland dan ook nog eens rechtstreeks bij betrokken raakt, dan zal alles er anders uitzien. Zo anders zelfs dat daar niet nu al rekening mee valt te houden. Wat gevechten zouden betekenen voor de Nederlandse handel, consumptie, gasleveranties, defensie-uitgaven, noem maar op, het is zo ongewis dat om die reden nu alvast maar een bedrag van vijf miljard euro extra gaan bezuinigen achteraf wel eens een lachertje zou kunnen zijn.

Zo zouden ook de extra uitgaven voor defensie en ontwikkelingssamenwerking die wel zijn vrijgemaakt in de nieuwe begroting om diezelfde reden achteraf wel eens een lachertje kunnen zijn. Als het erop aankomt, zijn ze mogelijk totaal ontoereikend. De opmerking van de koning een jaar geleden over onze vrijheid, veiligheid en welvaart kan daarom zo in de nieuwe troonrede.

Maar ook zonder dat Nederland direct betrokken raakt bij een oorlog, ook zonder dat de conflicten aan de grenzen van de Europese Unie verder escaleren of de sancties tegen Rusland worden uitgebreid, is het relatieve optimisme dat uit de Nederlandse begroting voor 2015 spreekt mogelijk voorbarig.

Zo kopte voormalig directeur van het Centraal Planbureau Coen Teulings vorige week boven zijn column in NRC Handelsblad: ‘Nee, het economisch herstel is niet gekomen’. Hij verwijt Nederland, en daarmee dus het kabinet en de constructieve drie oppositiepartijen, een wel heel eigen kijk op de economie te hebben.

Teulings wijst erop dat de tegenvallende groeiprestaties in Duitsland, Frankrijk en Italië de groei in Europa tot stilstand hebben gebracht. Hij pepert de lezer, en over diens hoofd het kabinet, nog eens in dat in de eurozone de groei nog altijd twee procent lager ligt dan in 2007 en de investeringen zelfs twintig procent lager. Hij haalt Unilever-topman Paul Polman aan die onlangs waarschuwde voor een tien jaar durende recessie in Europa als de vraag niet aantrekt. De maatregelen die de Europese Centrale Bank (ecb) vorige week nam in een poging een derde economische recessie in een paar jaar tijd te voorkomen, tonen aan dat de ecb met dezelfde blik als Teulings kijkt naar de economische situatie van Europa en daarmee ook naar die van Nederland, dat met zijn open grenzen zo afhankelijk is van het buitenland.

Sancties, oorlog en geweld, een aanslag in Nederland, maar ook ‘alleen’ een tegenvallende economische groei en dientengevolge mogelijk nieuwe bezuinigingen, grotere werkloosheid, meer armoede – het zal een grote impact hebben op de politiek in Den Haag.

Het oplaaiende geweld in het buitenland en de ramp met de MH17 afgelopen zomer hebben volgens bronnen in Den Haag vooralsnog de twee regeringspartijen vvd en pvda dichter bij elkaar gebracht. Tegenslag van buitenaf verbroedert. Zeker toen het door velen gewaardeerde optreden van de liberale minister-president Mark Rutte en de sociaal-democratische minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans na de vliegtuigcrash ervoor zorgde dat hun politieke partijen daarvan profiteerden in de peilingen. Maar inmiddels lijkt dit effect al weer weg te ebben. De vraag is dan ook of de tegenstellingen tussen liberalen en sociaal-democraten die er wel degelijk zijn, overbrugd kunnen blijven worden.

PvdA-leider Samsom zit het meest klem. Meer nog dan VVD-partijleider Rutte

De uitlating van pvda-senator Klaas de Vries van afgelopen week was tekenend voor het denken binnen een deel van de pvda over militair ingrijpen. De Vries noemde Navo-secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen en diens voorstel voor een snelle interventiemacht bloedgevaarlijk. De vvd denkt daar, zo blijkt ook uit het recente verleden bij militaire missies zoals naar Afghanistan, anders over. Ook bij het plan van aanpak van Nederlandse jihadstrijders liepen de meningen tussen de twee coalitiepartijen binnenskamers uiteen. De pvda is huiveriger voor het beperken van de vrijheid (van meningsuiting) dan de vvd.

De turbulente buitenwereld en de angst voor een derde recessie zijn bedreigingen voor het beleid dat dit kabinet denkt te kunnen gaan voeren. Die kunnen eventuele spanningen tussen de coalitiepartijen op scherp zetten. Toch denkt politiek Den Haag dat 18 maart 2015 de belangrijkste rol zal spelen bij de vraag of Rutte II de rit kan uitzitten. Op die dag zijn de Provinciale-Statenverkiezingen. Omdat op basis van die uitslag de nieuwe Eerste Kamer wordt samengesteld, heeft dat rechtstreekse gevolgen voor de gedoogsteun van het kabinet in de Eerste Kamer.

Misschien raken vvd en pvda samen met d66, ChristenUnie en sgp volgend jaar in de senaat wel hun meerderheid kwijt. Op basis van de huidige peilingen waarin vvd en pvda het slecht doen, is dat niet denkbeeldig. De winst van de constructieve drie lijkt vooralsnog niet groot genoeg om dat gat te dichten, mochten ze dat al willen. Want de krachtsverhoudingen zouden wel eens heel anders kunnen worden. Een d66 dat dan mogelijk groter is dan regeringspartij pvda zal zich anders gaan opstellen. Een voorbode daarvan was de eerste week na het zomerreces al te zien met een d66-partijleider Alexander Pechtold die zich probeert te profileren ten opzichte van het kabinet, ook al heeft hij dan opnieuw steun verleend aan de nieuwe begroting.

Die indirecte verkiezingen voor de Eerste Kamer zijn tegenwoordig gezien de kiezersbewegingen belangrijker dan de rechtstreekse verkiezingen voor de Tweede Kamer, valt nu te horen in de wandelgangen. De redenering daarachter is dat voor de Tweede Kamer tussentijds nieuwe verkiezingen uitgeschreven kunnen worden, voor de Eerste Kamer niet. Die zit er vanaf voorjaar 2015 voor vier achtereenvolgende jaren. Die zet de grondtoon.

De dynamiek na 18 maart tussen politieke partijen, maar ook binnen die partijen, zal daarom een grote rol gaan spelen. Nu al zingt de vraag rond of pvda-partijleider Diederik Samsom een nieuwe verkiezingsnederlaag, na die bij de recente lokale en Europese verkiezingen, zal overleven. Als de pvda het opnieuw slecht doet bij de Statenverkiezingen zal de achterban gaan morren: een slechte uitslag betekent minder Statenleden, minder vertegenwoordigers in de provinciebesturen, minder senatoren. Dat raakt leden die een zetel of een bestuurdersfunctie hadden willen hebben. Die gaan morren.

Er is nog een half jaar te gaan tot de Statenverkiezingen, maar de politiek is er al volop mee bezig. Hoopvol hoor je in de wandelgangen nu al de opmerking, natuurlijk uit de mond van niet-d66’ers, dat Pechtold te vroeg heeft gepiekt.

Mocht d66 echter een goede uitslag hebben in maart, dan zou het zomaar kunnen dat Pechtold gaat manoeuvreren richting nieuwe Tweede-Kamerverkiezingen, te beginnen door het opzeggen van zijn gedoogsteun aan het kabinet. Dat hoeft niet moeilijk te zijn, want door het mogelijk grote verlies van zetels van vvd en pvda zou die steun – samen met die van ChristenUnie en sgp – wel eens niet meer voldoende kunnen zijn.

De kans dat Pechtolds gedoogplaats zonder tussentijdse Kamerverkiezingen wordt overgenomen door cda-partijleider Sybrand van Haersma Buma is klein. Het cda zou, zoals het er nu naar uitziet, vanaf volgend jaar wel veel senaatszetels kunnen leveren, maar het is door de huidige opstelling van de christen-democraten niet logisch dat het gedoogsteun gaat geven aan Rutte II. Tenzij het kabinetsbeleid ingrijpend verandert. Maar daarmee zou vooral de pvda zichzelf gaan verloochenen, wat dan weer een recept zou zijn voor een volgende verkiezingsnederlaag voor Samsom.

De pvda-leider zit dan ook het meest klem. Meer nog dan partijleider Mark Rutte, omdat diens vvd ondanks potentieel verlies nog steeds de grootste partij is. Voor Samsom lijkt er echter geen uitweg, of nieuwe Kamerverkiezingen nu vroeg of later komen. Tenzij hij opnieuw in een verkiezingsstrijd gloedvolle betogen weet te houden die potentiële kiezers weten te begeesteren. Maar de kans daarop is klein, omdat die kiezers inmiddels een paar jaar ervaring hebben met partijleider-Samsom-in-praktijk. In 2012, toen hij zijn partij verrassend terugbracht in het politieke speelveld, was hij nog nieuw en konden kiezers nog hopen en verwachten. Inmiddels heeft hij velen teleurgesteld.

Nieuwe Tweede-Kamerverkiezingen lossen niks op, hoor je wel in Den Haag. Maar dat ligt er maar aan wat je wilt oplossen. Het probleem van een kabinet-Rutte II dat door gebrek aan steun in de Eerste Kamer vleugellam is geworden, zal bovendien toch echt om een oplossing vragen. Het kan voor d66 en cda gunstig zijn om zo snel mogelijk na maart die oplossing met nieuwe landelijke verkiezingen te forceren. Zelf zijn deze twee partijen dan na een goede uitslag van de Provinciale-Statenverkiezingen in juichstemming, de pvda ligt misschien in de touwen en de vvd zal mogelijk verzwakt raken als er gedoe ontstaat over het leiderschap van Rutte, omdat de premier dan ook zijn tweede kabinet voortijdig heeft zien sneuvelen.

Nieuwe tussentijdse landelijke verkiezingen in 2015 zullen niet het structurele probleem oplossen van een kabinet dat in de Eerste Kamer tijdens de rit zijn meerderheid dreigt kwijt te raken, of die meerderheid nu via een gedoogconstructie of ‘gewoon’ tot stand was gekomen. Het voordeel van nu snel landelijke verkiezingen houden na de Statenverkiezingen is wel dat de kiezersgunst binnen een korte tussenliggende periode mogelijk niet veel verschuift.

Dan lijken de politieke verhoudingen in de Tweede en Eerste Kamer op elkaar, en dat dan voor een periode die voor beide Kamers bijna gelijk op loopt. Een nieuw kabinet hoeft zich dan niet na twee jaar al weer zorgen te maken over de politieke gevolgen van de Provinciale-Statenverkiezingen, zoals Rutte II nu wel moet doen. Maar mocht een nieuw kabinet opnieuw tussentijds vallen, dan is het probleem er weer. De politiek moet op zoek naar een blijvende oplossing.