Fotografie: Dutch Eyes

Het nieuwe kijken

Dutch Eyes biedt naast treffende beelden ook inzicht in de technieken waarmee ze tot stand kwamen. En levert daarmee een zinnige bijdrage aan een belangrijk debat.

FotograFIe is altijd belangrijk geweest. Al snel ontsteeg de eens nieuwe uitvinding de status van gimmick om via toepassingen op elk gebied de wereld te veroveren. Het debat over de waarde en functie van fotografie is eveneens al oud. De strekking is simpel: je ziet niet wat je ziet. Fotografisch beeld kan niet bestaan zonder manipulatie, maar het ambacht erachter blijft onzichtbaar door de overweldigende directheid van het medium. De natuurlijke afstand tussen realiteit en representatie is een eindeloze bron voor discussie.

Ooit was het traditie in Nederland om nieuwe ontwikkelingen zo lang mogelijk uit te stellen. In dit land werd aanvankelijk argwanend gekeken naar de fiets. Ook de fotografie werd niet onmiddellijk binnengehaald als aanvulling en verrijking van het visuele landschap. Maar het is goed gekomen. Verwondering over het beeld is verschoven naar verbazing over exorbitante veilingopbrengsten voor individuele foto’s.

Nederland kent inmiddels vele supersterren op verschillende terreinen van de fotografie. Alleen al in deze nog jonge eeuw zijn er drie musea bij gekomen, Huis Marseille, Fotomuseum Den Haag en Foam, die zich exclusief hebben gestort op deze schijnbaar verse tak van cultuur.

Het Nederlands Fotomuseum (nfm) in Rotterdam is het enige van de vaderlandse fotomusea dat meer dan oppervlakkig het maatschappelijk belang van de fotografie erkent en tegen alle trends in met een ambitieuze tentoonstelling komt die wil verstrooien én onderrichten. Afgeleid van het gelijknamige boek voelt Dutch Eyes als een bijna ouderwetse museumervaring, ware het niet dat Nederlandse fotografie zelden eerder op zo’n manier is uiteengezet. Maker Frits Gierstberg en gastcurator Miriam Bestebreurtje presenteren een tentoonstelling die tegelijk voor de hand liggend en uniek is.

Bij de openingstentoonstelling van het Fotomuseum Den Haag over fotografen in Nederland van 1852 tot 2002 kreeg de bezoeker een keurcollectie voorgeschoteld van beroemde namen met nog beroemdere foto’s. Prachtig allemaal en om trots van te worden, maar het grotere verhaal van de fotografie bleef obscuur door de focus op persoonlijkheid en carrière van individuele makers. De fotograaf was voor zijn eigen werk komen te staan. Het Nederlands Fotomuseum maakt die vergissing niet. Zonder de glans van tijdloos talent te ontkennen streeft Dutch Eyes naar een meer inzichtelijke benadering van het soort beeld dat ons al anderhalve eeuw omringt.

De tentoonstelling is ingedeeld in de grote thema’s het landschap, de ander en het fotoboek, die weer uitwaaieren in kleinere opstellingen, de zogenoemde vensters. Vooral deze vensters zijn nuttig. Meer dan de overkoepelende thema’s betrekken ze de bezoeker direct bij de verschillen en overeenkomsten tussen beeld en beeldmakers. Het venster ‘Betrokken ogen’ bestaat bijvoorbeeld uit drie gerichte diapresentaties van sociaal-documentaire reportage. Foto’s over de Tweede Wereldoorlog, de positie van de vrouw en van een moedeloze crew van een schip dat aan de ketting ligt, de meest contemporaine serie. De ontwikkeling valt op. De nuchterheid van waarneming is over de decennia gelijk gebleven, nergens al te dramatische composities en kaders, maar de ideeën over beoogd publiek zijn verschoven. De oudere series richten zich tot een onwetende massa die geïnformeerd dient te worden. Huidige fotografen lijken niet meer zo veel te willen uitleggen, fotografische oproepen tot algemene betrokkenheid zijn veranderd in een hip engagement voor de hoger opgeleide.

Wie selecteert grijpt altijd wel eens mis. Wél werk van koningin Wilhelmina opnemen maar niets van Paul Citroen, bijvoorbeeld. Ook de opstelling over de ontwikkeling van fotografie als kunst is zwak, benedengemiddeld beeld (behalve het werk van de onnavolgbare G.P. Fieret) verpakt in een tochtig betoog. Maar dit zijn uitzonderingen. De kwaliteit op de schermen en zwevende schotten van de zaal is indrukwekkend. Nederlandse ogen hebben het goed gezien. Wie door de Engelse titel van de tentoonstelling vermoedt dat hij werk zal vinden dat wanhopig aansluiting probeert te zoeken bij de grote landen en stromingen moet zijn mening onherroepelijk herzien.

Hoogtepunt is het venster ‘De dubbele blik’ over de bijzonder rijke traditie van het fotoboek. De aanblik van contactvellen van de jonge Ed van der Elsken, hard aan het werk voor zijn boek Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés, veroorzaakt kippenvel.

Natuurlijk is Dutch Eyes geen overzichtstentoonstelling. Een werkelijk overzicht van fotografie in Nederland zou vele voetbalvelden aan tentoonstellingsruimte beslaan en het nfm heeft er goed aan gedaan deze pretentie niet uit te dragen_. Dutch Eyes_ is een zelfverzekerde inleiding, een beginselverklaring en een viering, het museum laat op verantwoorde wijze zijn spierballen zien en wil de intrinsieke eigenschappen van fotografie niet vergeten. De ruimte is koel en donker, optimale condities, van alle foto’s wordt de afdruktechniek genoemd. De boodschap is duidelijk. Een foto is meer dan een plaatje, in de specifieke technische eigenschappen zit informatie besloten ter begrip en waardering van het afgebeelde.

Foto’s kijken en denken voor ons. Door hun opzichtige connectie met de werkelijkheid willen we ze geloven. Een nieuwe gedachte: elke foto is uniek. Het nfm levert een zinnige bijdrage aan een belangrijk debat. Dutch Eyes is een verademing.

Dutch Eyes, Nederlands Fotomuseum, Rotterdam, tot en met 26 augustus; www.nederlandsfotomuseum.nl