Het nieuwe lichaam

Renate Dorrestein, Want dit is mijn lichaam, 95 blz., CPNB, gratis in de boekenweek bij aanschaf van boeken vanaf 319,50
Het lijkt zo'n mooie, eervolle opdracht, het boekenweekgeschenk schrijven. Er zijn zoveel schrijvers die uitgenodigd kunnen worden en jij bent de uitverkorene, je krijgt er een bom duiten voor en een lekker warm bad van aandacht, en je boek komt in onweerstaanbare stapels bij de kassa van elke boekhandel te liggen. De mega-oplage van het geschenk haal je anders nooit.

Maar hoe weldadig een en ander ook is, het boekenweekgeschenk is en blijft een gelegenheidsboekje met een gelegenheidsomvang - plusminus negentig bladzijden - uitgegeven in een week met een gelegenheidsthema. En dat is te merken ook. Tessa de Loo, Cees Nootenboom, W.F. Hermans, Leon de Winter, Hugo Claus en Adriaan van Dis, de geschenkschrijvers die ik me herinner, ze schreven allemaal een boek dat, om het schoolmeesterachtig te zeggen, ruim onder hun gebruikelijke kunnen lag. Alleen A.F.Th. van der Heijden wist zich met zijn prachtige Weerborstels aan het kwakkelige gelegenheidsniveau te ontworstelen, maar hij presenteerde dan ook een episode uit zijn nog immer uitdijende romanlichaam De tandeloze tijd.
Dit jaar was de beurt aan Renate Dorrestein en ook zij, het moet helaas gezegd, heeft een geschenk geschreven dat nergens de geestkracht, grilligheid, woede en ontroering van haar andere romans haalt. Hoewel het niet de opdracht is, sluit Want dit is mijn lichaam, de nieuwtestamentische titel zegt het al, aan bij ‘Mijn God’, het zo modieuze thema van de boekenweek. Maar aan het thema ligt het niet, want Dorrestein geeft het een wending die haar op het lijf is geschreven. In Want dit is mijn lichaam is het geloof in God verdrongen door het geloof in de eigen maakbaarheid. De personages zijn hun eigen schepper, en dan vooral die van hun eigen volmaakte lichaam.
De zeventigjarige schilder Job Olson heeft zijn keuken volgestouwd met voorwerpen die hij bij postorderbedrijven heeft besteld: een apparaat met pulserende hamertjes dat comfort voor de hele schedel belooft, een bloeddrukmeter, een trainingsapparaat waar je veertig rek-, strek- en krachtoefeningen op kan doen. Zijn minnares, Felicity, die zijn kleindochter kan zijn, is lerares in een fitnesscentrum en getroost zich dagelijks offers op hometrainers, roeimachines en steps, zoals je vroeger in de kerk offers bracht aan God. Daarnaast draagt ze zorg voor een verantwoord dieet voor haar en Job, dat voornamelijk uit tiengranenbrood, zeewier, tofoeburgers en linzensticks bestaat. 'Ze was immers’, verklaart Dorrestein nogal expliciet, 'niet zomaar een verzameling spieren en botten, ze was haar eigen creatie, haar lichaam was haar eigen prestatie; meedogenloos, taai en geduldig had ze het aan haar wilskracht weten te onderwerpen en het naar haar ideaal herschapen’.
Casper, de kleinzoon van de schilder, en zijn vrouw Xandra laten ook niets aan het toeval over. Xandra krijgt voor haar tweeëntwintigste verjaardag een nieuwe neus, een fractie langer en smaller dan de huidige. In de genderkliniek hebben ze gezorgd dat hun aanstaande kind gegarandeerd een jongen wordt; een meisje is daarna pas geprogrammeerd, net als nieuwe borsten voor Xandra. Ze dwingt hem, met joggen en calorieën tellen, de eeuwige strijd aan te gaan tegen zijn vetzucht. Hij is niet boos over die bemoeizucht, nee, hij bewondert haar erom: 'Ze was fan-fucking-tastic doelgericht. Hij had van haar geleerd dat je kon zijn wie en wat je maar wilde.’
Alleen het lichaam van Maria, de door polio mank geworden dochter van Job, is niet volmaakt. Het heeft voor haar ook geen zin om naar perfectie te streven - al doet ze dat wel een beetje als ze 06-nummers draait en haar gebrekkige lichaam met zwoele stem in een mooi en willig lijf omtovert - want een manke poot en gênante klompschoenen houdt ze toch. Willoos schikt ze zich naar de bevelen van haar vader die haar van kind af aan als zijn model heeft gebruikt. Haar lichaam doet ze af als 'een toevallige hoop ledematen, naar zijn willekeur gerangschikt’, als een bouwplaat met stippellijntjes en pijltjes bij haar knieën en polsen: 'Hier omvouwen’.
Zoals gezegd, met het thema van Want dit is mijn lichaam is niets mis, het is actueel en zorgwekkend genoeg. In potentie bevat het boek ook nog een schrijnend conflict: de manier waarop de oude schilder zijn lichtelijk invalide dochter haar leven lang heeft uitgebuit is natuurlijk gruwelijk. Haar imperfectie was voor hem een uitgelezen vrijbrief om haar als een paspop te gebruiken.
Natuurlijk is ook al die andere lichamelijke perfectie niet vol te houden: schilder Job blijkt op zijn oude dag geplaagd te worden door incontinentie en moet bejaardenpampers dragen; zijn dertigjarige minnares merkt dat de tijd aan haar lichaam begint te knagen; Caspers vetzucht wint ondanks Xandra’s strijdplan steeds meer terrein; en Xandra voelt dat de zwangerschap haar tandvlees sponzig maakt en voor spataderen, aambeien, vaginale afscheiding, chronische verstoppingen, pijn en nog veel meer zorgt.
Maar het is allemaal een beetje too much. Dorrestein vertelt met veel, misschien te veel vaart; haar boekje is grappig, misschien te grappig. Vijf personages geeft ze hun eigen geschiedenis en ontwikkeling, en dat in maar negentig pagina’s. Daarbij schrijft ze niet alleen ironisch over de pijnlijke gevolgen van het onvoorwaardelijke geloof in de maakbaarheid van het lichaam; ook haalt ze uit naar de orenmaffia, de kosmische betekenis die New Age aan het bestaan geeft, het oeverloze 'uitpraten’ in moderne relaties, cyberspace als overtreffende trap van Gods schepping, en dan heb ik nog niet alles genoemd. Je zou willen dat ze gekozen had, voor het uitwerken van maar twee personages bijvoorbeeld, zodat ze je ook ontroeren. Of werkelijk met scherp schoot met haar woede, zodat het boek beklemmend was geworden. Nu zakt ze door het ijs van haar eigen ironie.
Misschien wordt het tijd dat het CPNB zich op het boekenweekgeschenk bezint. Want wie heeft er baat bij die jaarlijks verschijnende gelegenheidsboekjes? De lezer die gewend is literatuur te lezen kan beter grijpen naar een 'gewone’ roman van Dorrestein, Hermans, Nooteboom of Van Dis. Bovendien ziet het geschenk er zo goedkoop en spuuglelijk uit dat het alleen al qua uiterlijk nauwelijks een sieraad voor de boekenkast is. De schrijver kan allicht beter bedanken voor het warme bad en de roman schrijven die geschreven moet worden. In het geval van Dorresteins Want dit is mijn lichaam was die beslist drie keer zo dik geworden.