Commentaar

Het nieuwe Midden-Oosten

ZOALS OP VELE terreinen maakte de verkiezing van president Obama veel hoop en verwachtingen los voor de toekomst van het chronisch instabiele en gewelddadige Midden-Oosten. Inmiddels is het standaardwijsheid geworden dat ook het nieuwe Amerikaanse Midden-Oostenbeleid op een faliekante mislukking aan het uitlopen is. Dat ligt niet aan slecht beleid, maar aan slechte analyse: de meeste commentatoren kunnen simpelweg de nieuwe contouren van het Midden-Oosten en de Amerikaanse koers niet zien.
Centraal in het Amerikaanse plan staat Turkije, dat Barack Obama prompt bezocht tijdens zijn eerste overzeese reis als president. De Turkse buitenlandse politiek heeft in de afgelopen maanden een enorme zwaai gemaakt. Decennialang was de koers westwaarts: een seculier land in het hart van de Navo, bevriend met Israël en smachtend naar erkenning als Europees land en naar het EU-lidmaatschap. In een mum van tijd is een nieuw Turkije opgestaan: een moslimland dat zuidwaarts kijkt en zich als leider van de islamitische regio gedraagt.
Al een paar maanden put de Turkse regering zich opzichtig uit om voor de gewone moslim – Arabier, Pers of Turk – geloofwaardig te zijn. Allereerst door een reeks melodramatische anti-Israëlische manoeuvres: premier Erdogan liep demonstratief weg bij het Wereld Economisch Forum uit protest tegen de Gaza-oorlog, de Turkse staatstelevisie zond een rabiaat anti-Israëlische serie uit en Turkije blies een paar dagen van tevoren een gezamenlijke militaire oefening met de Verenigde Staten, Italië en Israël af. Verder protesteerde Turkije vaak en gretig tegen vermeende moslimonvriendelijke zaken wereldwijd, wierp het zich op als vredebrenger in Jemen en riep het voor de bühne dat het Westen Iran ‘oneerlijk’ behandelt.
Onder deze luidruchtige dekking startte Turkije een vredesproces met de Koerdische afscheidingsbeweging PKK en ontdooide het de zwaarbelaste relaties met Armenië en Syrië. Dit heeft allemaal grote consequenties: de vrede met de PKK maakt een onafhankelijk Koerdistan in Noord-Irak veel onwaarschijnlijker, het vriendschapsakkoord met Armenië vergemakkelijkt olie- en gasleidingen vanuit de Kaspische Zee, het akkoord met Syrië maakt herintegratie van die ‘schurkenstaat’ in de regio mogelijk en daarmee de aanpak van terreurgroepen als Hezbollah.
Dit spel is zo groot dat nogal wat waarnemers er de hand van Washington achter vermoeden, bijvoorbeeld de voormalige Turkse minister van Buitenlandse Zaken Sükrü Sina Gürel. Soms is de Amerikaanse sturing zichtbaar, zoals bij het Turks-Armeense akkoord, vaak kan er alleen maar op worden gespeculeerd. Vooral in Israël wordt dat volop gedaan. Israël is ook het voornaamste slachtoffer van deze ontwikkelingen: uit allerlei tekenen blijkt dat het Witte Huis geen zin meer heeft om Israël in alles te steunen zonder daarvoor enige vooruitgang in het vredesproces met de Palestijnen terug te krijgen.
Het afserveren van het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid gaat meestal zo: mooie toespraak van Obama in Caïro, maar daar krijg je niets voor terug en in Israël is de vrede mijlenver weg. Dat is veel te simpel: de VS hebben in enkele maanden hun desastreuze imago in de regio verbeterd, ze hebben een geloofwaardige en actieve bondgenoot die allerlei openingen creëert, ze hebben zich uit de Israëlische beknelling bevrijd, ze trekken zich terug uit Irak zonder dat het land explodeert en er komt een nucleair akkoord aan met een sterk verzwakt Iran.
Helaas overschaduwt de oorlog in Afghanistan al het andere wat in de regio gebeurt. Wie die oorlog uit het plaatje houdt, moet concluderen dat de regering-Obama binnen tien maanden het Midden-Oosten op meesterlijke wijze naar haar hand heeft gezet.