Het nieuwe vaderschap

Raakt het vaderschap in verval? Of liever gezegd: het ouderschap. Je vader en moeder zijn niet alleen de mensen die je op de wereld hebben gezet en op wie je moet kunnen rekenen, tot de dood erop volgt.

Ze zijn ook sleutelfiguren in de continuïteit van de beschaving, in alle opzichten. Van mijn moeder heb ik leren lezen en schrijven. Dat was in het begin van de jaren dertig, voor ik naar de lagere school ging. Ik had prentenboeken, mooie gekleurde plaatjes met een verhaaltje in grote letters. Ik was geboeid door een muizenfamilie en las: ‘Op een steen zit er één, op een tree zitten er twee. En op een stoel zitten er een heleboel.’ Ja, daar ­krioelde het. Ik kon er niet genoeg van krijgen. Op school maakte ik kennis met het leesplankje, aap, noot, mies. Ik vond het vervelende lectuur en Ot en Sien hebben me nooit kunnen boeien.

Mijn vader heeft me geleerd hoe ik moest opzoeken. Alfabetische volgorde. Het was nog in de tijd van de oude spelling. Niet zo maar zoo. We hadden thuis een Van Dale’s groot woordenboek der Nederlandsche taal, vijfde druk, 1914. Ik begon erin te lezen, eerst uit nieuwsgierigheid, toen op zoek naar eigenaardige woorden, voor mijn plezier. De kwaliemoer zat zich te krevelen. Wat betekent dat? De zieke vrouw zat zich te krabben. En we hadden ook de Winkler Prins Algemeene Encyclopaedie, vijfde druk, het eerste deel verschenen in 1932, van A tot Araxes (de voornaamste rivier van Armenië). Mijn openbaring kwam bij deel vier, met een plaatje van de brontosaurus. Daarna heb ik een periode gehad waarin ik verslaafd was aan voor­wereldlijke dieren. De diplodocus, de inguanodon en ten slotte de tyrannosaurus rex. Tientallen jaren later, toen ik Jurassic Park zag, heb ik weer even aan de Winkler Prins gedacht.

Op zondag nam mijn vader me mee op een stadswandeling. Zo heb ik het oude Rotterdam leren kennen, de Binnenhaven, de Leuvehaven, de Boompjes, de oude Diergaarde, de Groote Markt, het Steiger, de geheimzinnige, romantische oude stad die op 14 mei 1940 is verdwenen. En dan, tot besluit van de wandeling, gingen we naar de Cineac, de nieuws­bioscoop aan de Coolsingel. Daar heb ik de Spaanse burgeroorlog gezien, de oorlog in Abessinië, Ik heb er kennisgemaakt met Hitler, Goebbels en Mussolini, en niet te vergeten Popeye the Sailor, want na het wereldnieuws kreeg je een tekenfilm toe. Goed beschouwd was dat allemaal aanschouwelijk onderwijs.

Misschien bewaart de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam nog een boekje, Verzameling van verstandsoefeningen, geschreven door mijn overgrootvader H.J. Hofland, hoofdonderwijzer in Weesp. Hij heeft zich daar zo verdienstelijk voor de kinderen gemaakt dat er een laan naar hem genoemd is. Ik kom uit een frikkenfamilie, tot in het vierde geslacht. Mijn vader heeft aan die traditie een eind gemaakt. Eerst is hij officier bij de Koninklijke Marine geweest, toen in het bedrijfsleven gegaan, rijk geworden en in de oorlog heeft hij in het verzet gezeten. Hij heeft een avontuurlijk leven gehad, maar diep in zijn hart is hij ook altijd een leraar gebleven. Ik heb geluk gehad en ben trots op hem.

Over mijn eigen vaderschap zeg ik niets. Dat moeten mijn twee zoons en vijf kleinzoons maar doen. Hier gaat het verder over het ouderschap in het algemeen. Ouders vormen de belangrijkste schakel in de continuï­teit van de nationale cultuur en de overlevering van de beschaving. De samenleving verandert voortdurend, vanzelfsprekend. Uitvindingen hebben een ingrijpende invloed, nieuwe generaties verzetten zich, willen zich niet aan de verkalkte levenswijze van de oudjes aanpassen. Door de digitale revolutie en de mondialisering gaat dat in deze tijd steeds sneller. Objectief zou je misschien zeggen dat door de algemene toegankelijkheid van alle wetenschap via internet en de praktisch onbegrensde individuele mobiliteit het beschavingspeil tot ongekende hoogte moet stijgen.

Maar in de hele westelijke wereld is voor sommige bevolkingsgroepen het tegendeel het geval. Kijk eens wat Wikipedia over het analfabetisme in Nederland zegt. Op het ogenblik kunnen hier een 250.000 mensen niet lezen en schrijven, en 1,3 miljoen zijn ‘laag geletterd’, wat wil zeggen dat ze een proces-verbaal, de bijsluiter van een geneesmiddel, een handleiding of recept niet kunnen begrijpen. Van deze anderhalf miljoen is een derde allochtoon. Massaal analfabetisme is een gapend hiaat in de beschaving maar ook een tijdbom die als vanzelf steeds krachtiger wordt. De diepste oorzaken zijn de experimenten met het onderwijs en de verwaarlozing. Maar analfabetisme genereert zichzelf. Het is uiterst onwaarschijnlijk dat uit een gezin waarvan de ouders functioneel analfabeet zijn enigszins geletterde kinderen voortkomen. Is dit de dageraad van het nieuwe vaderschap? Over een generatie zullen we het weten.