Menno Hurenkamp

Het nieuwe waardenrelativisme

De president van de Amsterdamse rechtbank vindt dat drugshandelaren niet meer vervolgd moeten worden. Het levert te veel werk op. De politie weigert gestolen fietsen op te sporen. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd. De minister van Economische Zaken weigert zich te houden aan snelheidsbeperkingen. Die zijn voor mensen met kleine auto’s. Kortom, wie dacht dat in het land van waarden en normen het cultuurrelativisme aan zijn einde was gekomen, komt bedrogen uit. Iedereen beweerde het nog zo stellig na die elfde september. Het moest afgelopen zijn met de postmoderne zwetsers. Die dachten dat met het wegvallen van religie en ideologie als maatschappelijke steunpilaren geen Grote Verhalen over de richting van de geschiedenis meer bestonden. Dat daarom ook geen eenduidige waarheid meer te ontdekken viel, en geen mens superioriteit over een ander kon claimen. Dit waardenrelativisme had ons allemaal bijna in het verderf van het stuurloze en problematische multiculturalisme gestort. Het multiculturalisme, dat stelde dat geen hoogste variant van het goede leven bestond, dat probeerde de ene, westerse cultuur te doordringen van waarheden uit andere culturen.

De terroristen van al-Qaeda, maar vooral de collectieve afkeer van hun daden, leken duidelijk te maken dat wel degelijk een grote waarheid bestond: democratie en de bijbehorende vrijheid van meningsuiting. Dat Grote Verhaal van de vrijheid wordt nu weer met overtuiging uitgedragen door politici. Je kunt je afvragen of met de opleving van de inburgerings- en aanpassingsdrang van overheidswege het relativisme daadwerkelijk overboord is gezet. Tenminste, als een rechter zich op het terrein van de politiek begeeft, als de politie werk weigert, als de minister geen zin heeft zich aan de wet te houden, dan is de absolute waarheid nog altijd betrekkelijk. Dienaren van de staat stellen: nu is het eventjes niet mijn democratie, want ik wil iets zeggen wat daar niet mee strookt. Zij schragen naar hun mening de democratie door buiten boord te hangen. Dus is de vraag voor de toekomst hoe vér je buiten boord mag hangen en niet een verbod om dat te doen. «De sleutel tot de moraliteit van onze tijd», schrijft de criminoloog Hans Boutellier in zijn recente boek De veiligheidsutopie, «ligt eerder in de ervaring van ambivalentie dan in de omarming van morele pluriformiteit.» Het gaat er niet om alles wat iedereen zegt maar goed te vinden. De boosheid over doodsbedreigingen aan het adres van politici is terecht. Maar de constante twijfel over wat deugt en wat niet deugt staat nog altijd centraal bij elke politieke keus. Dat bewijzen de uitspraken van de Amsterdamse rechters, de politie en de minister van EZ gewild of ongewild. Het domein waarop die schroom tot uitdrukking komt zal de komende jaren misschien minder de botsing met migranten zijn. Daarmee komt geen einde aan de beredeneerde aarzeling, of je dat nu cultuurrelativisme of iets anders noemt. Het uitroepen van de éne waarheid tot de hoogste waarheid dwingt je de laatste beter te bekijken. Dan duikt vanzelf de hard rijdende Heinsbroek op en valt hij — dat is: die waarheid — weer in stukken uiteen.