Buitenland: Oost-Timor

Het nieuwste land start moeizaam

DILI – De zon brandt meedogenloos boven het gele grasveld Taci Tolo. Onder de oppervlakte van dit braakliggende stuk grond, even buiten de hoofdstad Dili, liggen Oost-Timorese slachtoffers van de Indonesische bezetter begraven. Werklui bouwen het podium waarop de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, in de nacht van 19 op 20 mei de soevereiniteit van het land zal overdragen aan Xanana Gusmão, de onlangs gekozen president van de jongste natie van de 21ste eeuw.

De Verenigde Naties namen het bestuur in oktober, na een referendum en Indonesisch geweld, over onder de naam Untaet (United Nations Transitional Administration East Timor). Voor de eerste keer in de geschiedenis kreeg de organisatie het mandaat om een compleet verwoest land op de been te helpen en klaar te stomen voor onafhankelijkheid en zelfbestuur.

De VN presenteren Oost-Timor als succesnummer. Een tussentijdse regering functioneert naar behoren onder leiding van de VN. Wetten zijn aangenomen, scholen en ziekenhuizen heropend, huizen en wegen gerepareerd. Geleidelijk keren vluchtelingen terug. En het volk heeft massaal gestemd voor zowel de parlementaire als de presidentiële verkiezingen. Toch zijn er twijfels over Timor.

De Untaet houdt zijn wekelijkse persconferentie. De voorlichters smoezen in de gang over wat wel en wat niet mag worden gezegd. Ze spreken af niet te praten over een recent opstootje tussen twee dorpen waarbij iemand is omgekomen. ‘Laten we het vuurtje geen zuurstof geven’, zegt er een

Er is een tiental journalisten. Geen van hen vraagt ernaar. ‘Vrijwel alle incidenten worden doodgezwegen’, zegt even later een Bosnische politieagent van de VN-veiligheidsmacht. ‘Verkrachtingen, relletjes en berovingen mogen niet bekend worden, omdat de VN geen imagoschade willen lijden.’

‘Ik kan je de waarheid niet vertellen, omdat ik de opdracht heb te zeggen hoe goed het allemaal gaat’, zegt een hoge VN-functionaris in Dili die alleen op voorwaarde van anonimiteit wil praten. De VN heeft alle medewerkers verboden buitenstaanders een ander verhaal te vertellen dan het officiële standpunt. ‘Oost-Timor is al voor de geboorte doodgeknuffeld’, zegt zij. ‘Tot nu toe is alles voor ze gedaan, maar vanaf 20 mei moeten ze het alleen doen. Dan zijn de meeste VN’ers vertrokken. De vluchten naar Australië en Indonesië zijn nu al volgeboekt. En met de “internationalen” verdwijnen ook de restaurants met hun espressoapparaten, de terrasjes, de hotels en de klanten voor die overvloed aan taxi’s’, voorspelt ze.

Officieel heet premier Mari Alkatiri een uiterst capabele man te zijn. Maar tot ergernis van de VN en president Xanana Gusmão heeft hij te kennen gegeven dat de huidige eenheidscoalitie ten einde loopt. Alleen leden van zijn partij Fretelin mogen deelnemen aan het kabinet.

In de wandelgangen wordt gesproken over de ‘Mozambikaanse maffia’. Dat slaat op Alkatiri en de minister van Justitie Ana Maria Pessoa, die beiden na de Indonesische invasie in 1975 naar Mozambique waren gevlucht.

Er zijn hardnekkige geruchten over corruptie op het hoogste niveau, maar niemand legt bewijzen op tafel. Alleen kleine gevallen zijn bekend. ‘Er is een officieus tarief van 2,5 procent voor allerlei zaken’, vertelt een Australische zakenman. Hij komt net terug uit de haven waar hij een container met goederen heeft proberen in te klaren. ‘Ik heb de douaneambtenaar weer honderd dollar moeten betalen. Ze hebben de les van hun Indonesische bezetters goed geleerd.’

Onlangs, op 22 april, diende de minister van Financiën, Fernanda Borges, haar ontslag in. In een geschreven verklaring legt zij uit waarom ze niet langer wilde deelnemen aan de regering. ‘Mijn besluit is het gevolg van het falen van de regering om principes van goed bestuur te implementeren, het gebrek aan transparantie in het ontwikkelen van beleid en de verpersoonlijking van de besluitvorming’, aldus Borges. ‘Dat is codetaal voor corruptie’, legt een vriend uit. ‘Ze kon niet langer accepteren dat het geld verdween voordat het bij haar ministerie binnenkwam.’

‘Fernanda Borges is een leugenaar’, zegt José Ramos Horta, Nobelprijswinnaar voor de vrede en minister van Buitenlandse Zaken. Hij toont een e-mail bericht dat Borges naar hem stuurde kort voordat ze de handdoek in de ring gooide. Daarin vraagt ze om zijn steun in haar poging het donorgeld direct naar haar ministerie te laten vloeien in plaats van naar een ontwikkelingsfonds van de Wereldbank. ‘Ze vond dat we te veel aan de leiband van de Wereldbank lopen’, zegt Horta. ‘Maar met haar plan zou er een veel groter gevaar voor corruptie ontstaan.’

Het aftreden van Borges kwam op een pijnlijk moment. Deze week kwamen de internationale donoren in Dili bijeen om nieuwe financiële steun toe te zeggen. De regering hoopt dat ze de komende drie jaar geen leningen hoeft af te sluiten, zodat het land zonder schulden kan beginnen. Daarna is het niet meer nodig. Vanaf 2006 moet het grote geld binnenkomen van de gasvoorraden in de ‘Timor Gap’, onder de zee tussen Oost-Timor en Australië.

‘De Oost-Timorezen verwachten dat het gas genoeg geld zal opleveren voor de rest van hun leven. Dit gaat op een grote teleurstelling uitlopen’, zegt Tony Bader van het Britse olie- en gasbedrijf Phillips, de concessiehouder van het Bayu Undan-gasveld in de Timor Gap. ‘We leiden Oost-Timorezen op om voor ons te gaan werken zodat er werkgelegenheid wordt gecreëerd, maar ze moeten niet denken dat we hun nationale begroting volledig zullen dekken.’

Volgens schattingen van de VN zal de exploitatie van Bayu Undan Oost-Timor 3,2 miljard dollar opleveren over een periode van zeventien jaar. Daarnaast is er het nog grotere gasveld Greater Sunrise dat veel meer zou kunnen opbrengen. Maar gezien de vele mislukte voorbeelden van gas- en olie-exporterende ontwikkelingslanden, zijn er gemengde gevoelens over de aanstaande meevaller. ‘Het kan zowel een zegen als een vloek zijn’, erkent de Wereldbank in haar rapport over Oost-Timor. Daarom heeft de regering een zogeheten Petroleum Fonds opgericht. De bedoeling is dat de opbrengsten worden gespaard en alleen de rente wordt gebruikt voor overheidsuitgaven.

‘Wij gaan het geld niet verspillen aan allerlei geldverslindende projecten’, zegt José Ramos Horta. ‘En ik zie ook niet hoe iemand, zelfs een minister of de premier, in staat zal zijn om geld uit het fonds te stelen’, aldus de minister van Buitenlandse Zaken. ‘De inkomsten zullen ons helpen van een extreem armoedig land op te klimmen tot een redelijk welvarend land. Oost-Timor is geen Nigeria, maar het zal ook nooit een Brunei of Koeweit worden.’

Maar er is een kink in de kabel. De gasvelden liggen op de voorlopig afgesproken maritieme grens van Oost-Timor en Australië. Aanvankelijk leken de twee landen akkoord te zijn over de verdeling van de buit, zodat op 20 mei een verdrag zou kunnen worden getekend. Oost-Timor krijgt negentig procent van de opbrengsten van Bayu Undan, Australië tien procent. Maar de onderhandelingen zijn in een impasse terechtgekomen. Australië wil ook een definitieve afspraak over de rest van het gebied waarbinnen het Sunrise-veld ligt. Dat weigert Dili. Van Sunrise zou slechts 18 procent naar Oost-Timor en 82 procent naar Australië vloeien.

De verhoudingen tussen de twee landen zijn ernstig verstoord. De Australische pers beticht Oost-Timor van hebzucht. Alkatiri noemt de houding van Australië ‘onvriendelijk’. Geen goed begin voor het nieuwste land van de 21ste eeuw.