Kijken

Het nog niet eer geziene

Bonies maakt schilderijen om het onvoorstelbare op het spoor te komen. De schilder moet gewoon beginnen. Met zijn handschrift, stijl en zijn diverse gaven. En het overbodige vermijden.

Bob Bonies, Untitled, 1969. Acryl op canvas, 210 x 150 cm © Gert Jan van Rooij, Amsterdam

Dat rechthoekige schilderij in rood en blauw dat hier staat afgebeeld, meer blauw dan rood, is van 1969. Iets daarvoor had ik de strak geformuleerde kunst van Bonies leren kennen. Natuurlijk is het een werk zonder titel. Aan verleidelijke titels deed de schilder niet. Het schilderij is wat het is. Om het correct en geduldig en volledig te zien is al moeilijk genoeg. Die moeite is de kijker wel aan het schilderij verplicht. Zo was Bonies ook toen al de meest strikte schilder van de kameraden. Titels waren overbodig. Bovendien zou een titel de kijker op een dwaalspoor kunnen brengen.

Ook gold dat wanneer een titel nauwkeurig en beschrijvend het schilderij zou identificeren. Stel, het zou heten: smal rood vlak met een hoekige geleiding in blauw. Dat zijn woorden die ik verzonnen heb. Maar op het moment dat ik ze opschrijf, en nog eens teruglees, merk ik dat ze niet voldoen. Ik probeer te blijven bij hoe het schilderij eruitziet. Het woord geleiding bijvoorbeeld suggereert een beweging in het blauw, in het verloop ervan, als was dat blauw een trage rivier. Misschien zag ik, heel even, het blauw zo in het schilderij. Het smalle rood komt plotseling loodrecht naar beneden. Eerst gaat het links langs het dwars liggende paneel. Het verticaal vallende rood is een vierde deel van een vlak dat verder driekwart blauw is. Dat paneel ligt in de breedte op een tweede, staand paneel. In formaat zijn die vlakken even groot.

Het rechte rood zakt nu verder middenin in het verticale paneel. Bij het liggend paneel besloeg het rood een vierde deel van het vlak. Hetzelfde smalle rood is in het staande paneel een derde van de breedte. Vanwege een symmetrische voorkeur had de kunstenaar het staande vlak wat naar links geschoven – te weten een derde van de breedte zodat het rood dat van boven komt strak in het midden doordringt van het verticale paneel dat verder blauw is.

Het smalle rood intussen heeft de lengte die het nu eenmaal heeft. Zo laconiek zijn de schilderijen in elkaar gezet. Het rood begint zo lang als de hoogte van het bovenste horizontale paneel en werd toen verdubbeld zodat het ergens onder aan het staande blauwe paneel ophoudt. Boven ligt het rood tegen het blauw aan; in het onderste paneel gaat het blauw hoekig om het rood heen. Ik keek naar een eigenaardige constructie van twee kleuren. Dat is wat we zien. Kort merkte ik hoe in het onderste paneel het rood, eigenlijk waar het ophoudt, rondom door blauw begeleid wordt. Het woord geleiding is een mooi woord dat ook mooi glijdt. Zo verzon ik die fictieve titel om onder woorden te kunnen brengen wat ik zie. Het smalle rood is een verticale vormbeweging die hoe dan ook binnendringt in het blauw. Het rood dat een scherpe kleur is, brengt wat teweeg in het schilderij. Dat komt doordat het blauw stil rust op het oppervlak.

Ik moet woorden bedenken en uitproberen om te ontdekken wat ik kan zien

Er is ook veel blauw. Van de twee panelen samen is driekwart van het oppervlak dat roerloze blauw. Het rood is geheimzinnig. Ik zou nog een titel kunnen bedenken: weerspiegeling van rood in stilte van blauw. Het rood, merk ik, is de gebeurtenis in dit schilderij. Er is daarom ook zoveel blauw omdat blauw het oppervlak stil maakt of windstil als het ware.

Misschien is het schilderij eigenlijk, in wezen, een vormgeving van een smalle baan rood. Ook dat mogen we denken. Hoe strak en slank kan de contour van kleur zijn. Omdat het schilder klaar en gemaakt is, moet ik woorden bedenken en uitproberen om te ontdekken wat ik kan zien. Bij een schilder als Bonies ligt dat anders. Hij maakt schilderijen om het onvoorstelbare op het spoor te komen. Mijn leermeester noemde dat het nog niet eer geziene. Daar moest de kunst vandaan komen. De schilder moet gewoon beginnen. Tot zijn beschikking daarbij heeft hij zijn handschrift en een zekere manier van doen waaraan hij door de jaren heen gewend geraakt is. Hij vermijdt het overbodige. Lijnen zijn recht of segmenten van cirkels. Daarbinnen ontvouwen zich onwaarschijnlijk trefzekere definities van wit en kleur.

Zo begint hij te tekenen op ruitjespapier. Dan komt een klein model. Dan volgt op ware grootte het schilderij. Noem dit maken voor mijn part een systeem. Uit het systeem ontstaat de constructie en het werk. Maar zonder dwang. Het systeem verklaart ook niets. Daarom heeft Bonies niets met titels. Die impliceren alleen maar een program.

Ich ging im Walde/ So für mich hin/ Um nichts zu suchen/ Das war mein Sinn. Zo begint een versje van Goethe waarin hij in het gras toch nog een heel mooie bloem vond. Als je niets zoekt en rustig wacht, zie je ook veel meer.


PS. Er is nu van werken van Bonies een schitterende tentoonstelling bij Willem Baars Projects op de Hoogte Kadijk 17 in Amsterdam. Tot 15 juni